'We creëren zelf onze huilbaby's', lazen we onlangs in De Morgen. Het citaat stond boven een interview met ontwikkelingspsycholoog Annemie Ploeger (Universiteit van Amsterdam) over haar boek De evolutie van een kind. 'Onze breinstructuur is de afgelopen honderdduizend jaar niet veranderd en is feitelijk toegerust op de omstandigheden van die tijd: een samenleving van jagers en verzamelaars in een savanneachtig landschap met een hoge kindersterfte', zei Ploeger. 'Daaruit kun je van alles afleiden, bijvoorbeeld waarom baby's vaak huilen. (...) Ik ben ervan overtuigd dat we huilbaby's creëren met aparte bedjes in aparte kamers, ja. De baby voelt zich onveilig in zijn eentje, ook al leven we niet meer in een savanne waar een zuigeling een makkelijke prooi is. Het babybrein reageert alsof dat risico er wel is en dus zet het kind het op een krijsen. (...) Het ene kind is het andere niet, maar in samenlevingen waar kinderen veel gedragen worden, kennen ze minder huilbaby's.' Creëren ouders die dan zelf?

Je baby op je lijf - overdag in een draagdoek, bijvoorbeeld - is goed. Maar neem 'm 's nachts niet mee in bed

'Zo scherp heb ik het niet gezegd of bedoeld', sust Ploeger aan de telefoon. 'Die claim boven het interview is natuurlijk gechargeerd. Interpreteer 'm als maatschappijkritiek, niet als een verwijt aan individuele moeders en vaders.'

Ouders die hun baby's minder in de wieg of box leggen maar vaker dragen, hebben 'een redelijke kans' dat de baby minder zal huilen, zegt Ploeger. 'Dat blijkt uit experimenteel onderzoek van pediater Ronald Barr. Als pasgeboren baby's twee uur per dag gedragen worden wanneer ze niet huilen, neemt het totale gehuil op een dag na verloop van tijd af met 43 procent.' Het aantal huilbuien bleef in die studie gelijk, maar ze waren korter, lezen we in het vakblad Evolution and Human Behavior (1998). 'De data suggeren dat de lange huilbuien een direct gevolg zijn van veel van de zorgpraktijken typisch aan hedendaagse westerse samenlevingen.'

Zou het? 'Elk kind is anders', beklemtoont psycholoog en pedagoog Guy Bosmans (KU Leuven). 'Veel of weinig huilen is goeddeels genetisch bepaald. Wat de ene baby rust geeft - ermee rondwandelen, bijvoorbeeld - kan voor de andere net een prikkel zijn die tot onrust leidt. De claim wekt de indruk dat ouders met een huilbaby het zelf gezocht hebben, en dat is te zwart-wit.'

Pediater Stijn Verhulst (UZ Antwerpen) oordeelt milder. 'Hoe sneller je erbij bent, hoe makkelijker je het huilen in de kiem smoort', zegt hij. 'Je baby op je lijf - overdag in een draagdoek, bijvoorbeeld - is goed. Maar neem 'm 's nachts niet mee in bed. Dat is een risicofactor voor wiegendood en kan je oogappel verstikken. Kinderen jonger dan een jaar horen in een apart bedje thuis. In de slaapkamer van de ouders, zoals Ploeger ook zegt.'

Het aantal uren dat baby's huilen varieert en is ook leeftijdsgebonden. Rond zes weken is er een huilpiek. Dan huilt een baby gemiddeld tweeenhalf uur per dag, lezen we op de website van Kind en Gezin. 'Na de derde maand vermindert bij de meeste baby's het huilen tot gemiddeld anderhalf uur per dag. Dat blijft dan zo gedurende de rest van het jaar.'

Een tot drie op de tien zuigelingen jonger dan vier maanden huilt overmatig. Daarna verdwijnt dat meestal spontaan. 'Er is geen zaligmakend wondermiddel', beklemtoont Nele Wouters van Kind en Gezin. 'Doe je alles volgens het boekje en vind je geen medische oorzaak? Wel, zelfs dan kun je een huilbaby hebben. Je moet de pech maar hebben. Een extra schuldgevoel heb je dan niet nodig.'

