Verzetskinderen over collaborateurs: ‘Men blijft ze als slachtoffers presenteren, onbegrijpelijk’

© Dieter Telemans
Jeroen de Preter
Jeroen de Preter Redacteur Knack

Na de spraakmakende documentairereeks Kinderen van de collaboratie komen nu de Kinderen van het verzet aan bod op Canvas. De tweede reeks is een noodzakelijk antwoord op de eerste, vinden getuigen Bernadette Kiebooms en Henri Heimans. Dat collaborateurs hier nog altijd meer aandacht genieten dan verzetslieden: het stuit hun tegen de borst.

Een kleine twee jaar geleden zond Canvas de reeks Kinderen van de collaboratie uit. De documentaires groeiden al snel uit tot een fenomeen op zich. Meer dan een half miljoen Vlamingen keek en bleef kijken. Omdat de getuigenissen zo verbaasden. Of omdat ze, minstens voor sommigen, zo herkenbaar waren. ‘Mijn man en ik hebben die reeks met heel veel belangstelling gevolgd’, zegt Bernadette Kiebooms (zie kader blz.10). ‘Wij hebben onlangs ook naar de heruitzending gekeken. We waren niet van het scherm weg te slaan. Ik vond het een evenwichtige reeks, heel zeker, maar er moest natuurlijk wel een antwoord op komen vanuit het verzet.’

Henri Heimans (zie kaderstuk onderaan) vertelt dat hij ‘met dubbele gevoelens’ naar de reeks heeft gekeken. ‘Ik weet het wel: het zijn de kinderen van. Toch vond ik het moeilijk om in hun leefwereld te komen, om empathie te voelen. Voor mensen als Jan Tollenaere (het voormalige N-VA-lid dat Joden in Kinderen van de collaboratie ‘parasieten’ noemde, nvdr.) voel ik walging. Het is me uiteindelijk wél gelukt om me in te leven in kinderen die het gedachtegoed van hun ouders hebben afgezworen.’

Kort na de bevrijding hebben een aantal verzetslieden het recht in eigen handen genomen. Ik zie die periode als een verlengstuk van de oorlog.

Henri Heimans

‘Ik heb bijvoorbeeld veel respect voor de tweelingbroers Toon en Hein Van den Brempt. Na de reeks heb ik met Hein contact opgenomen. We zijn samen gaan getuigen in een paar middelbare scholen. Dat was wel bijzonder. In een van de scholen heb ik fragmenten laten zien uit Nuit et brouillard (een documentaire van Alain Resnais over de deportatie en de concentratiekampen, nvdr). Tot mijn verbazing was ook Hein daar heel erg door getroffen. Het was alsof hij toen pas besefte welk leed de gedeporteerden is aangedaan. Ik vermoed dat hij voordien vooral bezig was geweest met de loyaliteitsstrijd met zijn collaborerende vader en het verwerken van dat oorlogsverleden. Dat begrijp en respecteer ik ook wel. Ik ga ervan uit dat hij zich voortaan ook zal bezinnen over de andere kant van het verhaal.’

Uit de nieuwe reeks blijkt dat nogal wat kinderen van verzetslieden geen onbezorgde jeugd hebben gehad. Kunstenaar Jan Vanriet, bijvoorbeeld, zegt dat hij zich nauwelijks lichte of onbezorgde momenten uit zijn jonge jaren kan herinneren.

Bernadette Kiebooms: Mijn verhaal past eigenlijk niet helemaal in het algemene verhaal. Het is, alles bij elkaar genomen, positief. Mijn papa is schijnbaar zonder grote psychische letsels teruggekeerd uit het kamp van Sachsenhausen. Hij heeft zich al heel snel en met veel energie op zijn werk gestort, als burgemeester, advocaat en ook als volksvertegenwoordiger. Ik schaam me bijna om het in dit gezelschap te zeggen, maar dat verleden heeft ook nooit echt op mij of mijn zes broers en zussen gewogen. Zelfs tijdens de oorlog waren we er vrij gerust op. Dat kwam vooral door onze mama, die ons ervan overtuigde dat papa op een dag zou terugkomen. Alleen aan het eind van de oorlog heb ik haar angstig gezien. Ze was bang dat papa bevrijd zou worden door de Russen en dat hij, goedgelovig als hij was, zich door die Russen zou laten vangen.

