Bij uitgeverij Doorbraak verscheen De vrijheidsboom van de staatsfilosoof, een vertaling van Hegel und die französische Revolution, een essay van politiek filosoof Joachim Ritter over de passionele vrijage van filosoof Georg Hegel met de idealen van de Franse Revolutie. De vertaling wordt toegelicht met twee teksten van Dirk en Arvid Rochtus.
...

Bij uitgeverij Doorbraak verscheen De vrijheidsboom van de staatsfilosoof, een vertaling van Hegel und die französische Revolution, een essay van politiek filosoof Joachim Ritter over de passionele vrijage van filosoof Georg Hegel met de idealen van de Franse Revolutie. De vertaling wordt toegelicht met twee teksten van Dirk en Arvid Rochtus. Arvid is amper 24, en is als geen ander begeistert door de krachtpatser van het Duits idealisme. Hoogleraar filosofie Willem Lemmens (UAntwerpen) is met zijn 57 jaar een pak ouder, en heeft De vrijheidsboom met belangstelling gelezen: de betekenis van Hegel kan volgens hem niet overschat worden. Dat belang kan men nog het best duiden met een uitspraak van de jezuïet Libert Vander Kerken, hegeliaan par excellence, die in zijn colleges geschiedenis van de filosofie één zin vuilmaakte aan Hegel: 'Een van de grootsten.' Zijn redenering was: je kunt Hegel doceren en je kunt de geschiedenis van de filosofie doceren, maar niet allebei. ArvidRochtus: (lacht) Dat heeft te maken met de duizelingwekkende omvang van zijn oeuvre: er is geen onderwerp dat Hegel níét heeft aangeraakt. Hegels werk is ook erg hermetisch. Johann Wolfgang von Goethe zou Hegel aangemaand hebben om helderder te formuleren. Tijdgenoot Arthur Schopenhauer had het over 'wartaal die men zelden hoort buiten het gekkenhuis'. Rochtus: (lacht) Dat is de frustratie die spreekt: Hegel was bij leven erg succesvol, en Schopenhauer vond het maar niets dat hij in diens schaduw stond. Maar hij had ook een punt: het is jammer dat Hegel niet in staat was om duidelijker te formuleren. Het heeft mij twee jaar gekost om het te doorgronden. Toen ik u belde, meneer Lemmens, had u het boekje net gelezen. Ik hoorde uw hersenen kraken. WillemLemmens: Het essay van Ritter is geen hapklare brok, nee. Maar de begeleidende teksten zijn erg verhelderend. Ik bewonder Arvid: dat hij op zijn leeftijd zo'n duidelijk inzicht heeft in een moeilijk auteur als Hegel, is een enorme prestatie. Maar hoe ondoorgrondelijk ook, Hegel spreekt ook vandaag veel mensen aan. Ik weet niet of u weleens naar Thuis kijkt? Ik heb een tijdje meegekeken met mijn dochter. Daardoor kende ik Bill Barberis, die Toon speelde. Bill is een avondstudent van mij. Nadat hij een schitterend examen had afgelegd, vertelde hij dat hij zich wil verdiepen in Hegel. Hij heeft me een leeslijst gevraagd. Had de jezuïet Vander Kerken gelijk? Is Hegel de grootste? Rochtus: Dat is heel subjectief, het hangt van je eigen uitgangspunten af. Maar zijn invloed is enorm. De Duitse sociologie is, via Karl Marx en Max Weber, voortgekomen uit Hegel. Hij was een van de eersten die zag welke risico's het kapitalisme inhield. Zijn Phänomenologie des Geistes wordt gezien als de basis van de psychologie. Lemmens: Zelfs de psychoanalyse is schatplichtig aan Hegel: Jacques Lacan heeft zijn analyse van het menselijke verlangen uitgebouwd op Hegels ideeën. Via Alexandre Kojève heeft hij ook invloed gehad op mensen zoals Jean-Paul Sartre. De ideeën van Immanuel Kant zijn misschien transparanter, maar Hegel is heel relevant vanwege één belangrijke intuïtie: het voraussetzungslos denken. Het denken zonder vooronderstellingen. Het werk van Hegel is een bril waarmee je naar de wereld kunt kijken? Lemmens: (knikt) Hij dacht dialectisch: hij redeneerde vanuit tegenstellingen om de waarheid te vinden. Hij paste dat toe op de geschiedenis en zag dat die niet lineair loopt maar zigzagt. Een bepaalde situatie lokt een tegenreactie uit, en door de confrontatie van die twee ontstaat iets nieuws. Rochtus: Dat proces