Mannen ondergaan bij het ouder worden niet zo'n hormonale omwenteling als vrouwen in de menopauze, zoveel is zeker. De testosteronproductie loopt wel zeer geleidelijk terug: met gemiddeld minder dan één procent per jaar vanaf 40 jaar. Toch ervaren heel wat mannen van rond de vijftig veranderingen: ze worden wat milder, relativeren beter, hoeven zich niet meer zo nodig te bewijzen. Met het ouder worden verliezen velen ook wat interesse in seks, vermindert hun potentie en worden ze gevoeliger voor sombere buien en neerslachtigheid. Spiermassa en spierkracht nemen af, de huid verliest haar elasticiteit, de botten worden wat brozer, de bloedvaten wat stugger en de haardos, in zoverre die nog aanwezig is, dunt verder uit. Dat geheel aan verouderingsverschijnselen brengt men samen onder de noemer andropauze.
...

Mannen ondergaan bij het ouder worden niet zo'n hormonale omwenteling als vrouwen in de menopauze, zoveel is zeker. De testosteronproductie loopt wel zeer geleidelijk terug: met gemiddeld minder dan één procent per jaar vanaf 40 jaar. Toch ervaren heel wat mannen van rond de vijftig veranderingen: ze worden wat milder, relativeren beter, hoeven zich niet meer zo nodig te bewijzen. Met het ouder worden verliezen velen ook wat interesse in seks, vermindert hun potentie en worden ze gevoeliger voor sombere buien en neerslachtigheid. Spiermassa en spierkracht nemen af, de huid verliest haar elasticiteit, de botten worden wat brozer, de bloedvaten wat stugger en de haardos, in zoverre die nog aanwezig is, dunt verder uit. Dat geheel aan verouderingsverschijnselen brengt men samen onder de noemer andropauze.Dat beeld doet denken aan hypogonadisme of tekort aan mannelijk hormoon testosteron. Dat gaat namelijk gepaard met verminderd seksueel functioneren (minder zin, minder goeie erecties), broze botten met een verhoogd risico op osteoporotische botbreuken, een kleinere spiermassa en een meer dan normale hoeveelheid buikvet. Hypogonadale mannen voelen zich vaak futloos en zijn makkelijk somber gestemd. Ze raken snel vermoeid en lopen een hoger risico op depressie. Deze mannen worden succesvol be handeld met testosteron. De typische verouderingsklachten bij overigens gezonde mannen lijken wel een flauw afkooksel van hypogonadisme. De verleiding is daarom groot om het een met het ander in verband te brengen en verouderingsklachten eenvoudigweg toe te schrijven aan de afnemende concentratie testosteron. En dan lijkt testosteron in lage doses een waar jeugdelixir.Sinds 2003 loopt in acht universitaire centra in Europa, waaronder Leuven, een onafhankelijk onderzoek dat een analyse maakt van het wel en wee van bijna vierduizend mannen tussen 40 en 79 jaar. De European Male Ageing Study (EMAS) biedt ook een antwoord op die prangende vraag: bestaat de andropauze? Heeft ze te maken met testosteron? En wie loopt risico? De eerste resultaten van EMAS werden in juni 2006 in Boston wereldkundig gemaakt. Dirk Vanderschueren, androloog aan de KU Leuven en coördinator van het Belgische luik, was erbij. 'De associatie van bepaalde hormoongerelateerde verouderingsverschijnselen, bv. libidoverlies, met een te laag testosteron, noemen we andropauze. Een kleine groep mannen, minder dan tien procent, kunnen we in die categorie onderbrengen. Hoe laag de concentratie testosteron precies moet zijn en aan welke criteria de klachten moeten voldoen, daarover bestaat vandaag nog geen consensus. Die wordt binnen EMAS verder uitgewerkt.Er zijn twee discussiepunten: wat is een te laag testosterongehalte en wat zijn andropauzeklachten? Het meten van de testosteronconcentratie in het bloed is moeilijk: de huidige meettechnieken zijn niet perfect. Het gaat namelijk om het opsporen van miljoensten van milligrammen en dat vraagt zeer nauw keurige tests. Bovendien bestaat er geen strikte ondergrens voor testosteron. Een normaal gehalte schommelt tussen 300 en 800 nanogram per deciliter bloed, maar voor sommigen is 400 al te laag, terwijl anderen zich kiplekker voelen met 250.De testosteronproductie zakt geleidelijk met de leeftijd, maar het is zeer de vraag of dat zo van belang is. Leeftijd op zich heeft slechts een beperkte invloed, zo blijkt uit de EMAS-resultaten. Dirk Vanderschueren: 'Zwaarlijvigheid doet de testosteronconcentratie veel meer dalen dan ouder worden op zich. Vooral dan de aanwezigheid van buikvet. Zelfs mannen tussen 20 en 29 jaar, met een dikke buik, produceren veel minder testosteron dan hun slanke leef tijdsgenoten, zo blijkt uit nog een andere studie.' Een buikomtrek vanaf 94 centimeter (en dat is niet eens zo dik), zet al een domper op de testosteron productie. Hoe dikker die buik, hoe minder testosteron een man produceert. Dirk Vanderschueren: 'Veel mannen met zogenaamde andropauzeklachten hebben gewoon een dikke buik waardoor ze ook minder hormoon aanmaken.' Is vermageren dan niet een betere oplossing dan pakweg testosteron therapie? 