Het is een heerlijk zomerse dag in Visby, de pittoreske Hanzestad op het eiland Gotland. De Zweedse vlaggen wapperen ter ere van de nationale feestdag. Een joviale stemming hangt in de lucht, en lang duurt het niet vooraleer een taxichauffeur, die me van het bescheiden vliegveld naar het middeleeuwse, volledig ommuurde centrum brengt, nieuwsgierig vraagt wat me precies naar hier heeft gebracht. 'Ingmar Bergman', vertel ik haar enthousiast. Op dat antwoord had ze duidelijk niet gehoopt. 'Aha. Dus je gaat naar Fårö?' zegt ze plots stukken koeler. 'Dat doen veel mensen, al begrijp ik niet goed waarom. Ik vind zijn films deprimerend en saai. En ze hebben geen einde.'
...

Het is een heerlijk zomerse dag in Visby, de pittoreske Hanzestad op het eiland Gotland. De Zweedse vlaggen wapperen ter ere van de nationale feestdag. Een joviale stemming hangt in de lucht, en lang duurt het niet vooraleer een taxichauffeur, die me van het bescheiden vliegveld naar het middeleeuwse, volledig ommuurde centrum brengt, nieuwsgierig vraagt wat me precies naar hier heeft gebracht. 'Ingmar Bergman', vertel ik haar enthousiast. Op dat antwoord had ze duidelijk niet gehoopt. 'Aha. Dus je gaat naar Fårö?' zegt ze plots stukken koeler. 'Dat doen veel mensen, al begrijp ik niet goed waarom. Ik vind zijn films deprimerend en saai. En ze hebben geen einde.' Wanneer ik de dag erop bij de toeristische dienst informeer hoe ik het best vanuit Visby op Fårö kan raken, een van de tientallen eilandjes die Götland omringen, klinkt het antwoord al even enthousiast. ' Het zevende zegel, Persona, Fanny en Alexander... Ik ken zijn films, hoor', verzekert een jongedame me, terwijl ze me een brochure over Gotland en de dienstregeling van het openbaar vervoer toestopt. 'Maar alleen omdat dat moest op school. Bergman is nationaal erfgoed. Niemand ontsnapt eraan.' Voor veel Zweden hangt er duidelijk iets stoffigs en museaals over de legendarische filmmaker. Maar ook al is het bijna een eeuw geleden dat hij geboren werd en ligt hij al bijna elf jaar onder de zoden: zijn erfenis blijkt nog altijd springlevend. Elke week, zo vertelt de juffrouw me, zien ze op Gotland tientallen filmliefhebbers van over de hele wereld neerstrijken met als eindbestemming Fårö. Dat is het eilandje waar Bergman vanaf de jaren zestig woonde en werkte, en waar hij verschillende van zijn 'saaie en deprimerende films' voor eeuwig aan de pellicule toevertrouwde. Twee dingen vallen meteen op wanneer ik, dik twee uur later, eindelijk voet aan wal zet op Fårö - een naam die overigens zoveel betekent als 'het schapeneiland'. Eén: het is piepklein en vrijwel leeg, met nog geen 500 vaste bewoners. En twee: Bergman stond duidelijk op zijn rust en privacy, want het blijkt al zo desolaat als veel van zijn films. Wie vanuit België op Fårö wil raken, moet daar minstens twee vluchten (van Brussel naar Stockholm en van Stockholm naar Visby), een busrit van dik een uur plus een tochtje met de ferry voor over hebben. Zijn geïsoleerde ligging maakte het eilandje, dat van Gotland is afgebrokkeld en in de Oostzee dobbert, voor Bergman natuurlijk net zo aantrekkelijk. Met zijn ruige kiezelstranden, dampende dennenbossen, weides vol kleurrijke klaprozen, en zijn grillige, door water en wind getekende rotsen, is het een plek waar de tijd niet zozeer heeft stilgestaan, hij lijkt er zelfs nooit aangebroken. Er is geen bank, geen postkantoor, geen dokter, zelfs geen schooltje. Alleen enkele boerderijen, een bed and breakfast, een camping en een kronkelige asfaltweg getuigen van de moderne beschaving. Dat, én het lutherse kerkje waarnaast Bergman begraven ligt, een museum dat aan hem is gewijd, en een handvol panden die samen The Bergman Estate vormen. Als Bergman tijdens zijn leven betoverd raakte door Fårö, dan lijkt Fårö op zijn beurt betoverd