Wie veel beweegt, geniet van een betere mentale en fysieke gezondheid en leeft ook nog eens langer. We vertellen daarmee niets nieuws, maar er is nog veel onzekerheid over hoe groot de winst in jaren kan zijn en over de verklaringen voor de positieve effecten. Daar komt stilaan verandering in met onderzoek van mensen die een leven lang bleven sporten voor hun gezondheid. Die tendens ontstond rond 1970, en de eerste generaties bereiken stilaan hun 70ste of 80ste verjaardag. De eerste analyses van hun fysieke conditie leveren hoopvolle resultaten op.
...

Wie veel beweegt, geniet van een betere mentale en fysieke gezondheid en leeft ook nog eens langer. We vertellen daarmee niets nieuws, maar er is nog veel onzekerheid over hoe groot de winst in jaren kan zijn en over de verklaringen voor de positieve effecten. Daar komt stilaan verandering in met onderzoek van mensen die een leven lang bleven sporten voor hun gezondheid. Die tendens ontstond rond 1970, en de eerste generaties bereiken stilaan hun 70ste of 80ste verjaardag. De eerste analyses van hun fysieke conditie leveren hoopvolle resultaten op. Met de leeftijd worden we fragieler. Dat geldt voor iedereen, maar de centrale vraag is hoe snel dat moet gaan. Algemeen wordt aangenomen dat de fysieke conditie jaarlijks met gemiddeld 10% daalt eens je de 30 voorbij bent. Maar levenslang blijven bewegen en trainen kan je een indrukwekkend stevige buffer opleveren, zo blijkt. Zeker als je daar vroeg in je leven mee begint. Enkele jaren geleden zetten enkele 80- jarige sportievelingen zelfs nieuwe recordwaarden neer voor de fysieke conditie in hun leeftijdsgroep. De sterksten scoorden even goed als gezonde 40-jarigen. Nooit voordien werden zulke hoge waarden genoteerd. De proefpersonen waren ex-atleten, dat wel, maar de gegevens tonen aan dat er nog flink wat rek zit op wat een goede fysieke conditie voor bejaarden kan zijn. Ze bewijzen vooral dat de levenslange inspanning de moeite kan lonen. Een recenter onderzoek van Amerikaanse 75-jarige mannen en vrouwen met minstens 50 jaar op de sportieve teller bevestigde de vorige resultaten. Dankzij hun levenslange inspanning hadden hun hart, longen en spieren een fysieke conditie vergelijkbaar met die van 40-jarigen. Vrouwen deden het op alle factoren vergelijkbaar even goed als mannen. Onderzoek dat dieper inzoomt op de kwaliteit van het hart en de bloedvaten toont aan dat beweging ook daar opbrengt. Bloedvaten van sportieve 60-plussers bleken veel soepeler dan die van leeftijdsgenoten. Hun structuur bleek vergelijkbaar met die van 25 jaar jongere mensen, waardoor ze elastischer reageren op de stuwgolf van elke hartslag. Het omgekeerde zie je bij slagaderverkalking, waarbij de bloedvaten taaier en stijver worden. Dat maakt dat het bloed er bij elke hartslag moeilijker doorheen vloeit, waardoor het hart harder moet werken en de bloeddruk oploopt, ongunstige factoren die het risico op ernstige hart- en vaatproblemen, zoals een beroerte of infarct, verhogen. De jongere hartleeftijd van sportieve ouderen kwam tot uiting in een soepeler reactievermogen. Een goed voorbeeld is de daling van de bloeddruk als je plots opstaat, iets waardoor je kunt gaan duizelen en zelfs vallen - een risico voor veel oudere mensen. Je hebt er dus voordeel bij als je hart zulke belastingen vlot kan opvangen. Een hart dat soepel reageert op omstandigheden geldt overigens ook al op jongere leeftijd als een gezond werkend hart. Minder voor de hand liggend is de vaststelling dat een leven vol beweging ook de afweer jong houdt. Beweging zorgt voor een snellere afvoer van oude afweercellen en maakt zo plaats vrij voor jongere, die sneller op infecties en binnensluipende ziektekiemen reageren. Zo zijn er aanwijzingen dat sportieve bejaarden minder risico lopen om aan griep te overlijden en beter reageren op griepvaccinaties. Ook de geest deelt in de vreugde, want een uitstekende fysieke conditie ondersteunt de werking van de hersenen in de gehele breedte. Dat uit zich bij ouderen niet alleen in een kleiner risico op dementie en depressie, maar bijvoorbeeld ook heel concreet in een beter ruimtelijk geheugen. We mogen ons het hoofd niet op hol laten brengen door al deze mooie resultaten en geen naïeve denkbeelden koesteren dat 70- of 80-jarigen nog in competitie kunnen gaan met dertigers of veertigers. Dat zal nooit het geval zijn, want met het oplopen van de jaren treedt er wel degelijk verval op. Maar er is een groot verschil tussen sterk genoeg zijn om zelfstandig in het leven te staan en afhankelijk worden van de hulp van anderen. Ooit dachten we dat dat verval onontkoombaar was en dat rusten de beste oplossing was om het lang uit te zingen. De recente resultaten wijzen echter uit dat rust roest. Wie gezond en fris oud wil worden, moet van jongs af in beweging blijven. De meeste senioren in de aangehaalde onderzoeken waren hun hele leven lang gemiddeld 5 dagen per week in het getouw of in tijd omgerekend minstens 5 uur per week. Elke dag 30 tot 60 minuten investeren in beweging kan veel lijken, maar de winst in levenskwaliteit is uiteindelijk zeer groot.