Jarenlang was Parijzenaar Eric Branca journalist en redactiedirecteur bij het Franse nieuwsmagazine Valeurs Actuelles. Tot hij in 2015 bij een grote reorganisatie samen met elf collega's buiten de deur gezet werd. 'Toen was dat een grote schok', zegt hij. 'Achteraf gezien was het een bevrijding. Want ik ergerde me steeds meer aan de populistische koers die onder druk van de dalende oplage was ingezet.' Hij trok zich terug in zijn appartement vlak bij de Arc de Triomphe en verdiepte zich in een vergeten stuk recente geschiedenis: de vooroorlogse vrijages van Adolf Hitler met belangrijke Amerikaanse, Britse en Franse journalisten.
...

Jarenlang was Parijzenaar Eric Branca journalist en redactiedirecteur bij het Franse nieuwsmagazine Valeurs Actuelles. Tot hij in 2015 bij een grote reorganisatie samen met elf collega's buiten de deur gezet werd. 'Toen was dat een grote schok', zegt hij. 'Achteraf gezien was het een bevrijding. Want ik ergerde me steeds meer aan de populistische koers die onder druk van de dalende oplage was ingezet.' Hij trok zich terug in zijn appartement vlak bij de Arc de Triomphe en verdiepte zich in een vergeten stuk recente geschiedenis: de vooroorlogse vrijages van Adolf Hitler met belangrijke Amerikaanse, Britse en Franse journalisten. In zijn verbluffende boek De vergeten gesprekken met Hitler reconstrueert Branca zestien interviews waarin de dictator 'met de zachtblauwe ogen' via zijn gewillige gesprekspartners probeerde de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk in slaap te wiegen. U bent de eerste die het stof blaast van de vooroorlogse Hitler-interviews. Eric Branca: Het was nochtans niet moeilijk om ze terug te vinden. De interviews worden allemaal netjes bewaard in voor iedereen toegankelijke archieven. Af en toe werden er wel eens enkele zinnen uit geciteerd, maar nooit publiceerde iemand ze opnieuw. Van 1923 tot 1940 gaf Hitler precies dertig interviews aan buitenlandse journalisten. Uiteindelijk blijven er zestien over die het verdienen een écht interview genoemd te worden. De rest zijn eerder uitvoerige verslagen van ontmoetingen met de Führer, opgefleurd met een paar quotes. Uit alle gesprekken komt de dictator naar voren als een volbloed leugenaar. Hij doet soms aan de Amerikaanse president Donald Trump denken. Branca: Misschien wel, maar Hitler was subtieler. Trump doet de waarheid op een directe, simpele manier geweld aan. Hitler was doortrapter en strategischer. Hij zei tegen zijn gesprekspartners: 'Ook ik verlang naar vrede', terwijl hij in werkelijkheid volop de oorlog aan het voorbereiden was. Hij vertelde zijn toehoorders wat ze dolgraag wilden horen. Dat zal Donald Trump nooit doen: die beledigt iedereen voluit. Adolf Hitler werd tegenover buitenlandse journalisten nooit een brulboei, behalve in het allereerste interview dat in oktober 1923 in The American Monthly verscheen. Daarin werd hij heel agressief tegenover de Joden, met gepeperde uitspraken in de trant van: 'Zoals syfilislijders en alcoholisten geïsoleerd moeten worden en zich niet mogen voortplanten, zo mogen ook Joden zich niet met Duitsers vermengen.' Hij verkondigde toen onomwonden de nazistische ideologie, zoals hij die een paar maanden later in Mein Kampf zou neerschrijven. Interviewer van dienst van dat allereerste interview was de Amerikaanse schrijver George Viereck. Branca: Viereck was zelf een volbloednazi en ontpopte zich later tot propagandist voor Hitler in de VS. Halverwege de jaren dertig begon de FBI hem in de gaten te houden. Na de