Europa hertekende zichzelf na de Eerste Wereldoorlog, maar vrede leverde dat niet op

Fragment uit 'Ondertekening van het Verdrag van Versailles in de Spiegelzaal' van William Orpen © Wikimedia Commons

De wapenstilstand van 11 november 1918 doet de wapens op alle fronten zwijgen. Maar de harde vredesverdragen die daarna worden getekend, bieden geen garantie voor een duurzame vrede. Integendeel, ze bevatten de kiemen voor conflicten die zullen uitmonden in een nieuwe wereldoorlog.

De wapenstilstand van 11 november is veel meer dan een staakt-het-vuren waarbij de strijdende partijen beloven de wapens voor een tijdje te laten zwijgen. Het is een heuse capitulatie. De overwonnenen leggen hun lot in de handen van de overwinnaars. Alle bezette gebieden worden ontruimd. De geallieerden nemen bruggenhoofden over de Rijn in en houden zo een spreekwoordelijke voet tussen de deur: als het Duitse leger de wapens weer opneemt, dan zullen de geallieerden snel kunnen doorstoten op Duits grondgebied.

Met de wapenstilstand start ook een eerste ontmanteling van de Duitse strijdkrachten: de vloot wordt overgedragen aan de Britten en duizenden mitrailleurs, treinstellen, artilleriestukken enzovoort komen in handen van de geallieerden.

Het uiteindelijke vredesverdrag neemt geen gas terug, integendeel. De vernedering voor Duitsland is compleet. De Duitsers krijgen een koekje van eigen deeg, want in maart 1918 hebben zij het onderste uit de kan gehaald toen ze Rusland het Vredesverdrag van Brest-Litovsk lieten tekenen.

Versailles

Vanaf januari 1919 blazen alle overwinnaars verzamelen in Parijs. De verliezers zitten niet rond de tafel. Zij zijn niet welkom. Een andere afwezige is de geallieerde bondgenoot Rusland. Daar woedt een burgeroorlog waarvan niet zeker is wie als winnaar uit de bus zal komen. Lenin en de zijnen worden in elk geval als onbetrouwbaar beschouwd. De eigengereide houding van de overwinnaars is nieuw voor het concert européen, de diplomatieke werkwijze waarmee de grootmachten in de 19de eeuw decennialang de vrede wisten te bewaren in Europa.

Ook verrassend is de openheid waarmee de overwinnaars luidop hun territoriale en andere eisen verdedigen. Uiteraard zijn diplomaten en politici achter de schermen en in de achterkamers druk in de weer, maar de opbodpolitiek waarmee landen openlijk hun deel van de koek opeisen, is hoogst opmerkelijk.

Europa hertekende zichzelf na de Eerste Wereldoorlog, maar vrede leverde dat niet op
© US Military Academy West Point

Er zijn niet minder dan 32 officiële delegaties in Parijs. Toch komt de voltallige conferentie slechts zes keer bijeen. De belangrijkste besprekingen vinden plaats tussen Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten. Drie mannen beheersen de debatten: de Franse en Britse regeringsleiders Georges Clemenceau en David Lloyd George, en president Woodrow Wilson, die als eerste president van de Verenigde Staten de Atlantische Oceaan oversteekt.

Bij de Vredesconferentie van Versailles domineren drie mannen de besprekingen: de Britse premier Lloyd George (links), de Franse regeringsleider Clemenceau (midden) en de Amerikaanse president Wilson (rechts).
Bij de Vredesconferentie van Versailles domineren drie mannen de besprekingen: de Britse premier Lloyd George (links), de Franse regeringsleider Clemenceau (midden) en de Amerikaanse president Wilson (rechts).

Ook Vittorio Orlando, de Italiaanse eerste minister, en zijn Japanse collega Takashi Harwordt worden aanvankelijk bij het selecte kransje van de groten toegelaten, maar zij halen het einde van de onderhandelingsrit niet. De Japanners worden geweerd na een meningsverschil over de toepassing van het gelijkheidsbeginsel der volkeren. Italië loopt weg wanneer blijkt dat de geallieerden terugkomen op de territoriale beloftes die ze in 1915 hadden gemaakt om de Italianen aan hun zijde in de oorlog te betrekken. Het land moet lijdzaam toezien hoe het nieuwe Joegoslavië (officieel het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen) gaat lopen met de hoofdprijs, Dalmatië. Zuid-Tirol gaat wel naar Italië, hoewel slechts een op drie inwoners Italiaans spreekt.

Tijdens de oorlog hebben alle deelnemende landen vroeg of laat geprobeerd om hun oorlogsdoelen vast te leggen. Niemand deed dat echter zo overzichtelijk als de Amerikaanse president Wilson. Al op 8 januari 1918 heeft hij zijn lijst van veertien punten in het Amerikaanse Congres verdedigd. Een jaar later rust de hoop van Europa en de wereld op deze Democraat. Vriend en vijand zijn het erover eens dat de Verenigde Staten het conflict hebben doen kantelen.

Wilson geniet een enorm prestige onder meer wegens zijn visie op een nieuwe en vrije wereld. Hij wil meer doen dan rekeningen vereffenen en biedt hoop in moeilijke tijden. Zijn veertienpuntenprogramma wordt dan ook de basis voor de onderhandelingen in Parijs. We merken terloops op dat ook de Duitse regering vanaf oktober 1918 aangeeft dat ze bereid is om te onderhandelen op basis van de lijst van Wilson.

