Dit artikel verscheen eerder in Knack Historia van 23 april 2020:Betekent einde WOII begin van een nieuwe wereld?'
...

De Canvas-reeksen Kinderen van het verzet en Kinderen van de collaboratie hebben duidelijk een gevoelige snaar geraakt bij veel kijkers. De Tweede Wereldoorlog is niet vergeten, de verwerking ervan is nog steeds bezig. Alleen: de rechtstreekse spelers en getuigen verdwijnen stilaan van het toneel, het zijn hun kinderen en kleinkinderen die nu op zoek gaan naar feiten en herinneringen, om te kunnen begrijpen en te plaatsen wat er toen in hun familie gebeurd is.Koen Aerts: 'Pas nog was ik op een lezing en kwamen er mensen naar mij met een fotootje uit een nalatenschap van hun grootvader. Hij draagt een uniform dat ze moeilijk thuis kunnen brengen. Je ziet de vragen rijzen in hun hoofd, je merkt hoe ze op zoek gaan naar documentatie om zijn verhaal te construeren. In de mate van het mogelijke probeer ik hen daarbij te helpen. Net daarom ook hebben we met een aantal collega's het boek Was opa een nazi? uitgewerkt als een gids om op zoek te gaan naar de geschiedenis van collaboratie en repressie. Dit voorjaar verschijnt ook het boek Was opa een held? van collega-historicus Fabrice Maerten, dat gidst door het verleden van het verzet. Je kan deze boeken beschouwen als een eerste handleiding om aan de slag te gaan.'Hoe begin je er concreet aan?'Met een eerste vraag die je richt aan het Algemeen Rijksarchief op basis van de gegevens waar je over beschikt: de volledige naam, geboortedatum en desgevallend ook toenmalige woonplaats van het familielid in kwestie. Als je die coördinaten mailt naar het Algemeen Rijksarchief, zullen zij in eerste instantie kijken of er een gerechtelijk dossier is aangelegd als je vermoedt dat het familielid gecollaboreerd heeft. Als het om verzet gaat, is de eerste stap je vraag richten aan de Dienst Oorlogsslachtoffers of aan Cegesoma.'Als je familielid fout blijkt te zijn geweest in de oorlog en je vindt zijn of haar gerechtelijk dossier, wat dan?'Ik raad altijd aan om ook breed in te lezen. Mijn ervaring is dat lezen en zoeken in archieven parallel moet lopen. Als je voor het eerst zo'n dossier onder ogen krijgt, kom je in een juridisch algebra terecht dat moeilijk leesbaar is voor buitenstaanders. Als je niet gepokt en gemazeld bent in dat juridisch instrumentarium, dan kan je er niet altijd even goed aan uit. Er zijn een aantal specifieke rechtsartikels die vier vormen van collaboratie bestraffen, bijvoorbeeld. Was opa een nazi? is net geschreven om uit te leggen wat die rechtsartikelen betekenen en hoe je zo'n dossier leest. Je moet natuurlijk ook de historische context voor ogen houden om wat je leest juist te kunnen interpreteren. Er zijn tal van organisaties, bewegingen en partijen waar men zich toen in kon engageren. Om daar een goede kleuring van te krijgen, om de rol van je vader of grootmoeder of oom goed te kunnen begrijpen, moet je weten waar die voor staan, hoe de samenleving toen georganiseerd was, voor welke strekking ze stonden... Alleen zo kan je hun rol goed kaderen.''Dat is vaak de moeilijkste stap. Mensen vragen die dossiers op en lezen in eerste instantie vaak wat ze graag willen lezen. Het hele juridische taalgebruik installeert al een soort filter, wat maakt dat mensen niet altijd goed de waarde van beweringen of argumentatie of bewijsvoering van het gerecht kunnen begrijpen. Bijvoorbeeld: mensen stellen vast dat er wel een gerechtelijk dossier, maar geen veroordeling is. Wat heeft dat te betekenen? Iemand die niet veroordeeld werd, is niet automatisch vrij van 'schuld'; er waren ook andere sancties en bestraffende maatregelen buiten de rechtbanken om. Die werden net heel bewust ingesteld om de rechtbanken niet te zeer te belasten. Daarom heeft men ervoor gekozen om lichte vergrijpen van collaboratie zoals een eenvoudig lidmaatschap op een andere manier te sanctioneren dan via een vervolging voor de rechtbank.''En dan concluderen familieleden nu soms: hij of zij is ten onrechte getroffen door de repressie. Nee: er schuilt vaak veel meer achter. Via historisch onderzoek hebben we een studie gemaakt van repressie die toelaat om te gaan kijken in welke mate de houding van grootvader of grootmoeder zich verhield tot het totaalpakket, van alle daden van collaboratie, een soort kwantitatieve balans. Je hebt mensen die vragen: "Grootvader is veroordeeld tot vijf jaar, wat betekent dat?" Kijk, wil dat ook zeggen dat hij die straf ook uitgezeten heeft? De regel is doorgaans dat de meeste mensen hun straf nooit volledig hebben ondergaan. Dat is belangrijk voor de beeldvorming