aanval op Pearl Harbor namen de Amerikanen de wapens op tegen Duitsland en Japan. Viereck belandde in de cel omdat hij ervan verdacht werd een Duitse spion te zijn. Hij kwam pas vrij in 1947. Van alle buitenlandse journalisten die met Hitler spraken, was Viereck de enige echte nazi? Branca: Hitler koos er heel bewust voor om buitenlandse nazireporters links te laten liggen. Hij wilde in de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk eerst en vooral de pacifisten en de mensen aan de linkerzijde bereiken - extreemrechts was toch al overtuigd. Voor alle anderen trok hij een rookgordijn op: hij maakte hen wijs dat hij niet uit was op oorlog. Hij wilde de buitenlandse aandacht ook afleiden van Mein Kampf, vol rauw antisemitisme en virulente haat tegen alles wat Frans is. Hij koos doelbewust voor gerenommeerde journalisten en degelijke kranten en tijdschriften. Hij vermeed bladen die flirtten met het fascisme of nazisme. In Frankrijk praatte hij met de fatsoenlijke, pacifistische krant Le Matin of met het 'onafhankelijke' Paris-Soir, maar niet met extreemrechtse bladen als L'Ami du Peuple of Je suis partout. Met de Britten communiceerde hij via grote populaire kranten als The Daily Mail en The Daily Mirror, maar niet met de fascistische krant van zijn Engelse evenknie Oswald Mosley. Hitler was een bewonderaar en een vriend van de Amerikaanse autobouwer Henry Ford. Die gaf het openlijk antisemitische weekblad Dearborn Independent uit. Hitler hoefde maar met zijn vingers te knippen voor een paginagroot interview, maar hij deed dat niet. Want waarom zou hij tijd verspillen aan buitenlandse lezers die toch al overtuigd waren? Had hij die strategie zelf bedacht? Branca: Die kwam uit de koker van zijn allereerste perschef, Ernst 'Putzi' Hanfstaengl. Putzi was een leeftijdgenoot van Hitler en had een Duitse vader en een Amerikaanse moeder. Hij stamde uit een rijke familie, studeerde aan Harvard, werd gerekruteerd als geheim agent en kreeg de opdracht om die jonge onruststoker Adolf Hitler in de gaten te gaan houden. Hij was geen Hitlersympathisant, maar in München hoorde hij de man in het openbaar spreken en hij was meteen in de ban. Het gangbare beeld van een speechende Hitler is dat van een continu schreeuwende en razende fanaat. Maar in beperkte kring was dat helemaal niet zo. Hij begon dan pas op het einde te schreeuwen. (lacht) Het eerste uur van een redevoering kwam hij vaak zelfs heel charmant uit de hoek. Zo zorgde hij ervoor dat zijn toehoorders heel ontvankelijk waren voor zijn boodschap. In 1922 werden Hitler en Hanfstaengl goede vrienden, en niet veel later werd Putzi zijn persattaché. Tot 1934 werkten ze nauw samen. Hanfstaengl had uitstekende relaties in de VS en kende er iedereen die ook maar iets te zeggen had. Hij regelde interviews met belangrijke Amerikaanse journalisten zoals Harold Calender van The New York Times en Hubert Knickerbocker van de New York Evening Post, winnaar van een Pulitzerprijs in 1931. Hij introduceerde zijn baas ook bij de kopstukken van de zeer invloedrijke Hearst Press Group en adviseerde hem om Engels te leren. Maar dat was een brug te ver voor de Führer. Eind jaren dertig keerde Hanfstaengl nog eens zijn kar: hij werd opnieuw Amerikaans agent. In 1942 trad hij zelfs in dienst bij de Amerikaanse president Franklin Roosevelt als diens naaste adviseur voor Duitse aangelegenheden. In de jaren twintig gaf Hitler interviews aan Britse en Amerikaanse journalisten. De eerste Franse journalist sprak hij pas in 1930. Had dat te maken met