In Versailles spelen de Amerikanen een veel belangrijkere rol dan ze eigenlijk verdienen gezien hun late en al bij al beperkte deelname aan de oorlog. Frankrijk en Groot-Brittannië hebben het moeilijk met de Amerikaanse dominantie. De Fransen zijn trots dat de conferentie in hun land plaats vindt, maar tegelijk stellen ze met enige verbittering vast dat het Frans als diplomatieke taal op de achtergrond raakt ten voordele van het Engels.

De 14 punten van Wilson

De onderhandelingen vertrekken niet van een leeg blad. Wilson beschrijft in zijn veertienpuntenprogramma vrij concreet hoe het naoorlogse Europa eruit kan zien. Eén punt gaat over het herstel van België, maar ook de oprichting van een Poolse staat komt ter sprake, net als de teruggave van Elzas-Lotharingen aan Frankrijk.

Daarnaast bevat de lijst een aantal idealistische principes. Zo wijst Wilson de geheime diplomatie met de vinger als een van de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog. Een ander belangrijk thema is vrijhandel, een idee waarmee vooral de Europese koloniale machten het moeilijk hebben.

Maar de formulering van sommige punten is heel dubbelzinnig en vatbaar voor meerdere interpretaties. Voor de president is het dansen op een slappe koord, waarbij hij de Amerikaanse belangen probeert te verzoenen met die van zijn Europese partners. Zo wordt in punt 3 de vrijhandel verdedigd, maar door de toevoeging van ‘so far as possible’ zet Wilson de deur open voor uitzonderingen. In punt 4 pleit hij voor ontwapening, maar desondanks mag elk land beschikken over alle militaire middelen die nodig zijn om de ‘binnenlandse veiligheid’ te garanderen, een vrijgeleide voor landen die zich zwaar willen bewapenen.

Woodrow Wilson is de eerste president die de Atlantische Oceaan oversteekt. Hij geniet een enorm prestige en wil niet alleen de rekening met de verslagen vijand vereffenen. Zijn 14-puntenprogramma vormt de basis voor de onderhandelingen in Versailles.
Woodrow Wilson is de eerste president die de Atlantische Oceaan oversteekt. Hij geniet een enorm prestige en wil niet alleen de rekening met de verslagen vijand vereffenen. Zijn 14-puntenprogramma vormt de basis voor de onderhandelingen in Versailles.

Wilson opent ook de doos van Pandora door zwaar in te zetten op het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. Wanneer volkeren deel uit maken van een staat die ze niet als de hunne beschouwen, moeten zich kunnen organiseren in een onafhankelijke natie. Daarbij wordt taal als een belangrijk natievormend criterium geschouwd. Een rigoureuze toepassing van deze visie zou in theorie kunnen leiden tot het ontstaan van een hele resem nieuwe landen.

Het nationaliteitenprincipe dreigt vooral het koloniale systeem op zijn kop te zetten. Het rommelt in enkele Franse en Britse kolonies zoals Algerije, Tunesië, Brits-Indië en Egypte, waar lokale leiders meer zelfbestuur eisen.

De toepassing van het zelfbeschikkingsrecht gebeurt arbitrair en zal vooral gevolgen hebben voor Centraal- en Oost-Europa. Zeven nieuwe landen zien er het levenslicht: Finland, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechoslowakije en Joegoslavië. Hoewel daardoor het aantal ‘ontheemden’ daalt van 60 naar 25 miljoen (1914/1919), leven nog steeds tal van minderheden in elk van deze nieuwe staten. In Tsjechoslowakije domineren de Tsjechen, terwijl zij slechts de helft van de bevolking vertegenwoordigen. De andere helft bestaat uit een kwart Duitsers, een zesde Slovaken, 5 procent Hongaren, 3 procent Roethenen en 1 procent Polen. Hetzelfde geldt voor Polen waar slechts 60 procent van de bevolking Pools spreekt.

Gekibbel tussen grootmachten

Hoewel alle landen in Parijs formeel aanvaarden dat de veertien punten van Wilson het vertrekpunt van de onderhandelingen vormen, blijkt al snel dat de onderliggende spanningen groter zijn dan gedacht. Het gemeenschappelijk doel dat hen tijdens de oorlog had samengebracht – de overwinning op de Centralen – is bereikt en in 1919 wordt pijnlijk duidelijk dat de nationale belangen terug de bovenhand halen.

Wilson staat voor moeilijke opdracht wanneer hij probeert om de belangen van zijn eigen land te verzoenen met de nationale eisen van elk van zijn Europese bondgenoten.
Wilson staat voor moeilijke opdracht wanneer hij probeert om de belangen van zijn eigen land te verzoenen met de nationale eisen van elk van zijn Europese bondgenoten.

Niet alleen zit er af een toe een ferme haar in de boter tussen de Verenigde Staten en hun Europese partners, ook het onderlinge wantrouwen tussen Frankrijk en Groot-Brittannië is groot. De Fransen vermoeden dat de Britten hun commerciële belangen in Duitsland zullen laten primeren op de vereffening van de rekening. Die bekommernis is niet helemaal onterecht. De Britten geven inderdaad de voorkeur aan pragmatisme als het over economische betrekkingen gaat en daarom willen ze zo snel mogelijk de handelscontacten met Duitsland herstellen. Daarbij speelt ook nog een andere factor een grote rol: het sluimerende gevaar van een communistische revolutie in Duitsland.

