...

De aandacht voor de Japanse voedingsgewoonten stak in de jaren 1950 de kop op, gelijktijdig met die voor het mediterrane dieet. Rond die tijd werd duidelijk dat Japanners, Grieken en inwoners van Kreta het hoogst scoorden onder de volkeren met een hoge levensverwachting en een lage druk van vroegtijdige dood door hart- en vaatziekten. De traditionele Japanse keuken werkt met veel verse en onbewerkte basisingrediënten, weinig toegevoegde suiker en is globaal relatief energiearm. De voeding bestaat uit rijst als basis en veel (groene) groenten, aangevuld met zeewier en vis, die vaak rauw gegeten wordt in sushi en sashimi, en een assortiment van vlees, eieren, sojaproducten (tofu, miso, natto...) en groene thee. Melkproducten en vers fruit vormen slechts een klein onderdeel. Veel van de typische voedingsmiddelen, zoals de verse, rauwe vis, de groene groenten, het zeewier en de sojaproducten worden geprezen om hun hoge voedingswaarde, maar in welke mate dat doorweegt voor de levensverwachting is niet duidelijk. Van de vele groenten krijgen we hier in de Japanse restaurants minder te zien, maar in het land zelf zijn gemengde groenten gestoofd in een gekruide bouillon een centraal element van de maaltijd. Behalve de samenstelling van de voeding zijn er de voedingsgewoonten die overeten tegengaan. Centraal staat de traditionele regel: eet niet tot je vol zit, stop op 80 %. Kinderen leren die regel al van jonge leeftijd aan. Japanners dienen hun eten op in kleine porties op meerdere schoteltjes die de ronde doen en waarvan om de beurt genomen wordt. De subtiele afwerking en de visuele pracht van de Japanse gerechten worden wereldwijd geroemd. Het visuele genieten stimuleert het proeven en remt haastig eten af, waardoor je je sneller verzadigd voelt. Voeding is echter slechts een deel van de verklaring voor de robuuste gezondheid van de Japanse bevolking. Hun goede sociale zekerheid, hun verbondenheid met de natuur en hun groot gevoel voor zuiverheid en gezondheid dragen daar ook veel aan bij.