Serge Dassault is gestorven zoals hij leefde. Achter zijn bureau. In de hoofdzetel van de groep, in het indrukwekkende gebouw op de rotonde van de Champs-Elysées dat de naam van zijn vader Marcel draagt en dat eigendom van de familie is. Hij was niet iemand die rustig in zijn bed zijn laatste adem zou uitblazen.
...

Serge Dassault is gestorven zoals hij leefde. Achter zijn bureau. In de hoofdzetel van de groep, in het indrukwekkende gebouw op de rotonde van de Champs-Elysées dat de naam van zijn vader Marcel draagt en dat eigendom van de familie is. Hij was niet iemand die rustig in zijn bed zijn laatste adem zou uitblazen. Op zijn 93e kwam hij, die pas op zijn 61e de leiding had gekregen over de groep Dassault, nog altijd werken. Elke dag. Alles daarbuiten kon hem niet boeien. 'Hij hield niet van zondagen of vakanties', bevestigen zijn naasten. Hij had nochtans vier kinderen, maar de grote baas van het vierde grootste familiefortuin van Frankrijk maakte van die verplichte periodes van inactiviteit gretig gebruik om zijn medewerkers te bestoken met sms'en en e-mails. In december ging hij op vakantie - steevast naar het eiland Mauritius, altijd in het hotel Paradis Beachcomber - maar hij vertrok nooit zonder zijn laptop en iPad. Hij mocht dan geboren zijn in het begin van de vorige eeuw, de noeste industrieel was gefascineerd door de technologische tools van zijn kleinkinderen, niet het minst omdat die hem in staat stelden om altijd en overal te werken. In zijn auto bijvoorbeeld, onderweg naar een of andere ochtendlijke vergadering in Corbeil-Essonnes, een dorp op zo'n veertig kilometer van Parijs waarvan hij van 1995 tot 2009 burgemeester was. Door dat mandaat is hij vaak het voorwerp van gerechtelijke onderzoeken geweest, onder meer wegens het afkopen van stemmen en het verbergen van buitenlandse bankrekeningen. Die nimmer aflatende ijver verklaarde zijn diepgewortelde haat jegens de 35-urige werkweek. Een wet om mensen minder te doen zwoegen kon in zijn ogen alleen maar het werk van de duivel zijn. Hij beschouwde het als een aanslag op het land, en net als zijn vader vond hij dat het land boven alles ging. 'Ma famille, c'est la France', hebben ze beiden op een gegeven moment gezegd. Als kind tekende Marcel Bloch (de familie zal in 1946 haar naam veranderen in Dassault en zich in 1950 bekeren tot het katholicisme) al vliegtuigen waar en wanneer hij maar kon. Op het einde van de Eerste Wereldoorlog stelde hij zijn eerste modellen voor aan het Franse leger. In 1928, op 36-jarige leeftijd, richtte hij de onderneming Société des avions Marcel Bloch op, die zou weigeren om plannen en details over te dragen aan de Duitsers. Op bevel van de Gestapo werd hij gedeporteerd naar Buchenwald, van waaruit hij later gered zou worden door communistische medegevangenen, onder wie de beruchte Marcel Paul, de vakbondsman die minister werd onder generaal De Gaulle. Zijn zoon Serge zat op dat moment vast in Montluc, een beruchte Gestapo-gevangenis in Lyon. Als patriotten zouden de oprichter en de erfgenaam van een burgerlijke en militaire luchtvaartgroep die nauw verwant is met de natie nooit hun land de rug toekeren, ook al betekende dat dat ze belastingen moesten betalen op hun fortuin. Dat chauvinisme kenmerkt zowel Marcel als Serge, ook al was de eerste bijzonder hardvochtig voor de laatste. De zoon had nochtans alles gedaan om zijn vader tevreden te stellen. Een voor een had hij voldaan aan zijn eisen, te beginnen met de diploma's. 'Bij Dassault werven we alleen ingenieurs aan die zijn afgestudeerd aan de École Polytechnique' herhaalde de uitvinder van de Ouragan, de Mystery IV en de Mirage tot vervelens toe. 