In januari 1919 breken in verschillende Duitse steden zware gevechten uit wanneer de Spartakisten proberen de macht over te nemen. De linkse revolutie wordt neergeslagen met behulp van rechtsgezinde oud-strijders, maar toch lijkt het alsof het grootste Europese land door het communisme bedreigd wordt. De Britten willen de Duitsers uit de klauwen van de communisten houden door ze een toekomst te bieden.

De Fransen zitten op een andere golflengte en willen Duitsland hard straffen. Sommigen pleiten zelfs voor een volledige ontmanteling van de Duitse economie. De angst voor het communisme is ook een van de redenen waarom Groot-Brittannië zich slechts een lauwe voorstander toont van Duitse herstelbetalingen.

De bekende econoom John M. Keynes verzet zich hevig tegen de bedragen die Duitsland moet ophoesten als vergoeding voor de oorlogsschade. Een gemakkelijk standpunt menen velen op het continent. In verhouding tot landen als Frankrijk en België heeft het Britse eiland relatief weinig materiële schade ondervonden van de oorlog.

Keynes en vele andere Britten zien heel wat economische mogelijkheden in de Duitse puinhoop. Zij hopen er nieuwe afzetmarkten voor hun producten te kunnen aanboren en zijn dus veel meer geïnteresseerd in een Duitse economische heropleving. Groot-Brittannië verdenkt Frankrijk ervan dat het de hegemonie over het continent nastreeft en dwarsboomt daarom de Franse plannen om het Rijnland los te weken van Duitsland.

Affiche waarin de bevolking wordt duidelijk gemaakt wat Duitsland allemaal verloren heeft: zijn kolonies, een deel van zijn grondgebied en dus ook van zijn inwoners en belangrijke productiecapaciteit.
Affiche waarin de bevolking wordt duidelijk gemaakt wat Duitsland allemaal verloren heeft: zijn kolonies, een deel van zijn grondgebied en dus ook van zijn inwoners en belangrijke productiecapaciteit.© Das Bundesarchiv, Koblenz

Ondanks alle spanningen is de verdragstekst vrij snel klaar. Op 7 mei 1919 wordt het document onder het oog van de 27 aanwezige landen voorgelegd aan Duitse vertegenwoordigers in het Trianon Palace in Versailles. De Duitse delegatie is naar Parijs afgezakt met een legertje onderhandelaars, maar Frankrijk toont zich onverzettelijk, en ook de Verenigde Staten hebben geen zin in overleg en discussie. Enkel de Britten tonen begrip voor het Duitse protest, maar een herziening komt er niet. De tekst is te nemen of te laten. Na lang talmen zetten de sociaaldemocratische minister van Buitenlandse Zaken Hermann Müller en de katholieke minister van Transport en Koloniën Johannes Bell hun handtekening onder het verdrag.

De Duitsers slikken alle bepalingen van het verdrag. Het land gaat gebukt onder enorme interne en externe druk. De burgeroorlog smeult nog na. De geallieerden houden de Duitsers al maandenlang in een economische wurggreep met een maritieme blokkade van hun havens. De dreiging met een buitenlandse militaire tussenkomst is reëel, want een Franse troepenmacht staat al klaar aan de grenzen. Geen wonder dat het verdrag in Duitsland al snel bekend staat als Diktat.

Minder bekend is dat de ratificatie van het verdrag niet zo vlot verloopt in sommige andere landen. De Britten keuren het akkoord al goed in juli 1919, maar in Frankrijk is niemand tevreden. Daarom duurt het tot oktober voor het Franse parlement zich achter het verdrag schaart. De grootste problemen duiken op aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. In de Verenigde Staten raakt het verdrag niet goedgekeurd. De Democratische president Wilson botst er op een door de Republikeinen gedomineerd Congres dat het akkoord definitief verwerpt in maart 1920.

Voortzetting met andere middelen

Met het Verdrag van Versailles verliest Duitsland een zevende van zijn grondgebied. Elzas-Lotharingen keert na bijna een halve eeuw terug naar Frankrijk. België krijgt de Oostkantons. Denemarken recupereert Sleeswijk, een gebied dat het in 1864 aan Pruisen had moeten afstaan. In het oosten verschijnt er een onafhankelijke Poolse staat op de kaart. Dat nieuwe Polen bestaat niet alleen uit voormalig Duits grondgebied, maar ook uit gebieden die voor de oorlog tot de Dubbelmonarchie of Rusland behoorden.

Op aandringen van Wilson en de Britten krijgt Polen meteen een toegang tot de zee via de corridor van Danzig. Die Poolse as snijdt Duitsland in twee.

De grote betrokkenheid van president Wilson op het Europese toneel wordt niet gesmaakt door een meerderheid van de Amerikanen. De Republikeinen winnen de verkiezingen en sturen het land in de richting van het isolationisme.
De grote betrokkenheid van president Wilson op het Europese toneel wordt niet gesmaakt door een meerderheid van de Amerikanen. De Republikeinen winnen de verkiezingen en sturen het land in de richting van het isolationisme.© Life Magazine

Bovendien verliest Duitsland alle Afrikaanse en Aziatische kolonies. Vooral de Britten en Fransen profiteren hiervan, maar ook de Belgen krijgen twee koninkrijken, Rwanda en Urundi, als mandaatgebieden toegewezen. In Azië verdelen de Japanners, de Australiërs en de Nieuw-Zeelanders de Duitse koloniale buit onder elkaar.

