In een urenlange, emotionele toespraak voor een menigte van 250.000 in Alexandrië legde Gamal Abdel Nasser op 26 juli 1956 onverhoeds beslag op het Suezkanaal, aangelegd in het midden van de 19de eeuw. Het nieuws sloeg in als een bom. Goed één maand tevoren was de legerkolonel officieel president van Egypte geworden, maar hij had de touwtjes al veel vroeger in handen. De beslissing viel nadat hij geen steun had gekregen van het Verenigd Koninkrijk en evenmin van de Verenigde Staten voor de bouw van de Aswan-stuwdam die de jaarlijkse overstroming van de Nijl moest omzetten in elektriciteit. Nasser nam daarop het heft in eigen handen en klopte aan bij de Sovjet-Unie, grote rivaal van de VS in de Koude Oorlog. In Londen en Parijs zochten de regeringen in allerijl een antwoord op deze provocatie. De Brits-Franse aandeelhouders, die sinds 1882 haast alle winsten opstreken uit het voor de handel met Azië onmisbare Suezkanaal, wilden hun lucratieve bron van inkomsten niet verliezen. Bovenop kwam het onduldbare besef dat, eenmaal in Egyptische handen, de doorgang niet meer verzekerd was en de olietoevoer bedreigd. Nasser veroordeelde ook nog eens de koloniale politiek van het Verenigd Koninkrijk in het Midden-Oosten, ten voordele van Israël, en sprak zijn steun uit voor de onafhankelijkheidsstrijd in Algerije. Het was duidelijk: de onruststoker moest dringend een lesje worden geleerd of liefst nog van het toneel verdwijnen. Volgens de intenties van prime minister Anthony Eden en zijn Franse homoloog Guy Mollet werd de publieke opinie in de media opgehitst en klaargestoomd voor militaire actie tegen 'de imitator van Hitler'. De kwestie zou uitdraaien op een vernedering van formaat voor Groot-Brittannië en bondgenoot Frankrijk, met Nasser als grote overwinnaar. Een pijnlijk blijvend ijkpunt, bleek recent nog tijdens de Brexit...

In een urenlange, emotionele toespraak voor een menigte van 250.000 in Alexandrië legde Gamal Abdel Nasser op 26 juli 1956 onverhoeds beslag op het Suezkanaal, aangelegd in het midden van de 19de eeuw. Het nieuws sloeg in als een bom. Goed één maand tevoren was de legerkolonel officieel president van Egypte geworden, maar hij had de touwtjes al veel vroeger in handen. De beslissing viel nadat hij geen steun had gekregen van het Verenigd Koninkrijk en evenmin van de Verenigde Staten voor de bouw van de Aswan-stuwdam die de jaarlijkse overstroming van de Nijl moest omzetten in elektriciteit. Nasser nam daarop het heft in eigen handen en klopte aan bij de Sovjet-Unie, grote rivaal van de VS in de Koude Oorlog. In Londen en Parijs zochten de regeringen in allerijl een antwoord op deze provocatie. De Brits-Franse aandeelhouders, die sinds 1882 haast alle winsten opstreken uit het voor de handel met Azië onmisbare Suezkanaal, wilden hun lucratieve bron van inkomsten niet verliezen. Bovenop kwam het onduldbare besef dat, eenmaal in Egyptische handen, de doorgang niet meer verzekerd was en de olietoevoer bedreigd. Nasser veroordeelde ook nog eens de koloniale politiek van het Verenigd Koninkrijk in het Midden-Oosten, ten voordele van Israël, en sprak zijn steun uit voor de onafhankelijkheidsstrijd in Algerije. Het was duidelijk: de onruststoker moest dringend een lesje worden geleerd of liefst nog van het toneel verdwijnen. Volgens de intenties van prime minister Anthony Eden en zijn Franse homoloog Guy Mollet werd de publieke opinie in de media opgehitst en klaargestoomd voor militaire actie tegen 'de imitator van Hitler'. De kwestie zou uitdraaien