De grote Vlaamse vergetelheid: Andrée Dumon, stille heldin van het verzet

Andrée Dumon. Uit frustratie over de Belgische capitulatie stapte ze in het verzet. © GF

Vlaanderen kent zijn collaborateurs. Maar wie kan één verzetsheld opnoemen? Historicus Dany Neudt wil hen een plek in de canon geven, met Andrée Dumon (100) als stille voorgangster.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Haalt u zich even een verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog voor de geest. Even raden. Een man met een snor en een alpinopet. Voilà. Feit is: het verzet, dat kon iedereen zijn. De buurjongen, de boswachter, de fabrieksdirecteur, het omaatje. Of de zorgeloos ogende jonge vrouw Andrée Dumon, codenaam ‘Nadine’. Dankzij haar hulp alleen al werden tientallen geallieerde piloten en militairen uit de handen van de Gestapo gehouden.

Onlangs werd ze honderd. Op het feestje waren opvallend veel buitenlandse kennissen aanwezig. Want over de grenzen heen wordt Dumon geroemd als verzetsheldin. Waarom is haar levensverhaal in eigen land dan zo weinig bekend – en bij uitbreiding dat van zo veel andere verzetslieden? Dit is een betoog voor erkenning.

Het zit in de familie

Andrée Dumon wordt in 1922 in Brussel geboren. In haar jonge jaren verblijft ze zes jaar in Belgisch-Congo, waar vader Eugène koloniaal arts is. Na haar terugkeer gaat ze naar school in het atheneum van Ukkel. Op haar zeventiende leest ze hoe nazi-Duitsland Oostenrijk en Sudetenland annexeert, en hoe Adolf Hitler en Jozef Stalin Polen onder elkaar verdelen. Tot haar verbijstering blijft België passief – en capituleert het na amper achttien dagen Duitse blitzkrieg. De frustratie is erg groot, maar binnen haar gezin vindt ze gehoor.

Als arts is vader Eugène actief bij het Rode Kruis. Via die weg komt hij in contact met het inlichtingennetwerk Luc-Marc, dat strategische informatie aan de Belgische regering in Londen doorgeeft. Al snel groeit hij uit tot een van de leidende figuren.

Moeder Marie, een verpleegster, steunt haar man. Ze biedt onderdak aan gewonde soldaten en verdeelt de sluikkrant La Libre Belgique. Op verzoek van haar vader zet ook Andrée gedreven haar eerste stappen in het verzet. Ze vervoert documenten naar Brussel, Gent en Brugge. Met haar eeuwige glimlach en jeugdige uiterlijk – ze ziet er amper vijftien jaar uit – wekt ze geen argwaan.

Het blijft niet alleen bij ondersteuning van haar ouders. Geregeld zet Andrée op eigen houtje kleine verzetsacties op. Zo strooit ze vanaf haar fiets uit de krant geknipte V-tekens in de Brusselse straten uit. Het lijkt iets banaals, maar wie door de nazi’s op heterdaad werd betrapt, wachtte een meedogenloze straf.

Het V-teken is trouwens een van die vergeten verhalen van het Belgische verzet. Nee, het is niet bedacht door de Britse premier Winston Churchill, wel door de Brusselaar Victor de Laveleye. Op 14 januari 1941 roept De Laveleye via de BBC-oorlogszender Radio België op om het V-teken overal te verspreiden. Niet omdat hij Victor heet, hij kiest de letter V omdat hij in het Nederlands staat voor Vrijheid en in het Frans voor Victoire. Zijn oproep wordt massaal opgevolgd. Plots duiken de V-tekens overal in het straatbeeld op: geschilderd op muren, gekrijt op straatstenen, rondgestrooid als krantenknipsel. De V-campagne verspreidt zich nadien over de rest van Europa en krijgt wereldwijd navolging wanneer Churchill het in de veelbekeken bioscoopjournaals brengt.

Dumon krijgt de Nacht und Nebel-behandeling: een lijdensweg van gevangenis naar gevangenis, van concentratiekamp naar concentratiekamp.

