Zoogdieren hebben een flexibele ruggengraat, die in veel varianten kan voorkomen. Zo kunnen sommige dieren klimmen en andere heel diep ademhalen, functies die door de ruggengraat worden beïnvloed.
...

Zoogdieren hebben een flexibele ruggengraat, die in veel varianten kan voorkomen. Zo kunnen sommige dieren klimmen en andere heel diep ademhalen, functies die door de ruggengraat worden beïnvloed. Een studie in Science linkt die flexibiliteit aan het feit dat onze ruggengraat in de loop van de evolutie opgesplitst is geraakt in blokken met verschillende mogelijkheden. De splitsing uit zich in varianten in de vorm van de wervels. Fossiele zoogdieren hadden drie blokken wervels, moderne hebben er vijf. Vooral het laatste wervelblok, dat de activiteit van het bekken en de achterpoten (of benen) stuurt, zou heel variabel zijn. Een team rond bioloog Peter Aerts van de Universiteit Antwerpen heeft in Proceedings of the Royal Society B gerapporteerd dat onze achillespees, waarvan lang gedacht is dat hij uniek was voor de mens, ook in andere apen aanwezig is, weliswaar in bescheiden vorm. De pees werkt als een soort veer die het lopen vergemakkelijkt. Het onderzoek suggereert dat de gemeenschappelijke voorouder van mens en mensapen eerder een kleine aap was dan een grote. De huidige mensapen hebben namelijk geen achillespees. Ze zouden die in de loop van de evolutie verloren hebben, omdat ze anders zijn gaan lopen.