zijn niet aflatende woede over het Verdrag van Versailles na de Eerste Wereldoorlog? Branca: Versailles beschouwde hij inderdaad als de ultieme vernedering. Maar zijn haat tegenover Frankrijk ging nog veel dieper. De hele Franse geschiedenis zag hij als één grote brok tegenstand tegen een verenigd, sterk Duitsland. Eerlijk gezegd had hij een punt: alle Franse koningen hadden er een erezaak van gemaakt om Duitsland te verdelen. In Mein Kampf stond zwart op wit dat hij definitief met Frankrijk wilde afrekenen. Alle 'verloren gebieden' wilde hij heroveren. Hij schreef: 'Dat lukt niet door plechtige aanroepingen van Onze-Lieve-Heer of door vroom op een Volkerenbond te hopen, maar alleen door wapengeweld.' Vanaf 1930 zette hij zijn haat tegenover Franse journalisten even in de diepvriezer. Via interviews met hen probeerde hij ook de Fransen zand in de ogen te strooien. Die journalisten tuinden er met open ogen in, omdat ze allemaal bang waren voor oorlog. Daarom geloofden ze Hitlers pleidooien voor vrede. Sommige journalisten bekeerden zich na hun interview met Hitler zelfs tot het nazisme. Kwam dat door zijn charisma? Branca: De kiem was bij de meesten al aanwezig, maar op het moment dat hun interview gepubliceerd werd, golden ze in hun eigen land nog als gerespecteerde reporters, zoals de Franse schrijver Alphonse de Châteaubriant. In 1911 won hij de Prix Goncourt voor zijn nog steeds lezenswaardige roman Monsieur des Lourdines. Hij stond bekend als een vrome katholiek, tot hij Hitler in 1938 ontmoette in diens buitenverblijf in Berchtesgaden. Aan het begin van de twintigste eeuw was Châteaubriant nog een groot verdediger van Alfred Dreyfus, de Joodse kapitein die er valselijk van beschuldigd werd een Duitse spion te zijn en die wereldberoemd werd door het pamflet J'accuse van schrijver Emile Zola. Na zijn interview met Hitler voor Le Journal beschouwde hij de Führer als de reïncarnatie van Jezus. In 1948 werd Châteaubriant als collaborateur bij verstek ter dood veroordeeld. Drie jaar later stierf hij in ballingschap in een klooster in het Oostenrijkse Kitzbühel. Niet alleen oudere, conservatieve journalisten lieten zich door Hitler inpakken, ook jonge progressievere collega's zoals Elisabeth Sauvy alias Titaÿna werden door hem betoverd. Zij mocht Hitler in januari 1936 uitgebreid interviewen in zijn werkkamer in de kanselarij in Berlijn. Ze was toen nog maar 38, en had van in de jaren 1920 een ijzersterke reputatie opgebouwd in Frankrijk. Ze was het prototype van de onverschrokken vrouwelijke sterreporter, niet? Branca: Ze had haar eigen vliegtuig waarmee ze op reportage trok naar verre oorlogsgebieden. In 1924 interviewde ze Kemal Atatürk, en in 1935 Benito Mussolini. De hele Franse pers van die tijd vocht om haar artikels, interviews en reportages, van Le Matin en Lectures pour tous tot Paris Match en Paris-Soir. Ze wilde per se Hitler interviewen omdat ze dacht dat hij een hartsgrondige hekel had aan Franse vrouwelijke journalisten. Tot haar grote verbazing wilde hij haar toch ontvangen. Ook zij werd een bekeerlinge. Door dat ene interview? Branca: Jazeker. Haar interview een jaar eerder met Mussolini, de andere 'grote dictator' van die tijd, was op een mislukking uitgedraaid. Hij ontving haar zeer afstandelijk vanachter zijn bureau, met meters parketvloer tussen hen in. Hitler, daarentegen, kwam haar met uitgestoken hand tegemoet. Hij kwam naast haar zitten, was een en al charme en dat werkte. In haar inleiding beschreef Titaÿna hem als 'intelligent' en 'energiek', als een 'volksleider' met 'verleidingskracht'. In het echt was hij volgens haar helemaal niet die agressieve manipulator. Ze schreef ook over zijn opvallend blauwe ogen. Hitler loog erop los en zei dat geen haar op zijn hoofd eraan dacht een oorlog te beginnen. 