door Bergman. Alsof zijn geest over het eiland waart en het zijn nieuwe bestaansgrond geeft, als cinefiel pelgrimsoord. Toch werd de filmmaker, die in het lijstje van wereldberoemde Zweden alleen Björn Borg en ABBA moet laten voorgaan, geboren een heel eind hier vandaan: in het universiteitsstadje Uppsala, aan de oostkust van Zweden. Hij groeide op in Dalarna, in het hart van het vasteland, en belandde als twintiger in hoofdstad Stockholm, waar hij zich in de jaren vijftig opwerkte tot een van de invloedrijkste film- en theaterregisseurs aller tijden. Als devote fan van August Strindberg, de Zweedse auteur die hij zijn leven lang innig bewonderde, behandelde hij thema's als liefde, lijden, dood, religie en eenzaamheid in beklemmende, inhoudelijk en stilistisch vernieuwende drama's die bij verschillende generaties op het netvlies én de ziel blijven gebrand. Glimlach van een zomernacht (1955), Het zevende zegel (1957), Wilde aardbeien (1957), Het zwijgen (1963), Het uur van de wolf (1968), Scènes uit een huwelijk (1973)... Mijn taxichauffeur mag het dan saaie en deprimerende films zonder einde vinden, voor miljoenen anderen zijn het indringende meesterwerken die baden in een sombere melancholie, en die zowel de moderne, geseculariseerde mens als Bergman - een domineeszoon die zijn leven lang worstelde met God, vrouwen en zichzelf - een confronterende, niets verhullende spiegel voorhouden. Van de meer dan veertig langspelers die Bergman schreef en regisseerde, draaide hij er maar vijf op Fårö, de twee documentaires die hij aan het eiland en zijn inwoners wijdde ( Fårödokument uit 1969 en het vervolg Fårödokument 1979) even buiten beschouwing gelaten. Toch is er geen plek op aarde die zo bergmanesk aanvoelt als dit duivelse eiland, met zijn verlaten sfeer, zwart-witte stranden en slingerende wegen, omzoomd door de asgrauwe Baltische Zee. De vijf fictiefilms die hij er draaide - Als in een donkere spiegel (1961), Persona (1966), Schaamte (1968), De passie van Anna (1969) en Scènes uit een huwelijk - groeiden stuk voor stuk uit tot klassiekers en maakten van Fårö het gedroomde doemlandschap voor zijn penetrante karakterstudies. Daarin castte Bergman het schapeneiland zowel als hemel en hel, als idyllisch vakantieoord, als oorlogszone, als koninkrijk der doden en als Golgotha. Hij liet er de pest en de dood rondwaren, zijn personages vielen er ten prooi aan psychische ziektes, doodsangsten, huwelijkscrisissen en andere zielenkankers. In zijn Fårö-films lijkt het alsof de mens door God, of de metafysische kracht die daar volgens de twijfelende atheïst Bergman voor moest doorgaan, naar dit spookachtige oord verbannen werd om er zijn zondige, schijnbaar nutteloze bestaan te overpeinzen. Of om er aan het bourgeoisleven van Stockholm te ontsnappen, dat kan ook. Toen Bergman op een stormachtige dag in april 1960 voor het eerst Fårö aandeed, was hij al een internationaal gevierd filmmaker, en bij uitbreiding een intellectuele celebrity avant la lettre, een soort die de boeren en vissers van Fårö nooit eerder hadden gespot. Aanvankelijk kwam hij tegen zijn zin vanuit het mondaine Stockholm naar het eiland afgezakt, onder druk van Svensk Filmindustri, de Zweedse nationale filmmaatschappij, die zijn films financierde. Zijn producenten hadden hem gesuggereerd dat Fårö mogelijk een geschiktere, en in elk geval goedkopere locatie was om Als in een donkere spiegel op te nemen dan de Orkney-eilanden voor de Schotse kust, die Bergman oorspronkelijk voor ogen had. De ontmoeting met Fårö bleek overweldigend, alsof het lot van zijn komst op de hoogte was. Voor zijn psychodrama, waarvoor hij in 1962 zou worden bekroond met de Oscar voor beste niet-Engelstalige film, zocht Bergman een scheepswrak dat op een strand was aangespoeld - en wat trof hij er als eerste aan? Een zalmkotter die er net zo uitzag als het exemplaar dat hij in zijn notitieschrift getekend had. In het huis vlakbij lag een tuin met appelbomen, precies zoals in zijn script beschreven stond, en het rotsachtige strand 'dat moest uitlopen tot in de eeuwigheid' vond hij een paar kilometer verderop, aan de noordkant van het eiland. Daar stond de filmmaker, naar eigen zeggen, met tranen in de ogen te kijken naar de geheimzinnige godenbeelden die de zee en de wind uit de rotsen had geboetseerd. 