Als er in 1090 aan de oever van de Isar bij het Beierse Freising rook opstijgt, zullen velen in de toegestroomde menigte het gezicht afgewend hebben. Het is dan ook vreselijk om drie gemartelde vrouwen - één van hen is hoogzwanger - levend verbrand te zien worden. Weermaaksters zouden het geweest zijn, zo weet men elkaar op fluistertoon te vertellen. Het drietal was van het bed gelicht en aan de waterproef onderworpen, d.w.z. geboeid in het water gegooid. Zinken ze naar de bodem, dan zijn het geen heksen, maar als het 'reine' water hen weer omhoog stuwt, hen kortom als 'onreine' personen afwijst, staat vast dat ze heksen zijn. Als de proef bij herhaling geen eenduidig antwoord oplevert, worden de vrouwen aan land gesleept en daar ten overstaan van een joelende menigte verbrand.
...