'Het is in ieder geval een gezondere aanpak. Er zijn kleinschalige studies die inderdaad aantonen dat vermageren de testosteronspiegel opnieuw doet stijgen.'Roken heeft weinig invloed op de testosteronconcentratie, toont EMAS aan. Een matige alcoholconsumptie evenmin. De aanwezigheid van andere ziekten, zoals diabetes, hoge bloeddruk, astma, prostaatkanker enzovoort, heeft ook niet zoveel effect op het testosteronniveau. Dirk Vanderschueren: 'In geval er een effect gemeten werd bij ziekte, speelt zwaarlijvigheid mogelijk een rol, maar dat moeten we nog verder onderzoeken.'Jean-Jacques Legros (Universiteit Luik): 'Wij hebben in de universitaire polikliniek een multidisciplinaire consultatie voor menopauze opgezet, maar we zijn verplicht geweest daar een consultatie voor andropauze aan toe te voegen. Vrouwen brachten namelijk ook hun man mee naar de consultatie en vertelden ons: "Dokter, met mij is alles in orde, maar mijn man kan niet meer mee. Moet hij geen hormonen krijgen!" glimlacht prof. Jean-Jacques Legros.'Uiteraard', gaat hij meteen verder, 'schrijven we niet zomaar hormonen voor! De diagnose andropauze vraagt immers een complex onderzoek en slechts bij een minderheid leidt dat tot de vaststelling van een 'ware andropauze', dat wil zeggen een tekort aan testosteron.' De normale testosteronafscheiding wordt gecontroleerd door de hypofyse, een kleine klier die midden in de hersenen ligt en die de orkestmeester van ons hele hormonale systeem is. Als de teelballen het opgeven en de testosteronspiegel in ons bloed daalt, stuurt de hypofyse stimuli uit in de vorm van FSH en LH, dezelfde hormonen die de eierstokken bij de vrouw stimuleren. Wan neer de functie van de teelballen echt wegvalt, vind je in het bloed hoge gehaltes aan FSH en LH, wat erop wijst dat de hypofyse wel degelijk - zij het vruchteloos - probeert de testosteronproductie te stimuleren.Mannen - of hun partners? - die op consultatie komen, vrezend dat ze een andropauze hebben, zijn vaak gealarmeerd door symptomen van seksuele aard: vermindering van libido of erectiestoornissen. Voor J.J. Legros is dat slechts het topje van de ijsberg. In werkelijkheid zijn de andere problemen die met een ernstig testosterontekort (hypogonadisme) gepaard gaan, veel meer een reden om je zorgen over te maken: verlies van spiermassa, osteoporose, cholesterolverhoging in het bloed en een neiging tot vetopstapeling rond de buik met de daarmee gepaard gaande cardiovasculaire risico's. 'Zulke mannen voelen zich vaak depressief, vermoeid en verzwakt op het vlak van hun spieren. Voor hen kan een behandeling met testosteron inderdaad ver betering brengen.'Die verbetering uit zich vooral in een herwinnen van spierkracht en botdensiteit. Wat het seksueel verlangen betreft, zijn de resultaten moeilijker voorspelbaar. Als het testosterontekort daadwerkelijk de reden is, zal een toediening ervan zeker voor een verbetering zorgen, maar eenmaal een bepaalde drempel bereikt - en dat gebeurt vlug -, blijft het effect niet langer toenemen. Met andere woorden: als je eenmaal het 'normale' testosteronniveau hebt bereikt, moet je niets extra verwachten. 'Als er vroeger geen tijger in je tank zat, zal die er ook na toediening van testosteron niet komen.'Als een daling van de hormoonspiegel bewezen is - en alleen in dat geval -, zal een behandeling met testosteron ook terugbetaald worden door het ziekenfonds. Bovendien moet het voorschrift afkomstig zijn van een specialist die moet bewijzen dat er een echt hormonaal tekort is. In het al gemeen is het aangeraden om elke drie maanden op controle te komen, in het bijzonder om de prostaat te controleren. Het risico op een beginnende kanker, die anders onopgemerkt zou blijven, is hier reëel.