Meer dan 3600 doden, ongeveer 50.000 gewonden: het conflict in Noord-Ierland, eufemistisch ook wel 'the troubles' genoemd, was een van de bloedigste burgeroorlogen in de recente Europese geschiedenis.
...

Meer dan 3600 doden, ongeveer 50.000 gewonden: het conflict in Noord-Ierland, eufemistisch ook wel 'the troubles' genoemd, was een van de bloedigste burgeroorlogen in de recente Europese geschiedenis. Op 10 april 1998 kwam er met het Goedevrijdagakkoord, of het akkoord van Belfast, officieel een einde aan de periode van geweld. Katholieke republikeinen, die de hereniging met Ierland nastreven, en protestantse unionisten, die Noord-Ierland als wettelijk deel van het Britse koninkrijk beschouwen, reikten elkaar voor het eerst vreedzaam de hand. En de paramilitaire beweging IRA (Irish Republican Army) was bereid de wapens in te leveren. Sindsdien besturen republikeinen en unionisten samen Noord-Ierland. Maar over de toekomst blijven ze het grondig oneens, zeker nu de brexit er zit aan te komen. Ook het oplaaiende geweld van paramilitaire groepen, zowel bij de republikeinen als bij de unionisten, dreigt het vredesproces te ondermijnen. Volgens Gerry Adams (69), een van de architecten van het Goedevrijdagakkoord, hebben die groepen weinig slagkracht en al helemaal geen politieke steun. Adams stond 34 jaar aan het hoofd van de republikeinse partij Sinn Féin, die als de politieke vleugel van de IRA werd beschouwd. Hij zit in Dublin voor Sinn Féin in het parlement. De Britse overheid beweert nog steeds dat hij een IRA-commandant zou zijn geweest. Adams ontkent dat. U was 17 toen u zich in de strijd stortte. Waarom? Gerry Adams: Ik kom uit een zeer arme arbeiderswijk in Belfast. We hadden maar één wc op het binnenplein en geen warm water. Dat was zo voor alle mensen in de buurt. Ik ging naar school in West-Belfast. In 1964 waren er parlementsverkiezingen in het Verenigd Koninkrijk. Op een keer zag ik onderweg hoe de politie een campagnelokaal van de republikeinse partij Sinn Féin bestormde. Sinn Féin mocht niet deelnemen aan de verkiezingen, de kranten en symbolen van de partij waren verboden. Uit nieuwsgierigheid heb ik toen een exemplaar aangeschaft van de wettekst waarmee de Britse regering zichzelf speciale rechten had toegekend op ons eiland. Daarin vond ik de verklaring voor de grote armoede waarin wij moesten leven. Ik heb me toen bij Sinn Féin aangesloten. Op die manier wilde ik me inzetten voor de republikeinse zaak. Hebt u zelf ooit op mensen geschoten? Adams: Nee. Is geweld een legitiem middel om je doel te bereiken? Adams: Onder bepaalde omstandigheden wel. De mensen in Noord-Ierland werden destijds basisrechten ontzegd. Wie opkwam voor die rechten werd door de Engelse bezetters aangevallen. De grootste fout die de regering in Londen heeft gemaakt, is dat ze het lot van de regio in handen legde van generaals. Soldaten komen niet om vrede te stichten, maar om mensen te onderwerpen. Op een ochtend werd ik wakker en waren de scholen, het voetbalpleintje en het sociaal centrum bezet door het Britse leger. Ze hielden mensen tegen, zetten ze tegen de muur, vielen vrouwen lastig. Ze deden wat ze wilden. U hebt het geweld van de IRA vaak verdedigd als 'wettelijk verzet'. Hoe kunt u dat in overeenstemming brengen met uw katholieke geloof? Adams: Ik ben er nog steeds van overtuigd dat de gewapende strijd in dit geval gerechtvaardigd was. Of je zelf wilt deelnemen aan de strijd, moet ieder voor zich beslissen. En natuurlijk heeft de IRA veel dingen gedaan die ze beter niet had gedaan. Wanneer begon u te beseffen dat een vreedzame weg verstandiger was? Adams: Ik heb van meet af aan de vrede nagestreefd. Vergeet niet dat ik al politiek actief was nog voor het conflict escaleerde. Voor republikeinen gold elke toegeving lange tijd als verraad. Wat gaf u het vertrouwen dat u niet met een kogel in het hoofd zou eindigen, toen u zich sterk maakte voor vrede met de aartsvijand? Adams: Ik was daar niet zeker van. Maar ik stond niet alleen. We hadden binnen Sinn Féin unaniem beslist dat we onze unionistische buren de hand wilden reiken. We realiseerden ons dat we nooit de republiek zouden krijgen die we wilden, als Sinn Féin niet het voorbeeld zou geven. Natuurlijk was dat gevaarlijk. Maar ook daarvoor al waren er veel mensen die het op mij hadden gemunt. Was het moeilijker te onderhandelen met de eigen mensen dan met de tegenpartij? Adams: De delicaatste onderhandelingen zijn altijd die binnen de eigen partij.Toen het Goedevrijdagakkoord in 1998 eindelijk rond was, waren er meer dan 3600 doden gevallen. Was het die prijs waard? Adams: Je kunt dat niet zomaar in een optelsom uitdrukken. Natuurlijk was het beter geweest als er geen doden of gewonden waren gevallen. Maar zonder strijd kom je niet verder. En dat zeg ik als iemand die veel familieleden en vrienden verloren heeft en die zelf