Op deze pagina's gaat Knack graag terug in de tijd. Deze week is het ook voor ons een beetje stretchen: we springen een dikke tweeduizend jaar het verleden in. De periode van 323 v.Chr. tot 31 v.Chr. staat in de geschiedenisboeken gemarkeerd als de 'hellenistische tijd' of het hellenisme. Ze loopt vanaf de dood van de Macedonische wereldveroveraar Alexander de Grote tot de nederlaag van de Romeinse generaal Marcus Antonius in de slag bij Actium.
...

Op deze pagina's gaat Knack graag terug in de tijd. Deze week is het ook voor ons een beetje stretchen: we springen een dikke tweeduizend jaar het verleden in. De periode van 323 v.Chr. tot 31 v.Chr. staat in de geschiedenisboeken gemarkeerd als de 'hellenistische tijd' of het hellenisme. Ze loopt vanaf de dood van de Macedonische wereldveroveraar Alexander de Grote tot de nederlaag van de Romeinse generaal Marcus Antonius in de slag bij Actium. John Sellars, hoogleraar antieke filosofie aan de University of Londen, heeft er zijn leven aan gewijd. De filosofie van die tijd blijkt ook vandaag nog heel bruikbaar. Ze is nuchter, niet-religieus en komt goed van pas als praatje tijdens eens stadswandeling, zo zal blijken tijdens ons gesprek.'Na de dood van Alexander werd diens imperium door zijn generaals in verschillende koninkrijken opgedeeld. Niet lang na Marcus Antonius' nederlaag stierf zijn geliefde Cleopatra. Haar dood markeerde het begin van de Romeinse dominantie in de klassieke oudheid', legt Sellars uit. 'Het hellenisme was een tijd van transitie, waarin de eigenzinnige Griekse stadstaten met hun bloeiende antieke cultuur deel werden van het centraal geleide Romeinse Rijk. Parallel met die overgang groeide en bloeide de hellenistische filosofie. Bij de dood van Alexander was Athene nog het filosofische centrum, bij de dood van Cleopatra had Rome die rol overgenomen.' In de klassieke oudheid was filosoferen in de straten en op de pleinen van Athene en Rome dagelijkse kost? John Sellars: Het was toen zeker geen puur academische discipline. Filosofen spraken op openbare plekken voorbijgangers aan en stelden hun lastige levensvragen. Tijdens de hellenistische periode zagen drie nieuwe stromingen het licht: het epicurisme, het stoïcisme en het pyrronistisch scepticisme. Ik leerde die scholen van de hellenistische filosofie dertig jaar geleden kennen als filosofiestudent. Ik moest toen twee klassiekers lezen: Overpeinzingen van de Romeinse keizer Marcus Aurelius en De natuur van de dingen van de Romeinse filosoof en dichter Lucretius. Die werken bliezen me van mijn sokken. Wat was er zo bijzonder aan? Sellars: Het filosofische Overpeinzingen is een heel persoonlijk boek. Het was waarschijnlijk nooit Marcus Aurelius' bedoeling geweest dat het gepubliceerd zou worden. Hij leefde van 121 n.Chr. tot 180 n.Chr. en regeerde de laatste twintig jaar van zijn leven over het Romeinse Rijk. Hij schreef Overpeinzingen tussen 170 en 180, tijdens de voorbereiding van zijn militaire veldtochten. Het boek geldt als een van de grootste stoïcijnse werken. Marcus Aurelius beschrijft erin hoe je te midden van onrust, gewoel en gevaar je gemoedsrust moet proberen te vinden en bewaren. Hij raakte me als jonge student diep. Daarna las ik het lijvige leerdicht De natuur van de dingen van Lucretius, die vermoedelijk van 99 v.Chr. tot 55 v.Chr. leefde. De tekst borduurt verder op de lessen van de Griekse filosoof Epicurus, de grondlegger van het epicurisme. Hij zag het persoonlijke geluk als het hoogste na te streven goed. De studie van de filosofie kon ons daarbij helpen, vond hij. Het stoïcisme en het epicurisme waren een ware verademing na de Griekse wijsgeer Plato (427 v.Chr.