Op Facebook kregen bijna 140.000 mensen een bericht te zien waarin wordt beweerd dat er veel minder coronabesmettingen zouden zijn in landbouwgebieden. Onder meer, volgens de auteur, omdat de luchtkwaliteit in die gebieden beter zou zijn en omdat landbouwers tot vijf keer vaker hun handen zouden wassen.

Bijna 140.000 mensen kregen dit bericht te zien op hun Facebook-tijdlijn., Facebook
Bijna 140.000 mensen kregen dit bericht te zien op hun Facebook-tijdlijn. © Facebook

Op de website Statistiek Vlaanderen vinden we een overzicht van de Vlaamse gemeenten waar de landbouw het hoogste aandeel in de totale oppervlakte heeft. De top vijf bestaat uit Koekelare (94%), Kaprijke (91%), Riemst (90%), Merchtem (86%) en Lo-Reninge (84%).

We zoeken op de website van Sciensano het aantal coronabesmettingen voor die gemeenten op. Blijkt dat Koekelare 1,48 besmettingen per 1000 inwoners heeft, Kaprijke 5,75. Riemst heeft 8,12 besmettingen per 1000 inwoners, Merchtem 3,38 en Lo-Reninge 4,56.

Ter vergelijking: het aantal gerapporteerde besmettingen per 1000 inwoners voor het hele land bedraagt 4,42 (50.781 besmettingen voor 11.476.279 inwoners). Gent heeft 2,67 besmettingen per 1000 inwoners, Antwerpen 4,10 en Brussel 4,42 per 1000 inwoners.

Op basis van deze cijfers kunnen we niet besluiten dat er in landbouwgebieden minder coronabesmettingen zouden zijn. De Limburgse landbouwgemeente Riemst zit zelfs ver boven het landelijke gemiddelde. Het West-Vlaamse Koekelare heeft dan weer een cijfer dat veel lager is dan het gemiddelde, maar dat kan te maken hebben met de lage bevolkingsdichtheid. Koekelare telt slechts 224 inwoners per vierkante kilometer, terwijl de gemiddelde bevolkingsdichtheid in het Vlaams Gewest 484 inwoners per km² bedraagt.

Pech

Volgens Pierre Van Damme, professor epidemiologie aan Universiteit Antwerpen, kan dat inderdaad een verklaring zijn, zo laat hij via mail weten. Bevolkingsdichtheid speelt volgens Van Damme een rol bij de besmettingsgraad, net als de pech die bepaalde gemeenten hadden met grote samenscholingsactiviteiten of import van het virus na de skivakanties.

Zijn collega Philippe Beutels, professor gezondheidseconomie aan Universiteit Antwerpen en directeur van het interdisciplinair Centrum voor Gezondheidseconomisch Onderzoek en Modelleren van Infectieziekten (CHERMID), bevestigt aan de telefoon dat er in onderzoek geen verband is gevonden tussen de oppervlakte landbouwgrond en het aantal coronabesmettingen in een gemeente. 'In onze analyses op postcodeniveau bekijken wij, naast een hele reeks demografische en socio-economische factoren, ook het bodemgebruik. Die factor lijkt geen duidelijke rol te spelen bij het voorkomen van gerapporteerde symptomen van covid-19 in de grote dinsdag-enquêtes van Universiteit Antwerpen, en ook niet bij de door Sciensano gerapporteerde gevallen van covid-19.'

Thomas Neyens, professor biostatistiek aan KU Leuven en Uhasselt, die instaat voor deze analyses, rapporteerde volgens Beutels recent ook signalen uit West-Vlaanderen die het Facebook-bericht enigszins tegenspreken. 'Het dagelijks aantal nieuwe patiënten ligt daar, zoals elders in België, een pak lager dan enkele weken geleden, maar de regio lijkt het niet beter te doen dan de rest van het land, integendeel', zegt Beutels.

Fijnstof

Het Facebook-bericht suggereert ook dat er een link zou bestaan tussen de luchtkwaliteit en het aantal coronabesmettingen. 'Sinds het uitbreken van de coronacrisis werden al enkele studies gepubliceerd waarin een correlatie tussen luchtkwaliteit en coronabesmettingen werd gevonden', zegt Beutels. 'Zo zou er onder meer een statistisch verband zijn tussen het aantal coronadoden en de concentratie fijnstof in de lucht, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Maar daarmee is nog niet bewezen dat de luchtkwaliteit een rol zou spelen bij het aantal besmettingen.'

Er zijn volgens Beutels aanwijzingen dat fijnere virusdruppels zich makkelijker zouden hechten aan vervuilde dan aan zuivere luchtpartikels. 'Maar er is geen bewijs dat dat een belangrijke rol zou spelen bij de transmissie van het coronavirus, want de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) benadrukt dat het virus zich waarschijnlijk niet via de lucht verspreidt. De transmissie gebeurt via respiratoire druppels die vooral verspreid worden bij het hoesten of niezen.'

