Met duizenden stroomden de mensen naar het toernooiveld en verstopten de straten, waar ook de deelnemers en hun gevolg door probeerden te komen. Muzikanten, kunstenmakers, bedelaars en de zakkenrollers mengden zich tussen de schare 'fans'. Welgestelden of zij die tot de entourage van een beroemde toernooiridder behoorden, mochten rekenen op een weliswaar geïmproviseerd, maar toch fatsoenlijk onderkomen: 'Ik gaf opdracht ver buiten de stad tien hutten te bouwen en een tent te plaatsen. Daarvoor plantte men vier banieren en vijfh onderd speren en zesendertig ridders sloegen er hun kamp op,' bericht Ulrich von Liechtenstein trots over het toernooi in Friesach. Het gewone volk moest maar zien waar het bleef. Wie slim was, had z'n eigen mondvoorraad meegenomen, want menig waard en gaarkok buitte de situatie uit: 'Het eten is hier veel te duur,' laat ridder Ulrich een hoge geestelijke in Friesach klagen.
...