De grote avonturen uit de Griekse mythologie
...

De grote avonturen uit de Griekse mythologieThomas Rap, Amsterdam 2019475 blz., ? 24,99 ISBN 978 94 004 0293 5(Vert. Ineke van den Elskamp en Frits van der Waa)Dankzij Albert Uderzo en René Goscinny ( Astérix en Obelix) weet elke Europeaan dat de Romeinen 'vreemde jongens' waren. Datzelfde kan ook gezegd worden van hun tijdgenoten die meestal in één adem genoemd worden: de Grieken. Het is onmogelijk om je aan die indruk te onttrekken na het lezen van de twee kort na elkaar verschenen verhalenbundels van de Britse duizendpoot Stephen Fry. Deze acteur, regisseur, tv-presentator, journalist en dichter blijkt ook nog een begenadigd schrijver te zijn.In Mythos beschrijft Fry beeldend hoe de Griekse goden zich met de mensheid bemoeiden, met een nadruk op 'hun wandaden, ..., hun tirannieke greep op het leven en de beschaving van de mens'. De Grieken hadden - zoals elke brugklasser in zijn geschiedenisboek kan lezen - hun goden naar hun evenbeeld geschapen. De Griekse goden waren zowel krijgshaftig als creatief, wijs als woest, liefhebbend als jaloers, teder én bruut en gevoelig én wraakzuchtig. Hoewel ik al sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw dertienjarige pubers aan mijn lippen heb hangen als ik de verhalen vertel van Oidipous, Theseus of Odysseus op bezoek bij de cycloop Polyphemos, voelde ik me tijdens het lezen van beide boeken steeds kleiner worden: de Griekse mythologie bleek in de navertelling door Stephen Fry nog veel rijker te zijn dan ik me ooit had gerealiseerd. Wat een jaloerse tuthola is die Hera en wat een ongepolijste rouwdouwer die Herakles! Om van de oversekste Zeus nog maar niet te spreken. Het is wel een voordeel dat ik dol ben op Britse humor en understatements (wie dat niet heeft: begin niet aan deze boeken!) en niet vies ben van een anachronistisch dwarsverband, want Fry permitteerde zich veel dichterlijke vrijheid. Daarom is het wel bijzonder dat hij het niet aandurfde om af en toe een naam weg te laten. Alleen al in Helden worden de namen genoemd van dertien Olympische goden en hun nakomelingen en van meer dan zeventig oerwezens en vijftig monsters. En alsof dat nog niet genoeg is worden ook nog eens 136 verschillende mannelijke stervelingen en 57 vrouwelijke stervelingen ten tonele gevoerd. Een onsje minder was ook goed geweest. En daar zaten Odysseus en Polyphemos nog niet eens bij. Die mogen van mij in een volgend boek door Stephen Fry in een eigentijds jasje gestoken worden.