op een vernedering van formaat voor Groot-Brittannië en bondgenoot Frankrijk, met Nasser als grote overwinnaar. Een pijnlijk blijvend ijkpunt, bleek recent nog tijdens de Brexit-onderhandelingen, toen Labour-leider Jeremy Corbyn in het parlement sprak van 'de grootste mislukking van Brits staatsmanschap sedert de Suez-crisis.'Nassers krachtmeting kwam niet compleet uit de lucht vallen. In 1951 verwierp de Egyptische regering de overeenkomst die was vastgelegd in het Anglo-Egyptische Verdrag van 1936, waardoor de Britten gedurende twintig jaar troepen mochten legeren in de kanaalzone. Groot-Brittannië weigerde echter zich terug te trekken, wat resulteerde in anti-Britse protesten waarbij zowel Britse burgers als Egyptenaren werden gedood. Na een periode van politieke instabiliteit werd een militaire staatsgreep gepleegd, koning Farouk verbannen en een republiek opgericht. Om verdere verslechtering van de betrekkingen met Egypte te voorkomen, ging Londen door de knieen. Onder impuls van kolonel Nasser, die president Naguib buitenspel had gezet en als vicepremier alle macht naar zich had toegetrokken, ratificeerden Egypte en Groot-Brittannië op 21 oktober 1954 een verdrag volgens hetwelk alle troepen de zone van het Suezkanaal binnen twintig maanden zouden verlaten. De week daarop, tijdens een toespraak waarin de aangekondigde Britse aftocht werd gevierd, werd een moordaanslag gepleegd op Nasser. Acht schoten werden van dichtbij afgevuurd maar alle misten doel. De aanslag was zeer waarschijnlijk het werk van de Moslimbroeders, die de overeenkomst veroordeelden. Vele vermeende samenzweerders werden ter dood veroordeeld en de Moslimbroederschap werd verboden. Nassers politiek was een combinatie van Arabisch nationalisme en socialisme, het 'nasserisme', dat bijzonder populair werd in eigen land en in de hele Arabische wereld. Zijn meesterzet van 26 juli paste helemaal in dat plaatje en kwam exact na het verstrijken van de twintig maanden vastgelegd in het verdrag met de Britten.Terwijl een conferentie startte in Londen (zonder Egypte) om een vreedzame oplossing te zoeken, kwamen Groot-Brittannië en Frankrijk eind oktober in het geheim bijeen in Parijs om te beslissen wat hen te doen stond na Nassers greep op hun kanaal. Ook Israël was erbij; de jonge Joodse staat spande samen met de Europese machten, uit woede over Egyptische invallen aan de grens met Sinaï. Bovendien had Nasser ook de toegang tot de Golf van Akaba geblokkeerd, zodat Israël vanuit de Rode Zee onbereikbaar was geworden. Het trio bereikte een akkoord voor een zogenoemde 'police action', een plan met de codenaam Operation Musketeer om het Suezkanaal terug in handen te krijgen. Op 29 oktober viel het Israëlische leger de Gazastrook en het Sinaï-schiereiland binnen, en begon het zijn opmars naar de kanaalzone. Kort daarop begonnen Groot-Brittannië en Frankrijk vanaf Malta, Cyprus en vliegdekschepen strategische zondoelen in Egypte te bombarderen. Nasser reageerde door tientallen schepen te laten zinken, waardoor de waterweg geblokkeerd raakte voor alle commerciële doorvaart. Tegelijk riep hij 'een oorlog van het volk' uit en liet wapens uitdelen aan de bevolking in geval het tot een bezetting mocht komen. Begin november landden 668 Britse en 470 Franse paratroepen bij de monding van het kanaal, commando's bestormden het strand in de havenstad Port Saïd waar zware schade werd aangericht; het Egyptische verzet was ongelijk: sommige posities vochten tot het einde, andere boden weinig weerstand. De aanvallers