In Vlaanderen wonen zowat 6.500 kinderen en jongeren in een pleeggezin, in Franstalig België zijn dat er ongeveer 7.500. De meeste pleegzorgplaatsingen gebeuren vrijwillig, met instemming van de ouders, die voor korte of lange tijd niet (alleen) voor hun kind kunnen zorgen. In de andere gevallen is de plaatsing het gevolg van een beslissing van de jeugdrechter.
...

In Vlaanderen wonen zowat 6.500 kinderen en jongeren in een pleeggezin, in Franstalig België zijn dat er ongeveer 7.500. De meeste pleegzorgplaatsingen gebeuren vrijwillig, met instemming van de ouders, die voor korte of lange tijd niet (alleen) voor hun kind kunnen zorgen. In de andere gevallen is de plaatsing het gevolg van een beslissing van de jeugdrechter. Hoe dan ook is de uithuisplaatsing van een kind voor de meeste ouders een breuklijn in hun leven. Hun verhaal blijft vaak onderbelicht. Ouders komen er niet snel mee naar buiten, want de maatschappij durft hen weleens een veroordelende blik toe te werpen. Initiatieven als het inleefboek Voor altijd mijn kind kunnen het taboe helpen doorbreken. Auteur (en pleegmoeder) Nancy Leysen tekende de getuigenis op van 15 ouders met kinderen in de pleegzorg. Elke individuele situatie is uiteraard uniek, maar de getuigenissen illustreren alvast treffend hoe ingrijpend het hele gebeuren voor de ouders kan zijn. 'Als de kinderen bij het spelen vielen en een geschaafde knie hadden, dan waren het de pleegouders die hen mochten verzorgen. Als de kinderen naar bed gingen, dan waren het de pleegouders die een verhaaltje mochten voorlezen en hen mochten instoppen. De pleegouders namen mijn rol volledig over. Dat dit zo makkelijk kon gebeuren, was echt een verrassing voor mij. Het kwam als een donderslag bij heldere hemel', getuigt Els in het boek. Anna de Laat, opgeleide ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting bij Pleegzorg Vlaams-Brabant en Brussel, wil dat graag duiden. 'Zelfs als ouders er bewust voor kiezen hulp te aanvaarden en hun kind in een pleeggezin laten plaatsen, worden ze vaak verrast door de impact ervan. Plotseling lijkt het dat alles van hen wordt afgenomen, en gaandeweg voelen ze de verbinding met hun kind verminderen, wat erg confronterend kan zijn.' Hanna omschrijft het zo: 'Was mijn zoon ziek, misselijk of was er een probleem? Ik voelde dat aan. Dat kan ik nu niet meer. Ik vind dat heel jammer. Aan de ene kant weet je dat de bloedband niet kan worden doorgeknipt, maar aan de andere kant voel je je kind wegglippen uit je handen. Je voelt het en je ziet het. En dat is het pijnlijkste.'De moeilijke gevoelens waarmee deze ouders kunnen worstelen, weten ze vaak goed te verbergen. In de eerste plaats voor hun kind. Ook Rik kiest voor die strategie: 'Wanneer ik mijn zoon na het weekend bij zijn pleegouders afzet, denkt hij nog aan mij. "Papa, ik heb medelijden met jou", zegt hij dan. "Als ik eraan denk dat jij helemaal alleen thuis zit, dan durf ik al eens te huilen in bed."Uiteraard zeg ik hem dat ik mijn plan wel trek. Ik wil niet dat hij verdrietig is of zich zorgen maakt over mij. Ik wil hem deze gevoelens besparen, en ik trek mij op aan de gedachte dat hij er met mij over kan praten.' Dat hun kind grotendeels zonder hen moet opgroeien, proberen ouders weleens (overdreven) te compenseren. Els deed dat zo: 'Ik propte de weekends waarop de kinderen bij mij waren vol met leuke uitstapjes en plezierige activiteiten. De kinderen waren vaak zo moe dat de pleegouders hen op maandag moesten thuishouden om te recupereren. Achteraf gezien moest ik mij niet telkens bewijzen. Uiteraard zijn er dingen die de pleegouders kunnen en ik niet, maar mijn rol als moeder is onuitwisbaar. De pleegouders hebben mij de raad gegeven om gewoon mezelf te zijn. Van toen af ging alles een stuk vlotter.' Pleegouders die zien wat er speelt, kunnen dus veel betekenen voor de ouders. Ook als er wrijvingen ontstaan, zoals over opvoedingskeuzes. 