Terug naar Engeland

Op aangeven van haar vader engageert Andrée Dumon zich vanaf december 1941 in de verzetsbeweging Comète. Vanaf dan is haar codenaam ‘Nadine’. Comète helpt vooral geallieerde piloten en luchtpersoneel ontsnappen. De Duitse luchtafweer haalt nu eenmaal overal in Europa gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers uit de lucht. Niet minder dan 250.000 geallieerde piloten en bemanningsleden worden krijgsgevangen genomen, een kleine 5000 onder hen weten te ontkomen. Hen wacht een zenuwslopende tocht door bezet gebied, als het meezit met hulp van het Belgische verzet. De repatriëring naar Engeland is een helse klus. De korte route via de zwaarbewaakte Belgische of Franse havens is geen optie. Daarom organiseert Comète een traject vanuit Brussel, via Parijs en uiteindelijk te voet de Pyreneeën over. Als ze onderweg nog niet gearresteerd zijn, zetten ze vanuit San Sebastian de weg verder door Spanje, naar Gibraltar of Lissabon. Van daaruit vliegen de piloten naar Groot-Brittannië. Dankzij de ontsnappingsroute van Comète ontsnappen tussen 1942 en 1945 ruim 800 piloten en 300 soldaten. Ook verschillende in België geparachuteerde agenten van de inlichtingendienst raken via de Comète-route terug in Londen, waar ze verslag uitbrengen aan de Belgische regering.

Zelfbeheersing

Dumon begeleidt zo tientallen Britse, Canadese, Australische en Amerikaanse piloten naar Parijs, waar ze worden opgewacht door een ander Comète-lid. De treintochten zijn zenuwslopend. Op een dag stapt ze met een Australische en twee Britse piloten op een overvolle trein. Alle vier hebben ze vervalste identiteitsbewijzen op zak. Omdat Dumon maar enkele woorden Engels kent, verloopt de communicatie tussen haar en de piloten moeizaam. Plots stappen enkele Franse douaniers op voor een controleactie. Een van de piloten wordt door paniek overmand, in plaats van zijn treinticket toont hij een doosje lucifers aan de verwonderde douanier. Dumon beseft dat alleen een snelle reactie de operatie kan redden en haalt vliegensvlug zelf het treinticket uit het borstzakje van de piloot. De douanier reageert argwanend: ‘Wat is hier aan de hand?’ Waarop Andrée een smoes verzint: ‘Hij is doofstom.’ Ook de andere twee piloten tonen zwijgend hun treinticket. De douanier: ‘Ook doofstom, zeker?’ Terwijl de zenuwen door haar lijf gieren, haalt Dumon haar laatste uitvlucht boven: ‘Het zijn Vlamingen. Ze spreken geen woord Frans.’ De douanier druipt af.

In het grootste geheim werken maar liefst 3000 verzetsmensen mee aan de ontsnappingsroute van Comète. Ze voorzien het netwerk van onderduikadressen en kleren, maken valse papieren, halen geld op, kopen treinkaartjes, stelen voedselbonnen, begeleiden de soldaten, onderhouden contact met Engeland. De meesten van hen zijn gewone burgers. Een militaire opleiding hebben ze niet. Moed, creativiteit en doorzettingsvermogen, dat wel.

Nacht und Nebel

De hulp aan de ondergedoken piloten is de nazi’s een doorn in het oog. Zozeer dat de Gestapo, de SS en de Luftwaffe zich toeleggen op de jacht op ontsnapte geallieerden. Ze gebruiken alle mogelijke middelen om te infiltreren in het verzet en ontsnappingslijnen te vernietigen. Ruim 700 verzetslui van Comète worden ontmaskerd en gearresteerd, vaak na verraad. Bijna 300 van hen komen om door executie, marteling of ontbering in de concentratiekampen.