In hoeverre die jaren in het kamp mijn vader hebben bezwaard, durf ik niet te zeggen. Al vanaf de eerste dag dat hij weer thuis was, werd daarover gezwegen. Ik herinner me hoe hij zich op die eerste dag te rusten had gelegd in de zetel in de voorste kamer. Plots begon hij te roepen en te tieren in zijn slaap. Onze moeder heeft ons, de kinderen, onmiddellijk naar de tuin gestuurd. We kregen het bevel om papa vooral geen vragen te stellen. Dat hebben we ook niet gedaan. Toen niet, en later ook niet.

Die nachtmerries zijn hem wel zijn leven lang blijven achtervolgen. Dat hebben we vastgesteld in de negen maanden dat hij mama heeft overleefd. Of er een verband was met zijn tijd in het kamp heb ik nooit geweten. Ze hebben er allebei over gezwegen.

Henri Heimans: Mijn ouders leidden een wat angstig, teruggetrokken leven, met weinig sociale contacten. Ze hadden ook nauwelijks familie. Mijn vader had nog een oudere broer, maar die is tijdens de oorlog gevlucht naar Frankrijk, waar hij door de nazi’s is gefusilleerd. Mijn moeder heeft die gruwelijke jaren in het concentratiekamp nooit kunnen verwerken. Ze was zeer zwaar getraumatiseerd. Behalve door nachtmerries werd ze geteisterd door angstaanvallen en migraine. Ze is daarvoor in behandeling geweest bij een neuropsychiater, en die heeft een postconcentrationair angstsyndroom vastgesteld. Ze was nog maar een schim van de vrouw die ze in haar jeugdjaren was: een sportieve, muzikale dame, onbekommerd levend in het bruisende Brussel van de jaren dertig.

Bernadette Kiebooms: 'Mijn vader heeft geprobeerd om de verzoeningsgedachte boven de politieke en godsdienstige grenzen uit te tillen. Dat is hem niet echt gelukt.'
Bernadette Kiebooms: ‘Mijn vader heeft geprobeerd om de verzoeningsgedachte boven de politieke en godsdienstige grenzen uit te tillen. Dat is hem niet echt gelukt.’© Dieter Telemans

Mijn vader is altijd een soort mantelzorger geweest. Voor mijn moeder, maar ook voor mij. Hij werkte als bediende in Brussel, kwam meestal rond 19 uur thuis en begon dan voor ons te koken. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik, ondanks alles, in een klein maar warm nest kon opgroeien. Over de oorlog heeft hij nooit veel verteld. Veel later pas, toen moeder is gestorven, heeft hij zich achter een oude typemachine gezet om zijn herinneringen op papier te zetten.

Kiebooms: In ons geval heeft het ook geholpen dat onze moeder altijd achter mijn vader is blijven staan. Mijn vader en moeder hebben elkaar gespaard. Dat was zeker niet bij alle verzetsfamilies zo. Bij een herdenking in Sachsenhausen heb ik gepraat met een man die zeventien was toen hij met zijn vader in het verzet was gegaan. Zijn moeder is heel haar leven kwaad geweest op haar man. Ze had hem nooit vergeven dat hij die jonge knaap mee had betrokken in zijn avontuur. Ik heb mijn moeder mijn vader nooit iets horen verwijten. Terwijl papa al lang voor de oorlog wist welke risico’s hij liep. Je zou kunnen zeggen dat hij haar had laten zitten, met al die kinderen. Moeder heeft dat ook maar moeten ondergaan. Toch is ze achter haar man en zijn gedachten blijven staan.

Na de oorlog kwam de repressie. Zijn de collaborateurs volgens u op een correcte, redelijke manier bestraft?