-347 v.Chr.). Ik vond dat de buitensporige aandacht voor die man de hellenistische filosofen groot onrecht aandeed. Oké, Aristoteles mocht ook af en toe opdraven, maar daarmee hield het op. Wat is er dan mis met Plato? Sellars: Zijn metafysica is vreselijk complex, met het onderscheid dat hij maakt tussen de echte wereld en de afspiegeling daarvan in een schaduwwereld. De stoïcijnen en epicuristen hadden lak aan dat soort van zweverige constructies: zij waren materialisten. Net dat sprak mij als jonge filosofiestudent erg aan. Ze waren empirici: ze baseerden hun kennis op waarneming. Ze stonden ook zeer sceptisch tegenover religieuze kwesties. Ze klonken erg modern? Sellars: Precies. Het stoïcisme en het epicurisme waren niet voor niets populair tijdens de achttiende-eeuwse verlichting. De stoïcijnen en epicuristen voelden ook voor mij heel natuurlijk en down-to-earth aan. Ze sloten aan bij mijn eigen ervaring van de wereld. Alleen het fysiek tastbare bestaat, kennis verkrijgen we via onze zintuigen en we hoeven geen verantwoording af te leggen aan bovennatuurlijke krachten. De hellenistische filosofen hielden niet van de uitgebreide Griekse en Romeinse godenwereld? Sellars: Nee, in tegenstelling tot Plato. Hij stond allesbehalve met beide voeten op de grond, hij zweefde in zijn ideale bovenwereld. Hij verlangde naar absolute, onwrikbare kennis, gebeiteld in steen. De fysieke wereld vond hij maar niets, want die verandert voortdurend. Hij zocht heil in de ideeënwereld buiten tijd en ruimte. Daar bevonden zich de ideale, wiskundige oerconcepten van goedheid, waarheid en schoonheid. Onze wereld was daar in zijn ogen een onvolmaakt, flauw afkooksel van. In tegenstelling tot de hellenistische filosofen werd Plato met zijn ideeënleer heel populair in de katholieke kerk. Sellars: Plato's invloed op het vroege christendom valt niet te overschatten. Zijn leerling Aristoteles (384 v.Chr.- 322 v.Chr.) temperde dat platonisme een beetje. Hij was meer een wetenschapper, maar bleef toch vasthouden aan het idee dat er 'onveranderlijke essenties van verschijnselen' bestaan. Het was vooral de filosofie van Aristoteles die weerklank vond bij de middeleeuwse katholieke kerk. De invloedrijke katholieke theoloog Thomas van Aquino (1225-1274) haalde bij hem de mosterd. En zo werden de hellenistische filosofen eeuwenlang overschaduwd door Plato en Aristoteles? Sellars: Ja, en dat is toch merkwaardig, want het stoïcisme en het epicurisme waren directe reacties op Plato en Aristoteles. Ze namen afstand van de ideeënwereld en stelden dat alles wat bestaat materieel is. De mens is voor hen een wezen van vlees en bloed dat verdwijnt als het lichaam sterft. Er is géén hiernamaals. En aan goden en mythologie hadden de stoïcijnen, epicuristen en pyrronistische sceptici lak. Wat primeerde was leven in het nu. Is dat niet zeer boeddhistisch? Sellars: Het boeddhisme ontstond in Nepal, een à twee eeuwen voor het stoïcisme. De verwantschappen tussen die twee filosofieën zijn inderdaad groot. Ik vind dat een heel interessante kwestie, want ze hebben elkaar in die tijd nooit beïnvloed. Pyrrho van Elis (360 v.Chr.-270 v.Chr.), de stichter van het pyrronistisch scepticisme, zou wel in India geweest zijn. We vermoeden dat hij samen met Alexander de Grote reisde. Oude teksten vertellen hoe Pyrrho in de leer ging bij een groep Indiase ascetische filosofen. Misschien werd hij toen boeddhist, al bestaat daar geen zekerheid over. Pyrronistische sceptici geloven nergens in. Alle angsten, al het geestelijk lijden en alle conflicten worden volgens hen veroorzaakt door mensen met een rotsvast geloof. Alle ellende in deze wereld is een gevolg van dogmatisme. De huidige Amerikaanse politiek, met zijn extreme polarisering, illustreert de vaststellingen van Pyrrho. De enige manier om van ellende bespaard te blijven, is volgens Pyrrho: geloof nergens in. Aanvaard de oppervlakkige verschijnselen van dingen en laat jezelf niet verleiden tot uitspraken als: 'Alleen zo is het en niet anders!' Dat is geen vorm van apathie? Sellars: Zo zou ik het niet noemen. In moderne