Stoelgang is een rijke bron van leven. Ze krioelt van de bacteriën, gisten, schimmels, parasieten en andere microbiële organismen die we ooit als vijanden bestempelden, maar waarvan de meeste goede vrienden zijn. Zowat 20 jaar geleden wisten we nauwelijks iets over de stoelgang. Bio-informaticus Jeroen Raes, professor aan de KU Leuven en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), maakte het prille onderzoek mee. "Spannend," vertelt hij, "want elke vraag, hoe naïef ook, was nooit eerder zo grondig onderzocht. Je ontdekte telkens iets nieuws."
...

Stoelgang is een rijke bron van leven. Ze krioelt van de bacteriën, gisten, schimmels, parasieten en andere microbiële organismen die we ooit als vijanden bestempelden, maar waarvan de meeste goede vrienden zijn. Zowat 20 jaar geleden wisten we nauwelijks iets over de stoelgang. Bio-informaticus Jeroen Raes, professor aan de KU Leuven en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), maakte het prille onderzoek mee. "Spannend," vertelt hij, "want elke vraag, hoe naïef ook, was nooit eerder zo grondig onderzocht. Je ontdekte telkens iets nieuws." In 1990, nog voor Raes hogere studies begon, ging in de Verenigde Staten het Menselijkgenoomproject van start, een privé-initiatief met steun van grote bedrijven, universiteiten en honderden wetenschappers dat pas in 2003 afgesloten werd. Dat baanbrekend onderzoek droeg bij tot de ontwikkeling van talrijke nieuwe technologieën, die een revolutie in het DNA-onderzoek inluidden. Het gevolg: vandaag doet een laboratoriummedewerker het werk van 13 jaar Menselijkgenoomproject in een halve dag. Ook in de microbiologie had dat een impact. Voorheen beperkte het onderzoek van bacteriën zich tot wat kon overleven op laboratoriumschaaltjes. Wat afstierf, bleef verborgen. "Nu plukken we de stukjes DNA uit het originele stoelgangstaal en krijgen we zo een zicht op alles wat er aan leven in zit", zegt Raes. "Maar je krijgt dat op je bord als slechts een klein hoopje uit alle puzzelstukken van 100 verschillende puzzels waarvan de dozen zijn weggegooid. Je moet er dus achter komen wat er op de dozen staat. Om dat werk tot een goed einde te brengen, hebben we nieuwe software ontwikkeld. Zo ben ik als bio-informaticus in dit werk gerold. De eerste 5 jaar heb ik weinig anders gedaan dan dat." In 2012 lanceerde Raes het Vlaams Darmflora-Project, met als doel de darmflora van een 5000-tal Vlaamse vrijwilligers in kaart te brengen, om zo een zicht te krijgen op aard, functie en werking van de miljarden bacteriën in de darm. Dat groots opgezette onderzoek bracht talrijke nieuwe inzichten aan en loopt nog steeds. Vorig jaar werd zo gedurende 150 dagen stoelgang ingezameld om de evolutie van de darmflora in de tijd na te gaan. Het is een unieke studie. Niemand heeft over zo veel tijd zo veel stoelgangstalen van gezonde mensen verzameld als het team rond Raes. Het darmfloraproject leidde hem ook naar exotische bestemmingen, zoals de Matsés, een stam van jager-verzamelaars uit het Amazonewoud in het Peruviaanse binnenland. "De darmflora van de Matsés verschilt ongelofelijk van die van ons", weet Raes. "Er zitten totaal andere bacteriesoorten in. Zij eten geen industrieel voedsel, nemen geen antibiotica in, ook niet via hun voeding, zoals bij ons via de veeteelt. We vinden ook veel parasieten in hun stoelgang. Bij ons hoor je dan doodziek te zijn, maar zij zijn kerngezond. We hebben dus geen flauw benul van de totale biodiversiteit van de darmflora over de hele wereld. We zouden volop stalen van dergelijke stammen moeten verzamelen voor het te laat is." Maar ook bij ons staan wetenschappers geregeld voor verrassingen. Van de deelnemers aan het Vlaams Darmflora-Project was 1 op de 3 drager van blastocystis, een eencellige microbe die als een parasiet beschouwd wordt. "Stoelgang met blastocystis mag niet gebruikt worden voor transplantatie. We weten nu dat slechts 1 tak binnen die familie een onversneden parasiet is. Met de