Zullen we beginnen met enkele clichés? Henri De Braekeleer (1840-1888) was de schilder van het oude Antwerpen: verweerde trapgevels, nauwe stegen en pittoreske doorkijkjes met daarbij de kathedraal als glorierijk oriëntatiepunt. In altijd overvolle kamers met zolderingen van houten balken en glas-in-loodramen zitten mannen en vrouwen verdiept in lectuur, naaiwerk of andere handenarbeid. Een vrouw spint wol of doet de was, een man zit te staren, kijkt uit het raam of schenkt stiekem een glaasje jenever in. Steevast heerst in de meestal kleine schilderijen een oorverdovende stilte, alsof de wereld onder een stolp zit. De Braekeleer heeft goed gekeken naar de Hollandse zeventiende-eeuwse meesters: ook hij schildert ragfijne taferelen, waar het licht zijig naar binnen valt. Kortom: hij is de Vermeer van de negentiende eeuw. Punt uit.
...