zelfhulpboeken lees je vaak dat onze jacht naar geluk alleen maar ongeluk oplevert. Er staat dan: 'Jaag geluk niet langer na, zoek een zinvolle bezigheid. Een van de gevolgen zal zijn dat je gelukkiger wordt.' Misschien is dat de essentie van het scepticisme van Pyrrho van Elis. Als je voortdurend kalmte en rust nastreeft, eindig je als een dolgedraaide neuroot. Geef die zoektocht naar kalmte en rust op, en je komt vanzelf tot rust. De voorbije jaren verschenen er nogal wat populair-filosofische boeken over 'levenskunst', over hoe we vandaag met de hulp van de oude Grieken en Romeinen een goed leven kunnen leiden. De auteurs doen daarbij weleens een beroep op de hellenistische filosofie? Sellars: Ja, en dan vooral op het stoïcisme. Een ouder boek van mij heet toevallig ook The Art of Living. Alleen is dat geen filosofisch zelfhulpboek, maar een academische uiteenzetting over wat filosofie voor de stoïcijnen betekende. Dat blijkt dan inderdaad 'levenskunst' te zijn. Ze omschrijven filosofie in het Oudgrieks als 'techne peri ton bion', als kunst of ambacht van het leven. Ze trekken parallellen met andere ambachten, zoals de geneeskunde. Om dokter te zijn, moet je over veel theoretische kennis en heel wat praktische vaardigheden beschikken. Dat geldt volgens de Griekse en Romeinse stoïcijnen uit de oudheid ook voor filosofen. Wat onderscheidt het stoïcisme, epicurisme en pyrronistisch scepticisme van elkaar? Sellars: De drie scholen van de hellenistische filosofie volgen verschillende strategieën om dat ene doel te bereiken: het goede leven. Voor de stoïcijnen is dé sleutel het nastreven van waarden en deugden zoals moed, gematigdheid en rechtvaardigheid. Voor de epicuristen draait alles in het bestaan rond genot en pijn. Wie een goed leven wil leiden, streeft plezier na en vermijd pijn. Maar niet op een hedonistische wijze: het epicurisme zoekt vooral mentaal genot. Geestelijk lijden en overbodige stress moeten zo veel mogelijk uit de weg worden gegaan. Pyrronistische sceptici zweren geloof en dogmatiek af. Hoe populair waren de hellenistische filosofen in hun tijd? Sellars: Het stoïcisme was honderden jaren lang heel populair. De eerste twee eeuwen had het in Athene veel invloed. Nadat de Romeinen de macht hadden overgenomen in Griekenland, waren ze meteen gecharmeerd door die stoïcijnse filosofie. In de eerste eeuwen na Christus floreerde het stoïcisme ook in Rome - getuige daarvan de stoïcijnse Romeinse keizer Marcus Aurelius met zijn Overpeinzingen. Het epicurisme trad minder voor het voetlicht, maar oefende toch ook vierhonderd jaar lang flink wat invloed uit. Een van de epicuristische doctrines is dat je een stil leven moet leiden. Daarom bleven epicuristen meestal onder de radar. De Romeinse dichter Vergilius (70 v.Chr.-19 v.Chr.) was een epicurist, net als Horatius (65 v.Chr.- 8 v.Chr.). Wie is uw favoriete hellenistische filosoof? Sellars: Marcus Aurelius is zeker een van mijn favorieten. Ik heb net een boek over hem geschreven. Ik heb zijn teksten diepgaand bestudeerd, en heb het gevoel dat ik hem intussen goed ken. Hij denkt in zijn werk na over zijn eigen bestaan. Hij wil een beter mens worden door negatieve emoties en frustraties te vermijden en positieve waarden na te streven, zoals samenwerking en rechtvaardigheid. Met de hulp van de stoïcijnse filosofie navigeert hij door zijn dagelijkse leven. Klinkt 'negativiteit vermijden' niet makkelijker dan het is? Ieder mens wordt in zijn leven toch geconfronteerd met momenten van diepe ellende? Sellars: U hebt gelijk, die momenten zijn onvermijdelijk. Je kunt ziekte niet ontlopen, net als de dood van geliefden. Dé vraag is dan: hoe ga je met die onvermijdelijke negativiteit om? Die ultieme vraag stelde de Romeinse stoïcijnse filosoof Epictetus (50 n.Chr.