Heimans: Ik denk van wel, ja. Nogal wat collaborateurs hebben de mythe verspreid dat er nepprocessen werden gevoerd en alles op een drafje is afgehandeld. Dat strookt niet met wat ik in de documenten uit die tijd hebben kunnen lezen. Tijdens mijn carrière ben ik lang voorzitter van de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling geweest. In die periode zijn een aantal ‘eerherstel’-dossiers voorgelegd. Ik heb me tijdens die zittingen telkens laten vervangen om persoonlijke redenen. Als het eerherstel zou worden toegestaan, had ik dat oneerbiedig gevonden tegenover mijn ouders. Als het zou worden afgewezen, had men mij vooringenomenheid kunnen verwijten. Maar uit nieuwsgierigheid heb ik wel een aantal van die dossiers ingekeken. Op het juridische werk van toen viel weinig tot niets af te dingen. Ik heb ook de dossiers van de beulen van Breendonk van a tot z gelezen. De grondigheid van die onderzoeken en verhoren hebben mij verrast. Er werd bijzonder consistent en precies werk geleverd.

Kiebooms: Nu hebt u het over de situatie in 1946, toen de overheid weer controle had. Maar vlak na de oorlog was dat toch een ander verhaal.

Heimans: Dat is juist. Kort na de bevrijding hebben een aantal beweerde verzetslieden het recht in eigen handen genomen en waren er excessen. Ik zie die periode als een verlengstuk van de oorlog, en plaats het in de context van de volkswoede die toen losbarstte. Mijn ouders hebben er in elk geval voor niets tussen gezeten. Die zaten toen nog vast in ‘de hel’.

(denkt na) Natuurlijk zijn er, zeker kort na de oorlog, hele zware straffen uitgesproken. Kampbewakers, onder meer de Vlaming Fernand Wyss en de Duitse kampcommandant Philipp Schmitt, prototypen van beulen van Breendonk, zijn ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Dat lijkt me, gezien hun onmenselijke wreedheden, nog altijd terecht.

Kiebooms: Mijn vader was het daar niet mee eens. Op de publieke tribunes heeft hij meer dan eens gezegd dat hij in het kamp zo veel executies had meegemaakt dat hij heel zijn leven zou blijven strijden tegen de doodstraf.

Heimans: Dat begrijp ik. Net als Robert Badinter (de Franse minister van Justitie die in 1981 de doodstraf afschafte, nvdr) ben ik altijd tegen de doodstraf geweest in het gemeen recht. Maar in het geval van die beulen van Breendonk speelde de oorlogssituatie nog mee. Het ging hier ook niet over verklikkers en meelopers, hè. Die beulen hebben tientallen mensen op een onnoemelijk gruwelijke, sadistische manier vermoord.

In sommige collaboratiefamilies leeft nog altijd het idee dat ze slachtoffers zijn van de repressie.

Heimans: Blijkbaar is het in die kringen nog altijd niet doorgedrongen wat zo veel mensen toen is aangedaan. Mensen zoals mijn ouders, bijvoorbeeld. Mijn moeder en haar toenmalige man hebben gewerkt voor de clandestiene pers. Ze hebben mee protestblaadjes samengesteld, die aan de universiteit werden verspreid. Over meer ging dat niet. Mijn moeder heeft nooit wapens gedragen of geweld gepleegd, maar velen zijn door toedoen van Belgische collaborateurs wel gefusilleerd of afgevoerd naar de hel die de concentratiekampen waren. De collaborateurs die meegeholpen hebben in dat systeem verdienden een navenante straf. Dat men die collaborateurs als slachtoffers blijft presenteren, kan ik onmogelijk begrijpen.

Mijn vader was een rasechte Vlaming. Maar hij heeft wel altijd voor Vlaanderen gestreden, en niet tegen België.

Bernadette Kiebooms

Kiebooms: Ik kan er ook niet bij dat dat gedachtegoed in die families van collaborateurs is blijven leven. (schudt het hoofd) Die eeuwige rancune tegen de Belgische staat ook. Mijn vader was een rasechte Vlaming. Hij was politiek actief in een tijd waarin er voor Vlaanderen nog echt wat te veroveren was. Maar hij heeft wel altijd voor Vlaanderen gestreden, en niet tegen België.