stuwt ons voort naar het hogere. Hegels werk heeft ook een theologisch kantje: de gedachte dat de toekomst verlossing brengt. Hij was een optimist. Hoe beroerd de tijden ook zijn, alles komt goed? Rochtus: Ja, en essentieel is ook de idee dat je je moet verzoenen met de tijd waarin je leeft. Hegel stond in de romantische traditie, hij had een zeker heimwee naar vroeger, maar hij verloor zich niet in nostalgie. Hij was geen reactionair, hij wilde het beste maken van de tijd waarin hij leefde. Die tijd was boeiend en roerig: Hegel is geboren op 27 augustus 1770. Wat weten we verder over de mens Hegel? Rochtus: Zijn vader was ambtenaar in Stuttgart, de familie behoorde tot de middenklasse. Hegel deed het uitstekend op de middelbare school en trok nadien naar de Tübinger Stift, om theologie te gaan studeren. Hij was voorbestemd om dominee te worden. Hij was cerebraal, maar had ook veel gevoel voor humor. Hij was een bon vivant die van champagne en wijn hield. Elk jaar, op de verjaardag van de bestorming van de Bastille (14 juli 1789, nvdr), kraakte hij een goede fles. Dat brengt ons bij het boek van Ritter: Hegel was de Franse Revolutie zeer genegen. Rochtus: De legende wil dat hij met zijn vrienden, dichter Friedrich Hölderlin en filosoof Friedrich von Schelling, een vrijheidsboom geplant heeft om de Revolutie te vieren. Niet evident in het Duitsland van die tijd, dat een samenraapsel was van semifeodale vorstendommetjes. 'Vrijheid voor allen' was het ultieme doel voor de filosoof Hegel. Hoe komt het dat hij dan toch de geschiedenis is ingegaan als het toonbeeld van conservatisme? Rochtus: Hij is op latere leeftijd staatsfilosoof van het militaristische Pruisen geworden, dat speelt mee. Maar in zijn tijd heeft Pruisen hervormingen doorgevoerd en de vrijheden uitgebreid - voor Hegel mocht dat zelfs nog verder gaan. Maar het klopt dat veel conservatieve auteurs zich op Hegel hebben beroepen. Lemmens: Al tijdens zijn leven had je links-hegelianen en rechts-hegelianen. Als je vertrekt van één deelaspect van zijn politieke filosofie en de rest negeert, kun je heel verschillende richtingen uitgaan. Karl Marx was een hegeliaan omdat hij de dialectiek en het revolutionaire elan overnam. Hegel bewonderde inderdaad de Franse Revolutie, maar bepleitte ook de noodzaak van een sterke staat. In die zin beïnvloedde hij volgens sommigen Adolf Hitler en het nazisme. Dat is onzin, want die staat moet volgens Hegel net de mondigheid en vrijheid van burgers en de gemeenschapszin bevorderen. Hitlers idee over een organische samenleving, waar alle mensen opgaan in de eenheid van het volk doet misschien enigszins aan Hegel denken, maar in de grondwet van het Derde Rijk staat dat de Führer alle macht toekomt. Dat is totaal onhegeliaans. Hegels opvatting van vrijheid was wel specifiek. Lemmens: Vrijheid is altijd een bemiddelde vrijheid. Vrijheid heeft maar betekenis binnen de context van de gemeenschap. De familie. De staat. Als je dat idee doortrekt, kun je dat conservatief noemen. Hij bestrijdt in elk geval de idee van het totaal vrije, ongebonden individu. Om dat naar vandaag te vertalen: Hegel zou het ondenkbaar vinden dat je - ongeacht waar je geboren wordt - autonoom kunt kiezen tot welke staat je behoort. Je zou kunnen zeggen: Hegel is de anti-Verhofstadt. Guy Verhofstadt hangt een kosmopolitisch liberalisme aan, waar het individu centraal staat en elke vorm van groepsdenken verwerpt. Rochtus: Hegel sluit aan bij de traditie van de Griekse polis: je wordt geboren in een gemeenschap, dat is geen keuze. Het kosmopolitisch liberalisme van Verhofstadt vertrekt van een hyperindividuele opvatting van vrijheid: 'Iedereen doet wat hij wil, zolang hij de ander niet schaadt.' Maar dat is volgens Hegel pure fictie. Als een individu handelt, komt het in contact met de ander. Je kunt geen betekenis geven aan vrijheid als je niet nadenkt over de plaats van het individu in de gemeenschap. Men