De droom. Hij begint elke dag opnieuw, als Venetië uit zijn slaap ontwaakt. Als de flarden ochtendnevel boven de lagune oplossen. Als het klare ochtendlicht de duisternis uit grachtjes, steegjes en de enkele tuinen verdrijt, de eerste zonnestralen dompelen muren en koepels in een gulden gloed- de campanile, de San Marco, het dogenpaleis, de St. Maria della Salute, het arsenaal ... Dan zweeft Venetië weer over de wateren van de lagune, die de stad zowel beschermen als belagen, haar rijkdom brengen maar ook zorgen baren.
...

De droom. Hij begint elke dag opnieuw, als Venetië uit zijn slaap ontwaakt. Als de flarden ochtendnevel boven de lagune oplossen. Als het klare ochtendlicht de duisternis uit grachtjes, steegjes en de enkele tuinen verdrijt, de eerste zonnestralen dompelen muren en koepels in een gulden gloed- de campanile, de San Marco, het dogenpaleis, de St. Maria della Salute, het arsenaal ... Dan zweeft Venetië weer over de wateren van de lagune, die de stad zowel beschermen als belagen, haar rijkdom brengen maar ook zorgen baren.Niemand die de stad vanaf zee nadert kan om de vraag heen of zij wel werkelijkheid is. Is ze geen zinsbegoocheling? Een droom, die op wonderbaarlijke manier werkelijkheid geworden is? Werkelijk zijn niet alleen de stenen muren, rustend op duizenden eiken palen die door de moerassige bodem tot op stevig zand gaan. Werkelijk zijn vooral de mensen, de veneziani. Het overgrote deel van hen is al lang op de been als de zon boven de stad opgaat - de bakkers en slagers, de vishandelaren en groenteboeren, de gondolieri en kelners, de handwerkers en de dienstbodes in de palazzi van de aristocraten. De voorname lieden zelf houden zich nog een tijdje verre van het straatrumoer dat tussen de huizenwanden weerkaatst.Op 2 april 1725 wordt dat rumoer in een van de steegjes, de Calle della Comedia, overstemd door het gehuil van een nieuwgeborene. Venetië heeft er een zoon bij, op de wereld gezet door de jonge toneelspeelster Giovanna Maria Farussi ('Zanetta'). Als het kind in de nabijgelegen San Samuele gedoopt wordt en de naam Giacomo meekrijgt, wordt Gaetano Casanova, eveneens toneelspeler, als vader in het doopregister vermeld. Giacomo zelf zal later andere, beter gesitueerde vaders bedenken.Kreeg de jongen het spelen van een rol met de paplepel ingegoten? Of zit het 'm dat in de mentaliteit van een stad die zwelgt in verkleedpartijen en zelfensceneringen, die één groot toneel is waarop dromen werkelijkheid kunnen worden? Hoe kan een jongen met een rijke fantasie zich daar aan onttrekken?Ten tijde van de Volksverhuizingen ontvluchtten mensen de ellende en zoeken een goed heenkomen op de eilandjes in de drassige lagune. In de 7de eeuw is de nederzetting in dit waterland al belangrijk genoeg om eigen wetten op te stellen en zelfbestuur in te voeren. Sinds die tijd bekommert Venetië zich weinig om wat er achter zijn rug, op het vasteland, gebeurt. Welke hertog, koning of keizer, welke bisschop, patriarch of paus het daar ook voor het zeggen heeft - Venetië heeft de blik op zee gevestigd en op de schatten die aan gene zijde daarvan lokken.De zelfstandigheid brengt een vrijere geest met zich mee, een nuchtere ook, die eigenbelang en moraal goed weet te verenigen. Leed de evangelist Markus er nu echt onder dat zijn gebeente in Alexandrië, onder islamitisch bestuur rustte? Volgens een handjevol Venetiaanse kooplui in elk geval wel. Zij roven diens gebeente in 828 uit het graf in het 'land van de heidenen', verbergen het tussen gepekelde halve varkens om de islamitische grenswachten af