CONCLUSIE

Omdat de naakte claim ouders impliciet en onterecht veel schuld aanpraat, beoordeelt Knack hem als grotendeels onwaar.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

'We creëren zelf onze huilbaby's', lazen we onlangs in De Morgen. Het citaat stond boven een interview met ontwikkelingspsycholoog Annemie Ploeger (Universiteit van Amsterdam) over haar boek De evolutie van een kind. 'Onze breinstructuur is de afgelopen honderdduizend jaar niet veranderd en is feitelijk toegerust op de omstandigheden van die tijd: een samenleving van jagers en verzamelaars in een savanneachtig landschap met een hoge kindersterfte', zei Ploeger. 'Daaruit kun je van alles afleiden, bijvoorbeeld waarom baby's vaak huilen. (...) Ik ben ervan overtuigd dat we huilbaby's creëren met aparte bedjes in aparte kamers, ja. De baby voelt zich onveilig in zijn eentje, ook al leven we niet meer in een savanne waar een zuigeling een makkelijke prooi is. Het babybrein reageert alsof dat risico er wel is en dus zet het kind het op een krijsen. (...) Het ene kind is het andere niet, maar in samenlevingen waar kinderen veel gedragen worden, kennen ze minder huilbaby's.' Creëren ouders die dan zelf? 'Zo scherp heb ik het niet gezegd of bedoeld', sust Ploeger aan de telefoon. 'Die claim boven het interview is natuurlijk gechargeerd. Interpreteer 'm als maatschappijkritiek, niet als een verwijt aan individuele moeders en vaders.' Ouders die hun baby's minder in de wieg of box leggen maar vaker dragen, hebben 'een redelijke kans' dat de baby minder zal huilen, zegt Ploeger. 'Dat blijkt uit experimenteel onderzoek van pediater Ronald Barr. Als pasgeboren baby's twee uur per dag gedragen worden wanneer ze niet huilen, neemt het totale gehuil op een dag na verloop van tijd af met 43 procent.' Het aantal huilbuien bleef in die studie gelijk, maar ze waren korter, lezen we in het vakblad Evolution and Human Behavior (1998). 'De data suggeren dat de lange huilbuien een direct gevolg zijn van veel van de zorgpraktijken typisch aan hedendaagse westerse samenlevingen.' Zou het? 'Elk kind is anders', beklemtoont psycholoog en pedagoog Guy Bosmans (KU Leuven). 'Veel of weinig huilen is goeddeels genetisch bepaald. Wat de ene baby rust geeft - ermee rondwandelen, bijvoorbeeld - kan voor de andere net een prikkel zijn die tot onrust leidt. De claim wekt de indruk dat ouders met een huilbaby het zelf gezocht hebben, en dat is te zwart-wit.' Pediater Stijn Verhulst (UZ Antwerpen) oordeelt milder. 'Hoe sneller je erbij bent, hoe makkelijker je het huilen in de kiem smoort', zegt hij. 'Je baby op je lijf - overdag in een draagdoek, bijvoorbeeld - is goed. Maar neem 'm 's nachts niet mee in bed. Dat is een risicofactor voor wiegendood en kan je oogappel verstikken. Kinderen jonger dan een jaar horen in een apart bedje thuis. In de slaapkamer van de ouders, zoals Ploeger ook zegt.' Het aantal uren dat baby's huilen varieert en is ook leeftijdsgebonden. Rond zes weken is er een huilpiek. Dan huilt een baby gemiddeld tweeenhalf uur per dag, lezen we op de website van Kind en Gezin. 'Na de derde maand vermindert bij de meeste baby's het huilen tot gemiddeld anderhalf uur per dag. Dat blijft dan zo gedurende de rest van het jaar.' Een tot drie op de tien zuigelingen jonger dan vier maanden huilt overmatig. Daarna verdwijnt dat meestal spontaan. 'Er is geen zaligmakend wondermiddel', beklemtoont Nele Wouters van Kind en Gezin. 'Doe je alles volgens het boekje en vind je geen medische oorzaak? Wel, zelfs dan kun je een huilbaby hebben. Je moet de pech maar hebben. Een extra schuldgevoel heb je dan niet nodig.'