noemt Hegel een collectivist, maar hij ziet de gemeenschap als een kader dat de vrijheid garandeert. De vrijheid staat onder druk. De voorbije jaren hebben een nieuw soort autoritair leiderschap zien ontstaan, met figuren als Donald Trump, Jair Bolsonaro en Viktor Orban. Hun succes wordt vaak bekeken in het licht van de minder prettige gevolgen van de globalisering en vrijhandel. Dialectiek in de praktijk? Lemmens: Je moet altijd opletten met zulke oefeningen, maar ik denk dat als Hegel nog leefde, hij het legitiem zou vinden dat mensen hun natiestaat willen verdedigen. Hij zou schik hebben in Make America Great Again? Lemmens: Hij zou patriottisme niet per se iets slechts vinden. Maar hij zou wel gruwen van het populisme. Hij zou gruwen van de intimidatie van andersdenkenden, zoals dat in Hongarije gebeurt. Hij vond het cruciaal dat burgers participeren. Hij zou de links-liberalen wel verwijten dat ze te weinig oog hebben voor de zegeningen van een organische natiestaat. Rochtus: Hegel hamerde op een uitgekiend evenwicht tussen staat en individuele vrijheid. In het geval van Orban is dat evenwicht er duidelijk niet. Hegel pleitte voor patriottisme. Maar niet vanuit een enge definitie, waarbij je aan bepaalde kenmerken moet voldoen om tot de groep te mogen horen. Klassieke natiestaten waren oorspronkelijk etnisch vrij homogeen. Dat was gemakkelijk, er was vanzelf samenhang. Vandaag is de samenleving veel diverser. Hegel biedt aanknopingspunten om de natie te definiëren vanuit burgerschap, een grondwettelijke cultuur, vanuit rechten en plichten. Het patriottisme draait dan niet meer rond vendels en 'eigen volk eerst', maar rond de grondwet. Het is minder emotioneel en objectiever: iedereen die zich achter het project wil scharen, hoort erbij. Ik denk nu spontaan aan de VS, een land dat gebouwd werd door inwijkelingen met de meest diverse achtergronden, maar waar de grondwet haast religieus gefêteerd wordt. Rochtus: Dat is een goed voorbeeld. The second amendment (over wapenbezit en -dracht, nvdr) is niet het fraaiste voorbeeld, maar alle Amerikanen kennen het first amendment, dat de vrijheid van meningsuiting garandeert. In de Bondsrepubliek heb je sinds 1945 ook zo'n cultuur. In België is dat totaal afwezig. Lemmens: Precies. En het helpt zeker niet dat mensen zoals Bart De Wever (N-VA) continu tornen aan de legitimiteit van de Belgische natiestaat. Als de andere partijen zonder de N-VA onderhandelen over een regering, roept hij: 'Dat is slecht voor Vlaanderen.' Ik weet niet of Hegel voor Vlaanderen of België zou kiezen, maar met hem kunnen we alleen maar vaststellen dat de Belgische natiestaat met een geweldig probleem zit. Dat geldt voor de natiestaat in het algemeen: die verkeert in crisis. Lemmens: In Frankrijk draait het rond de waarden van La République, maar een groeiende groep mensen - geradicaliseerde jongere moslims, met name, maar ook de gele hesjes - herkent zich niet meer in de vigerende politieke gemeenschap. Rochtus: In Duitsland zijn Parallelgesellschaften ontstaan, parallelle samenlevingen die zich losrukken van de mainstream. Dat is de paradox: als je zegt dat iedereen die de grondwet respecteert welkom is, creëer je ruimte voor spanningen. Want die grondwet is in de eerste plaats gestoeld op liberale vrijheden. Die maken zelfontplooiing mogelijk, maar ook botsingen. Lemmens: De Duitse grondwet, bijvoorbeeld, garandeert een verregaande vorm van individuele vrijheid. Maar wat doe je met een Syrische man die in Berlijn komt wonen en vasthoudt aan zijn polygame levensstijl? Daarom hechtte Hegel naast het basale morele kader van het recht dat de vrijheid verzekert ook veel belang aan het concept Sittlichkeit. Zedelijkheid. Een ongelooflijk ouderwets woord, maar eigenlijk is het synoniem voor een gedeelde morele cultuur. Delen u en ik dezelfde morele cultuur? Lemmens: Dat is het probleem van deze tijd: de morele cultuur is heel divers. Maar