'Welke staatsman zou vandaag nog gewapenderhand zijn grondgebied willen uitbreiden?' vroeg hij retorisch aan Titaÿna. 'De menselijke logica verzet zich tegen territoriale oorlogvoering.' Hij stelde zichzelf voor als de grote verzoener. Hij zei: 'Het is mij er vooral om te doen dat de wereld gaat beseffen dat het idee van goede wil onder de volken moet leiden tot een samenwerking zonder verborgen agenda's ten gunste van het welzijn van elk mens.' Vijf weken later viel hij Frankrijk binnen. Om te kunnen liegen zoals Adolf Hitler móét je wel een doortrapte charmeur zijn. Titaÿna ging volledig overstag. Tijdens de oorlog schreef ze antisemitische artikels in collaboratiekranten. Na de oorlog werd ze veroordeeld voor spionage. Weinig journalisten stelden vragen over het lot van de Joden in Duitsland. Branca: Ik vond het vreselijk om dat te moeten vaststellen. Alle vragen werden op voorhand door de persdienst van de nazi's beoordeeld, waardoor lastige vragen in de prullenmand belandden. Maar blijkbaar had niemand de moed om tijdens het interview tóch zijn kritische geest te laten werken. Naderhand redigeerde Hitler de tekst persoonlijk. Dat ging heel ver. Titaÿna beschreef in november 1933 in Le Dimanche illustré hoe haar interview 'verbeterd' werd. Ze zat in het vliegtuig van Berlijn naar Parijs en hoorde de boordtelex 'continu ratelen'. Het was de Führer himself die correcties aan het sturen was: 'Pagina zoveel, woord x vervangen door woord y. Regel zoveel schrappen.' In uw boek blaast u ook het stof van de zeer lucratieve deal die het Amerikaanse persbureau Associated Press (AP) begin jaren dertig met de nazi's sloot. Branca: Op 4 oktober 1933 werd in Duitsland de Schriftleitergesetz van kracht, een naziwet die de pers zwaar aan banden legde. Voortaan was het correspondenten verboden teksten te publiceren die 'de kracht van het Derde Rijk verzwakten' en mochten media niet langer Joden in dienst hebben. Journalisten moesten van Arische afkomst zijn en mochten niet getrouwd zijn met een Jood. Alle buitenlandse persagentschappen weigerden die wet te onderschrijven, behálve Associated Press. Het agentschap riep al zijn Joodse medewerkers in Duitsland zonder morren naar huis. Met als gevolg dat AP vanaf 1934 nog als enige buitenlandse persagentschap in Duitsland mocht werken. Zo kreeg het het monopolie over de verslaggeving over het Derde Rijk. Dat sterk gefilterde en gekleurde nieuws sluisde het vervolgens door naar krantenredacties over de rest van de wereld. In feite was dat nazipropaganda? Branca: Zonder twijfel. Die werd vervolgens gepubliceerd in grote kranten en tijdschriften in de democratische landen. In de VS alleen al leverde AP aan 1400 nieuwskanalen. Tot de belangrijkste klanten behoorden het weekblad Life, maar ook The Washington Post en de Chicago Tribune. De man achter die deal was Louis Lochner, de directeur van de Duitse vestiging van AP. Hij was de voormalige secretaris van de notoire antisemiet Henry Ford. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog was Lochner de enige buitenlandse journalist die met het Duitse leger mocht meereizen. In 1939 kreeg hij een Pulitzer voor zijn verslaggeving vanuit Berlijn. Toen de Duitsers in 1941 Rusland binnenvielen en massaal Joden afslachtten, was de correspondent van AP daar rechtstreeks getuige van, maar hij repte er met geen woord over. Hij berichtte wel uitvoerig over de Duitse slachtoffers van de Russen. Lochner volgde slaafs de richtlijnen van Joseph Goebbels en diens ministerie van Propaganda. Nadat de Amerikanen in de oorlog waren gestapt keerde hij in 1942 terug naar de VS. Maar de deal met de nazi's bleef overeind. Lochner bezorgde de Duitsers interessant fotomateriaal van de geallieerden, in ruil voor interessant fotomateriaal uit het Derde Rijk. Zo kreeg AP na de aanslag op Hitler op 20 juli 1944 exclusief toegang tot de beelden van de ongedeerde Führer. In ruil daarvoor leverde AP een maand later aan de Duitse pers foto's van de schade die in Londen werd veroorzaakt door de V1-raketten. Na de oorlog was Lochner een gevierd oorlogscorrespondent. Hij gaf voordrachten, nam deel aan congressen en teerde op zijn succes tot aan zijn dood in 1975. Decennialang wist niemand van zijn geheime deal? Branca: Die kwam pas aan het licht in 2016 door onderzoek van de Duitse historica Harriet Scharnberg. De afspraken die Lochner met de nazi's maakte, waren degoutant. Scharnberg publiceerde de contracten tussen AP en het ministerie van Propaganda op de website Zeithistorische-forschungen.de. Wat mij zo tegen de borst stuit, is dat het nieuws van die deal amper een rimpeling veroorzaakte. Binnenkort verschijnt de neerslag van het volledige onderzoek van Scharnberg, misschien dat er dan meer ophef volgt. Gelukkig komen er in Frankrijk meer reacties op mijn boek. Veel collega's wisten niet dat illustere voorgangers zoals Bertrand de Jouvenel het nazisme omarmden. In februari 1936 publiceerde Jouvenel een kritiekloos interview met Hitler in Paris-Midi - het lijkt eerder een hagiografie. In zijn inleiding beschrijft hij hoe de Führer blaakt van gezondheid: 'Met zijn roze huid oogt hij sportief, iemand die veel frisse lucht krijgt. Zijn gezicht vertoont geen rimpels en ook geen spoor van fysieke of mentale vermoeidheid.' Ook Jouvenel liet zich inpakken door Hitler. Na publicatie van het interview werd hij hoofdredacteur van het weekblad van de fascistische partij PPF. Hij moet echt geloofd hebben dat Hitler een pacifist was, want toen de oorlog uitbrak, stapte hij gedesillusioneerd uit de PPF. Na de oorlog werd hij een alom gewaardeerd essayist, gespecialiseerd in economie en geschiedenis. Veel journalisten van mijn generatie dweepten met hem. Door mijn boek leren ze Jouvenels aangebrande verleden kennen. Een grote schok. In uw boek vallen ook verschillende Angelsaksische journalisten van hun sokkel. Wordt het in het Engels vertaald? Branca: Voorlopig niet. Blijkbaar is geen enkele Britse of Amerikaanse uitgever geïnteresseerd. Ik vind dat zeer merkwaardig. Naast de Nederlandse komt er een Tsjechische, Roemeense, Duitse en misschien zelfs Chinese vertaling, maar geen Engelse. Stel dat u in de jaren dertig journalist in Parijs was geweest. Had u de Führer geïnterviewd als de kans zich had voorgedaan? Branca: Ik denk het niet, want het was niet de bedoeling dat je als journalist ook nog eens vragen ging stellen. Een interview met Adolf Hitler was dus bij voorbaat zinloos. Een paar journalisten moeten dat toch beseft hebben. Ik vermoed dat ze tóch naar Berlijn afreisden omdat ze nieuwsgierig waren. Ze wilden die man in levenden lijve ontmoeten. Dat begrijp ik, want de leider van Duitsland was niet de eerste de beste. Maar als de voorwaarde is dat je kritische geest moet thuisblijven, ben je geen journalist meer maar een propagandist.