-130 n.Chr.) zich ook. Hij kwam tot de conclusie: 'We raken niet van streek door gebeurtenissen, maar door de manier waarop we tegen die gebeurtenissen aankijken.' De manier waarop we nadenken over dingen die ons overkomen, bepaalt hoe we erop reageren. Gebeurtenissen kunnen we niet controleren, want inderdaad: shit happens. Maar we kunnen onze gedachten daarover wél onder controle houden. De ellende verdwijnt daardoor natuurlijk niet, maar wordt draaglijker. Slaagt u erin om uw eigen leven met uw kennis van de hellenistische filosofie te verbeteren? Sellars: Dat hoop ik toch. Ik geloof graag dat ik er met al die kennis beter aan toe ben dan zonder. (lacht) In 2012 stond ik samen met een aantal andere filosofen en psychotherapeuten aan de wieg van de organisatie Stoicism Today. We beschouwen onszelf als moderne stoïcijnen en organiseren in het Verenigd Koninkrijk evenementen over stoïcijnse filosofie. Zo houden we rond deze tijd van het jaar altijd onze stoïcijnse week. Op de website modernstoicism.com vullen deelnemers een vragenlijst in, waarin we peilen naar hoe ze in het leven staan en welke moeilijkheden ze ervaren. Vervolgens geven we ze elke dag raad aan de hand van het werk van hellenistische filosofen. Op het einde van week vullen de deelnemers dezelfde vragenlijst opnieuw in. Elk jaar merken we dat negatieve emoties zoals kwaadheid of frustratie dan sterk verminderd zijn. Mensen voelen zich opgewekter en gelukkiger, na amper één week leven als een stoïcijn. Hellenistische filosofie is ook therapeutisch? Sellars: Zowel de stoïcijnen, de epicuristen als de pyrronistische sceptici beschouwden filosofie als therapie. Nogal wat psychotherapeuten doen vandaag een beroep op hun inzichten. Ze leren hun cliënten dingen of gebeurtenissen in een ander perspectief te zien, waardoor ze minder angstaanjagend lijken of beter te begrijpen zijn. Is hellenistische filosofie een soort van surrogaatreligie voor de naar zin zoekende seculiere mens? Sellars: Totaal niet. Hellenistische filosofie heeft niets met religie te maken, omdat alle stellingen en uitspraken gebaseerd zijn op argumenten. Het is geen raamwerk van slaafs op te volgen regels, voortkomend uit een dogmatisch geloof. Als je van oordeel bent dat de argumenten deugen, zul je misschien ook geneigd zijn om de bijbehorende raad op te volgen. Als je de argumenten onzin vindt, kun je dat advies gewoon naast je neerleggen. Helpt de hellenistische filosofie u tijdens deze coronacrisis? Sellars: Ik vind nu soelaas in het stoïcisme, en dan vooral bij de Romeinse stoïcijnen. Zij adviseren om wat er in het hier en nu gebeurt in een veel ruimer perspectief te plaatsen. Overschouw de menselijke geschiedenis en kijk naar wat deze pandemie daarin voorstelt. Wat ons nu overkomt, is niet uniek. Er hebben vroeger nog gevaarlijke virussen rondgewaard. In de toekomst volgen er ongetwijfeld nog. Wij, westerlingen, hebben dit de voorbije decennia niet meegemaakt - vandaar dat velen zo in shock zijn - maar daarom is deze epidemie nog niet uitzonderlijk. Onze voorouders moesten veel gevaarlijker virussen doorstaan, op verschillende tijdstippen in de geschiedenis. Waarom zouden wij dit dan niet kunnen overleven? De wereld wordt een betere plek als we meer zouden luisteren naar de hellenistische filosofen? Sellars: Zonder twijfel. De beroemde Romeinse schrijver en stoïcijnse filosoof Seneca (4 v.Chr.-65 n.Chr.) dacht veel na over het gevaar van woede in de politiek. 'Waar het verstand ophoudt, begint de woede', stelt hij. 'Woede is gevaarlijk. Zeker als ze wordt aangevuurd door machtige, invloedrijke figuren.' De stoïcijnen raden ons daarom aan dat we onze woede altijd moeten proberen te beheersen: alleen kalmte kan ons redden. De epicuristen wijzen ons erop dat we niet veel geld of bezit nodig hebben om een gelukkig leven te leiden. En de pyrronistische sceptici vinden dat we ons dogmatisme beter inruilen voor openheid van geest. Dat is toch een perfecte handleiding voor een betere wereld?