Het is het pandemonium van het slagveld: strijdkreten, wapengekletter, hoefgetrappel en schril gehinnik van paarden die de sporen krijgen. Midden in het strijdgewoel deelt iemand met een rode leeuw op z'n schild woeste slagen uit: ridder Willem, pas een midtwintiger, maar toch al een legende. Een legende die hem de bijnaam 'de Maarschalk' en later een grafelijke titel zou opleveren: William Marshal, Earl of Pembroke.
...

Het is het pandemonium van het slagveld: strijdkreten, wapengekletter, hoefgetrappel en schril gehinnik van paarden die de sporen krijgen. Midden in het strijdgewoel deelt iemand met een rode leeuw op z'n schild woeste slagen uit: ridder Willem, pas een midtwintiger, maar toch al een legende. Een legende die hem de bijnaam 'de Maarschalk' en later een grafelijke titel zou opleveren: William Marshal, Earl of Pembroke.Hoewel er bloed vloeide en botten braken, was het een dag van vreugde. De bloem van het Europese ridderwe-zen had zich begin november van het jaar 1179 in Lagny-sur-Marne bij Parijs verzameld om de kroning van koning Philips II met een groot toernooi glans bij te zetten. Fransen, Bourgondiërs, Normandiërs, Vlamingen, Engelsen en Schotten hadden de uitdaging aangenomen. Er zouden wel 3.000 ridders in het strijdperk getreden zijn, zodat daarvan 'geen duimbreed aarde meer zichtbaar was,' pocht de anonieme dichter van de Histoire de Guillaume le Maréchal, een ridderbiografie in verzen. Ook als we dat aantal met een korreltje zout nemen, moet 'Lagny' het grootste toernooi geweest zijn dat tot dan in Europa gehouden werd - en ook nog eens van geopolitiek belang.In die tijd regeerde de Franse koning slechts over het kerngebied van het moderne Frankrijk. Van Normandië tot en met Gascogne heerste Hendrik II, de Engelse koning uit het huis Plantagenet. Om zijn territoriale aan-spraken kracht bij te zetten, stuurde deze zijn zoon Hendrik naar Lagny. En de 'jonge Hendrik' kwam niet alleen, maar met een gevolg van tachtig zwaarbewapende ridders, het puik van de Anglo-Normandische legermacht, onder aanvoering van Willem. Deze vond in Lagny een nieuwe gelegenheid om te schitteren: toen de mêlee op haar hevigst was, dreigde Hendrik door de Fransen gevangen genomen te worden. Willem sprong ertussen, rukte de 'gijzelhouders' de teugels van het prinselijk paard uit handen en bracht zijn heer in veiligheid. Zo behoedde hij Hendrik niet alleen voor het betalen van losgeld, maar ook voor een blamage.Hardheid en training, dat was wat een ridder tot een winnaar maakte. Een les die Willem al heel vroeg leerde. Zijn moeder moest hem onder tranen laten gaan toen hij als kind de vaderlijke burcht in Engeland verliet om in dienst van de vermogende Guillaume de Tancarville te treden. De heer van Tancarville werd alom bewonderd om zijn vorstelijke levensstijl en zijn hof gold als ideale leerschool voor ridders in de dop.Eenmaal aangekomen in Normandië viel de jongen op door zijn uitzonderlijke eetlust, die hem de bijnaam 'Veelvraat' opleverde. Schrijven en lezen waren van geringe betekenis, Latijn een academische luxe. Waar het in de opleiding van een schildknaap op aankwam, was het hanteren van zwaard en lans, maar vooral het ruiterschap. Alleen wie met zijn paard tot een perfecte gevechtsmachine versmolt, kon op het slagveld overleven of in een toernooi met de eer strijken. In 1164 werd Willem tot ridder geslagen, twee jaar later debuteerde hij op een toernooi. Een riskante aangelegenheid, want hij zette daarmee niet alleen zijn gezondheid op het spel, maar ook zijn paard. Een destrier (Frans voor strijdros) was evenveel waard als veertig gewone paarden of 4.500 schapen. Een vette buit, die ervaren toernooigangers maar al te graag binnensleepten. Maar de tegenstander die ze voor een welp hielden, ontpopte zich als verscheurende wolf. Toen de strijd door trompetters werd afgeblazen, verliet Willem het strijdperk als gevierd man - met vier buitgemaakte strijdrossen op sleeptouw.De jonge ridder had er de smaak van te pakken en mocht dromen van roem en rijkdom. Als freelancer beproefde hij zijn geluk op tal van toernooien. Willem wist van uitdelen en sloeg 'als een houthakker in een eikenbos'. Maar incasseren kon hij ook: toen men hem bij een toernooi in het Oost-Franse Pleurs met een overwinnaarslans wilde eren, was hij spoorloos. Uiteindelijk ontdekte men hem in een smederij, met het hoofd op het aambeeld. Zijn helm had zulke hevige stoten te verduren gekregen, dat hij er slechts met grof geweld uit bevrijd kon worden. In Roger van Jouy vond hij begin jaren zeventig van de 12de eeuw de perfecte partner. Er was een jaar dat ze tussen Aswoensdag en Pinksteren samen 103 ridders versloegen.Nu geldt Willem als 'de grootste van alle ridders' en zelfs koningen roepen hem te hulp. In 1216 stelt de Engelse vorst Jan zonder Land hem aan als regent voor zijn minderjarige zoon Hendrik III.Op zijn sterfbed kan hij, rijk en machtig geworden, tevreden terugkijken op zijn jonge jaren, toen hij de toernooizeges aan elkaar reeg: 'Ik heb vijfhonderd ridders verslagen en hun paarden en hun complete uitrusting voor mijzelf gehouden.'