IRCEL (Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu) heeft een eerste analyse gemaakt van de - nog niet volledig gevalideerde - meetresultaten van fijnstof, stikstofdioxide en ozon. Sinds het jaar 2000 zijn zowel de jaargemiddelde concentraties als het aantal dagoverschrijdingen voor fijnstof gevoelig gedaald. Ook de concentraties van de NO2 (stikstofdioxide) zijn gedaald, wat onder meer te wijten is aan de shift van diesel naar bezine.

Fijn stof

Voor het zesde jaar op rij wordt de Europese daggrenswaarde voor fijn stof (PM10) gehaald in Vlaanderen en Brussel, zo blijkt uit de gegevens. De Europese daggrens voor fijnstof bedraagt 50 µg/m³ (50 microgram per kubieke meter). Deze grens mag niet meer dan 35 dagen overschreden worden. In Wallonië wordt de daggrens voor het vijfde jaar op rij gerespecteerd. Opmerkelijk zijn nog de erg lage fijnstofconcentraties in de maanden september en oktober.

Stikstofdioxide

De (langzame) daling van de NO2 (stikstofdioxide)-concentraties zet zich ook in 2019 door, aldus nog de eerste analysebevindingen. De jaargemiddelde NO2 daalde in de automatische meetstations gemiddeld met 5 tot 10 procent ten opzichte van 2018. De daling van de NO2-concentraties en de daarmee samenhangende vermindering van het aantal overschrijdingen van de Europese jaargrenswaarde heeft te maken met de (versnelde) shift van diesel naar benzine (en andere motortypes). Dieselwagens stoten in realistische rijomstandigheden veel meer stikstofoxiden uit dan wettelijk toegelaten. De laatste generatie dieselmotoren die moeten voldoen aan de EURO-6d-temp-uitstootnorm stoten in realistische rijomstandigheden ook gevoelig minder stikstofoxiden uit.

Ozon

Er waren 9 ozondagen in 2019. De ozondagen in 2019 kwamen voor in de maanden juni, juli en augustus. In juni waren er twee ozondagen op 26 en 29 juni. In juli was er een ozonsmogepisode met vier opeenvolgende dagen tussen 23 en 26 juli en in augustus drie opeenvolgende dagen tussen 25 en 27 augustus. De zomer van 2019 was warm met drie hittegolven en behoorde tot de drie warmste en ook zonnigste zomers sinds 1981. Toch waren er minder ozondagen dan wat op basis van deze ongunstige meteorologische omstandigheden werd verwacht. De verklaring hiervoor is de daling van de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische componenten (VOC) de laatste decennia. Hierdoor neemt het aantal ozondagen bij vergelijkbare - en zelfs ongunstigere - meteorologische omstandigheden af.

IRCEL (Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu) heeft een eerste analyse gemaakt van de - nog niet volledig gevalideerde - meetresultaten van fijnstof, stikstofdioxide en ozon. Sinds het jaar 2000 zijn zowel de jaargemiddelde concentraties als het aantal dagoverschrijdingen voor fijnstof gevoelig gedaald. Ook de concentraties van de NO2 (stikstofdioxide) zijn gedaald, wat onder meer te wijten is aan de shift van diesel naar bezine.Voor het zesde jaar op rij wordt de Europese daggrenswaarde voor fijn stof (PM10) gehaald in Vlaanderen en Brussel, zo blijkt uit de gegevens. De Europese daggrens voor fijnstof bedraagt 50 µg/m³ (50 microgram per kubieke meter). Deze grens mag niet meer dan 35 dagen overschreden worden. In Wallonië wordt de daggrens voor het vijfde jaar op rij gerespecteerd. Opmerkelijk zijn nog de erg lage fijnstofconcentraties in de maanden september en oktober. De (langzame) daling van de NO2 (stikstofdioxide)-concentraties zet zich ook in 2019 door, aldus nog de eerste analysebevindingen. De jaargemiddelde NO2 daalde in de automatische meetstations gemiddeld met 5 tot 10 procent ten opzichte van 2018. De daling van de NO2-concentraties en de daarmee samenhangende vermindering van het aantal overschrijdingen van de Europese jaargrenswaarde heeft te maken met de (versnelde) shift van diesel naar benzine (en andere motortypes). Dieselwagens stoten in realistische rijomstandigheden veel meer stikstofoxiden uit dan wettelijk toegelaten. De laatste generatie dieselmotoren die moeten voldoen aan de EURO-6d-temp-uitstootnorm stoten in realistische rijomstandigheden ook gevoelig minder stikstofoxiden uit. Er waren 9 ozondagen in 2019. De ozondagen in 2019 kwamen voor in de maanden juni, juli en augustus. In juni waren er twee ozondagen op 26 en 29 juni. In juli was er een ozonsmogepisode met vier opeenvolgende dagen tussen 23 en 26 juli en in augustus drie opeenvolgende dagen tussen 25 en 27 augustus. De zomer van 2019 was warm met drie hittegolven en behoorde tot de drie warmste en ook zonnigste zomers sinds 1981. Toch waren er minder ozondagen dan wat op basis van deze ongunstige meteorologische omstandigheden werd verwacht. De verklaring hiervoor is de daling van de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische componenten (VOC) de laatste decennia. Hierdoor neemt het aantal ozondagen bij vergelijkbare - en zelfs ongunstigere - meteorologische omstandigheden af.