'Zeventig procent van de huisdieren is obees', zei in De Standaard onlangs een anonieme dierenarts met vijftien jaar ervaring. 'Voor sommige mensen is hun huisdier als hun kind, en ze behandelen het ook zo. Hondenjasjes, hondenkarretjes, hondenijsjes. Dieren bewegen nog amper en zitten met de mensen mee aan tafel. Er is ook een hele markt voor, van dierenkledingwinkels tot bakkers waar je voor je kat een verjaardagstaart kunt laten maken. Mensen denken nog veel te vaak dat ze liefde voor hun dier moeten kopen. Kijk naar het aanbod in de supermarkt, hele rayons vol voeding. Terwijl ik een kat nog nooit een tonijn heb zien vangen, hoor. Ik zeg altijd: behandel een dier als een dier.'

Hoewel we thuis ook vissen, cavia's en grasparkieten verzorgen, nemen we aan dat het cijfer over katten en honden gaat, verreweg de grootste groep 'kleine huisdieren'. Een op de vijf Vlaamse huishoudens heeft 'minstens één' hond, bij ruim een op de vier gezinnen zit volgens overheidsstatistieken van Statbel een poes op de schoot. Vlamingen hebben in totaal 1,2 miljoen katten en 740.000 honden, alle Belgen samen hebben er grofweg dubbel zoveel. Zijn zeven op de tien daarvan obees?

Hoewel resultaten van verschillende onderzoeken uiteenlopen, liggen zelfs de zorgwekkendste cijfers niet hoger dan 40 à 60 procent

Zwaarlijvigheid bij viervoeters schat je niet in met een body mass index (BMI), maar met een body condition score (BSC) of lichaamsconditiescore, zegt professor dierenvoeding Myriam Hesta (UGent). 'De dierenarts bevoelt alle courante plaatsen met vetreserves, geeft die een individuele score en maakt daarvan een gemiddelde. Het resultaat is een getal van een tot negen. Vier en vijf is normaal. Minder is te mager, zes of zeven betekent overgewicht, acht en negen is obees.'

Overgewicht bij huisdieren is een probleem, beklemtoont Hesta, maar het cijfer in de stelling is overdreven. 'Hoewel resultaten van verschillende onderzoeken uiteenlopen, liggen zelfs de zorgwekkendste cijfers niet hoger dan 40 à 60 procent. Het gaat dan om honden. Obese en zwaarlijvige sámen.'

Bij katten 'in geïndustrialiseerde landen' varieert het aantal met obesitas volgens Hesta tussen 11,5 procent en 27 procent, met daarnaast nog een grote groep die aan overgewicht lijdt. Voor België en Vlaanderen bestaan geen aparte cijfers.

Ook volgens onze rondvraag bij dierenklinieken is 'zeven op de tien obees' evenwel overdreven. 'Minstens de helft is te zwaar', zegt Johan Van Tilburg van Dierenkliniek Randstad. 'Zeker minder dan de helft is obees', zegt Michelle Lhomme van Dierenkliniek Sanimalia.

Risicofactoren zijn onder meer het ras - labradors en beagles hebben bijvoorbeeld meer aanleg dan windhonden - en sterilisatie of castratie. Hoewel die ingreep de energiebehoefte met 30 procent verlaagt, geven baasjes daarna vaak niet minder eten.

Overgewicht geeft huisdieren gewrichtsklachten, pijn en slechtere levenskwaliteit. Meer bewegen en minder eten is het logische devies. 'Boosdoeners zijn vooral de extraatjes: tafelrestjes, of een koekje als beloning', zegt Hesta. 'Wil je zoiets geven, hou het dan beperkt en trek het af van de aanbevolen portie 'normaal' eten die je serveert.' Bewegen kan met spelletjes buiten, maar net zo goed binnen. 'Laat je huisdier werken voor eten! Gooi hondenbrokjes op en af de trap, of verstop ze in een snuffelmat - nu heel populair. Voor katten heb je voedingspuzzels, in de speciaalzaak of zelfgemaakt. Die bieden vertier, én houden hen fit.'

Ook knaagdieren en konijnen zijn vaak te zwaar, geeft de daarin gespecialiseerde dierenarts Inge Thas nog mee. 'Zorg voor een zo groot mogelijk beloop, buiten hun hok. En geef ze géén commerciële graanmengeling, maar hooi en/of gras als hoofdvoeding, aangevuld met een variatie verse groenten en eventueel een beetje pellets.'