gefolterd en beschoten werd. Ik heb tientallen begrafenissen bijgewoond. Of het dat allemaal waard is geweest, zal pas later kunnen worden gezegd. En ik ben ervan overtuigd dat er uiteindelijk een verenigd Ierland uit voort zal komen. Ook honderden onschuldige mensen moesten daar hun leven voor laten. Adams: Aan dit conflict hebben heel wat gewapende groeperingen deelgenomen. En wie er ook verantwoordelijk is, voor mij is elke dode er een te veel. We moeten ervoor zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt. Hebt u uw vijanden vergeven? Adams: Ja. Ik heb al heel lang geleden geleerd dat haat vooral schadelijk is voor jezelf. Ik heb me er tijdens de vredesonderhandelingen zelfs voor ingezet dat de jongens die op mij geschoten hebben, vrijgelaten zouden worden. Ook zij dachten voor de juiste zaak te vechten. Hebben uw vijanden ook u kunnen vergeven?Adams: Er zijn nog altijd veel mensen die de Engelsen, of de unionisten, of de IRA of wie dan ook haten. Dat mag geen obstakel zijn op de weg naar vrede. De scheiding tussen katholieken en protestanten in Noord-Ierland is tegenwoordig strikter dan in 1998. Beide gemeenschappen sturen hun kinderen naar verschillende scholen, begraven hun doden op afzonderlijke begraafplaatsen. Adams: Het is bijzonder frustrerend dat de samenleving zo verdeeld is. Anderzijds ging het er tijdens de voorbije Oranjemarsen op 12 juli best vreedzaam aan toe, terwijl dan vroeger steevast de hel losbarstte. De protestantse marsen in katholieke wijken vinden steeds minder plaats. Maar je kunt het verleden niet in enkele jaren tijd ongedaan maken. In het noorden van het eiland zijn er altijd mensen geweest die vochten voor hun rechten en anderen die hun die rechten ontzegden. Het kan vreemd klinken in 2018, maar dat is nog steeds een deel van de realiteit. Was het een vergissing dat er nooit een waarheidscommissie naar Zuid-Afrikaans model werd opgericht? Adams: Sinn Féin wil nog steeds een internationale, onafhankelijke waarheidscommissie. Het is de Britse regering die dat verhindert. In een verenigd Ierland zouden unionisten in de minderheid zijn. Denkt u werkelijk dat de eenmaking een definitieve oplossing voor het conflict zou zijn? Adams: Ja, als dat verenigd Ierland door alle partijen is goedgekeurd en het de rechten van elk individu garandeert. Maar de unionistische partijen weigeren nog steeds te aanvaarden dat iedereen het democratisch recht heeft te stemmen over een eenmaking. Op dat vlak is er nog veel werk aan de winkel. Wat als er bijvoorbeeld een krappe meerderheid van 52 tegenover 48 voor de eenmaking stemt? Adams: Is dat niet hoe democratie werkt? Wie de meeste stemmen krijgt, wint. En in het Goedevrijdagakkoord is expliciet opgenomen dat er een stemming zal plaatsvinden. Om een stabiel nieuw Ierland een kans te geven, zijn we bereid de overgang in verschillende fasen te laten verlopen. Dat betekent dat we ons in zekere zin zullen moeten aanpassen aan het tempo van de traagste in de groep. De brexit zit eraan te komen. Zal die het vredesproces ondermijnen? Adams: De Britse regering heeft - al dan niet bewust - volstrekt geen rekening gehouden met de schadelijke gevolgen voor Ierland. In Noord-Ierland hebben de mensen tegen de brexit gestemd. Als de Engelse conservatieven hun zin krijgen, komt er een harde grens tussen het noorden en het zuiden van het eiland. Dat zou een ramp betekenen. Kan het geweld dan weer opflakkeren? Adams: Dat klinkt alsof het noorden een kolkende vulkaan is. Niet dus. De grote meerderheid van de bevolking is blij met het vredesproces. Dat staat niet onder druk. Maar om de gevolgen van de brexit economisch te verzachten, moeten we wel onderhandelen over een bijzondere status voor het noorden: dat moet binnen de Europese Unie blijven. Dat zou kwaad bloed zetten bij de Noord-Ierse unionisten, waar de minderheidsregering van de Britse premier Theresa May van afhangt. Omgekeerd is een harde grens tussen het noorden en het zuiden voor elke republikein een brug te ver. Is de situatie niet uitzichtloos? Adams: Belangrijker dan de strijd tussen unionisten en republikeinen is het feit dat elke economische achteruitgang de gewone man aan beide zijden zou treffen. Maar daar zal Theresa May vast niets van merken. Veel Noord-Ieren denken dat zelfs de kleinste douanepost aan de grens al zou worden aangevallen. Ter bescherming daarvan zouden politieagenten ingezet worden, die dan ook weer een doelwit vormen. Een vicieuze cirkel. Adams: Natuurlijk zou dat een provocatie zijn. Maar als iemand die 30 jaar strijd heeft overleefd, kan ik u verzekeren: het verleden keert niet meer terug. Het is definitief voorbij. U bent onlangs afgetreden als leider van Sinn Féin. Opdracht vervuld? Adams: In deze functie wel, ja. En dat is een enorme opluchting. Maar ik ga nooit uit de partij en ik blijf me altijd inzetten voor haar doelstellingen.