Voor een overbodige operatie aan knieën of rug moet je in België zijn. Neem nu een artroscopie van de knie voor een meniscus- en kraakbeenletsel: terwijl wetenschappelijk onderzoek van het hoogste niveau al minstens 10 jaar aantoont dat deze kijkoperaties doorgaans nutteloos zijn in vergelijking met afwachten en revalideren, worden ze nog steeds aan de lopende band uitgevoerd. Aan dergelijke ingrepen wordt flink wat geld verdiend, zal u denken, maar dat is zeker niet de enige drijfveer die dit soort praktijken in stand houdt.

'Artsen denken mechanistisch. Wanneer iets stuk is, willen wij het maken. Zo zijn wij opgeleid,' reageert prof. Koen Peers, sport- en revalidatiearts in UZ Leuven. Peers levert heel wat inspanningen om zijn studenten geneeskunde op andere gedachten te brengen. 'Vandaag blijkt uit cijfers dat structurele schade aan het bewegingsapparaat vaak beter kan opgevangen worden met een functionele aanpak: oefeningen dus. Het zelfherstellende vermogen van het menselijk lichaam blijkt veel groter dan men aanvankelijk dacht.'

Daarenboven wordt patiënten voortdurend schrik aangejaagd ('als u zich niet laat opereren, sterft uw heupkop misschien nog af...'), wat volgens Peers niet bewust gebeurt. 'Artsen overschatten het gunstige effect van een therapie, terwijl ze geneigd zijn de risico's ervan te onderschatten.'

Vraag niet 'Wat kan ik voor u doen?'

Een aangepast oefenschema doet wonderen voor een pijnlijke schouder, maar de meeste artsen zijn er niet mee vertrouwd. Ze geven al gauw een pijnstillende injectie, maar daarmee smelt de motivatie om actief te oefenen als sneeuw voor de zon. Een injectie is een lapmiddel, terwijl je met oefeningen de oorzaak aanpakt. Koen Peers: 'Onderzoek heeft aangetoond dat de gunstige afloop van een musculoskeletale klacht vooral beïnvloed wordt door de overtuiging van een patiënt dat hij zijn probleem zelf actief kan oplossen.'

Klinkt mooi, maar loopt die laatste wel warm voor oefenschema's? 'Patiënten nemen inderdaad vaak een passieve houding aan en vragen aan hun arts een oplossing voor hun probleem: medicatie, een inspuiting of een operatie,' geeft Peers toe. 'Dat betekent echter niet dat de patiënt schuld is aan de overbehandeling, integendeel. Hierin speelt een paternalistische houding van de arts een cruciale factor. Een dokter die vraagt "Wat kan ik voor u doen?", zit eigenlijk al op het foute spoor. Hij kan zijn patiënt beter activeren om zelf iets te ondernemen.'

Onderzoek

Het wetenschappelijk onderzoek naar de impact van oefentherapie en conservatief behandelen (lees: niet opereren, afblijven en afwachten, je levensstijl aanpassen, bewegen,...) is altijd bescheiden geweest in vergelijking met studies naar de impact van medicatie en chirurgie. Logisch, want voor dergelijk onderzoek bestaat weinig financiering.

Toch beschikt men vandaag over voldoende kennis om de behandeling waar nodig aan te passen. Zo weet men nu dat veel gewrichtsletsels vaak beter herstellen met oefeningen dan met een operatie. Dat je knieartrose kan afremmen met beweegtherapie en streven naar een gezond gewicht, en dus niet meteen voor een prothese moet gaan.

Sporters met een blessure hervatten hun sport soms sneller met een goed uitgekiend revalidatieschema dan na een chirurgische ingreep. Zelfs gescheurde achillespezen hoeven niet altijd onder het mes.

'Let wel. Oefentherapie is niet altijd beter dan chirurgie,' benadrukt Koen Peers. 'In het ene geval kan je wel beter meteen opereren, terwijl iemand anders best eerst revalideert en enkel indien nodig achteraf onder het mes gaat. Helaas wordt deze tweede optie veel te weinig toegepast in België. Een arts zegt misschien wel "vergeet niet te bewegen", maar geeft verder geen concreet oefenschema mee. Dat werkt niet. Revalidatie betekent je patiënt motiveren, oefeningen uitleggen of zelf voordoen, de resultaten ervan evalueren en het oefenschema zo nodig bijsturen.'