Voorts wordt Duitsland militair tot dwerg herleid. De geallieerden willen voorkomen dat het land zich ooit nog kan ontwikkelen tot militaire grootmacht. De linkeroever van de Rijn blijft een demilitariseerde zone die gedurende vijf tot vijftien jaar zal worden bezet door de geallieerden. Aan deze bezetting nemen ook Belgische troepen deel. De Duitse strijdkrachten worden beperkt tot een beroepsleger van honderdduizend manschappen dat niet mag beschikken over duikboten, zware artillerie, tanks en gevechtsvliegtuigen.

Tegelijk volgen allerlei economische sancties die de Duitse patenten en invoerrechten hard raken. Het Duitse Saarland zal vijftien jaar lang beheerd worden door de Volkenbond, waarna een volksraadpleging moet beslissen of deze industrieel belangrijke regio zal terugkeren naar de Heimat. Hoewel lokale volksraadplegingen zich uitspreken voor aanhechting bij Duitsland verliest de Weimarrepubliek het grootste deel van Opper-Silezië, een ander belangrijk mijnbouw- en industriegebied, aan de nieuwe Poolse staat.

Duitsland wordt militair tot dwerg herleid. De geallieerden willen voorkomen dat het land zich ooit nog kan ontwikkelen tot militaire grootmacht.

Maar voor veel Duitsers is vooral artikel 231 van het verdrag moeilijk te verkroppen. In dit stukje tekst wordt zonder enige nuance de schuld van de oorlog bij Duitsland en zijn bondgenoten gelegd. Uit deze morele veroordeling volgt meteen ook dat Duitsland de oorlogsschade zal moeten vergoeden en dat het alle oorlogsmisdadigers moet uitleveren. Een groot proces tegen politieke en militaire leiders als keizer Wilhelm II (in ballingschap in Nederland) en de generaals Erich von Ludendorff en Paul von Hindenburg komt er evenwel niet.

De Duitsers organiseren in 1921 en 1922 in Leipzig wel een oorlogstribunaal. Amper zeventien Duitsers staan er terecht voor de mishandeling van krijgsgevangenen en burgers of voor het doen zinken van een Brits hospitaalschip. In vele gevallen volgt een vrijspraak of wordt de straf later herzien. De overwinnaars raken gefrustreerd over de manifeste Duitse onwil om meer processen te organiseren. Die starre houding heeft ervoor gezorgd dat de geallieerden na de Tweede Wereldoorlog de zaken anders zullen aanpakken en zelf de nodige rechtbanken oprichten waarvoor ook topfiguren van het naziregime ter verantwoording worden geroepen.

De toon is gezet

Versailles zet de toon voor de andere vredesakkoorden, die even onverbiddelijk zijn. Er volgen in 1919 en 1920 nog vier grote verdragen, alle ondertekend in de rand van de Franse hoofdstad: Saint-Germain-en-Laye (met Oostenrijk), Neuilly-sur-Seine (met Bulgarije), Grand Trianon Palace (met Hongarije) en Sèvres (met het Ottomaanse Rijk).

Het verdrag met Oostenrijk in september 1919 en dat met Hongarije in juni 1920 betekenen niets minder dan een totale ontmanteling van het eeuwenoude Habsburgse Keizerrijk ten voordele van Polen, Roemenië, Italië en twee gloednieuwe staten Tsjechoslowakije en Joegoslavië.

Oostenrijk en Hongarije worden – veel meer dan Duitsland – herleid tot kleine staten zonder toegang tot de zee. Beide verliezen ook hun grootste industriecentra en rijkste landbouwgebieden.

Het nieuwe Hongarije van na 1920 is veel kleiner dan het historische kerngebied. Bovendien wonen er zelfs drie miljoen Hongaren buiten de nieuwe staatsgrens. De roep naar het herstel van de oude grenzen uit zich in de oprichting van tal van monumenten.
Het nieuwe Hongarije van na 1920 is veel kleiner dan het historische kerngebied. Bovendien wonen er zelfs drie miljoen Hongaren buiten de nieuwe staatsgrens. De roep naar het herstel van de oude grenzen uit zich in de oprichting van tal van monumenten.

De opdeling van het Oostenrijk-Hongaarse Rijk is niet alleen een geallieerde wens, maar komt ook spontaan tot stand. Nog voor de wapenstilstand scheuren verschillende delen zich af, al dan niet met de goedkeuring van de geallieerden. De verdragen van Saint-Germain-en-Laye en Trianon bevestigen veeleer de werkelijke toestand dan dat ze die hebben gecreëerd.

Hongarije hervalt na de oorlog in totale chaos met een snelle afwisseling van verschillende regimes. Vooral de communistische regering van Bela Kun regeert met ijzeren hand tot Roemeense troepen met Franse steun het land in augustus 1919 binnenvallen en de hoofdstad Boedapest bezetten. Ze zullen er blijven tot 16 november 1919. Daarna komt de macht in handen van admiraal Miklós Horthy die op 1 maart 1920 tot regent wordt aangeduid. Het blijft een vreemd gegeven: Hongarije, een land zonder toegang tot de zee, wordt geleid door een admiraal zonder vloot die regent is in een koninkrijk zonder koning… Na de rode terreur van de communist Kun volgt een nieuwe periode van repressie, ditmaal gericht tegen alles en iedereen die communistisch is.