rechtvaardigt dat een absoluut moreel relativisme? Vanuit strikt liberaal standpunt zou je kunnen zeggen: polygamie, why not? Maar toch denk ik dat er stilzwijgend een consensus bestaat in onze westerse wereld over de meerwaarde van monogamie. David Hume, nog een verlichtinsgfilosoof, vond de monogame relatie de beste garantie voor de vrijheid en gelijkwaardigheid van man en vrouw. In een polygaam huwelijk zijn vrouwen hoe dan ook ondergeschikt, zo vond hij. Het homohuwelijk was ooit ook niet verzoenbaar met de Sittlichkeit. Lemmens: Dat heet: voortschrijdend inzicht. Het is goed dat we door argumenten en tegenargumenten tot nieuwe inzichten kunnen komen. Rochtus: Wat Hegel van het homohuwelijk zou vinden, weet ik niet, maar hij zou wel op dezelfde spijker hameren: hoever kan de individuele vrijheid gaan? Hoe divers kan een samenleving worden? Lemmens: Bassam Tibi is een Syrische publicist die al jaren in Duitsland werkt. Hij heeft de idee van Leitkultur geïntroduceerd: de cultuur van een gedeelde set regels waar we ons allemaal aan houden. Hij zegt dat dat een instrument is tegen het islamisme. Hij is zelf moslim, maar hij vindt het bestaan van een gedeelde politieke Leitkultur heel belangrijk. Het valt niet helemaal samen met Hegels zedelijkheid, maar het is ook een verzameling basiswaarden die wij allemaal onderschrijven. De gelijkheid van man en vrouw. De scheiding van kerk en staat. Moet je nieuwkomers een papier laten ondertekenen waarin ze verklaren dat ze die waarden erkennen? Rochtus: Dat is niet genoeg. Hegel zou zeggen dat burgerschap het antwoord is. Maar hoe cultiveer je dat? Onderwijs is cruciaal, vanzelfsprekend. Volgens de N-VA is een historische canon de oplossing. Voor liberalen en socialisten is dat een inburgeringscursus. In de Bondsrepubliek moest de Bundeszentrale für politische Bildung de burger vormen, met boeken en tijdschriften. Lemmens: Ook John Stuart Mill zei dat je burgers moet opvoeden tot echte vrijheid en mondigheid. Rochtus: Als je zoiets vandaag zegt, word je weggelachen. Dan noemt men de staat patriarchaal en verwijt men haar gewetensdwang. We willen er zelfs niet meer over praten. A propos: bij welke partij zou Hegel zich aansluiten als hij nog zou leven? Rochtus: Ik wil met mijn boek Hegel promoten omdat hij de grote ideologieën verenigt. Er is het liberale element van vrijheid. Maar hij vindt de gemeenschap ook belangrijk. Er was zijn kritiek op het kapitalisme. En ook al kende hij de welvaartsstaat van vandaag niet, hij vond dat de staat een rol moest spelen in de solidariteit. Ik hoor u denken: CD&V. Lemmens: Ik denk dat het personalisme van de oude CVP aansluit bij Hegels ideeën over het middenveld en de corporaties, waar bepaalde beroepsgroepen en standen in de bevolking zich verenigen. Daarnet viel het woord gewetensdwang, meneer Lemmens. U wordt in de debatten over abortus en euthanasie steevast in de oerconservatieve hoek gezet. Dat zit u dwars. Lemmens: Omdat het totaal oneerlijk is. Ik probeer na te denken, dat is alles. Er is geen beter voorbeeld van wat Hegel 'burgerschap' zou noemen dan het recente interview met Sigrid Sterckx in Knack. Ze is een leerlinge van Etienne Vermeersch, maar ze deelt mijn kritiek op de uitbreiding van de euthanasie- en abortuswetten. In Knack belichaamt ze een zeer hegeliaans idee, namelijk dat burgers mee moeten nadenken over wetten en hun effecten. Indien het gevoel bestaat dat de implicaties van een bredere abortuswet nog niet zijn doorgedacht, dan moet je toch de pauzeknop induwen en een maatschappelijke discussie voeren? Zullen we een andere heikele kwestie door de bril van Hegel bekijken? Het kolonialisme. Rochtus: Hij keurde dat af. Hij steunde de Amerikaanse onafhankelijkheid en de Zuid-Amerikaanse vrijheidsbewegingen. Voor hem is kolonialisme een logisch gevolg van het kapitalisme. Dat leidt tot industrialisering en overproductie, waardoor steeds nieuwe grondstoffen en