te schrikken en voeren het in triomf mee naar de lagunestad. En levert de onstuitbare opkomst van Venetië in de eeuwen erna dan niet het beste bewijs dat de heilige zich helemaal thuis voelt in zijn nieuwe onderkomen, de San Marco? En past Marcus' wapendier, de gevleugelde leeuw, die de kracht van de leeuw paart aan het scherpe oog van de adelaar, niet wonderwel bij de stad die zich opmaakt koningin van de zee te worden?Elke keer als de kleine Giacomo het plein van de San Marco betreedt, dat maar een paar minuten lopen is van het huis van zijn grootmoeder, die hem liefdevol opvoedt, zal hem de borst wel zwellen van de trots een veneziano te zijn. Een zoon van de heilige Marcus kan alles bereiken wat hij wil, zeker als hij ook listig is! Maar er is geen scherpe grens die trots scheidt van grootheidswaan. Ook die kan Giacomo in Venetië belichaamd vinden, als hij de blik van het plein omhoog richt naar het bronzen vierspan boven het portaal van de San Marco. Deze paarden sierden ooit het hippodroom van Constantinopel, hoofdstad van het Oost-Romeinse keizerrijk. Dat maakte vele crises door, waarvan Venetië goed wist te profiteren. Het draait de keizers aan de Bosporus economisch de duimschroeven aan, tot deze proberen de handelsrepubliek van zich af te schudden. Dan slaat de leeuw van Marcus z'n klauwen uit: met een mengeling van afpersing en overreding brengt de oude doge Enrico Dandolo in 1204 een kruisvaardersleger ertoe niet Jeruzalem, maar Constantinopel in te nemen. Dat wordt op deze Vierde Kruistocht genadeloos geplunderd en krijgt een Venetiaanse vazal als keizer opgedrongen. Tal van kerkschatten worden naar Venetië verscheept.Maar met Byzantium is ook de stad gevallen die de expansie van islamitische volkeren het hoofd bood. Korte tijd later doet zich met de Ottomanen een veel geduchtere vijand gelden aan de oostelijke Middellandse Zee. Die onderbreekt vele handelsroutes en brengt de Venetiaanse kooplieden grote schade toe. Nu moet de republiek enorme bedragen voor haar oorlogsvloot uitgeven. Erger nog: de uiterst lucratieve specerijenhandel tussen Azië en Europa verloopt steeds meer langs niet-Mediterrane routes, die het rijk zijn van toekomstige zeemachten als Portugal, Spanje, de Nederlandse Republiek en Engeland. Venetië raakt achterop en mag zich afvragen of het machtsvertoon van 1204 misschien averechts gewerkt heeft.De meeste Venetianen merken in de 18de eeuw niet veel van deze achteruitgang. Ze leven nog steeds in een van de welvarendste steden van Europa. Ook bij een kunstenaarsfamilie als de Casanova's is er brood op de plank. Waar zijn er tenslotte meer theaters en operahuizen, waar meer afnemers van schilderijen dan hier? En waar kan een avontuurlijk ingestelde vent beter carrière maken? Veel van de oude families mogen dan verzwakt en uitgerangeerd zijn, daardoor zijn er ook meer kansen voor mensen die groot durven denken. Giacomo begrijpt dat wanneer hij met z'n vrienden soldaatje speelt, als het even kan op het Campo Zanipolo. Daar zit de vermetele condottiere Bartolomeo Colleoni op z'n bronzen paard, de man die voor Venetië uitgestrekte gebieden van de terraferma, het achterland tussen Po, Gardameer en Dolomieten, veroverde. Daar bouwen rijke Venetianen hun buitenhuizen, daar investeren ze in wijnbergen, akkers en bossen. De patriciërs heersen er streng, maar rechtvaardig. Ze staan er in elk geval in hoger aanzien dan eerdere machtshebbers. En ze maken van de terraferma een nieuw en beter beheersbaar fundament voor Venetiës welvaart.Colleoni heeft trouwens tijdens de veroveringen