Net zoals de Duitsers hebben Oostenrijkers noch Hongaren enige inspraak gekregen in de teksten van de verdragen die hen zijn voorgelegd. Het nieuwe Hongarije is niet alleen veel kleiner dan het historische kerngebied, maar door de nieuwe grenzen wonen maar liefst drie miljoen Hongaren buiten Hongarije. Dit illustreert treffend de willekeur waarmee de overwinnaars het nationaliteitenprincipe hebben toegepast.

Grieken uit Thracië op de vlucht voor Bulgaarse vervolging. Het vredesverdrag met Bulgarije van november 1919 voorziet in een georganiseerde 'bevolkingsruil'. 50.000 Bulgaren vertrekken uit Griekenland, 40.000 Grieken maken de omgekeerde beweging.
Grieken uit Thracië op de vlucht voor Bulgaarse vervolging. Het vredesverdrag met Bulgarije van november 1919 voorziet in een georganiseerde ‘bevolkingsruil’. 50.000 Bulgaren vertrekken uit Griekenland, 40.000 Grieken maken de omgekeerde beweging.© Library of Congress, Washington DC

Misnoegd over zoveel onrecht waart tijdens het interbellum dan ook de geest van revanche rond in de Hongaarse publieke ruimte. De afgestane territoria staan bekend als ‘bezette gebieden’ en iedereen – van politici, journalisten tot gewone burgers – blijft hameren op de nood aan herstel van de oude grenzen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Hongaren zich eind jaren 1930 zullen aansluiten bij de As-mogendheden en vanaf 1941 aan de kant van het Derde Rijk in de Tweede Wereldoorlog stappen.

Vanaf mei 1919 starten ook de onderhandelingen over het vredesverdrag met Oostenrijk. Het Verdrag van Saint-Germain-en-Laye stemt volledig overeen met dat van Versailles. Het ontbreken van een officiële Duitse tekst van het verdrag illustreert de bereidheid van de geallieerden om het verdrag door de strot van de verliezer te duwen. De Oostenrijkers vrezen dat wat nog overblijft van hun territorium economisch niet levensvatbaar zal zijn en zijn daarom geïnteresseerd in aanhechting bij een buurland.

Onmiddellijk na de wapenstilstand hebben Oostenrijkse parlementsleden, gesteund door een meerderheid van de bevolking, de republiek Deutsch-Österreich uitgeroepen. Zoals de naam suggereert, zoeken ze aanhechting bij Duitsland.

Voor de geallieerden staat vast dat Oostenrijk een onafhankelijke staat moet blijven en dus nemen ze die bepaling op in het verdrag. Vooral Frankrijk ziet een mogelijke aansluiting als een versterking van de positie van Duitsland op het vaste land. Uiteindelijk komt de Anschluss er dan toch in 1938 onder impuls van Adolf Hitler die van het tenietdoen van de vredesverdragen zijn stokpaardje zal maken.

Het verdrag over Bulgarije komt tot stand na meer dan een jaar onderhandelen tussen de overwinnaars onderling. Het wordt getekend in november 1919 in Neuilly-sur-Seine en betekent een ernstige inkrimping van het Bulgaarse grondgebied. De Bulgaren verliezen hun toegang tot de Egeïsche Zee (en dus ook de Middellandse Zee) aan de Grieken. In het westen krijgen de Serviërs verschillende terreinstroken. In het noordoosten keert Zuid-Dobroedzja terug naar Roemenië, een land dat zijn grondgebied weet te verdubbelen en zijn bevolking ziet toenemen van 8 tot 16 miljoen inwoners door de inpalming van het Hongaarse Transsylvanië en het Russische Bessarabië.

De Arabieren krijgen al snel het deksel op de neus: de optie van een groot Arabisch rijk dat het Midden-Oosten overheerst en zich uitstrekt van Syrië tot Irak en Saoedi-Arabië wordt onmiddellijk van tafel geveegd.

Zoals bepaald in de andere vredesverdragen wordt het Bulgaarse leger sterk ingeperkt, staat een reeks herstelbetalingen ingeschreven en komt de schuld van de oorlog uitsluitend voor rekening van de Bulgaren. Het verdrag voorziet ook in een georganiseerde ‘bevolkingsruil’. Zo’n 50.000 Bulgaren vertrekken uit Griekenland, terwijl 40.000 Grieken de omgekeerde beweging maken. In totaal vangt het ontredderde Bulgarije meer dan 100.000 Bulgaarse vluchtelingen uit de grensgebieden op.

Ten slotte valt ook het Ottomaanse Rijk uiteen. De ontmanteling is een gevolg van de conferentie van San Remo van april 1920 en het Verdrag van Sèvres dat enkele maanden later wordt gesloten. De perifere gebieden van het Ottomaanse Rijk en de Duitse kolonies worden verdeeld onder het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Arabië wordt onafhankelijk.

Voor het eerst ontbreken de Verenigde Staten op de afspraak. President Wilson heeft in oktober 1919 af te rekenen met een beroerte waardoor hij nauwelijks in staat is om te regeren. Op dat ogenblik ligt zijn beleid zwaar onder vuur van de Republikeinen die over een meerderheid in het Congres beschikken. Veel Amerikanen verwijten de president dat hij te veel tijd doorbrengt in Europa en te weinig aandacht heeft voor de belangen van zijn landgenoten. De Republikeinen willen de Verenigde Staten terug in de richting van het isolationisme sturen. Hun stem is niet aanwezig in Versailles, maar vindt wel gehoor bij de Amerikaanse kiezers. In november 1920 veroveren zij het Witte Huis door de verkiezing van de Republikein Warren Harding tot president.

