Twee heren wandelden vroeg in het jaar 1764 door het park van slot Sanssouci in Potsdam. Ze hadden het over de staatskas en die gaf aanleiding tot bezorgdheid. De ene flaneur was Pruisens koning Frederik II, later 'de Grote' genoemd. Die had waarachtig geen cent om uit te geven, want de Zevenjarige Oorlog had nagenoeg alle hulpbronnen van het land verslonden. De gesprekspartner van de koning gold wijd en zijd als i nancieel expert en schuldensaneerder van formaat: Giacomo Casanova. Hij raadde de koning een 'altijd excellente' inkomstenbron aan: de loterij. Jammer genoeg had Frederik al een 'directeur van de alhier onder allerhoogste protectie gevestigde loterij' in dienst. Het was de Italiaan Giovanni Antonio Calzabigi, een heer die Casanova nog uit zijn tijd in Parijs kende.
...