'Pleegouders die met de ouders in gesprek blijven gaan én pleegzorgbegeleiders die zo nodig bemiddelen en bruggen bouwen, kunnen dan het verschil maken', vertelt Anna de Laat. 'Dat is ook in het belang van het kind. Want voor het welbevinden van het kind is het cruciaal dat het zich niet verdeeld hoeft te voelen tussen zijn loyaliteit voor zijn ouders en die voor zijn pleegouders.' Carolina getuigt hierover: 'Mijn kinderen willen niet kiezen tussen het pleeggezin en mij. Het is geen verhaal van'of' maar van 'en'. ''Dat de pleegouders met de juiste bril naar de ouders kijken, is erg belangrijk', benadrukt Anna de Laat. 'Pleegzorgbegeleiders kunnen hen daarbij helpen, want de leef- en belevingswereld van de pleegouders verschilt weleens danig van die van de ouders. Sommige ouders leven in een kwetsbare omgeving, waarin ze veel uitsluiting ervaren. Ze hebben het moeilijker in onze maatschappij, vallen sneller uit de boot en moeten meer moeite doen om rechten te krijgen die voor anderen vanzelfsprekend zijn. Ze worden vaker beoordeeld en veroordeeld, wat niet alleen veel stress meebrengt maar hen ook het gevoel geeft dat hun leven onder een vergrootglas ligt. Zich in hun kwetsbare omgeving staande houden vraagt al veel kracht. Daarbij ook nog hun kind loslaten, om het bij pleegouders een beter leven te geven, dat vraagt nog meer kracht. Ouders die dan voor pleegzorg kiezen, zijn vaak mensen met vooral een te grote draaglast en niet noodzakelijk een te kleine draagkracht. Als pleegouders dat inzien, zien ze ook makkelijker de krachten, de kennis en de vaardigheden van de ouders op wie ze een beroep kunnen doen om samen zo goed mogelijk te zorgen voor het kind dat ze allemaal graag zien. En uiteraard loopt dat nog beter als ook het omgekeerde geldt, en de ouders dus ook vertrouwen stellen in de pleegouders.'Carine vertelt hierover: 'De pleegouders hebben steeds respect gehad voor mij en mijn situatie. Het is ook dankzij hen dat mijn zoon en ik nog steeds zo'n goede band hebben. [...] Het is fijn om te weten dat zij en ik er dezelfde mening op nahouden over bepaalde zaken uit het verleden. Het stelt mij gerust en het schept vertrouwen in onze relatie. Samen vormen wij een ijzersterk team. Zij willen net als ik alleen maar het allerbeste voor mijn zoon.' Uit Hanna's getuigenis blijkt dan weer hoe een ervaringsdeskundige van Pleegzorg voor haar het verschil maakte: 'Zij kon zich perfect inleven in mijn situatie en heeft mij de goede richting uitgestuurd. Zij was de eerste die mij niet veroordeelde maar echt begreep wat ik voelde. Het is vooral dat begrip dat ik nodig had in deze onnatuurlijke omstandigheden.' Ook het contact met lotgenoten kan erg steunend zijn, getuigt Rik. 'Door naar ouderpraatgroepen te gaan, heb ik alles nog beter een plaats kunnen geven. Het gevoel dat ik gefaald heb, dat blijft, maar het bepaalt mijn leven niet meer', zegt hij. 'Dat ze niet de ouder kunnen zijn die ze wilden zijn, de ouder die de maatschappij verwacht dat ze zijn, is een pijn die nooit weggaat', besluit Anna de Laat. 'Toch zijn veel ouders in staat hun eigen pijn opzij te zetten en blij te zijn voor hun kind. Blij voor de kansen die hun kind, dankzij de pleegouders, krijgt. Er zou dus, zoals Frank in het boek zegt, geen taboe mogen rusten op het vragen van hulp. Ook niet als het gaat om hulp bij het opvoeden van je kind.'