In San Remo staat er geen rem op de Britse en Franse aspiraties. De Arabieren krijgen al snel het deksel op de neus: de optie van een groot Arabisch rijk dat het Midden-Oosten overheerst en zich uitstrekt van Syrië tot Irak en Saoedi-Arabië wordt onmiddellijk van tafel geveegd. De Frans-Britse militaire aanwezigheid in de regio onderstreept het grote belang dat beide landen hechten aan de regio. Voor de Britten gaat het bijvoorbeeld over de veiligstelling van het Suezkanaal in Egypte, maar ook over de olievoorraden in Mesopotamië (Irak).

Mustafa Kemal (tweede van links) - Ataturk of vader van de Turken - start na de oorlog een militaire opstand vanuit Ankara. Hij slaagt erin om het regime van de sultan omver te werpen en roept in oktober 1923 de Turkse republiek uit.
Mustafa Kemal (tweede van links) – Ataturk of vader van de Turken – start na de oorlog een militaire opstand vanuit Ankara. Hij slaagt erin om het regime van de sultan omver te werpen en roept in oktober 1923 de Turkse republiek uit.

Britten en Fransen verdelen de koek dus onder elkaar, zoals ze in januari 1916 hebben afgesproken met het Verdrag van Sykes-Picot. Ze voelen zich niet geroepen de eerder gemaakte afspraken met zowel de joden als de Arabieren in te lossen. Frankrijk stelt zich tevreden met een mandaat over Syrië en Libanon. De Britten controleren voortaan Irak, Jordanië en Palestina. Meteen start ook de joodse emigratiepolitiek naar Palestina waar na de Tweede Wereldoorlog de staat Israël zal verschijnen. Het is opmerkelijk hoe de Fransen en Britten met enkele pennentrekken kunstmatige politieke entiteiten oprichten die in vele gevallen geen enkele gemeenschappelijke historische achtergrond hebben.

Van het Ottomaanse Rijk blijft alleen een rompstaat over die zal uitgroeien tot het huidige Turkije. De Ottomanen krijgen te horen dat de Dardanellen en Bosporus onder controle komen van een internationale commissie die moet toezien op het vrije scheepsverkeer in vredes- en oorlogstijd. De hele streek van Izmir gaat aan Griekenland verloren. Er wordt een Armeense staat opgericht en de Koerden krijgen autonomie, twee uitdrukkelijke eisen van de Amerikaanse president Wilson.

Het overblijvende deel van het Ottomaanse Rijk moet ook de aanwezigheid dulden van buitenlandse troepen: 20.000 Grieken ontschepen op 15 mei 1919 bij Izmir; Fransen en Italianen zitten in het zuiden; de Britten bezetten een stuk in het oosten; Fransen en Britten houden tot september 1923 militaire detachementen in Constantinopel.

In deze omstandigheden slaagt generaal Mustafa Kemal erin om het verzet te verenigen. De oorlogsheld van de gevechten bij Gallipoli start vanaf 1919 een militaire opstand vanuit Ankara. Op drie jaar tijd slaagt hij erin het regime van de sultan omver te werpen. In één adem verdrijft hij ook alle buitenlandse troepen en maakt hij manu militari een einde aan de Armeense onafhankelijkheid. In oktober 1923 roept hij de Turkse republiek uit.

De idealen van Wilson en zijn Volkenbond blijken al snel te hoog gegrepen. Uiteindelijk tellen alleen de nationale belangen van de grootmachten. De kiemen van de Tweede Wereldoorlog liggen dan ook deels in de manier waarop de Eerste Wereldoorlog is afgesloten.
De idealen van Wilson en zijn Volkenbond blijken al snel te hoog gegrepen. Uiteindelijk tellen alleen de nationale belangen van de grootmachten. De kiemen van de Tweede Wereldoorlog liggen dan ook deels in de manier waarop de Eerste Wereldoorlog is afgesloten.

Hoewel ze geprobeerd hebben de opmars van Kemal te stoppen, zijn de geallieerden niet van plan om in een ver land een groot en duur leger op de been te houden dat het Verdrag van Sèvres moet afdwingen. Vandaar hun bereidheid om een nieuw verdrag te onderhandelen ter vervanging van de tekst van Sèvres.

Het Verdrag van Lausanne (juli 1923) is veel gunstiger voor de Turken: naast verschillende voordelige grensaanpassingen is er geen sprake meer van een onafhankelijk Koerdistan of Armenië en krijgt het land opnieuw de volle soevereiniteit over de zeestraten tussen de Middellandse en de Zwarte Zee. Tijdens en na de campagne van Kemal vluchten 1,5 miljoen Grieken weg uit Turkse gebieden en vertrekken 400.000 Turken uit Griekse gebieden. Deze volksverhuizingen maken deel uit van de overeenkomst gesloten in Lausanne. Eigenlijk komt dit neer op een georchestreerde etnische zuivering.

Nieuwe problemen

Wapenstilstanden noch vredesverdragen zetten een definitief punt achter het wapengekletter. In Turkije vecht Mustafa Kemal zich een weg naar de macht, terwijl in Oost-Europa de bolsjewieken een regelrechte oorlog uitvechten met de Polen over het tracé van hun onderlinge grens.

De Ottomanen krijgen te horen dat de Dardanellen en Bosporus onder controle komen van een internationale commissie die moet toezien op het vrije scheepsverkeer in vredes- en oorlogstijd. De hele streek van Izmir gaat aan Griekenland verloren.

