In een interview met De Standaard uitte minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) zijn ongenoegen over een mogelijke deelname van zijn partij aan de Vivaldi-coalitie, waarbij de CD&V een meerderheid zou vormen met socialisten, liberalen en groenen. 'De economische agenda van de Open VLD lijkt verdwenen, daar blijft alleen nog wat serviceclubachtige peptalk van over. Als de liberalen in een regering zitten, verhogen de belastingen altijd. En elke belastingverhoging is een Vlaamse belastingverhoging. Dan zeg ik: dit gaat echt niet.' We probeerden contact op te nemen met minister De Crem, maar zijn woordvoerder liet weten dat een reactie door tijdsgebrek onmogelijk was.

Economieprofessor Paul De Grauwe (London School of Economics), in een vorig leven zelf parlementslid en senator voor de toenmalige VLD, reageert kritisch. 'Het hangt ervan af wat minister De Crem bedoelt. De belastingen verhogen bijna ieder jaar omdat het bruto binnenlands product (bbp) stijgt, behalve in uitzonderlijke situaties zoals de recessie van 2008-2009 of de coronacrisis dit jaar. Als we het hebben over de belastingdruk, namelijk het percentage belastingen tegenover het bbp, dan klopt deze stelling niet. Althans niet vandaag. In 1984 heb ik zelf een studie gepubliceerd over de periode 1960-1983. Ik ontdekte dat de belastingdruk gemiddeld met 3,3% per jaar steeg wanneer centrumrechts aan de macht was, tegenover een stijging van 2,2% bij een centrumlinkse regering. Dat is me in liberale kringen niet in dank afgenomen. Maar sindsdien heb ik dat fenomeen niet meer systematisch teruggevonden. We mogen het dus niet veralgemenen.'

Als we het hebben over de belastingdruk, namelijk het percentage belastingen tegenover het bbp, dan klopt deze stelling niet.

Hoogleraar fiscaal recht Michel Maus (VUB) gaat akkoord. 'Ik heb zelf de oefening gemaakt en een lijstje opgesteld met alle Belgische regeringen van de voorbije 50 jaar. Daarnaast heb ik telkens de cijfers over de belastingdruk geplaatst, gebaseerd op cijfers die de OESO publiceert. Zij kijken inderdaad naar het percentage belastingen tegenover het bbp. Zo kun je vrij eenvoudig de belastingdruk aan het begin en op het einde van een regeerperiode vergelijken. Zo zie je bijvoorbeeld dat de belastingdruk op het einde van de regering-Verhofstadt II lager lag dan in het begin (42,72% in 2007 tegenover 43,14% in 2003). Zelfde verhaal bij de regering-Van Rompuy (42,37% in 2009 tegenover 43,25% in 2008) en Michel I (44,85% in 2018 tegenover 45,07% in 2014). Opgelet: er zijn ook heel wat regeringen met liberalen geweest waarin de belastingdruk wél steeg. Met een helikopterblik zien je de laatste vijftig jaar een algemeen stijgende tendens. Begin de jaren zeventig lag de belastingdruk rond de 35% van het bbp, intussen schommelen we rond de 44%. Lichte dalingen hebben niet zozeer te maken met de partij die aan het roer staat, maar met de economische conjunctuur. Zo had Verhofstadt begin jaren 2000 economisch de wind in de zeilen.'

Professor Maus geeft nog mee dat ook Eurostat cijfers over de belastingdruk in de Europese lidstaten publiceert, en dat die -- door een verschillende berekening -- licht afwijken van de cijfers van de OESO. Maar wanneer we de cijfers van Eurostat naast de regeertermijnen Verhofstadt II, Van Rompuy en Michel I leggen, zien we dezelfde tendens: in 2007 was de belastingdruk lager dan in 2003 (44,8% tegenover 45,3%), in 2009 was hij lager dan in 2008 (45,0% tegenover 45,6%) en in 2018 was hij lager dan in 2014 (46,4% tegenover 47,6%).

