Eten is weten, en bijgevolg zijn er heel veel deskundigen als het gaat om voeding. Je zou zelfs kunnen zeggen dat er meer voedingsexperts dan covid-19-deskundigen zijn, hoewel collega Van Ranst ooit beweerde dat er van die laatste groep meer dan 11 miljoen zijn in België. Ik snap zijn frustratie, zeker omdat we wat voeding betreft, al veel langer geconfronteerd worden met al dan niet zelfverklaarde experts en deskundigen. Een groep die bovendien ook erg overtuigd is van het eigen gelijk, iedereen is namelijk een ervaringsdeskundige, want we moeten allemaal eten.

Dit betekent niet dat iedereen een dieet volgt: gelukkig volgt het merendeel van de Vlamingen/Belgen slechts een bepaald voedingspatroon. Een voedingspatroon is wat we dagelijks consumeren zonder dat we een specifiek medisch doel willen bereiken. Een dieet, of beter gezegd: dieettherapie, is een voedingspatroon dat aan bepaalde regels moet voldoen. En die regels worden opgesteld om een medisch doel te bereiken. Het ontstaan van medische dieettherapieën is dikwijls gebaseerd op disruptieve ideeën. Deze ideeën zijn niet altijd vanuit een academisch belang maar veelal vanuit een commercieel of eigenbelang ontstaan, wat niet betekent dat we er niets uit kunnen leren. Kijk naar het voorbeeld van Atkins, dat oorspronkelijk de focus legde op gewichtsverlies. Later werd een aangepaste versie van het Atkins-dieet een gebruikte therapie in de behandeling van refractaire epilepsie.

Belang van individuele voedingspatronen is nog een grote blinde vlek.

Weten we eigenlijk wel wat we moeten eten? Hier kan je opnieuw een mooie vergelijking maken tussen covid-19 en voeding. Op bevolkingsniveau weten we wat we willen bereiken, bijvoorbeeld voldoende groeten, fruit en volle graanproducten. Indien elke Belg dit voedingspatroon zou volgen, zou de cardio-metabole gezondheid kunnen geoptimaliseerd worden, waardoor we een kosten-reductie van de sociale zekerheid zullen realiseren. Daar komt wel bij dat we momenteel echter nog veel te weinig weten over wat ideaal is voor elk individu. (Denken we maar aan de individuele glycemische respons die al dan niet geassocieerd is met de samenstelling van onze darmflora.)

Het belang van individuele voedingspatronen (breder dan alleen maar screenen van ons DNA) is nog een grote blinde vlek. Deze grote blinde vlek is er omdat we vanuit voedingsonderzoek altijd gestreefd hebben om dervingsziektes te vermijden. De huidige maatschappij heeft echter andere uitdagingen (bijvoorbeeld voeding bij chronische aandoeningen of preventie van obesitas). De Amerikaanse overheidsinstellingen National Institutes of Health (NIH) erkennen deze blinde vlekken en investeren in onderzoeksprojecten omtrent individuele voedingspatronen. Een andere blinde vlek is voeding als (toegevoegde) behandelingsstrategie bij verschillende aandoeningen. Het zogenaamde adagio van 'voeding als medicijn', al ben ik hier voorzichtig in. Er zitten wel een aantal interessante toepassingen aan te komen maar soms ontbreekt het ons aan wetenschappelijke evidentie.

Net zoals bij het covid-19-verhaal volgt het beleid niet altijd de wetenschap. Een concreet voorbeeld hiervan is het zogenaamde 'geïntegreerd voedingsbeleid' van de Vlaamse regering. Waarom is hier enkel een focus op de productiezijde (boer en Vlaamse KMO) en amper aandacht voor de cardio-metabole gezondheid? Ik mis de integratie met onze gezondheid. Het lijkt alsof men de laatste dertig centimeter (afstand van het bord tot de mond) en het effect daarvan heeft overgeslagen. Op federaal niveau wachten we in volle spanning af wat het nieuwe Nationaal Voedingsplan zal brengen, alsook hoe men de beloofde 'gezonde omgeving' wil realiseren.