'Om het plechtig uit te drukken, zou je kunnen zeggen dat ik mijn landschap gevonden had', schreef Bergman jaren later in Laterna Magica, zijn prachtig gepende, onbarmhartig eerlijke autobiografie. 'Om het wat lichter te formuleren, zou je kunnen spreken van liefde op het eerste gezicht.' Tegen zijn cameraman Sven Nykvist, die (bijna) al zijn films vanaf de late jaren vijftig in even lumineuze als hallucinante beelden schoot, bekende hij dat hij voor de rest van zijn leven op het eiland wilde wonen en er een huis wilde bouwen. Iets wat hij in 1966, nadat hij er ook zijn modernistische meesterwerk Persona had opgenomen, ook deed. 'De binding met Fårö heeft verschillende redenen', aldus Bergman, die er zou blijven tot aan zijn dood op 30 juli 2007, nota bene dezelfde dag dat ook zijn beruchte vakgenoot Michelangelo Antonioni het tijdelijke voor het eeuwige wisselde. 'Het begon met de signalen van mijn intuïtie: dit is jouw landschap, Bergman. Het beantwoordt aan je diepste voorstellingen van vormen, proporties, kleuren, horizonnen, geluid, stiltes, licht en spiegelingen. In je werk zoek je naar eenvoud, proportie, inspanning, ontspanning, ademhaling. Het landschap hier op Fårö geeft je dat alles in overvloed.' Er waren nog andere, meer aardse redenen die hem aan het eiland bonden. Nadat hij de kaap van de veertig had bereikt, voelde de immer sensitieve en humeurige Bergman steeds meer de behoefte om zich terug te trekken uit de wereld, om de boeken te lezen die hij nog niet gelezen had, te mediteren, zijn ziel te reinigen en - ook een constante in zijn turbulente leven - niet lastiggevallen te worden door de Zweedse belastingdienst. 'Hier kan ik woedend zijn en brullen. Hooguit een meeuw die vlucht', merkt hij op in Laterna Magica. Dat laatste bleek niet helemaal te kloppen: na vier jaar samenhokken met Bergman op Fårö zette ook Liv Ullmann het op een vluchten. De Noorse actrice was een poos zijn muze en minnares, schitterde in tal van zijn film- en theaterproducties, en schonk hem zijn dochter Linn, een van de negen kinderen die Bergman bij zes verschillende vrouwen verwekte. Linn Ullmann, die inmiddels een succesvol schrijfster is, woont nog altijd op Fårö, maar zij is er niet de enige getuige van Bergmans aanwezigheid. Je vindt er ook zijn twee privéhuizen, zijn schrijvershut en zijn persoonlijke filmstudio en bioscoop Biographen, een omgebouwde schuur die plaats biedt aan vijftien toeschouwers. Het is op deze heilige plek voor cinefielen dat hij elke dag - stipt om 15 uur - een film bekeek, in zijn groene fauteuil waar nog altijd geen toerist in mag. Nej, zelfs niet tijdens de jaarlijkse Bergman Week, begin juli, een festival met filmvoorstellingen, concerten, lezingen en workshops te zijner nagedachtenis. Samen vormen de gebouwen The Bergman Estate, die sinds 2010 door Linn Ullmann wordt beheerd en waar kunstzinnigen zich tijdelijk kunnen terugtrekken om zich in alle rust aan hun kunst te wijden. Op de gastenlijst: bekende namen als Michael Douglas, Catherine Zeta-Jones, Karin Dreijer en Stieg Larsson. Maar ook heel wat andere acteurs, regisseurs, musici en schrijvers die me in mijn zoektocht naar het kloppende hart van Bergmanland zijn voorgegaan. Logeren doen de gasten in Hammars, het compacte, bunkerachtige huis dat Bergman liet bouwen vlak bij het