Conclusie

Knack beoordeelt de stelling als grotendeels onwaar. Het overgewicht bij huisdieren is reëel en zorgwekkend, maar dat zeven op de tien obees zou zijn, is volgens experten overschat.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

'Zeventig procent van de huisdieren is obees', zei in De Standaard onlangs een anonieme dierenarts met vijftien jaar ervaring. 'Voor sommige mensen is hun huisdier als hun kind, en ze behandelen het ook zo. Hondenjasjes, hondenkarretjes, hondenijsjes. Dieren bewegen nog amper en zitten met de mensen mee aan tafel. Er is ook een hele markt voor, van dierenkledingwinkels tot bakkers waar je voor je kat een verjaardagstaart kunt laten maken. Mensen denken nog veel te vaak dat ze liefde voor hun dier moeten kopen. Kijk naar het aanbod in de supermarkt, hele rayons vol voeding. Terwijl ik een kat nog nooit een tonijn heb zien vangen, hoor. Ik zeg altijd: behandel een dier als een dier.' Hoewel we thuis ook vissen, cavia's en grasparkieten verzorgen, nemen we aan dat het cijfer over katten en honden gaat, verreweg de grootste groep 'kleine huisdieren'. Een op de vijf Vlaamse huishoudens heeft 'minstens één' hond, bij ruim een op de vier gezinnen zit volgens overheidsstatistieken van Statbel een poes op de schoot. Vlamingen hebben in totaal 1,2 miljoen katten en 740.000 honden, alle Belgen samen hebben er grofweg dubbel zoveel. Zijn zeven op de tien daarvan obees? Zwaarlijvigheid bij viervoeters schat je niet in met een body mass index (BMI), maar met een body condition score (BSC) of lichaamsconditiescore, zegt professor dierenvoeding Myriam Hesta (UGent). 'De dierenarts bevoelt alle courante plaatsen met vetreserves, geeft die een individuele score en maakt daarvan een gemiddelde. Het resultaat is een getal van een tot negen. Vier en vijf is normaal. Minder is te mager, zes of zeven betekent overgewicht, acht en negen is obees.' Overgewicht bij huisdieren is een probleem, beklemtoont Hesta, maar het cijfer in de stelling is overdreven. 'Hoewel resultaten van verschillende onderzoeken uiteenlopen, liggen zelfs de zorgwekkendste cijfers niet hoger dan 40 à 60 procent. Het gaat dan om honden. Obese en zwaarlijvige sámen.' Bij katten 'in geïndustrialiseerde landen' varieert het aantal met obesitas volgens Hesta tussen 11,5 procent en 27 procent, met daarnaast nog een grote groep die aan overgewicht lijdt. Voor België en Vlaanderen bestaan geen aparte cijfers. Ook volgens onze rondvraag bij dierenklinieken is 'zeven op de tien obees' evenwel overdreven. 'Minstens de helft is te zwaar', zegt Johan Van Tilburg van Dierenkliniek Randstad. 'Zeker minder dan de helft is obees', zegt Michelle Lhomme van Dierenkliniek Sanimalia. Risicofactoren zijn onder meer het ras - labradors en beagles hebben bijvoorbeeld meer aanleg dan windhonden - en sterilisatie of castratie. Hoewel die ingreep de energiebehoefte met 30 procent verlaagt, geven baasjes daarna vaak niet minder eten. Overgewicht geeft huisdieren gewrichtsklachten, pijn en slechtere levenskwaliteit. Meer bewegen en minder eten is het logische devies. 'Boosdoeners zijn vooral de extraatjes: tafelrestjes, of een koekje als beloning', zegt Hesta. 'Wil je zoiets geven, hou het dan beperkt en trek het af van de aanbevolen portie 'normaal' eten die je serveert.' Bewegen kan met spelletjes buiten, maar net zo goed binnen. 'Laat je huisdier werken voor eten! Gooi hondenbrokjes op en af de trap, of verstop ze in een snuffelmat - nu heel populair. Voor katten heb je voedingspuzzels, in de speciaalzaak of zelfgemaakt. Die bieden vertier, én houden hen fit.'Ook knaagdieren en konijnen zijn vaak te zwaar, geeft de daarin gespecialiseerde dierenarts Inge Thas nog mee. 'Zorg voor een zo groot mogelijk beloop, buiten hun hok. En geef ze géén commerciële graanmengeling, maar hooi en/of gras als hoofdvoeding, aangevuld met een variatie verse groenten en eventueel een beetje pellets.'