andere is niets mis. Meer nog, dragers van die andere takken hebben globaal een gezondere darmflora dan de rest, en dat roept het vermoeden op dat de mens het oorspronkelijk gewoon was te leven met een hoop parasieten in zijn lijf. En dat al die microben niet noodzakelijk slecht zijn. Onze darmflora is waarschijnlijk belangrijk voor de training van ons immuunsysteem in onze eerste levensjaren. Kijk naar wat baby's doen: ze kruipen rond en steken constant dingen in hun mond. Volgens mij is dat geen toeval. Ik denk dat het een evolutionair mechanisme is om in contact te komen met bacteriën uit de omgeving. Maar opgelet, dit is niet meer dan een denkpiste. Bewezen is dat nog niet." Raes is een enthousiast verteller, maar zoekt soms aarzelend naar woorden en zinnen. Met reden, vertelt hij. "Ik moet heel voorzichtig zijn in alles wat ik zeg, want mensen willen oplossingen voor hun problemen, en het minste woord in die richting wordt omgebogen tot 'zie je wel' en 'we moeten dát doen'. Dé vraag van het grote publiek die boven alle andere uitsteekt, is: 'Hoe kan ik mijn darmflora positief beïnvloeden?' Het is een aartsmoeilijke vraag, want dit onderzoek is nog heel jong. We vinden voortdurend nieuwe dingen, maar stoten even vaak op zaken die elkaar tegenspreken. We wéten het nog niet. (trekt de schouders hoog op) Ik word heel zenuwachtig van boeken als Het slimmedarmendieet van Micheal Mosley (Mosley is een Britse arts, journalist en tv-presentator van gezondheidsprogramma's; J.E.). Die man spreekt heel enthousiast over ons werkterrein, en dat vind ik erg aangenaam, maar doen alsof zo veel zaken al wetenschappelijk bewezen zijn en dat oplossingen om de hoek liggen, irriteert me mateloos (hoofdstuk 4 van het boek van Mosley draagt als titel 'Hoe je microbioom jou beïnvloedt en hoe jij je microbioom kunt beïnvloeden'; J.E.). Ik mag er niet aan denken dat morgen iemand op het internet een kilogram blastocystis aankoopt in de waan zo zijn darmflora te verbeteren en wat later doodziek op mijn deur klopt." Fecale transplantatie is een ander onderwerp waarvoor Raes zijn hart vasthoudt voor doe-het-zelvers, ook al gelooft hij heilig in de toekomst ervan. "We boeken bij sommige toepassingen meer dan 99% succes. Waanzinnig, en veel beter dan met antibiotica. Bij andere toepassingen is het succes kleiner. Maar ik durf bijna geen ziektes te noemen, want ik wil geen mensen op ideeën brengen. Voor je het weet, bekijken ze wat filmpjes op het internet en gaan ze zelf aan de slag, 'want in het ziekenhuis willen ze mij niet helpen'. Dat daar heel goede redenen voor zijn, daar staan ze niet bij stil. De geneeskunde moet eerst bewijzen dat iets werkt en geen nodeloos gevaar inhoudt. Thuis zelf fecale transplantaties uitvoeren, kan levensgevaarlijk zijn en je met verschrikkelijke infecties opzadelen. Doe. Het. Niet." Dezelfde dualiteit van enthousiasme en voorzichtigheid is er bij het mogelijke verband tussen de darmflora en depressie. "We stellen vast dat darmbacteriën de machinerie in huis hebben om neurotransmitters te produceren, dus signaalstoffen zoals serotonine die een rol spelen bij depressie. We lezen dat af uit hun DNA, en het is zeer interessant om te weten. Maar we weten niet of ze ons gedrag effectief beïnvloeden. Dan lees je in de krant: 'Je darmbacteriën maken je depressief'. Op slag krijgen een hoop mensen het idee zelf iets te gaan ondernemen." Wat met de vraag hoe we onze darmflora positief kunnen beïnvloeden? Voor hij daar definitief zekerheid over heeft, wil Raes er weinig over kwijt. Onderzoek leert dat een vezelrijke voeding gunstig is, met vooral producten van volle granen, peulvruchten, groenten en fruit als basis voor alles. Kortom, het klassieke advies dat het Vlaams Instituut voor Gezond Leven geeft. Omdat de Vlaming die richtlijn nauwelijks haalt, lijken we daar nog veel winst te kunnen boeken. "We werken er hard aan. Misschien kan ik volgend jaar al meer vertellen", glimlacht Raes geheimzinnig.