hadden snel de controle over Port Saïd en de toegang tot het kanaal dat nu wel gesaboteerd was. De internationale gemeenschap reageerde afkeurend; drie staten hadden heimelijk samengespannen om een soeverein land aan te vallen, zonder akkoord van de Verenigde Naties. Een vierde musketier verscheen op het toneel: de Verenigde Staten die hun door WO II versterkte machtspositie voor het eerst onverholen gingen uitspelen.Misnoegd omdat hij niet vooraf was ingelicht en bevreesd dat Nasser helemaal in het communistische kamp zou belanden (waarmee reeds een wapendeal was gesloten), kwam president Dwight Eisenhower snel tussenbeide om de bondgenoten onder druk te zetten een eind te maken aan de militaire actie. Hij dreigde ermee de economische hulp die na WO II werd geboden op te schorten. De Sovjet-Unie van haar kant was woedend om wat 'een koloniale invasie' werd genoemd; partijleider Chroesjtsjov - in beslag genomen door de opstand in Hongarije - liet Nasser weten dat rechtstreekse tussenkomst onmogelijk was, maar uitte wel dreigementen om raketten af te vuren op Londen en Parijs als de troepen zich niet onmiddellijk terugtrokken. China, voor wie de doorgang steeds belangrijker werd, steunde Nasser eveneens: 'Het kanaal behoort toe aan Egypte, dat het volste recht heeft de Suez Canal Company te nationaliseren.' Na een staakt-het-vuren, uitgevaardigd door de Verenigde Naties op 7 november, begon de terugtrekking van de Britse troepen op 23 november; een maand later waren ook alle Franse soldaten weg (het Israëlische leger volgde pas begin maart 1957). VN-troepen namen het van hen over. Samen met de hele Arabische wereld vierde Egypte de overwinning, hoewel er geen echte vrede was gesloten. Naar schatting tweeduizend Egyptenaren waren gedood, tegenover 231 Israëli's en slechts een twintigtal Britten en Fransen. Toch kwam Nasser als een held uit de crisis tevoorschijn; hij had zijn slag helemaal thuis gehaald, zij het dan wel dank zij de Amerikanen en de VN. Het Suezkanaal was voortaan Egyptisch, de politieke en financiële geschillen werden beslecht, de Aswan-stuwdam kwam er met hulp van de Sovjet-Unie.Zowel Groot-Brittannië als Frankrijk zagen in 1956 hun positie als grootmacht verzwinden door de confrontatie met Egypte. De Britten waren zonder scrupules in de steek gelaten door de Amerikanen, hun trouwste bondgenoot. Door de Britse ambities te fnuiken hadden de VS hun dominantie op het wereldtoneel bevestigd, en werd het Verenigd Koninkrijk er pijnlijk aan herinnerd dat de dagen van het British Empire, na de onafhankelijkheid van Brits-Indië, nu ook in het Midden-Oosten definitief voorbij waren. Anthony Eden trad een paar weken later als eerste-minister af, met als officiële reden zijn slechte gezondheid. Het fiasco van Operation Musketeer, gedwarsboomd door Amerikanen, Russen en Chinezen, betekende het einde van het Europese imperialisme en het begin van een nieuwe wereldorde. In de jaren 1960 zette de dekolonisatie zich helemaal door. De Arabische zege, acht jaar na de collectieve nederlaag bij de stichting van de staat Israël, was evenwel van korte duur; spoedig werd de kanaalzone opnieuw oorlogsgebied: de Zesdaagse Oorlog in 1967, gevolgd door de sluiting van de waterweg en zes jaar sporadische gevechten; dan opnieuw oorlog in 1973, met twee grote overtochten, eerst door de Egyptenaren en daarna door de Israëli's. Het eindresultaat van die wederzijdse overwinningen was het vredesverdrag tussen Egypte en Israël vastgelegd in de Camp David-akkoorden van 1978.