op een breder Vlaams niveau, voor de publieke opinie. Een repressie zonder maat en zonder einde? Dat beeld klopt niet. Je moet weten: dat gerechtelijk dossier is maar een eerste stap. Als er sprake is van een veroordeling, zijn er nog heel wat dossiers van allerlei verschillende gerechtelijke instanties die de persoon in kwestie opvolgen in heel die rechtsgang. Als er sprake is van een straf met vrijheidsberoving, zullen die instanties regelmatig verslagen opstellen om de houding en de moraliteit van de persoon in kwestie te evalueren. Dat doen ze om al dan niet te besluiten of een genademaatregel opportuun is en die persoon terug in vrijheid gesteld kan worden.'Is dat gerechtelijke dossier de enige weg om meer te weten te komen?'Je merkt bij heel veel nabestaanden dat dat gerechtelijke dossier een soort van Heilige Graal wordt, maar dat is het niet. Ik geef hen altijd het advies om verder en breder te kijken. Als je de persoon kent, is dat dossier niet meer dan een basis voor de persoonlijke opvolging van heel het verhaal. Dat is belangrijk, zeker omdat we vaststellen in het hele dossierbeleid dat men daar langzaam maar zeker steeds lankmoediger in geworden is. De toegang tot die gerechtelijke dossiers, waarbij het college van procureurs-generaal het laatste woord heeft om mensen toegang te verlenen of niet, is niet altijd verzekerd voor elke nabestaande. Men moet in de regel de goedkeuring krijgen van andere nabestaanden in de eerste graad. Wat gebeurt er dan? In bepaalde families is er een oom of een kind of een kleinkind dat graag informatie wil hebben over grootmoeder of grootvader of... Door een breuk, ruzie in de familie of een nabestaande die liever niet wil dat die doos van Pandora geopend wordt, komt die collectieve toestemming er niet en dan zit je met een probleem. In dat geval raad ik aan om in eerste instantie toch een aanvraag te richten aan het college van procureurs-generaal.''Mocht dat niet lukken, dan zijn nog andere dossiers die evenveel informatie kunnen geven. Alleen: je moet ze wel weten te vinden. Dat lijkt absoluut een speld in een hooiberg. Vier jaar geleden heb ik daarom een aantal collega's samengeroepen om al die gespreide verzoeken tot aanvragen om informatie die bij ons terechtkomen, te bundelen en zo een soort 'zoekmachine' te ontwerpen die hen op weg kan helpen. Zo is ons boek Was opa een nazi? er gekomen. Het is letterlijk een kompas waarbij je op basis van de schaarse informatie die je via je familiekring hebt te horen gekregen, je jezelf kan oriënteren naar de archieven die de bronnen kunnen bevatten waar jij naar op zoek bent. Heeft die eerste overlevering uitgewezen dat (groot)vader of -moeder ooit vastgezeten heeft, dan is dat een interessant element waarmee je al meteen aan de slag kan. Dan kan je onmiddellijk verwijzen naar de opsluitingsdossiers. Dat zijn allemaal coördinaten die je op weg kunnen zetten, die je ergens in dat traject kunnen droppen. Eenmaal je binnen bent in een bepaald dossier kan je de schakels bijna organisch organiseren. Als je een spoor hebt opgepikt, ben je vertrokken. Als je niet meer hebt dan 'we denken dat onze oom of opa betrokken was bij collaboratie' heb je onmiddellijk zeven potentiële bronnen die je zou kunnen raadplegen, op basis van die summiere informatie. Weet je dat hij of zij ook opgesloten is geweest, dan komen er meteen twee bij. Zo zijn er verschillende toegangen tot het onderzoek.'Wordt het onderzoek veel complexer als je denkt dat je familieleden in het verzet zaten?'Verzet gebeurt per definitie in het verborgene. Je hebt niet die neerslag van bronnen en dat maakt je zoektocht veel moeilijker. Als we spreken over collaboratie heb je veel studies en analyses van een zeer grootscheepse naoorlogse gerechtelijke operatie, die je toegang geeft tot dat stuk van het verleden. Voor het verzet hebben we wel die officiële statuten en erkenningen, maar er zijn net zo goed mensen uit het verzet die nooit erkenning hebben gekregen of nooit een aanvraag hebben gedaan. Dat is een andere situatie, waarbij een aantal verhalen onder de radar zullen blijven. Dat is nog eens versterkt door de clandestiniteit van het gegeven zelf; het verzet heeft zichzelf natuurlijk niet uitvoerig gedocumenteerd.''Die bronnen, uitgezonderd de nationale statuten tot erkenning, zijn bij het verzet vaak erg verspreid. Er zijn heel wat privé-archieven. Dat heb je bij collaboratie ook, maar daar heb je een veel grotere massale operatie van overheidswege die maakt dat alles beter is gedocumenteerd. Gelukkig komt dit jaar Was opa een held? uit, wat toch kan helpen om gerichter te zoeken.'