Verbanning was in de beteugeling van landloperij en kleine criminaliteit door 'paupers' een gebruikelijke methode in het Verenigd Koninkrijk, de Duitse gewesten en Frankrijk. Na de onafhankelijkheid van de VS stuurden de Britten vanaf 1787 hun veroordeelden naar Australië en Tasmanië. Het stelen van een brood door een dakloze was voldoende om opgeknoopt of op transport gezet te worden. Gender of ouderdom maakten helemaal geen verschil: dura lex, sed lex. Tot 1868 werden 166.000 mannen, vrouwen en kinderen verscheept en in verschillende regimes ondergebracht, van gewone gevangenisstraf tot rehabilitatie via dwangarbeid. In 2010 werden elf van deze plaatsen in Australië erkend als Unesco World Heritage Sites. Daaronder ook de Brickendon and Woolmers Estates in Tasmanië, twee boerderijgevangenissen die overeenkomsten vertonen met de strafkolonies in Nederland (Veenhuizen) en België (Merksplas). In het assignment system kregen landbouwers gevangenen toegewezen in ruil voor voedsel en kleding. Naast een goedkope manier om land te ontginnen werd het gezien als een ideale wijze om via continu hard werk de gevangenen te hervormen. Een van de problemen...

Verbanning was in de beteugeling van landloperij en kleine criminaliteit door 'paupers' een gebruikelijke methode in het Verenigd Koninkrijk, de Duitse gewesten en Frankrijk. Na de onafhankelijkheid van de VS stuurden de Britten vanaf 1787 hun veroordeelden naar Australië en Tasmanië. Het stelen van een brood door een dakloze was voldoende om opgeknoopt of op transport gezet te worden. Gender of ouderdom maakten helemaal geen verschil: dura lex, sed lex. Tot 1868 werden 166.000 mannen, vrouwen en kinderen verscheept en in verschillende regimes ondergebracht, van gewone gevangenisstraf tot rehabilitatie via dwangarbeid. In 2010 werden elf van deze plaatsen in Australië erkend als Unesco World Heritage Sites. Daaronder ook de Brickendon and Woolmers Estates in Tasmanië, twee boerderijgevangenissen die overeenkomsten vertonen met de strafkolonies in Nederland (Veenhuizen) en België (Merksplas). In het assignment system kregen landbouwers gevangenen toegewezen in ruil voor voedsel en kleding. Naast een goedkope manier om land te ontginnen werd het gezien als een ideale wijze om via continu hard werk de gevangenen te hervormen. Een van de problemen met het Australische gevangenismodel was de zedeloosheid en gebrek aan beschavingsfatsoen bij vele 'veroordeelden'. Zij wisten dat het een ticket enkele reis was en probeerden bij elke gelegenheid 'te genieten' van een vrij moment.Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden had na 1815 een groot probleem met landlopers en armen van alle slag. Die naar Insulinde sturen was geen optie, zeker financieel niet. Er moest dus een landelijk initiatief genomen worden. Generaal-majoor Johannes van den Bosch publiceerde in 1818 een verhandeling om de armoede te bestrijden door middel van landbouwkoloniën. Armen zouden beter leren werken, uit de armoede geraken en als surplus zou land in cultuur worden gebracht. Naast het boerenbedrijf en thuisnijverheid zouden de kolonisten moreel verheven worden door strikt toezicht op hun levenswandel en verplicht onderwijs voor hun kinderen en alle wezen die naar de koloniën zouden gestuurd worden (zie G-Geschiedenis 2013-6). Uit zijn traktaat blijkt dat Van den Bosch onder andere geïnspireerd was door de ideeen van de Britse jurist Jeremy Bentham. Tijd om met de gedachten van Britse hervormers vertrouwd te worden, had hij voldoende gekregen. Tussen 1810 en 1812 verbleef hij immers als krijgsgevangene in Engeland en kon als officier op erewoord in de buurt van Londen verblijven. Hij hoefde niet (zoals andere Nederlandse militairen en zeelieden) naar een krijgsgevangenkamp zoals Norman Cross in Huntingdonshire. Dat gevangenenkamp werd als modelinstelling door de Londense beau monde bezocht. Ook officieren als Van den Bosch die op parool vrij rondliepen zullen het allicht wel besproken hebben. Het Britse beleid met criminele paupers en krijgsgevangen heeft Van den Bosch zeker geïnspireerd. Die internationale dimensie werd naar een bruikbaar binnenlands model getransformeerd.Tussen 1818 en 1825 werden er in Noord én Zuid vrije en onvrije koloniën opgericht, waarbij Van den Bosch de ontginning van land en de verheffing van de arme dompelaar voor ogen had. Die binnenlandse kolonisatie was doordesemd van economische argumenten. De ontginningen zouden niet alleen goedkoop zijn, het zou daarenboven een 'nationale kweekschool ter vorming van kundige, brave, nuttige en gelukkige burgers' worden. Het verzedelijkingsproces liep niet van een leien dakje. Zowel de vrije kolonisten, de wijkmeesters als de wezen hadden het moeilijk om de regels te volgen, eerzaam te werken en niet te deserteren. Straffen werden geregeld uitgedeeld, van enkele dagen opsluiting in een kot tot degradatie en verblijf in een onvrije kolonie. De gevallen die voor de raad van politie en tucht voorkwamen, bieden inzicht in de organisatie van een vrije kolonie, de nadruk op het belang van onderwijs en onderwijzers, het spanningsveld bij het geestelijk leiderschap van pastoors en dominees om ook in de koloniën zieltjes te winnen en de gewone menselijke zwakheden als machtsmisbruik van wijkmeesters en 'onderbaasjes', zelfverrijking van kolonisten, drankzucht, seksuele intimiteit tussen niet-gehuwden (wat een zware inbreuk was op de regels) en relaties met mensen buiten de koloniën.In De strafkolonie beschrijft Wil Schackmann op basis van oorspronkelijk bronnenmateriaal 'het leven zoals het was' in de Noord-Nederlandse koloniën. De alledaagse realiteit van het 'sturen' van het beschavingsproces is aangename lectuur, ondanks alle inherente miserie die aan die authentieke verhalen verbonden is. Het kan tot nadenken stemmen in de huidige ideologische discussies over het inkrimpen van recht op onderstand aan de nieuwe generatie landlopers en paupers die voor dit 'misgrijp' niet meer kunnen worden opgesloten, maar wel het risico op criminalisering lopen.