Forensisch therapeut Kris Vanhoeck beschrijft sociale impact van pedofiliezaken

© ILLUSTRATIE RANDALL CASAER

Wat gebeurt er als wijkbewoners ontdekken dat er een veroordeelde pedofiel in de buurt woont? Daarover schreef forensisch therapeut Kris Vanhoeck de docufictie Dijende kringen, gebaseerd op zijn 35 jaar ervaring met plegers van zedenfeiten.

Als coördinator van het Brusselse centrum voor daderhulp I.T.E.R. voerde psycholoog Kris Vanhoeck duizenden therapeutische gesprekken met pedofielen en de mensen uit hun omgeving. In zijn boek Dijende kringen heeft hij die stemmen samengebracht. ‘Het is geen letterlijke weergave van gesprekken, maar het boek is wel gebaseerd op de werkelijkheid.’

De daders met wie u werkt, zijn allemaal veroordeeld voor zedenfeiten?

Kris Vanhoeck: Niet allemaal, al worden de meesten door Justitie naar ons gestuurd. Sommigen vinden op een andere manier de weg naar I.T.E.R., via het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling of op verzoek van hun familie. Af en toe klopt er iemand spontaan aan: ‘Ik denk dat ik een probleem heb.’

Ook familieleden zoeken ons op. Een vrouw die haar man betrapte terwijl hij naar kinderporno aan het kijken was, of ouders die beelden op de computer van hun oudste zoon vonden. Ze willen dat hun geliefde geholpen wordt. De oplossing is dan niet: ‘Vader moet naar de gevangenis.’

Ze vragen zich vermoedelijk ook af: wat heeft vader al uitgespookt?

Vanhoeck: Die onzekerheid én ongerustheid is er dan zeker. ‘Waarom verdween vader op het feest met dat nichtje?’ Bij therapie is de belangrijkste doelstelling: vermijden dat mannen hervallen. Maar er is ook veel aandacht voor breuken in de familie en, indien mogelijk, voor herstel van verloren vertrouwen.

We ontmoeten ook mensen die een succesvol leven lijken te leiden en gelukkig getrouwd zijn. Maar ze worstelen met dat ene grote geheim dat ze met niemand kunnen delen. Als de partner dat dan toch te weten komt, barst de bom. Wat niet altijd wil zeggen dat ze uit elkaar gaan. Al zal hun relatie daarna nooit meer hetzelfde zijn.

Ongeveer 1 procent van de volwassen Belgische mannelijke bevolking, of 43.000 mannen, zou geregeld last hebben van seksuele gevoelens voor minderjarigen.

Vanhoeck: Ze plegen natuurlijk niet allemaal feiten. De grote meerderheid beseft dat ze in de problemen komt als ze pedofiele gevoelens in de praktijk omzet. Steeds meer mannen nemen ook zelf initiatief om tijdig hulp te zoeken. De lancering van de hulplijn Stop It Now! in 2017 hielp daarbij. Het besef groeide dat mensen pedofiele gevoelens kunnen hebben. Tezelfdertijd vergrootte het stigma.

Over vrouwen met pedofiele gevoelens horen we niet zoveel.

Vanhoeck: Ze zijn er nochtans ook. Wij horen hun getuigenissen op de Stop It Now!-hulplijn. Voor vrouwen is het moeilijker om met hun verhaal naar buiten te komen. Maar voor slachtoffers van vrouwen is het misschien nóg moeilijker, want zij worden niet geloofd. Als een vrouwelijke leerkracht een jongen van 14 misbruikt, krijgt de jongen achteraf de volle laag: ‘Wat heb jij nu gedaan?’ of: ‘Je zult er wel van genoten hebben.’ Om die reden worden er minder klachten tegen vrouwen ingediend.

Slachtoffers komen meestal uit de directe omgeving van de dader?

Vanhoeck: Tachtig procent. Het cliché van de pedofiel als onbekende viezerik die in het bos achter een boom staat, is de uitzondering.

Bij slachtoffers die in hun tienerjaren misbruikt worden, is de schade niet fysiek zichtbaar. Zij hebben geen blauw oog, bijvoorbeeld. Ze uit zich op langere termijn op relationeel vlak. Het vertrouwen in mensen is zoek. Soms blijft de beleving van seksualiteit erg gekleurd door dat misbruik. Wat niet wil zeggen dat álle slachtoffers per definitie getraumatiseerd zijn. Maar het risico op trauma is wél zeer groot.

In de jaren 1970 was de toon in de samenleving verrassend mild voor pedofilie. Academici zoals de Gentse seksuoloog Bob Carlier ijverden voor ruimte voor seksuele relaties tussen volwassenen en kinderen, want ‘een kind had ook recht op seks’. Betekende de affaire-Dutroux de doodsteek voor die ‘emancipatiebeweging’?

Vanhoeck: Die beweging is inderdaad volledig verdwenen. Marc Dutroux geldt als hét schoolvoorbeeld van de pedofiel, terwijl hij dat niet echt is. Ik betwijfel of seksuele opwinding zijn hoofdmotivatie was. In de eerste plaats is hij een crimineel. Hij zorgde wel mee voor het stigma. Ik hoor cliënten vaak zeggen: ‘Ja, ik stelde pedofiele daden, maar ik ben toch geen Dutroux?’ Na de zaak-Dutroux werd er eindelijk geld vrijgemaakt voor hulpverlening.

