Camille Hermsen vraagt de redactie:
...

Camille Hermsen vraagt de redactie:Tot 1795 mocht Vianen, een stadje aan de Lek, zich een vrije heerlijkheid noemen; de heren van Vianen waren soevereine heersers. Lange tijd waren dat de Van Brederodes. In ruil voor hun steun aan het hogere gezag (de graven van Holland, de Bourgondiërs, Habsburgers) verwierven ze tal van rechten, waaronder het 'heerlijk' gezag over Vianen en het recht asiel te verlenen. Vianen kreeg de naam een vrijplaats of wijkplaats van criminelen te zijn. Onjuist, want een ieder die zich meldde werd eerst geducht aan de tand gevoeld door de schout of drossart, de vertegenwoordiger van de Brederodes. Alleen als hij of zij onschuld kon aantonen, uit noodweer had gehandeld, onbedoeld slachtoffer was geworden van de omstandigheden of geen opzettelijk fraude had gepleegd, kreeg asiel. Natuurlijk kostte dat een paar centen, het zogeheten recognitiegeld.Uit de 18de eeuw zijn wat meer gegevens bekend. Jaarlijks kregen toen gemiddeld drie personen asiel. De meesten probeerden te ontkomen aan schuldeisers, vandaar de uitdrukking 'Naar Vianen gaan'. Een minderheid vreesde vervolging vanwege een geweldsmisdrijf. Uiteraard waren er ook bijzondere gevallen, zoals de 46-jarige Amsterdamse Sara Bom. In november 1765 had zij, als wij haar verloofde de 23-jarige Hendrick Ravens tenminste mogen geloven, beloofd met hem te trouwen en zoals het gezegde luidt 'Eens beloofd, blijft beloofd'. Op de huwelijksdag kwam zij echter niet opdagen, omdat volgens haar de arme Hendrick haar verkeerd had begrepen. Ravens daagde haar vervolgens voor het gerecht om haar te dwingen hem naar haar hand te tasten. Sara nam daarop de wijk naar Vianen, waar zij in 1777 overleed.De uitroeping van de Bataafse Republiek in 1795 en de eerste Nederlandse grondwet drie jaar later maakten een einde aan de geprivilegieerde status van Vianen. Voortaan golden voor alle ingezetenen van de nieuwe republiek dezelfde rechten en plichten en kon niemand zich meer beroepen op een uitzonderingspositie.