De politicus Louis Kiebooms was een fervent voorstander van amnestie.

Heimans: Met eerherstel heb ik nooit een probleem gehad. Met amnestie wel. Omdat je met amnestie overal de spons over veegt.

Kiebooms: Ik hoop dat hier duidelijk kan worden dat dát nooit de bedoeling van mijn vader is geweest. Hij heeft de amnestiegedachte gekoesterd, ja, maar het was geen amnestie die ervoor moest zorgen dat de criminele feiten geen criminele feiten meer werden geacht. Daar heeft hij nooit achter gestaan. Integendeel, zelfs. Hij heeft altijd heel duidelijk gezegd dat iedereen die collaboreerde in de fout is gegaan. Maar er waren natuurlijk wel veel gradaties.

Heimans: Daarom was eerherstel een goed instrument. Bij eerherstel wordt onder meer onderzocht of de schadevergoeding betaald is en de mensen weer geïntegreerd zijn in de maatschappij. Het is een juridische procedure, met een rechter, een advocaat en een tegensprekelijk debat.

Kiebooms: Maar het is wel een individuele behandeling van die dossiers, terwijl het over duizenden en duizenden gevallen ging. Mijn vader bepleitte een algemene maatregel voor iedereen die zijn straf had ondergaan, zonder daarmee het criminele feit als onbestaande te beschouwen. Als de straf eenmaal was ondergaan, vond hij, moest het afgelopen zijn. Maar goed, hij heeft nauwelijks succes gehad in dat dossier.

Ik ben hem ooit eens gaan ophalen nadat hij over amnestie was gaan spreken voor een zaal van vrijzinnige studenten. Ze hadden geen oren naar zijn verhaal, en dat maakte hem diep triest. Hij heeft tientallen jaren geprobeerd om de verzoeningsgedachte boven de politieke en godsdienstige grenzen uit te tillen. Dat is hem niet echt gelukt.

Nog even terug naar het verzet. Historicus Marnix Beyen heeft er herhaaldelijk op gewezen dat Vlaanderen de namen van zijn verzetshelden niet kent. Ze worden ook nauwelijks geëerd. Er zijn haast geen verzetsmensen in straatnamen vereeuwigd, terwijl er nog altijd een vijftal naar collaborateur Cyriel Verschaeve zijn genoemd.

Kiebooms: Dat klopt. Daarom is een programma als Kinderen van het verzet zo noodzakelijk. Het verzet heeft nooit de aandacht gekregen die de collaboratie hier kreeg.

Heimans: Mag ik aannemen dat dit ook gecorrigeerd zal worden door die fameuze Vlaamse canon? (grijnst) Als ze dat serieus willen doen, zal dat wel moeten.

Henri Heimans: 'Mijn moeder heeft nooit geweld gepleegd, maar velen zijn door toedoen van Belgische collaborateurs wel gefusilleerd of afgevoerd naar concentratiekampen.'
Henri Heimans: ‘Mijn moeder heeft nooit geweld gepleegd, maar velen zijn door toedoen van Belgische collaborateurs wel gefusilleerd of afgevoerd naar concentratiekampen.’© Dieter Telemans

Waarom bestaan er geen verzetshelden in ons collectieve geheugen?

Heimans: Het heeft er wellicht ook mee te maken dat de nakomelingen van de echte verzetsmensen altijd een zekere discretie hebben bewaard. Ze hadden niet de behoefte om ermee uit te pakken.

Kiebooms: Zo was dat ook bij ons thuis. Er werd over gezwegen. In de school en jeugdbeweging zaten vaak veel kinderen van collaborateurs. Mijn ouders hebben daar nooit een kwaad woord over gezegd. De oorlog was voorbij, redeneerden ze, het heeft geen zin om dat allemaal weer op te rakelen. Het waren echt verzoeners.