rotsachtige strand waar Persona opgenomen werd. In de linkervleugel van het huis, dat er met zijn strakke tafels, stoelen en kasten uit pijnboomhout uitziet als een showroom voor Zweedse vintage meubelen, bevindt zich zijn persoonlijke bibliotheek, waar het verzamelde werk van zijn geliefde Strindberg helemaal vooraan staat. Je vindt er ook zijn manuscripten, dagboeken en zijn collectie VHS-cassettes. Daarin blijken Buñuel, Tarkovski en Truffaut te worden geflankeerd door Spielberg, Stallone en Bruce Willis - zelfs bij een dodelijk serieuze filmmaker als Bergman stond de boog niet altijd even gespannen. Vandaag leeft het eiland van zijn erfenis, en van het toerisme dat daaraan ontsproten is. Mijn taxichauffeur zal het allicht te gek voor woorden vinden, maar er zijn zelfs geleide tours die je langs alle belangrijke Bergman-plekken gidsen. Van de ruige stranden uit Schaamte, bijvoorbeeld, met hun bizarre rotsformaties of ' hauks', over de refuge waar de psychisch ingestorte actrice uit Persona zich terugtrekt, tot het landgoed waar Harriet Andersson hoopt te genezen in Als in een donkere spiegel. Het heeft niet alleen iets ironisch omdat Bergman zwaarmoedige en pijnlijk persoonlijke films maakte die lichtjaren verwijderd waren van Hollywood, het oord waar deze soort sightseeing uitgevonden is; tot aan zijn dood was het ook raden naar waar Bergman nu precies woonde: de lokale bevolking waakte er mee over dat haar wereldberoemde adoptiezoon met rust werd gelaten. 'Hij kwam hier elke dag. Een vriendelijke, joviale man', vertelt de uitbater van het lokale winkeltje me. Het ligt op twee kilometer van Hammars, vlak aan de opstapplaats van de ferry, en was de plek waar Liv Ullmann en Max von Sydow voor het eerst soldaten spotten in het ijzingwekkende oorlogsdrama Schaamte. 'Hij was wel erg op zijn privacy gesteld. Ik heb tientallen toeristen bewust de verkeerde kant op gestuurd toen ze me vroegen waar zijn huis was. Uit respect.' Ook al was Bergman een outsider, van in het begin mengde hij zich volop in het gemeenschapsleven. De problemen van de bewoners, die almaar verder geïsoleerd raakten van de beschaafde wereld, trok hij zich daadwerkelijk aan. Midden op het eiland, langs de enige geasfalteerde weg die naam waardig, bevindt zich The Bergman Center: vroeger het lokale schooltje, nu een museum gewijd aan Fårö's beroemdste bewoner. Ik vind er foto's, affiches, stills, schermen, dagboeken en een kamer met spullen en kostuums uit Het zevende zegel en Fanny en Alexander (1982) - twee überklassiekers die elders werden gedraaid. Het museum vertelt vooral het verhaal van de passionele affaire tussen de kunstenaar en 'zijn' eiland, ook door de ogen en uit de mond van de bewoners die vaak meewerkten aan zijn films, als figurant of als crewlid, en die Bergman zo liefdevol portretteerde in Fårödokument en Fårödokument 1979. Tweehonderd meter verderop staat het enige kerkje dat Fårö rijk is, omgord door een idyllisch kerkhof zoals je dat vrijwel alleen in films vindt. Helemaal achteraan, op een plek die hij zelf uitgekozen had en onder het deugddoend lommer van een wuivende wilg, vind ik, na enig speuren, zijn graf. Het is geen pronkerig schrijn, zoals je dat van een maker van soms spartaans strenge films ook niet verwacht. Het is een simpele steen waarop zijn naam geschreven staat, samen met die van zijn laatste vrouw Ingrid, met wie hij hier sinds 2007 in een eenvoudige, houten kist te rusten ligt. Of Bergman bij zijn heengaan eindelijk verlost was van zijn vele demonen, weten alleen zijzelf. Maar wat ik, vele filmfans en zelfs mijn taxichauffeur weten, is dat diezelfde demonen hem inspireerden tot een even imposant als tijdloos oeuvre, en dat ze hun natuurlijke habitat vonden hier op Fårö, een nietig brokje aarde in de koele Baltische Zee. Voor eeuwig en altijd.