De diagnose kanker valt de meeste mensen erg zwaar. De overlevingskansen bij sommige kankers zijn fel verbeterd, maar het stempel en de behandeling eisen hoe dan ook hun tol. Vroeger kregen kankerpatiënten steevast het advies het rustig aan te doen en zich niet te vermoeien, om zo krachten te sparen die ze nodig hebben voor de uitputtende behandeling. Ondertussen weten we dat dat advies nefaste gevolgen kan hebben door een snel verlies van conditie, kracht en weerstand.
...

De diagnose kanker valt de meeste mensen erg zwaar. De overlevingskansen bij sommige kankers zijn fel verbeterd, maar het stempel en de behandeling eisen hoe dan ook hun tol. Vroeger kregen kankerpatiënten steevast het advies het rustig aan te doen en zich niet te vermoeien, om zo krachten te sparen die ze nodig hebben voor de uitputtende behandeling. Ondertussen weten we dat dat advies nefaste gevolgen kan hebben door een snel verlies van conditie, kracht en weerstand. Volgens het Belgische Kankerregister kregen in 2016 elke dag gemiddeld 186 mensen te horen dat ze kanker hadden. In totaal kregen in dat jaar 68.216 mensen de diagnose kanker, ongeveer evenveel als het inwonersaantal van steden als Doornik of Sint-Niklaas. Veel van die mensen komen voor korte of lange tijd in een ziekenhuis terecht, waar ze het grootste deel van hun tijd op bed doorbrengen. Maar niets is slechter voor de spieren en het lichaam dan dagenlang in bed liggen, vooral op oudere leeftijd. Driekwart van de mensen is net de 70 voorbij wanneer ze de diagnose krijgen. Op die leeftijd smelten spieren razendsnel weg. Het lukt daarna bijna nooit om die spiermassa weer helemaal op te bouwen. Die aftakeling is niet alleen slecht voor de kracht en de bewegingsvrijheid. Spieren doen veel meer voor onze gezondheid dan we denken. Ze dragen bij tot de controle van de stofwisseling en de bloedsuikerconcentratie, ze scheiden stoffen af die ons mentaal oppeppen, ze ondersteunen ons afweersysteem, enzovoort. Mensen met kanker hebben er dus alle belang bij om hun conditie zo goed mogelijk op peil te houden door voldoende te bewegen, want dat heeft een reële invloed in de strijd tegen kanker. Mensen die veel bewegen of aan sport doen, hebben een duidelijk lager risico om aan kanker te sterven of te hervallen dan mensen die weinig of niet bewegen. Ze verdragen de agressieve behandelingen beter, voelen zich minder vermoeid, hebben minder last van stress, en hun levenskwaliteit is globaal beter. Meestal kunnen ze hun gewone leven en werk ook weer sneller opnemen. Veel gezondheidswerkers beseffen dat beweging onze gezondheid ondersteunt, maar zetten dat besef te weinig om in de praktijk. Ze schrijven geen beweging voor en zetten zieke mensen er niet echt toe aan. Als het zou lukken de nuttige effecten van beweging in een pil samen te persen, dan zou elke patiënt met kanker die pil voorgeschreven krijgen. Vanuit dat besef besloot COSA, de vereniging voor klinische oncologie van Australië, onlangs als eerste nationale kankerorganisatie ter wereld beweging als een volwaardig onderdeel op te nemen, naast chirurgie en radio- en chemotherapie, in elke behandeling van kanker. Hopelijk vindt dat initiatief snel navolging in ons land, want de voordelen van deze aanpak kunnen niet langer genegeerd worden. Ondertussen kunnen kankerpatiënten op eigen initiatief bewegen. Kies iets wat je graag doet, doe wat je aankunt en forceer niet. Ben je geen ervaren wandelaar, begin dan met een blokje om en niet met een tocht van 10 kilometer. Doe dat elke dag, en verzwaar de inspanning met hooguit 10 procent per week. Merk je dat de inspanning je niet goed afgaat, minder dan. Wie volhoudt en voorzichtig opbouwt, staat er vaak versteld van hoe snel de conditie beter wordt. Bovendien heeft het bij de meeste mensen een positief effect op het humeur. Extra beweging is ook veilig voor mensen met kanker, als ze het oordeelkundig doen. In ons land voorzien sommige ziekenhuizen in specifieke oefen- en sportprogramma's. Meestal zijn die wel bestemd voor mensen die hun behandeling achter de rug hebben. Programma's waar mensen kunnen instappen vanaf de eerst dag van hun behandeling zijn er te weinig. Het is altijd mogelijk aan het behandelende team te vragen beweging als integraal onderdeel op te nemen, nog voor de behandeling van start gaat.