Heimans: Mijn ouders hebben ook nooit deelgenomen aan al die patriottistische toestanden. Mijn vader is niet één keer naar een huldiging in Breendonk geweest. Hij vond dat hij er lang genoeg was geweest, had het allemaal aan den lijve ondervonden, en wilde er geen voet meer binnen zetten. Pas toen mijn moeder gestorven is, heeft hij zijn verhaal op papier gezet. Dat geschrift dateert van 1992 en eindigt met een boodschap aan mij, zijn zoon. Ik ben het ook pas na mijn carrière gaan lezen. Die lectuur heeft me doen besluiten om zijn werk verder te zetten en het verleden van mijn ouders grondig te gaan bestuderen. Ik wil er ook ooit iets over schrijven, niet voor een breed publiek maar voor mijn kinderen.

Extreemrechts en neonazisme zijn vandaag duidelijk in opmars. Verbaast u dat?

Kiebooms: Dat gedachtegoed is natuurlijk altijd wel blijven sluimeren. Voor mijn vader was dat soms vervelend. Als er weer zo’n opstoot van neonazisme was, moest hij met zijn amnestieverhaal niet afkomen, natuurlijk. Wat ik echt onbegrijpelijk vind, is dat dat spook zelfs in Duitsland weer zo fel de kop opsteekt. Daar kan ik met mijn verstand niet bij.

Heimans: Ik was volop bezig met opzoekingswerk over mijn ouders toen ik die Pano-reportage over Schild & Vrienden zag. Ik viel van mijn stoel. Ik was zo verontwaardigd en aangeslagen dat ik in een impuls een klacht ben gaan indienen bij het parket in Gent. Ik heb me na bezinning ook burgerlijke partij gesteld wegens de feiten van negationisme, en heb ondertussen ook inzage gekregen in het dossier lastens de leden van Schild & Vrienden, onder wie Dries Van Langenhove (oprichter van de extreemrechtse jongerenbeweging en onafhankelijk lid van de Kamerfractie van Vlaams Belang, nvdr). Ik wil dat niet voorbij laten gaan. Die negationistische haatboodschappen en spotbeelden raken mij persoonlijk. Ik kan niet aanvaarden dat mensen spotten met het onpeilbare leed dat in de kampen is geleden.

De voorman van Schild & Vrienden kreeg bij de laatste verkiezingen bijna 40.000 voorkeurstemmen achter zijn naam in Vlaams-Brabant.

Heimans: Dat zijn natuurlijk niet allemaal mensen die het nazistische gedachtegoed aanhangen. Ongetwijfeld speelt hier ook misleiding. Maar het zegt toch ook iets over het onderhuidse racisme dat sluimert in de samenleving en blijkbaar bijzonder moeilijk uit te roeien is.

De onderzoeksrechter legde Dries Van Langenhove een bezoek aan de Kazerne Dossin op. Was dat een goed idee?

Heimans: Ik weet het niet zo goed… Een maatregel die op een straf lijkt mag in de loop van een gerechtelijk onderzoek niet opgelegd worden, maar als preventieve beveiligingsmaatregel kan dit wel, desgevallend als alternatief voor een voorhechtenis. Maar ik twijfel aan de effectiviteit van de maatregel. Ik ben ervan overtuigd dat de betrokkene niet de minste empathie in zich draagt. Hij lijkt me een overweldigend narcistisch superiorteitsgevoel te hebben. Hij kan misschien sluw doen geloven in enige inkeer en enig inzicht, maar ik denk dat zijn persoonlijkheid niet vatbaar is voor echt medeleven met de slachtoffers van het nazisme.

Kinderen van het verzet, vanaf dinsdag 22 oktober zes weken lang op Canvas.

Henri Heimans: ‘Erger dan Breendonk bestaat niet’

Eremagistraat Henri Heimans (°1948) is de zoon van Maria Goethals en Yevgenys Heimans, twee verzetslieden die tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangen werden gehouden in de kampen van Breendonk, Ravensbrück en Auschwitz.

Vader Heimans (vroeger Heymann) was een Wit-Rus van Joodse origine. In 1909 – hij was toen nauwelijks een jaar oud – moest zijn gezin vluchten voor de Jodenvervolging onder de tsaren. De familie kwam in Gent terecht, waar ze een winkeltje begon in sokken.