Op 11 augustus 1942 slaat voor Andrée Dumon het noodlot toe. Zij en een rist anderen zijn verraden door een medewerker met de codenaam ‘Coco’. Vroeg in de ochtend belt de Geheime Feldpolizei aan – alleen doet ze dat verkeerd, bij het aanpalende huis van haar grootouders. Voor hij de voordeur openmaakt, kijkt de grootvader door het raam en ziet de Duitse agenten staan. Hij roept nog snel ‘Duitse politie!’ door de communicerende deur. Andrée probeert via de achterdeur te ontkomen, maar botst daar op agenten. Zij en haar beide ouders worden in aparte auto’s naar de gevangenis gebracht. Haar ondervragers halen alles uit de kast om haar te doen spreken: ze ranselen haar af, dreigen haar tegen de muur te zetten, bezweren dat ze haar bejaarde grootouders zullen oppakken. De jonge Dumon breekt niet. Uit wraak geven de nazi’s haar vanaf september de zogenaamde Nacht und Nebel-behandeling: een lijdensweg van kelder naar kelder, van gevangenis naar gevangenis, van concentratiekamp naar concentratiekamp. Tot je spoorloos verdwenen bent, opgegaan in nacht en nevel.

Dumon moet dwangarbeid verrichten in de gevangenissen van Trier, Keulen, Mesum, Zweibrücken en Essen. Daarna wordt ze naar het concentratiekamp van Gross-Strehlitz overgebracht. Daar botst ze tot haar verrassing op Nina Vankerkhove, een kennis uit het verzet. Samen ondernemen ze een ontsnappingspoging, maar na amper twee uur ontdekt een lokale boer hen. Hij waarschuwt de kampbewakers. Ze worden overgebracht naar Ravensbrück, het concentratiekamp voor vrouwen, en van daaruit naar het Oostenrijkse concentratiekamp Mauthausen. Een reis van vier dagen in bittere kou, eten of drinken is er nauwelijks. Bij aankomst is Andrée nog een schim van zichzelf. Uitgeput valt ze in de sneeuw neer, wordt rechtop geholpen door medegevangenen, strompelt verder. Ze mag niet opgeven, weet ze, want uitgeputte gedetineerden worden zonder pardon doodgeschoten.

Het V-teken werd niet bedacht door Churchill, maar door de Brusselse verzetsman Victor de Laveleye.

Ook vader Dumon ondergaat de mensonterende Nacht und Nebel-behandeling. Op een dag zit hij op de gevangenentrein uit Brussel. Toeval of niet: Andrée zit op diezelfde trein. Een Duitse soldaat brengt hen samen. Ze hebben elkaar sinds de arrestatie in Brussel niet meer gezien, en ze mogen elkaar even spreken. Het wordt hun laatste gesprek. Eugène Dumon overlijdt op 9 februari 1945 in het concentratiekamp van Gross-Rosen. Ook de rest van het gezin krijgt het hard te verduren. Een jaar na haar arrestatie wordt moeder Marie vrijgelaten. Over het lot van haar man en dochter weet ze volstrekt niets.

Na de arrestatie in augustus 1942 bleef Andrées zuster Aline samen met haar kleinste zusje alleen bij de grootouders achter. Het is nauwelijks te geloven, maar kort nadien zou ook Aline zich engageren in het ontsnappingsnetwerk van Comète. Met de codenaam ‘Lily’ nam ze de rol van Andrée over en begeleidde ze op haar beurt piloten naar Parijs. Omdat het arrestaties regende, dook ze vanaf juni 1943 onder. Via Madrid bereikte ze in juni 1944 Londen.

This is Nighthawk

1 mei 1945. Voor het eerst in drie ellendige jaren kan Andrée haar moeder Marie omhelzen, in het treinstation van Brussel. Het weerzien is warm, maar het verlies weegt zwaar. Marie, rouwend in zwarte kleren, is sterk vermagerd en lijkt vele jaren ouder. En Andrée is niet meer het onschuldige meisje van weleer. Ze is dermate toegetakeld, met een tyfusbesmetting erbovenop, dat ze ruim twee jaar nodig zal hebben om enigszins te herstellen. Over de toestand van vader Eugène en zus Aline weten ze op dat moment nog altijd niets.