Eenmaal de nieuwe grenzen duidelijk zijn, komen er grote vluchtelingenstromen op gang. Honderdduizenden laten hun hebben en houden achter en vertrekken naar het gebied dat zij als hun thuisland beschouwen. Het menselijk leed dat met deze volksverhuizingen gepaard gaat, blijft vaak onderbelicht. Wie besluit om te blijven krijgt het vaak hard te verduren, omdat de nieuwe machthebbers liefst zo snel mogelijk alle sporen van het oude regime willen uitwissen. Steden veranderen van naam en vroegere meerderheden worden minderheden. Veel burgers leven in grote onzekerheid over hun toekomst.

Er heerst een gevoel van vertwijfeling. De vredesverdragen laten de deur open voor toekomstige betwistingen zoals de Poolse corridor van Danzig die Duitsland in twee snijdt. Frankrijk blijft zich zorgen maken over zijn veiligheidstoestand en zoekt daarom wanhopig naar bondgenoten in Oost-Europa zodat het Duitsland kan ‘omsingelen’. De Fransen knopen relaties aan met de Baltische staten en vooral met Polen. Ook andere landen proberen zich te beveiligen tegen de revanchegevoelens van de verliezers. Zo vormen Tsjechoslowakije, Roemenië en Joegoslavië al snel een bondgenootschap tegen Hongarije.

Van een duurzame vrede is dus helemaal geen sprake in 1919 of 1920. Ook loert het communistische gevaar om de hoek. De burgeroorlog in Rusland eindigt begin jaren 1920 met een overwinning van het Rode Leger dat alle uithoeken van Rusland terug onder controle van de bolsjewieken brengt.

In Europa zorgt de aanwezigheid van een communistische staat voor grote nervositeit. De communisten propageren een heel nieuwe samenleving waarin geen plaats is voor gevestigde waarden als adel, industriëlen, bourgeoisie of clerus. Daarom zoeken West-Europese landen als Frankrijk verdere toenadering tot de buurlanden van Rusland. Met een bufferzone rond de toekomstige Sovjet-Unie, ook wel cordon sanitaire genoemd, willen ze vermijden dat het communisme zich kan verspreiden naar het westen.

Wanneer in 1920 de Volkenbond het levenslicht ziet, is de hoop groot dat toekomstige conflicten vermeden kunnen worden door internationaal diplomatiek overleg en arbitrage. De Volkenbond is een geesteskind van Woodrow Wilson.
Wanneer in 1920 de Volkenbond het levenslicht ziet, is de hoop groot dat toekomstige conflicten vermeden kunnen worden door internationaal diplomatiek overleg en arbitrage. De Volkenbond is een geesteskind van Woodrow Wilson.© De Roskam, 8-11-1918

Helemaal denkbeeldig is dat niet: in 1919 vinden in Duitsland en Hongarije communistische opstanden plaats. Het communistische programma vindt gehoor bij de bevolking die moet leven met de economische ruïnes die de oorlog gecreëerd heeft.

De grootste splijtzwam in de internationale relaties zijn de Duitse herstelbetalingen. Het Verdrag van Versailles schept geen klaarheid. De exacte bedragen moeten nog vastgelegd worden, net zoals de verdeelsleutel tussen de begunstigden. Frankrijk gebruikt de Duitse schuld als een belangrijk drukkingsmiddel om de Duitsers onder de knoet te houden. Door de Duitsers financieel op de rand van het failliet te houden, hopen ze een militaire wederopstanding te vermijden. Bovendien zorgen de herstelbetalingen voor nieuwe spanningen tussen de Verenigde Staten en de Europese landen. De Europeanen willen de Duitse herstelbetalingen koppelen aan hun schulden tegenover de VS. De Amerikanen willen daar niet van weten. Hoe de Europeanen hun schulden afbetalen, zal hen worst wezen.

In juli 1920 wordt de verdeelsleutel vastgelegd op een conferentie in Spa. Frankrijk zal 52 procent van de herstelbetalingen ontvangen, het Verenigd Koninkrijk 22 procent en België 8 procent. Over het totaalbedrag wordt nog gebakkeleid. Groot-Brittannië wil de kwestie van de herstelbetalingen niet op de spits drijven, maar het stuit op een vastberaden Frankrijk. De zaak blijft aanslepen.

Op 30 april 1921 hakken de geallieerden op de conferentie van Londen de knoop door. Ze besluiten eensgezind en eenzijdig om het bedrag vast te leggen op 132 miljard goudmarken. Duitsland vindt dat cijfer onaanvaardbaar en laat weten een dergelijk astronomisch bedrag niet te kunnen ophoesten.

In een poging om de betalingen af te dwingen bezet een Frans-Belgische troepenmacht vanaf januari 1923 het Ruhrgebied. Als gevolg van deze actie valt de Duitse economie te prooi aan hyperinflatie. Eind 1923 is één Amerikaanse dollar zo’n slordige vier miljard Duitse mark waard. De middenklasse verliest een groot stuk van haar vermogen.

De spanningen tussen de Fransen en de Britten lopen zo hoog op dat de Britten partij kiezen voor hun voormalige vijand en niet voor hun bondgenoot. Dankzij de steun van de Britse financiële wereld wordt eind 1923 een nieuwe Duitse munt in het leven geroepen die een einde moet maken aan de hyperinflatie.