‘Mijn vader heeft zijn hele leven het statuut van stateloze vluchteling gehad’, vertelt Henri Heimans. ‘Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wilde hij gaan vechten tegen de Duitsers, maar omdat hij stateloos was kon hij zich niet laten inlijven bij het Belgische leger.’

Na een periode bij het vreemdelingenlegioen in Marseille keerde hij terug naar België, waar ondertussen de anti-Joodse verordeningen van kracht waren, waardoor het hem verboden was deel te nemen aan het openbare leven. ‘Hij ontwikkelde lichte verzetsactiviteiten; het ging vooral over opvang van illegalen, Joden en Duitse opposanten. Verder verzorgde hij wat radiocommunicatie met Engelse piloten.’

In de lente van 1943 werd vader Heimans gearresteerd. Hij zou zes maanden in Breendonk verblijven. ‘Toen hij daarna in Auschwitz aankwam, dacht hij: erger dan in Breendonk bestaat niet. En dat was ook zo. In Breendonk werden ze van ’s ochtends tot ’s avonds mishandeld, geslagen en gefolterd, niet het minst door Vlaamse SS’ers.’

Na de bevrijding uit de concentratiekampen werd vader Heimans in de lente van ’45 gerepatrieerd naar België, waar hij op zoek moest gaan naar een nieuw leven.

Heimans’ moeder was een Nederlandse die op haar achttiende naar Brussel was gekomen om viool te studeren aan het conservatorium. Ze trouwde er met een Brusselse kunstenaar van Joodse origine. Tijdens de eerste oorlogsjaren waren ze zeer actief in de antifascistische beweging. Moeder werd in 1942 opgepakt door de Gestapo wegens activiteiten in de clandestiene pers. Ze werd zwaar gefolterd en afgevoerd naar het vrouwenkamp van Ravensbrück. Haar man werd in 1944 door de nazi’s gearresteerd en gefusilleerd. ‘Kort na de bevrijding heeft mijn moeder zijn lichaam geïdentificeerd’, vertelt Heimans. ‘Een klein stukje van zijn vest en das en een haarlok heeft ze heel haar leven bewaard.’

Toen Heimans’ moeder na drie jaar dwangarbeid terugkeerde naar België was ze een gebroken weduwe. ‘Net als mijn vader moest ze op zoek naar een nieuw leven. In 1946 hebben die twee eenzaten elkaar ontmoet op een samenkomst van oorlogsslachtoffers. Twee jaar later ben ik geboren.’

Bernadette Kiebooms: ‘Daar stond papa dan: een vogelverschrikker’

Advocaat in ruste Bernadette Kiebooms (°1934) is de dochter van Louis Kiebooms (1903-1992), een advocaat die vanaf 1937 hoofdredacteur van Gazet van Antwerpen was. Die krant, Vlaamsgezind en katholiek, nam eind jaren dertig uitdrukkelijk stelling tegen het nazisme. ‘Al jaren voor de oorlog werd ze daarom geviseerd’, zegt dochter Kiebooms.

In de lente van 1940 werd vader Kiebooms door Vlamingen verraden en opgepakt. Na een kort verblijf in de gevangenissen van Antwerpen, Sint-Gillis en Berlijn werd hij afgevoerd naar het concentratiekamp van Sachsenhausen. Hij zou er blijven tot aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. ‘Vlak voor de bevrijding is dat kamp nog door de Duitsers geëvacueerd’, vertelt Bernadette Kiebooms. ‘Ze wilden alle sporen verwijderen. De gevangenen zijn dan begonnen aan de “mars tegen de dood”, richting het noorden. De bedoeling was om ze op een schip te zetten in de Oostzee, en het daar met dynamiet op te blazen.’

Zover is het nooit gekomen. Op weg naar de Oostzee werden de gevangenen bevrijd door de Russen.

Bernadette Kiebooms was elf jaar toen haar vader, na vijf jaar afwezigheid, weer thuiskwam. Ze herinnert zich dat moment nog levendig. ‘Dat was op 26 mei 1945, om 6 uur ’s ochtends. Onze familie was samengekomen in het huis van bomma en bompa Kiebooms in Wilrijk. Wij stormden in onze pyjama’s naar beneden, en daar stond hij dan: een man in een veel te grote, lange grijze jas. Een vogelverschrikker.’