Na de oorlog trouwt Andrée Dumon met Gustave Antoine. Samen bouwen ze een succesvol textielbedrijf uit en krijgen ze twee kinderen. Maar de oorlog en het verzet zijn nooit ver weg. Dumon engageert zich voor de Koninklijke Unie der Inlichtingen- en Actiediensten (KUIAD). Vanuit die organisatie helpt ze mee een degelijk statuut te realiseren voor de Inlichtingen- en Actieagenten (IAA) en te zorgen voor een financiële compensatie voor hun fysieke en materiële ontberingen. Gezien de vele vrouwelijke medewerkers in het Comète-netwerk zet ze zich in voor de emancipatie van vrouwelijke verzetsstrijders. Ze blijft contact houden met de geredde piloten en militairen. Ze nodigt hen geregeld uit naar België, en reist op haar beurt naar het Verenigd Koninkrijk, Australië, Canada en de Verenigde Staten.

Op het recente eeuwfeest voor Andrée Dumon was de dochter van de door haar geredde Britse piloot Robert Horsley aanwezig. Ze heet Erica Andrée Horsley en nee, dat is geen toeval. ‘Van jongs af aan moest ik ontelbare keren uitleggen waarom ik Andrée heet. Voor een Engels meisje is dat een vreemde naam’, zegt ze. ‘Vandaag ben ik vereerd dat ik een naam heb die gelinkt is aan zo’n belangrijk deel van onze geschiedenis.’ De woorden van Horsley zeggen veel over de reputatie die Andrée Dumon en het Comète-netwerk nog altijd hebben in Groot-Brittannië.

Weinigen weten dat het verhaal van Comète de basis vormde voor Allo! Allo!, een van de succesvolste Britse comedyreeksen aller tijden. Hetzelfde geldt voor de kaskraker La Grande Vadrouille, de Franse komische film uit 1966 met Louis de Funès in de hoofdrol. Het contrast met Vlaanderen kan moeilijk groter zijn. Hoe komt het toch dat wij de namen van collaborateurs beter kennen dan die van de verzetsmensen die hun leven gaven voor onze vrijheid? Hoeveel Vlamingen kunnen ook maar één naam noemen van de ongeveer 15.000 gedode Belgische verzetshelden? Velen onder hen werden in de meest gruwelijke omstandigheden vermoord door de nazi’s, en toch is er voor hen geen plaats in het collectieve geheugen.

Na de oorlog zou Andrée Dumont er in het openbaar het zwijgen toe doen. Net zoals zo veel andere verzetslieden. Zijn de diepe trauma’s te pijnlijk om over te spreken? Of voelen zij zich afgewezen of onbegrepen in de Vlaamse politieke context van na de oorlog, die het verzet paradoxaal genoeg vooral vijandig belicht?

Dany Neudt is historicus. Volg @danyneudt voor een dagelijkse tweet over een vergeten verzetsheld.

Nationaal museum

Historicus Dany Neudt probeert onze verzetshelden uit de vergetelheid te halen. Elke dag lanceert hij op Twitter een bericht met de hashtag #verzetshelden. Maar voor hem mag het daar niet bij blijven. ‘De herinneringseducatie voor jongeren moet een boost krijgen’, vindt Neudt. ‘De ervaring leert dat er vandaag nauwelijks jongeren zijn die ook maar één verzetsheld kunnen opnoemen. En misschien moet de samensteller van de Vlaamse canon het verzet ook maar eens een zuurverdiend hoofdstuk geven.’

Daarnaast pleit Neudt voor een nationaal museum over het verzet. ‘Het is een regelrechte schande dat zo’n instelling niet bestaat in België’, zegt hij. ‘Er zijn boeiende musea over de weerstand in Anderlecht en Tielt-Winge. In Luik kun je het monument voor de gewapende weerstand bezoeken. Maar die waardevolle initiatieven belichten vooral deelaspecten. Er moet een gecentraliseerde instelling komen met voldoende middelen om de herinnering aan het Belgische verzet levendig te houden. Waar wachten we op?’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content