Niet alleen op regeringsniveau is er een verschil tussen wetenschap en beleid, ook in verschillende gezondheidsinstellingen. De reportage in "Ze zeggen dat" (VTM) over ziekenhuisvoeding (en ja, we kunnen ons vragen stellen over hoe het in beeld is gebracht) heeft hopelijk een aantal mensen wakker geschud. Zowel in ziekenhuizen als in woonzorcentra zou voeding een integraal deel van de zorg moeten zijn. Dit laatste is jammer genoeg niet altijd zo.

Is de aandacht voor voeding en het gerelateerde onderzoek dan alleen maar een klaagzang? Neen, niet noodzakelijk maar we mogen gerust wat ambitieuzer zijn in Vlaanderen/België, en dat zowel in het onderzoek als in het beleid.

Maar wat moeten we dan eigenlijk eten? Globaal kunnen we wel met zekerheid stellen dat de consumptie van voldoende groeten, fruit en volle graanproducten zal zorgen voor een optimalisatie van het cardio-metabool profiel van de Belg. En water mogen we niet vergeten te drinken. Dit laatste wordt toch nog heel dikwijls wel vergeten. Uiteraard kan dit afgewerkt worden met een sausje van fysieke activiteit.

Deze verschillende componenten zijn de basis van het "all inclusive" dieet/voedingspatroon. Ons voedingsgebeuren is namelijk ook een sociaal en gastronomisch gebeuren. Tot slot moet er voldoende aandacht zijn om de voedselgeletterdheid van onze bevolking te optimaliseren, en dit zonder polarisatie. Voedselgeletterdheid is de onderling samenhangende combinatie van kennis, vaardigheden en zelfredzaamheid met betrekking tot het plannen, selecteren, bereiden, eten van voedsel en het evalueren van informatie over voedsel met als uiteindelijk doel het ontwikkelen van een levenslange gezonde, duurzame en gastronomische relatie met voedsel. Het is een leuke uitdaging.

