De Belgian Working Group for Heart Failure deelt maandag aan het Brusselse Beursplein hartvormige ballonnen uit om de mensen te sensibiliseren rond hartfalen. Een op de vijf Belgen loopt het risico om gedurende zijn of haar leven hartfalen te ontwikkelen, terwijl onze gezondheidszorg onvoldoende voorbereid is om hartfalen optimaal op te vangen. De BWGHF pleit dan ook voor een gecoördineerde aanpak als blauwdruk voor onze toekomstige gezondheidszorg.

De groep lanceert drie voorstellen om de coördinatie van de zorg te verbeteren. Zo pleit hij ervoor een strategische visie op hartfalen te ontwikkelen, gebaseerd op de samenwerking tussen alle medische disciplines en over de muren van de ziekenhuisprojecten heen.

Daarnaast vraagt de groep een model voor zorg na de hospitalisatie, onder meer door een verpleegkundige aan huis te laten komen om de patiënt op te volgen.

Tot slot vraagt BWFGHF om de data over hartfalen te integreren, om clinici, wetenschappers en beleidmakers de mogelijkheid te geven om de impact van het beleid te meten, te evalueren en bij te sturen. 'Door deze multidisciplinaire aanpak zullen we hospitalisaties kunnen inkorten en onnodige onderzoeken en heropnames kunnen vermijden. Dat is belangrijk voor de patiënt, met betere overlevingskansen en een betere levenskwaliteit. Maar ook het budget voor de gezondheidszorg kan hier wel bij varen', aldus voorzitter van BWGHF, dokter Walter Droogné.

Droogné wijst erop dat de afgelopen jaren een indrukwekkende vooruitgang is geboekt in verband met de behandeling van patiënten, met nieuwe medicatie, nieuwe soorten van klepoperaties en nieuwe devices zoals defibrillatoren en speciale pacemakers. Toch moet er nog meer ruimte gemaakt worden voor de opvolging van de patiënt. 'Voor mij is vooral het inzetten van hartfalenverpleegkundigen om patiënten na de diagnose en na de opname in het ziekenhuis beter te kunnen opvangen en te begeleiden zeer belangrijk, zowel in het ziekenhuis als erbuiten, zowel bij de cardioloog als bij de huisarts', zegt Droogné. 'Verplegers die de hartfalenpatiënten kunnen opleiden, kunnen begeleiden en ook hun problemen mee helpen oplossen.'

De directe jaarlijkse medische kost van hartfalen bedraagt vandaag ongeveer 300 miljoen euro. Daarvan gaat 60 procent naar hospitalisaties. Een gecoördineerde aanpak zou de overheid jaarlijks 2 miljoen euro kosten, maar ze zou op kruissnelheid ook 35 miljoen besparen.

Ontslagnemend minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) steunt de voorstellen, en pleit ook voor extra aandacht voor preventie. 'Er zijn de klassieke aanbevelingen zoals gezond leven, matig zijn met alcohol, niet roken, voldoende bewegen, maar er zijn ook mensen die dat allemaal doen en alsnog hartfalen ontwikkelen. Daarom is net die centralisering van data zo belangrijk, om patronen te ontdekken waarom de ziekte in sommige families voorkomt', zegt ze.

Wat is hartfalen?

Bij hartfalen pompt het hart te weinig bloed om normaal te kunnen functioneren. Bij een inspanning voelt dat dan aan als kortademigheid of moeheid. Hartfalen is een ziekte die zich meestal uit op latere leeftijd, al kunnen wel risicogroepen onderscheiden worden. 'Het gaat dan om mensen die in behandeling zijn voor hoge bloeddruk of die een infarct hebben gehad, of een hartklepoperatie', zegt Droogné. 'Dat zijn mensen die al door de huisarts opgevolgd worden, en in hun geval is het belangrijk om aan de arts te melden dat ze te maken hebben met abnormale kortademigheid of moeheid.'

De Belgian Working Group for Heart Failure deelt maandag aan het Brusselse Beursplein hartvormige ballonnen uit om de mensen te sensibiliseren rond hartfalen. Een op de vijf Belgen loopt het risico om gedurende zijn of haar leven hartfalen te ontwikkelen, terwijl onze gezondheidszorg onvoldoende voorbereid is om hartfalen optimaal op te vangen. De BWGHF pleit dan ook voor een gecoördineerde aanpak als blauwdruk voor onze toekomstige gezondheidszorg.De groep lanceert drie voorstellen om de coördinatie van de zorg te verbeteren. Zo pleit hij ervoor een strategische visie op hartfalen te ontwikkelen, gebaseerd op de samenwerking tussen alle medische disciplines en over de muren van de ziekenhuisprojecten heen. Daarnaast vraagt de groep een model voor zorg na de hospitalisatie, onder meer door een verpleegkundige aan huis te laten komen om de patiënt op te volgen. Tot slot vraagt BWFGHF om de data over hartfalen te integreren, om clinici, wetenschappers en beleidmakers de mogelijkheid te geven om de impact van het beleid te meten, te evalueren en bij te sturen. 'Door deze multidisciplinaire aanpak zullen we hospitalisaties kunnen inkorten en onnodige onderzoeken en heropnames kunnen vermijden. Dat is belangrijk voor de patiënt, met betere overlevingskansen en een betere levenskwaliteit. Maar ook het budget voor de gezondheidszorg kan hier wel bij varen', aldus voorzitter van BWGHF, dokter Walter Droogné. Droogné wijst erop dat de afgelopen jaren een indrukwekkende vooruitgang is geboekt in verband met de behandeling van patiënten, met nieuwe medicatie, nieuwe soorten van klepoperaties en nieuwe devices zoals defibrillatoren en speciale pacemakers. Toch moet er nog meer ruimte gemaakt worden voor de opvolging van de patiënt. 'Voor mij is vooral het inzetten van hartfalenverpleegkundigen om patiënten na de diagnose en na de opname in het ziekenhuis beter te kunnen opvangen en te begeleiden zeer belangrijk, zowel in het ziekenhuis als erbuiten, zowel bij de cardioloog als bij de huisarts', zegt Droogné. 'Verplegers die de hartfalenpatiënten kunnen opleiden, kunnen begeleiden en ook hun problemen mee helpen oplossen.'De directe jaarlijkse medische kost van hartfalen bedraagt vandaag ongeveer 300 miljoen euro. Daarvan gaat 60 procent naar hospitalisaties. Een gecoördineerde aanpak zou de overheid jaarlijks 2 miljoen euro kosten, maar ze zou op kruissnelheid ook 35 miljoen besparen. Ontslagnemend minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) steunt de voorstellen, en pleit ook voor extra aandacht voor preventie. 'Er zijn de klassieke aanbevelingen zoals gezond leven, matig zijn met alcohol, niet roken, voldoende bewegen, maar er zijn ook mensen die dat allemaal doen en alsnog hartfalen ontwikkelen. Daarom is net die centralisering van data zo belangrijk, om patronen te ontdekken waarom de ziekte in sommige families voorkomt', zegt ze.