De gevangenschap sloopte de bon-vivant Casanova. 's Zomers leed hij onder een ondraaglijke hitte, 's winters hadden de ijzige vingers van de kou hem in hun greep en heerste er per etmaal 19 uur van volstrekte duisternis. En dan die vermaledijde ratten! Groot als konijnen! Vlooien deden zich tegoed aan zijn bloed, aambeien ondergroeven zijn rust. Eenzaamheid en verveling hielden hem permanent gezelschap. Toen rijpte in hem een besluit. Hij zou wagen wat nog geen gevangene van de inquisitie voor hem gelukt was: Casanova nam zich voor te ontsnappen uit de Loden Kamers, de beruchte kerkers van de republiek Venetië.
...