'En dan nog alleen de beste van de klas.' Boodschap begrepen. Nadat hij les had gevolgd aan de lyceums Janson-de-Sailly en Saint-Louis, studeerde Serge als 72e op 210 af aan de École Polytechnique, waardoor hij meteen toegelaten werd tot Supaero, het gerenommeerde Institut supérieur de l'aéronautique et de l'espace in Toulouse, net zoals zijn vader voor hem. Hoewel hij al in 1951 aan de slag gaat als ingenieur op het ontwerpbureau van de productievliegtuigen van de groep, zal het nog tot 1986 duren voor hij het roer overneemt, wanneer zijn vader eenmaal begraven is. Daaraan was een krachtmeting voorafgegaan met de Staat (voor 46 procent aandeelhouder in Dassault Aviation) via de minister van Defensie André Giraud, die hem te zwak vond voor die functie. De hardvochtigheid van Marcel tegenover Serge was voor niemand een geheim. De paternalistische patron kon zijn vaderliefde goed verbergen. 'Mijn vader heeft me nooit een compliment gegeven', zei Serge ooit. Hij profileerde zich op zijn beurt veeleer als een patriarch, met zijn vier kinderen Olivier (volksvertegenwoordiger voor het departement Oise), Laurent (wijnbouw en Artcurial), Thierry (economische informatieverzameling) en Marie-Hélène, die hem samen dertien kleinkinderen schonken. Al waren er onderweg de nodige wrijvingen. 'Bij Dassault gaat niets van een leien dakje', heeft een intimus zich een tiental jaren geleden laten ontvallen nadat Serge aan iedereen die het wilde horen had verteld dat de persoon in wie hij het meeste vertrouwen had om hem op te volgen... zijn schoonzoon Benoît Habert was. Intussen was de groep onder zijn bewind aanzienlijk gegroeid, in de zakelijke luchtvaart met de Falcon en de militaire luchtvaart met de Rafale. Maar hij was vooral een digitale pionier geworden met Dassault Systèmes, de grootste Franse software-uitgeverij, waarvan de beurswaarde in mei 2018 zo'n dertig miljard euro bedroeg. Serge Dassault was een rechtse leider die dicht bij de politici stond en het zelf tot senator had geschopt. Al had hij bij dat laatste een dubbel gevoel. Hij was liever volksvertegenwoordiger geweest, zoals zijn vader. Waar Marcel Dassault het weekblad Jours de France had opgericht, ontpopte Serge zich tot een mediamagnaat, onder meer door de overname van Socpresse in 2004, met Le Figaro als bekendste dochtermaatschappij. Hij had zijn zinnen gezet op deze conservatieve krant om zijn ideeën te verspreiden en om op de ideologische keuzes van de Franse rechterzijde te wegen. Tot ieders verbazing pompte hij veel geld in zijn investering en hielp hij de krant zo om de digitale omslag te maken. In ruil daarvoor eiste de nieuwe eigenaar dat hij bij het begin van het nieuwe jaar in 'zijn' krant een bijdrage mocht schrijven. Serges parcours vertoonde treffende gelijkenissen met dat van zijn vader: succesvolle industrieel, politieke strateeg en financiële avonturier. En een identiek lang leven aan het hoofd van de groep, die vandaag 18.000 medewerkers telt, en waarvan Dassault Aviation en Dassault Systèmes de pijlers blijven. Ondanks de prestigieuze titel van vierde rijkste persoon van Frankrijk (volgens het eerstvolgende nog te verschijnen klassement van het tijdschrift Capital) en 57e rijkste persoon ter wereld (volgens Forbes) met een fortuin van twintig miljard euro, hield Serge Dassault helemaal niet van praalzucht. Hij trok liever in zijn eentje naar het Zuid-Franse Théoule-sur-Mer om met zijn boot de Middellandse Zee op te varen, dan om deel te nemen aan mondaine etentjes. Hij was genereus en aarzelde niet om zijn gsm-nummer te geven aan de inwoners van Corbeil, maar hij had er een grondige hekel aan dat men hem 'als een geldautomaat' zag. Hij kon selectief doof zijn wanneer iemand hem nog maar eens om hulp vroeg. Zijn favoriete fictiepersonage? Inspecteur Columbo, een ogenschijnlijke sul die je niet voor de gek kon houden, net zoals hijzelf.