In de eerste plaats speelt de gezinsgrootte een rol. De kans is immers groot dat je wordt besmet door je eigen huisgenoten, vanwege de nauwe contacten.

Professor Philippe Beutels (UA)

Gezinsgrootte

Naast de bevolkingsdichtheid zijn vooral een aantal demografische variabelen bepalend voor het aantal besmettingen, weet Beutels. 'In de eerste plaats speelt de gezinsgrootte een rol. De kans is immers groot dat je wordt besmet door je eigen huisgenoten, vanwege de nauwe contacten. In ons eigen huis houden we geen afstand van elkaar, zoals we op straat of in de supermarkt doen. Hoe meer huisgenoten, hoe groter dus de kans op besmetting.' Dat kan onder meer verklaren waarom de cijfers in de grotere steden, waar meer singles wonen, relatief meevallen.

'Daarnaast zien we dat er een duidelijk verband is tussen de leeftijdsverdeling in een gemeente en het aantal besmettingen. Hoe jonger de bevolking, hoe groter de kans op besmettingen, omdat jonge mensen over het algemeen meer en intensere sociale contacten onderhouden en zich minder strikt houden aan de coronamaatregelen. Ook de verhouding mannen/vrouwen speelt een rol, omdat we weten dat mannen meer risicogedrag stellen dan vrouwen, en omdat er meer singles zijn bij vrouwen, onder meer omdat die gemiddeld langer leven dan mannen.'

De meest bepalende factor voor de besmettingsgraad is het contactgedrag.

Professor Philippe Beutels (UA)

Gedrag

'De meest bepalende factor voor de besmettingsgraad is het contactgedrag', benadrukt Beutels. 'Bij een opkomende pandemie speelt de invloed van toeval op het contactgedrag een grote rol. Zo zien we een significant groter aantal besmettingen in gemeenten waar er grote samenscholingsactiviteiten hebben plaatsgevonden. Maar ook in deze fase van de pandemie speelt toeval nog altijd een grote rol. Een openbare plaats waar veel mensen slecht omspringen met de voorschriften kan nog steeds een versnelling veroorzaken van de verspreiding van het virus naar veel huishoudens tegelijk.'

Conclusie

Dat corona minder hard zou toeslaan in landbouwgebied, is onwaar. Er is wél een verband tussen het aantal besmettingen en factoren zoals de bevolkingsdichtheid, de huishoudengrootte en de leeftijdssamenstelling van de bevolking. De meest doorslaggevende factor is het 'contactgedrag'. Hoe meer sociale contacten en hoe intenser die contacten, hoe hoger de besmettingsgraad.

BRONNEN

Gearchiveerd Facebookbericht (30 april 2020)

Statistiek Vlaanderen

Website gemeente Koekelare

Statbel

Sciensano

Mailverkeer met Pierre Van Damme op 6 mei 2020

Mailverkeer en telefoongesprekken met Philippe Beutels op 6, 7 en 11 mei 2020.

Alle bronnen werden voor het laatst geraadpleegd op 13 mei 2020.

*Op 2 oktober 2020 om 08:37 werd de tekst aangepast:

- hyperlinks werden toegevoegd in de tekst en de bronnenlijst

- de formulering van de conclusie werd gewijzigd van 'niet juist' naar 'onwaar', om ze conform te maken met de andere Knack-factchecks.

**Bijgewerkt op 9 oktober om 09:18. 'Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naarfactcheck@knack.be' toegevoegd onderaan het artikel, omdat het in eerdere versie abusievelijk niet werd vermeld.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factcheck@knack.be

