Edel, arm en rijk maakt de dood gelijk. Hoe waar dat woord is, ondervonden veel middeleeuwse heersers aan den lijve. Sommigen van hen kwamen zelfs onder bizarre omstandigheden om het leven: zo verongelukte de Franse koning Philips in 1131 tijdens een rit door Parijs, doordat er plotseling een varken van een mesthoop de straat op rende. Philips' paard werd schichtig en wierp zijn berijder af, waarna deze op pas vijftienjarige leeftijd aan zijn hoofdwonden bezweek. Of neem koning Karel II van Navarra. Die leed aan een geheimzinnige ziekte en nam daarom zijn toevlucht tot een wonderlijke remedie: hij liet zich elke avond in doeken wikkelen die in brandewijn gedrenkt waren. Niet handig als er fakkels in de buurt zijn. In Pamplona vatte Karel op een avond in 1387 vlam en overleed. Koning Martinus I van Aragon stikte in 1410 in Barcelona, toen hij zich in een onbedaarlijke lachbui in zijn eten verslikte. Toch is geen van deze gevallen zo spectaculair als het einde van de Franse koning Hendrik II, gek van riddertoernooien. Een verdwazing die hem noodlottig zou worden.
...