Al meteen na zijn thuiskomst kreeg Louis Kiebooms bezoek van Frans Van Cauwelaert, voorzitter van de Kamer en prominent lid van de partij die later dat jaar CVP werd gedoopt. Van Cauwelaert overtuigde hem om op een lijst te gaan staan. Een jaar later zat Kiebooms in het parlement, nog een jaar later werd hij verkozen tot burgemeester van Wilrijk.

Opmerkelijk genoeg zou de politicus Louis Kiebooms een van de grote pleitbezorgers worden van de amnestiegedachte. Hij vond dat collaborateurs, als ze hun straf eenmaal hadden uitgezeten, alle burgerrechten moesten terugkrijgen. ‘Jammer genoeg is hij in dat dossier niet geraakt waar hij wilde raken’, zegt Bernadette Kiebooms.

Henri Heimans: ‘Erger dan Breendonk bestaat niet’

Eremagistraat Henri Heimans (°1948) is de zoon van Maria Goethals en Yevgenys Heimans, twee verzetslieden die tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangen werden gehouden in de kampen van Breendonk, Ravensbrück en Auschwitz.

Vader Heimans (vroeger Heymann) was een Wit-Rus van Joodse origine. In 1909 – hij was toen nauwelijks een jaar oud – moest zijn gezin vluchten voor de Jodenvervolging onder de tsaren. De familie kwam in Gent terecht, waar ze een winkeltje begon in sokken.

‘Mijn vader heeft zijn hele leven het statuut van stateloze vluchteling gehad’, vertelt Henri Heimans. ‘Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wilde hij gaan vechten tegen de Duitsers, maar omdat hij stateloos was kon hij zich niet laten inlijven bij het Belgische leger.’

Na een periode bij het vreemdelingenlegioen in Marseille keerde hij terug naar België, waar ondertussen de anti-Joodse verordeningen van kracht waren, waardoor het hem verboden was deel te nemen aan het openbare leven. ‘Hij ontwikkelde lichte verzetsactiviteiten; het ging vooral over opvang van illegalen, Joden en Duitse opposanten. Verder verzorgde hij wat radiocommunicatie met Engelse piloten.’

In de lente van 1943 werd vader Heimans gearresteerd. Hij zou zes maanden in Breendonk verblijven. ‘Toen hij daarna in Auschwitz aankwam, dacht hij: erger dan in Breendonk bestaat niet. En dat was ook zo. In Breendonk werden ze van ’s ochtends tot ’s avonds mishandeld, geslagen en gefolterd, niet het minst door Vlaamse SS’ers.’

Na de bevrijding uit de concentratiekampen werd vader Heimans in de lente van ’45 gerepatrieerd naar België, waar hij op zoek moest gaan naar een nieuw leven.

Heimans’ moeder was een Nederlandse die op haar achttiende naar Brussel was gekomen om viool te studeren aan het conservatorium. Ze trouwde er met een Brusselse kunstenaar van Joodse origine. Tijdens de eerste oorlogsjaren waren ze zeer actief in de antifascistische beweging. Moeder werd in 1942 opgepakt door de Gestapo wegens activiteiten in de clandestiene pers. Ze werd zwaar gefolterd en afgevoerd naar het vrouwenkamp van Ravensbrück. Haar man werd in 1944 door de nazi’s gearresteerd en gefusilleerd. ‘Kort na de bevrijding heeft mijn moeder zijn lichaam geïdentificeerd’, vertelt Heimans. ‘Een klein stukje van zijn vest en das en een haarlok heeft ze heel haar leven bewaard.’

Toen Heimans’ moeder na drie jaar dwangarbeid terugkeerde naar België was ze een gebroken weduwe. ‘Net als mijn vader moest ze op zoek naar een nieuw leven. In 1946 hebben die twee eenzaten elkaar ontmoet op een samenkomst van oorlogsslachtoffers. Twee jaar later ben ik geboren.’

Partner Content