Op Facebook kregen bijna 140.000 mensen een bericht te zien waarin wordt beweerd dat er veel minder coronabesmettingen zouden zijn in landbouwgebieden. Onder meer, volgens de auteur, omdat de luchtkwaliteit in die gebieden beter zou zijn en omdat landbouwers tot vijf keer vaker hun handen zouden wassen. Op de website Statistiek Vlaanderen vinden we een overzicht van de Vlaamse gemeenten waar de landbouw het hoogste aandeel in de totale oppervlakte heeft. De top vijf bestaat uit Koekelare (94%), Kaprijke (91%), Riemst (90%), Merchtem (86%) en Lo-Reninge (84%).We zoeken op de website van Sciensano het aantal coronabesmettingen voor die gemeenten op. Blijkt dat Koekelare 1,48 besmettingen per 1000 inwoners heeft, Kaprijke 5,75. Riemst heeft 8,12 besmettingen per 1000 inwoners, Merchtem 3,38 en Lo-Reninge 4,56.Ter vergelijking: het aantal gerapporteerde besmettingen per 1000 inwoners voor het hele land bedraagt 4,42 (50.781 besmettingen voor 11.476.279 inwoners). Gent heeft 2,67 besmettingen per 1000 inwoners, Antwerpen 4,10 en Brussel 4,42 per 1000 inwoners. Op basis van deze cijfers kunnen we niet besluiten dat er in landbouwgebieden minder coronabesmettingen zouden zijn. De Limburgse landbouwgemeente Riemst zit zelfs ver boven het landelijke gemiddelde. Het West-Vlaamse Koekelare heeft dan weer een cijfer dat veel lager is dan het gemiddelde, maar dat kan te maken hebben met de lage bevolkingsdichtheid. Koekelare telt slechts 224 inwoners per vierkante kilometer, terwijl de gemiddelde bevolkingsdichtheid in het Vlaams Gewest 484 inwoners per km² bedraagt. PechVolgens Pierre Van Damme, professor epidemiologie aan Universiteit Antwerpen, kan dat inderdaad een verklaring zijn, zo laat hij via mail weten. Bevolkingsdichtheid speelt volgens Van Damme een rol bij de besmettingsgraad, net als de pech die bepaalde gemeenten hadden met grote samenscholingsactiviteiten of import van het virus na de skivakanties.Zijn collega Philippe Beutels, professor gezondheidseconomie aan Universiteit Antwerpen en directeur van het interdisciplinair Centrum voor Gezondheidseconomisch Onderzoek en Modelleren van Infectieziekten (CHERMID), bevestigt aan de telefoon dat er in onderzoek geen verband is gevonden tussen de oppervlakte landbouwgrond en het aantal coronabesmettingen in een gemeente. 'In onze analyses op postcodeniveau bekijken wij, naast een hele reeks demografische en socio-economische factoren, ook het bodemgebruik. Die factor lijkt geen duidelijke rol te spelen bij het voorkomen van gerapporteerde symptomen van covid-19 in de grote dinsdag-enquêtes van Universiteit Antwerpen, en ook niet bij de door Sciensano gerapporteerde gevallen van covid-19.' Thomas Neyens, professor biostatistiek aan KU Leuven en Uhasselt, die instaat voor deze analyses, rapporteerde volgens Beutels recent ook signalen uit West-Vlaanderen die het Facebook-bericht enigszins tegenspreken. 'Het dagelijks aantal nieuwe patiënten ligt daar, zoals elders in België, een pak lager dan enkele weken geleden, maar de regio lijkt het niet beter te doen dan de rest van het land, integendeel', zegt Beutels. FijnstofHet Facebook-bericht suggereert ook dat er een link zou bestaan tussen de luchtkwaliteit en het aantal coronabesmettingen. 'Sinds het uitbreken van de coronacrisis werden al enkele studies gepubliceerd waarin een correlatie tussen luchtkwaliteit en coronabesmettingen werd gevonden', zegt Beutels. 'Zo zou er onder meer een statistisch verband zijn tussen het aantal coronadoden en de concentratie fijnstof in de lucht, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Maar daarmee is nog niet bewezen dat de luchtkwaliteit een rol zou spelen bij het aantal besmettingen.'Er zijn volgens Beutels aanwijzingen dat fijnere virusdruppels zich makkelijker zouden hechten aan vervuilde dan aan zuivere luchtpartikels. 'Maar er is geen bewijs dat dat een belangrijke rol zou spelen bij de transmissie van het coronavirus, want de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) benadrukt dat het virus zich waarschijnlijk niet via de lucht verspreidt. De transmissie gebeurt via respiratoire druppels die vooral verspreid worden bij het hoesten of niezen.' GezinsgrootteNaast de bevolkingsdichtheid zijn vooral een aantal demografische variabelen bepalend voor het aantal besmettingen, weet Beutels. 'In de eerste plaats speelt de gezinsgrootte een rol. De kans is immers groot dat je wordt besmet door je eigen huisgenoten, vanwege de nauwe contacten. In ons eigen huis houden we geen afstand van elkaar, zoals we op straat of in de supermarkt doen. Hoe meer huisgenoten, hoe groter dus de kans op besmetting.' Dat kan onder meer verklaren waarom de cijfers in de grotere steden, waar meer singles wonen, relatief meevallen. 'Daarnaast zien we dat er een duidelijk verband is tussen de leeftijdsverdeling in een gemeente en het aantal besmettingen. Hoe jonger de bevolking, hoe groter de kans op besmettingen, omdat jonge mensen over het algemeen meer en intensere sociale contacten onderhouden en zich minder strikt houden aan de coronamaatregelen. Ook de verhouding mannen/vrouwen speelt een rol, omdat we weten dat mannen meer risicogedrag stellen dan vrouwen, en omdat er meer singles zijn bij vrouwen, onder meer omdat die gemiddeld langer leven dan mannen.'Gedrag'De meest bepalende factor voor de besmettingsgraad is het contactgedrag', benadrukt Beutels. 'Bij een opkomende pandemie speelt de invloed van toeval op het contactgedrag een grote rol. Zo zien we een significant groter aantal besmettingen in gemeenten waar er grote samenscholingsactiviteiten hebben plaatsgevonden. Maar ook in deze fase van de pandemie speelt toeval nog altijd een grote rol. Een openbare plaats waar veel mensen slecht omspringen met de voorschriften kan nog steeds een versnelling veroorzaken van de verspreiding van het virus naar veel huishoudens tegelijk.'