We zijn te fatalistisch als het gaat over onze levensduur, zei onlangs Eric Verdin in Het Laatste Nieuws. Verdin is een Luikse arts en de Belgische ceo van het Amerikaanse Buck Institute, een onderzoeksinstelling die als missie heeft om 'een einde te maken aan de dreiging van leeftijdsgebonden ziekten voor deze en toekomstige generaties'.

'Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen: "Ik word niet oud want mijn ouders zijn allebei vroeg gestorven" of "Kanker zit in onze familie"?' vroeg Verdin zich af in de krant. 'Welnu, uit allerlei onderzoeken weten we intussen dat een lang en gezond leven voor 93 procent bepaald wordt door omgevingsfactoren en slechts 7 procent door je genen. Je hebt je levensduur en -kwaliteit dus voor het grootste deel in eigen handen.'

Met die omgevingsfactoren doelt Verdin op voeding en beweging, maar ook op luchtkwaliteit en sociaal contact bijvoorbeeld. Als een lang en gezond leven slechts voor 7 procent door je genen wordt bepaald, uit welke onderzoeken blijkt dat dan?

Het minste wat je kunt zeggen, is dat de claim niet steunt op een algemeen aanvaarde wetenschappelijke consensus.

Huisartsgeneeskundige Dirk Devroey (VUB)

' Here you go', mailt ons kort de communicatiedirecteur van Buck Institute. In bijlage zit een onderzoek dat vorig jaar in het vakblad Genetics is verschenen en een publicatie erover voor een breder publiek in Business Insider. In de studie met data van 54 miljoen stambomen luidt de conclusie dat het effect van genen tot nog toe werd overschat door het effect van ' assorted mating', lezen we. 'Simpel gezegd: soort zoekt soort', verduidelijkt Geert Mortier, die het Centrum Medische Genetica aan de Universiteit Antwerpen leidt. 'Kleine mensen hebben eerder een kleine partner, en dezelfde redenering geldt bijvoorbeeld voor opleidingsniveau. Dat zijn geen genetische factoren maar een kwestie van "omgeving", betogen de auteurs, waardoor de werkelijke invloed van genetica volgens hen kleiner is dan tot nog toe gedacht.'

Geriater Johan Flamaing (KU Leuven) noemt de 7 procent uit de epidemiologische studie 'eerder waar' met als argument dat het onderzoek - 'een grote, grondige analyse' - is gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. 'Maar er zijn geen andere studies die het bevestigen. De meeste andere spreken over grofweg 25 procent. Dat is ook wat ik mijn studenten vertel.'

Scherper is huisartsgeneeskundige Dirk Devroey (VUB): 'Het minste wat je kunt zeggen, is dat de claim niet steunt op een algemeen aanvaarde wetenschappelijke consensus. Je kunt de invloed van genen op levensverwachting niet in een exact cijfer vatten. Doe je dat toch, dan lijkt die 7 procent mij een grove onderschatting.'

Devroeys argument dat de 7 procent 'in het kraam te pas komt' van Verdin, voert ook emeritus en gerenommeerd geneticus Jean-Jacques Cassiman (KU Leuven) aan. 'Ook partnerkeuze is deels genetisch bepaald', zegt hij. 'In Sillicon Valley wordt enorm geïnvesteerd in middelen om de levensverwachting en -kwaliteit op hoge leeftijd te verbeteren. Hoe groter de factor "omgeving", hoe meer opportuun en wervend dat is voor Verdins project, natuurlijk.' Cassiman gaat voorzichtigheidshalve uit van een verdeling 50/50. 'De materie is zo complex en we weten nog maar zo weinig dat je daar verder weinig zinnigs over kunt zeggen.'

Geert Mortier blijft voorlopig bij de eerder genoemde 25 procent. 'Eén studie brengt dat cijfer nu naar beneden. Ik zou graag een gereproduceerde meting zien.'

Conclusie

Knack beoordeelt de stelling als eerder onwaar. De claim steunt op één onderzoek en niet op meerdere, zoals Verdin beweert. Vlaamse experten reageren eerder sceptisch dan overtuigd.

Bronnen

Alle bronnen zijn laatst geraadpleegd op 16 oktober 2019, tenzij anders vermeld.

* Bijgewerkt op 23/10/19 om 17:25, om bronvermeldingen en hyperlinks toe te voegen aan het artikel.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

© RMG

Knack maakt onderdeel uit van Roularta Media Group.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.