afzetmarkten gezocht worden. Eigenlijk heeft Hegel de globale economie van vandaag voorspeld. Lemmens: Hij vond slavernij moreel verwerpelijk, maar hij schreef ook dat het een noodzakelijke stap was in de bevrijding van de mens: de slaaf wordt zich bewust van zijn recht op vrijheid, en wordt daarin erkend. Dat belichaamt de groei van de vrijheid. With hindsight: in Hegels visie heeft het kolonialisme de mensheid vooruitgebracht. Dat vinden we nu een ontstellend idee, maar dat is wat Hegel de 'list' van de geschiedenis noemt. Rochtus: Dat maakt Hegel zo'n geniale, nuchtere denker. Hij pleitte voor nuance en evenwicht. Vandaag is de wereld gepolariseerd, de twee kampen hebben geen oren naar elkaars argumenten. De recente opleving van Black Lives Matter en de besmeurde bustes van Leopold II zijn dan ook een logische en noodzakelijk etappe van de geschiedenis? Lemmens: Dat is een heel mooi voorbeeld. Ik heb heel veel sympathie voor de mensen die een stem geven aan groepen die tot nu toe niet gehoord werden. Tegelijk mag ik als burger van deze samenleving ook de waarde inzien van de realisaties van de kolonisatie. Ik vind ook dat onze universiteiten meer aandacht zouden moeten schenken aan de voedingsbodem die sommige Europese denkers hebben gecreëerd voor antisemitisme en racisme, maar ik denk er niet aan om ze - zoals sommige Amerikaanse academici bepleiten - verticaal te klasseren. Ik juich de schreeuw om erkenning en emancipatie toe, maar ik moet ook kunnen zeggen: 'Als u een standbeeld van Pater Damiaan wilt weghalen, overdrijft u.' Tot slot: kan Hegel ons iets leren over hoe we ons dagelijkse leven moeten leiden? Rochtus: Zeker, denk aan het optimisme waar ik het over had. Hij schrijft dat het onze plicht is om ons te verzoenen met de tijd waarin we leven. Neem migratie, wat bij veel mensen een zeker onbehagen veroorzaakt. Hegel zou begrip hebben voor dat onbehagen maar zeggen: het is de realiteit, we moeten er op een positieve manier mee aan de slag gaan. Hij trekt die redenering nogal fors door als het over armoede gaat: als arme mensen ongelukkig zijn, is dat niet door het gebrek aan middelen maar doordat ze zich niet verzoend hebben met hun realiteit. Rochtus: Dat is een typische hegeliaanse manier van spreken. Hij bedoelt dat het onbehagen groeit uit het altijd maar meer willen. Hij had het wellicht eleganter kunnen formuleren. Lemmens: Je kunt zo'n frase heel negatief interpreteren, maar het is ook een manier om te zeggen: 'Maak er het beste van.' Maar het is waar dat Hegel net als alle andere filosofen geen oplossingen heeft voor de problemen van de echte slachtoffers van de geschiedenis. Die verdwijnen in het niets, de filosofie kan hun geen troost bieden. Dat moeten we durven in te zien, en dat is het probleem met veel emancipatoire bewegingen van vandaag, die te vuur en te zwaard onrecht bestrijden. Ik denk dan aan de doorgeslagen identiteitspolitiek, de voortdurende nadruk op structuren en een militante houding à la 'Ik heb een onvervreemdbare kern die hic et nunc erkend moet worden'. Daarom heb ik veel bewondering voor Montasser AlDe'emeh. Montasser en zijn ouders zijn door de Israëli's verjaagd uit hun huis in Palestina, moesten op de vlucht slaan en belandden in België. Jarenlang heeft Montasser gezworen dat hij de wapens zou opnemen tegen de Israëli's, maar - zo heeft hij me zelf verteld - na een bezoek aan Auschwitz is hij tot het inzicht gekomen dat hij een keuze had: 'Vergooi ik mijn leven aan oeverloze haat en rancune? Of probeer ik mezelf te verwerkelijken door een rol te spelen in de gemeenschap waar ik nu deel van uitmaak?' Hij heeft voor het tweede gekozen. Rochtus: Hegel leert ons dat je moet erkennen wat fout is, maar daar mag het niet mee ophouden. Kritiek om de kritiek is te cynisch, te eenvoudig. Het komt erop aan bij te dragen aan een betere toekomst, en dat kan alleen maar door in het hier en nu een positieve houding aan te nemen.