Onhoorbaar glijdt de gondel over de kanalen van Venetië, als om de Serenissima toch vooral niet uit haar sluimer te wekken op de vroege ochtend van de 30ste april. In de roef van de gondel gaat het er levendiger aan toe. Twee mannen voeren een geanimeerd gesprek. De een is op leeftijd en beroemd, de ander jong en joviaal. Ze hebben elkaar nog maar net leren kennen. De jonge man heet viool gespeeld op de bruilot in het palazzo Soranzo, waar de oudere man als senator tot de eregasten behoorde. Na het feest was er een briefje uit de jaszak van de senator gevallen, dat de ander hem had nagedragen, waarop hij uitgenodigd werd de gondel met de senator te delen. Het werd een tochtje dat hun beider levens zou veranderen - het leven de oude senator Matteo Bragadin, maar vooral dat van de jonge violist, wiens naam al gauw op de lippen van alle Venetianen en later op die van de hele wereld is: Giacomo Casanova.
...