Geen duurzame vrede

Sinds 1920 beschikt de wereld over een internationale organisatie die van het behoud van de vrede haar voornaamste opdracht heeft gemaakt: de Volkenbond, een geesteskind van de Amerikaanse president Wilson. De Volkenbond heeft ook als opdracht de bevordering van economische samenwerking en sociale vooruitgang.

De geallieerden leggen Duitsland het astronomische bedrag van 132 miljard goudmarken op als schadeloosstelling voor de oorlogsschade. De Duitsers kunnen en willen dit niet betalen. Daarop bezet een Frans-Belgische troepenmacht de Duitse Ruhr.
De geallieerden leggen Duitsland het astronomische bedrag van 132 miljard goudmarken op als schadeloosstelling voor de oorlogsschade. De Duitsers kunnen en willen dit niet betalen. Daarop bezet een Frans-Belgische troepenmacht de Duitse Ruhr.

Het idee is niet nieuw. De Franse staatsman Léon Bourgeois schreef er al in 1910 een boek over. Na de oorlog maakt Wilson er meteen werk van. Op zijn aandringen wordt de oprichtingsakte van de Volkenbond aan alle vredesverdragen toegevoegd. Tijdens de Vredesconferentie in Parijs zit hijzelf de commissie voor die tussen februari en april 1919 werk maakt van de oprichting van de nieuwe organisatie. Hij krijgt in 1919 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn initiatief.

De Volkenbond kan beschouwd worden als de voorloper van de huidige Verenigde Naties. Bemiddeling is het sleutelwoord: door diplomatiek overleg en arbitrage moet de Eerste Wereldoorlog de laatste oorlog in de geschiedenis van de mensheid worden. Artikel 16 voorziet weliswaar in het gebruik van morele, economische en financiële sancties, maar Wilson verzet zich tegen het idee van de Fransman Léon Bourgeois voor een internationale strijdmacht. Omdat het sanctiegedeelte zo zwak is, moet de Volkenbond vooral preventief werken en problemen oplossen voor ze escaleren. Een land kan zelf een geschil met een ander land aan de Volkenbond voorleggen.

De zetel van de organisatie is gevestigd in Genève. Zwitserland is de ideale thuishaven: een neutraal land dat ook het Internationale Rode Kruis huisvest. Nochtans had de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Paul Hymans een vurig pleidooi gehouden voor Brussel.

Mislukt project?

De Volkenbond begint onder een moeilijk gesternte. Ten eerste zijn de Fransen en Britten weinig enthousiast. Pas wanneer Wilsons rechterhand, kolonel Edward House, ermee dreigt om een afzonderlijke vrede te sluiten met Duitsland, gaan de twee landen overstag. Ten tweede worden de Verenigde Staten nooit lid. Het Amerikaanse Congres weigert het Verdrag van Versailles te ratificeren. Ten slotte ontbreken in die beginperiode nog andere grootmachten zoals Duitsland (als verliezer van de Eerste Wereldoorlog) en de Sovjet-Unie (als communistisch buitenbeentje).

In de Duitse Weimarrepubliek kunnen velen de vernedering van Versailles niet verkroppen. Italië voelt zich bekocht. Communistisch Rusland raakt geïsoleerd en sluit zich af van de wereld. Japan wordt rijkelijk beloond en verstevigt zijn status van regionale grootmacht.

De moeizame implementatie van de vredesverdragen zorgt voor tal van uitdagingen. Vandaag krijgt de Volkenbond het etiket opgekleefd van een mislukt project, maar dat klopt toch niet helemaal. In vele gevallen toont de Volkenbond zich daadkrachtig. Van de 66 internationale geschillen die de bond behandelt, worden er 35 opgelost.

In 1921 slaagt de bond erin om Duitsland en Polen te verzoenen door beide landen een stuk van Opper-Silezië te geven. De Volkenbond beheert de vrijstad Danzig en het Saarland, bemiddelt tussen Italië en Griekenland in de crisis over Korfoe en tussen Finland en Zweden bij een dispuut over de Åalandeilanden. Ten slotte maakt de organisatie zich nuttig bij de terugkeer van de vluchtelingen en krijgsgevangenen.

In andere dossiers slaagt de Volkenbond er niet in om de vrede te handhaven. Dat is zo bij de herziening van het Verdrag van Sèvres met Turkije, de vastlegging van de Pools-Russische grens of de Belgisch-Franse bezetting van het Ruhrgebied. Uit onmacht laat de bond die feiten onbestraft. Vooral vanaf de jaren 1930 wordt duidelijk dat de organisatie de wereld niet zal kunnen behoeden voor een nieuwe oorlog.

De vredesverdragen leveren geen garantie op vrede. De idealen van Wilson zijn te hoog gegrepen. Uiteindelijk tellen alleen de nationale belangen van de grootmachten. De kiemen voor de Tweede Wereldoorlog liggen dan ook deels in de manier waarop de Eerste Wereldoorlog wordt afgesloten.

In de Duitse Weimarrepubliek kunnen velen de vernedering van Versailles niet verkroppen. Italië voelt zich bekocht. Communistisch Rusland raakt geïsoleerd en sluit zich af van de wereld. Japan wordt rijkelijk beloond en verstevigt zijn status van regionale grootmacht. Het gaat vanaf 1931 fel tekeer in Mantsjoerije, een springplank voor de inval in China. Voor vele historici is dat het eigenlijke begin van de Tweede Wereldoorlog. Ook in het Midden-Oosten leidt de naoorlogse regeling tot problemen die vandaag nog steeds voor een explosieve toestand zorgen.

Partner Content