De laatste jaren stond er een nieuwe beweging op die aandacht vraagt voor mensen die met hun pedofiele gevoelens niets willen doen, maar vragen om hulp. Ze noemen zichzelf MAP, Minor Attracted Persons, personen aangetrokken tot minderjarigen. In België zit MAP nog onder de radar, maar internationaal is die beweging vrij actief. Ze wil af van het stigma pedofilie.

Is pedofilie een geaardheid?

Vanhoeck: Daar is de wetenschap nog niet uit. Als je al van in je adolescentie seksuele gevoelens voor kinderen hebt, raak je er zéér moeilijk van af. Dan moet je op zoek naar een manier om ermee te leren leven.

De lanceringsslogan van Stop It Now! dekt de lading: ‘Pedofiele gevoelens kies je niet, pedofiele daden wel.’ Dat verhaal komt in onze praktijk telkens weer terug: hoe mensen die gevoelens als een last ervaren: ‘Ik heb er niet voor gekozen, maar zit er nu mee.’

In Dijende kringen beschrijft u hoe een buurt ontregeld raakt nadat er een veroordeelde pedofiel getraceerd is.

Vanhoeck: Wij horen vaak hoe verhalen en geruchten soms een eigen leven in een wijk beginnen te leiden, waardoor buurtbewoners ongerust worden. De pedofiel in mijn boek probeert met vallen en opstaan een nieuw leven op te bouwen. Zijn plan voor de rest van zijn leven is: ‘Ik wil het niet meer doen’, ook al worstelt hij daar erg mee. Hij ging in een compleet ander deel van het land wonen.

Hij nam ook een nieuwe identiteit aan. Dat is uit het leven gegrepen voor veroordeelde pedofielen?

Vanhoeck: Ja. Mijn personage koos er zelf voor om te verhuizen, ver weg van zijn slachtoffer. Soms is zo’n verhuizing het gevolg van opgelegde voorwaarden: ‘U mag niet meer in de provincie Oost-Vlaanderen verblijven.’

Hoe groot is het herval?

Vanhoeck: Een deel van het herval blijft verborgen. Voor daders die na hun vrijlating niet verder gevolgd worden, schommelt het officieel rond 18 procent. Als mensen wél in therapie moeten, zakt dat cijfer tot 10 procent. Tegen cliënten die het einde van hun behandeling naderen, zeggen wij altijd: ‘Je hebt je herpakt en bent goed bezig. Maar het zal nooit helemaal verdwijnen.’

En de verleiding is overal.

Vanhoeck: Dat is zo. De voorbije jaren zochten veel mensen hulp die door het internet in de problemen kwamen. We krijgen ook steeds meer mensen over de vloer die pas na hun veertigste of vijftigste het spoor bijster raken. Ze krijgen een aantal tegenslagen te verwerken, vluchten weg op het net, raken in de ban van porno en zoeken omwille van de kick steeds extremere prikkels op.

Wil dat zeggen dat je op latere leeftijd nog een pedofiel kunt worden?

Vanhoeck: Inderdaad. Die pedofilie zal dan minder ingrijpend zijn dan wanneer het over een geaardheid gaat. Maar het komt wel degelijk voor dat mannen door kwaadheid, nieuwsgierigheid of frustratie bij kinderporno uitkomen. Ze onderschatten dat ze zo zichzelf pedofiele neigingen kunnen aanleren.

Lopen mensen die in hun jeugd seksueel misbruikt zijn, meer risico om later ook dader te worden?

Vanhoeck: Nogal wat van onze cliënten werden inderdaad zelf misbruikt. Al verklaart dat natuurlijk niet alles.

Vrouwen wier man betrapt is, maken zich soms zorgen over hun zoon: ‘Is hij ook voorbestemd?’ Gelukkig is dat niet zo. Bij incest kan misbruik wel intergenerationeel worden, wat niet hetzelfde is als genetisch voorbestemd zijn.

Komt pedofilie in alle geledingen van de samenleving voor?

Vanhoeck: Jawel. Sommigen van mijn cliënten zijn professoren. Al is de kans om gepakt te worden groter aan de zelfkant van de samenleving. De ‘betere kringen’ beschikken over meer mogelijkheden om ervoor te zorgen dat vader níét in de gevangenis belandt.

'Ook na je veertigste kun je pedofiel worden'

Kris Vanhoeck

? Geboren in 1957

? Studeerde psychologie (KU Leuven)

? Werkt al 35 jaar als forensisch therapeut met plegers van zedenfeiten

? Publiceerde in 2012 Ik beken: plegers van zedenfeiten geportretteerd

? Gaat deze zomer met pensioen

Kris Vanhoeck, Dijende kringen, Ertsberg, 218 blz., 24,95 euro
Kris Vanhoeck, Dijende kringen, Ertsberg, 218 blz., 24,95 euro

Partner Content