ook goed geboerd, erg goed zelfs. Daarom doet hij de signoria, de stadsregering, een opmerkelijk aanbod: de legeraanvoerder wil heel zijn imposante vermogen aan de stad nalaten, als deze een standbeeld voor hem opricht - 'voor de San Marco'. Nu is dat kerkplein de Venetianen heilig en met standbeelden van grote persoonlijkheden heeft de republiek waar oligarchen elkaar argwanend volgen sowieso een probleem. Maar zo'n vorstelijk aanbod afslaan? Tandenknarsend geeft de raad toestemming. Colleoni geeft zijn ruiterstandbeeld in opdracht. Nadat de geweldenaar op hoge leeftijd gestorven is moet zijn geest dan geërgerd toezien hoe het beeld op het Campo Zanipolo neergezet wordt. Daar bevindt zich een ziekenhuis, de Scuola San Marco. Dat was toch wat Colleoni bedoelde? De signoria te slim af willen zijn, dat loopt voor de meesten slecht af. Voor Giacomo Casanova trouwens ook.Een boze droom: 'Ik had een vreselijke dag. Als de zon schijnt, staat er onder de loden platen een drukkende hitte. Bovendien bracht Lorenzo, de cipier, alleen smerig voedsel ...' Vond hij dan hier zijn einde, in het Venetiaanse gevang, in de beruchte Loden Kamers? Als vrij man had hij, net als zijn stadgenoten, vaak wat ongemakkelijke blikken geworpen op de zolderverdieping van het dogenpaleis. Iedereen wist dat daar allen opgeborgen werden die de aandacht van de staatsinquisitie getrokken hadden. Een aanleiding voor een arrestatie was snel gevonden - op beschuldiging van samenzwering, spionage, verspreiding van opruiende geschriften, lidmaatschap van de vrijmetselaars of gewoon van een verdorven levenswandel. En de drie inquisitoren van de stad waren niemand verantwoording schuldig. Veel van de ongelukkigen die in het gevang verrekken of het leven laten aan de galg horen tot aan hun laatste ademtocht niet waarom ze gevangen gezet werden. Over het hem ten laste gelegde zal Casanova zich later altijd in vaagheden uiten. Met des te meer gevoel voor sprekende details schildert hij zijn gevangenistijd en zijn ontsnapping - dat bravourestukje waarmee hij zijn geboortestad terugpakte en dat hem tot een beroemdheid maakte.Hij betaalt daar wel een hoge prijs voor, want bijna twintig jaar lang wordt hem de terugkeer naar Venetië geweigerd. Een nieuw vaderland vindt hij in de Europese salons, waar hij zich presenteert als de ideale Venetiaan: elegant, sprankelend, zelfbewust en lekker losjesop zedelijk vlak. Een, twee keer ziet hij zijn geboortestad terug, kan zich naar feesten of afspraakjes laten gondelen, kan er verkleed gaan als tabaro o bauto, in kapmantel, met een wit oogmasker voor en steek op het hoofd. Maar dan voert zijn rusteloze leven hem al weer naar elders. Het grootste deel van zijn leven bracht hij ver van zijn geboortegrond door.De droom: de wind is aangewakkerd en blaast de Boheemse sneeuw tegen de vensters van slot Dux. De oude man in zijn leunstoel staart een paar minuten in de vlokkendwarreling voor de donker beboste hellingen. Dan sluit hij de ogen en glimlacht: in het verflauwen en aanzwellen van de wind mengt zich het kabbelen van de korte golfjes tegen de kade van de Riva. Het gesprek dat zijn kamenier op hoge toon met een knecht voert, glijdt uit het Boheems over in de Venetiaanse tongval. Heeft een gondelier het soms aan de stok met een vrekkige klant? Een kelner met een flessentrekker? De schaduwen die de kaarsen op de boeken in de bibliotheek werpen, zijn gemaskerde, gekostumeerde dansers en hun lachjes en kreten vermengen zich met de menuetten van abate Vivaldi. Het is weer carnaval in Venetië. De droom duurt voort.