Eten is weten, en bijgevolg zijn er heel veel deskundigen als het gaat om voeding. Je zou zelfs kunnen zeggen dat er meer voedingsexperts dan covid-19-deskundigen zijn, hoewel collega Van Ranst ooit beweerde dat er van die laatste groep meer dan 11 miljoen zijn in België. Ik snap zijn frustratie, zeker omdat we wat voeding betreft, al veel langer geconfronteerd worden met al dan niet zelfverklaarde experts en deskundigen. Een groep die bovendien ook erg overtuigd is van het eigen gelijk, iedereen is namelijk een ervaringsdeskundige, want we moeten allemaal eten. Dit betekent niet dat iedereen een dieet volgt: gelukkig volgt het merendeel van de Vlamingen/Belgen slechts een bepaald voedingspatroon. Een voedingspatroon is wat we dagelijks consumeren zonder dat we een specifiek medisch doel willen bereiken. Een dieet, of beter gezegd: dieettherapie, is een voedingspatroon dat aan bepaalde regels moet voldoen. En die regels worden opgesteld om een medisch doel te bereiken. Het ontstaan van medische dieettherapieën is dikwijls gebaseerd op disruptieve ideeën. Deze ideeën zijn niet altijd vanuit een academisch belang maar veelal vanuit een commercieel of eigenbelang ontstaan, wat niet betekent dat we er niets uit kunnen leren. Kijk naar het voorbeeld van Atkins, dat oorspronkelijk de focus legde op gewichtsverlies. Later werd een aangepaste versie van het Atkins-dieet een gebruikte therapie in de behandeling van refractaire epilepsie. Weten we eigenlijk wel wat we moeten eten? Hier kan je opnieuw een mooie vergelijking maken tussen covid-19 en voeding. Op bevolkingsniveau weten we wat we willen bereiken, bijvoorbeeld voldoende groeten, fruit en volle graanproducten. Indien elke Belg dit voedingspatroon zou volgen, zou de cardio-metabole gezondheid kunnen geoptimaliseerd worden, waardoor we een kosten-reductie van de sociale zekerheid zullen realiseren. Daar komt wel bij dat we momenteel echter nog veel te weinig weten over wat ideaal is voor elk individu. (Denken we maar aan de individuele glycemische respons die al dan niet geassocieerd is met de samenstelling van onze darmflora.) Het belang van individuele voedingspatronen (breder dan alleen maar screenen van ons DNA) is nog een grote blinde vlek. Deze grote blinde vlek is er omdat we vanuit voedingsonderzoek altijd gestreefd hebben om dervingsziektes te vermijden. De huidige maatschappij heeft echter andere uitdagingen (bijvoorbeeld voeding bij chronische aandoeningen of preventie van obesitas). De Amerikaanse overheidsinstellingen National Institutes of Health (NIH) erkennen deze blinde vlekken en investeren in onderzoeksprojecten omtrent individuele voedingspatronen. Een andere blinde vlek is voeding als (toegevoegde) behandelingsstrategie bij verschillende aandoeningen. Het zogenaamde adagio van 'voeding als medicijn', al ben ik hier voorzichtig in. Er zitten wel een aantal interessante toepassingen aan te komen maar soms ontbreekt het ons aan wetenschappelijke evidentie. Net zoals bij het covid-19-verhaal volgt het beleid niet altijd de wetenschap. Een concreet voorbeeld hiervan is het zogenaamde 'geïntegreerd voedingsbeleid' van de Vlaamse regering. Waarom is hier enkel een focus op de productiezijde (boer en Vlaamse KMO) en amper aandacht voor de cardio-metabole gezondheid? Ik mis de integratie met onze gezondheid. Het lijkt alsof men de laatste dertig centimeter (afstand van het bord tot de mond) en het effect daarvan heeft overgeslagen. Op federaal niveau wachten we in volle spanning af wat het nieuwe Nationaal Voedingsplan zal brengen, alsook hoe men de beloofde 'gezonde omgeving' wil realiseren. Niet alleen op regeringsniveau is er een verschil tussen wetenschap en beleid, ook in verschillende gezondheidsinstellingen. De reportage in "Ze zeggen dat" (VTM) over ziekenhuisvoeding (en ja, we kunnen ons vragen stellen over hoe het in beeld is gebracht) heeft hopelijk een aantal mensen wakker geschud. Zowel in ziekenhuizen als in woonzorcentra zou voeding een integraal deel van de zorg moeten zijn. Dit laatste is jammer genoeg niet altijd zo. Is de aandacht voor voeding en het gerelateerde onderzoek dan alleen maar een klaagzang? Neen, niet noodzakelijk maar we mogen gerust wat ambitieuzer zijn in Vlaanderen/België, en dat zowel in het onderzoek als in het beleid. Maar wat moeten we dan eigenlijk eten? Globaal kunnen we wel met zekerheid stellen dat de consumptie van voldoende groeten, fruit en volle graanproducten zal zorgen voor een optimalisatie van het cardio-metabool profiel van de Belg. En water mogen we niet vergeten te drinken. Dit laatste wordt toch nog heel dikwijls wel vergeten. Uiteraard kan dit afgewerkt worden met een sausje van fysieke activiteit. Deze verschillende componenten zijn de basis van het "all inclusive" dieet/voedingspatroon. Ons voedingsgebeuren is namelijk ook een sociaal en gastronomisch gebeuren. Tot slot moet er voldoende aandacht zijn om de voedselgeletterdheid van onze bevolking te optimaliseren, en dit zonder polarisatie. Voedselgeletterdheid is de onderling samenhangende combinatie van kennis, vaardigheden en zelfredzaamheid met betrekking tot het plannen, selecteren, bereiden, eten van voedsel en het evalueren van informatie over voedsel met als uiteindelijk doel het ontwikkelen van een levenslange gezonde, duurzame en gastronomische relatie met voedsel. Het is een leuke uitdaging.