Conclusie

Er zijn verschillende voorbeelden van regeringen met liberalen waarbij de belastingdruk daalde. Knack beoordeelt de uitspraak van Pieter De Crem daarom als onwaar.

Bronnen

Alle bronnen werden laatst geraadpleegd op 23 september 2020.

* Bijgewerkt op 07/10/2020 om 18:13, om bronvermeldingen en hyperlinks toe te voegen aan het artikel.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

RMG
© RMG

Knack maakt onderdeel uit van Roularta Media Group.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

In een interview met De Standaard uitte minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) zijn ongenoegen over een mogelijke deelname van zijn partij aan de Vivaldi-coalitie, waarbij de CD&V een meerderheid zou vormen met socialisten, liberalen en groenen. 'De economische agenda van de Open VLD lijkt verdwenen, daar blijft alleen nog wat serviceclubachtige peptalk van over. Als de liberalen in een regering zitten, verhogen de belastingen altijd. En elke belastingverhoging is een Vlaamse belastingverhoging. Dan zeg ik: dit gaat echt niet.' We probeerden contact op te nemen met minister De Crem, maar zijn woordvoerder liet weten dat een reactie door tijdsgebrek onmogelijk was.Economieprofessor Paul De Grauwe (London School of Economics), in een vorig leven zelf parlementslid en senator voor de toenmalige VLD, reageert kritisch. 'Het hangt ervan af wat minister De Crem bedoelt. De belastingen verhogen bijna ieder jaar omdat het bruto binnenlands product (bbp) stijgt, behalve in uitzonderlijke situaties zoals de recessie van 2008-2009 of de coronacrisis dit jaar. Als we het hebben over de belastingdruk, namelijk het percentage belastingen tegenover het bbp, dan klopt deze stelling niet. Althans niet vandaag. In 1984 heb ik zelf een studie gepubliceerd over de periode 1960-1983. Ik ontdekte dat de belastingdruk gemiddeld met 3,3% per jaar steeg wanneer centrumrechts aan de macht was, tegenover een stijging van 2,2% bij een centrumlinkse regering. Dat is me in liberale kringen niet in dank afgenomen. Maar sindsdien heb ik dat fenomeen niet meer systematisch teruggevonden. We mogen het dus niet veralgemenen.'Hoogleraar fiscaal recht Michel Maus (VUB) gaat akkoord. 'Ik heb zelf de oefening gemaakt en een lijstje opgesteld met alle Belgische regeringen van de voorbije 50 jaar. Daarnaast heb ik telkens de cijfers over de belastingdruk geplaatst, gebaseerd op cijfers die de OESO publiceert. Zij kijken inderdaad naar het percentage belastingen tegenover het bbp. Zo kun je vrij eenvoudig de belastingdruk aan het begin en op het einde van een regeerperiode vergelijken. Zo zie je bijvoorbeeld dat de belastingdruk op het einde van de regering-Verhofstadt II lager lag dan in het begin (42,72% in 2007 tegenover 43,14% in 2003). Zelfde verhaal bij de regering-Van Rompuy (42,37% in 2009 tegenover 43,25% in 2008) en Michel I (44,85% in 2018 tegenover 45,07% in 2014). Opgelet: er zijn ook heel wat regeringen met liberalen geweest waarin de belastingdruk wél steeg. Met een helikopterblik zien je de laatste vijftig jaar een algemeen stijgende tendens. Begin de jaren zeventig lag de belastingdruk rond de 35% van het bbp, intussen schommelen we rond de 44%. Lichte dalingen hebben niet zozeer te maken met de partij die aan het roer staat, maar met de economische conjunctuur. Zo had Verhofstadt begin jaren 2000 economisch de wind in de zeilen.'Professor Maus geeft nog mee dat ook Eurostat cijfers over de belastingdruk in de Europese lidstaten publiceert, en dat die -- door een verschillende berekening -- licht afwijken van de cijfers van de OESO. Maar wanneer we de cijfers van Eurostat naast de regeertermijnen Verhofstadt II, Van Rompuy en Michel I leggen, zien we dezelfde tendens: in 2007 was de belastingdruk lager dan in 2003 (44,8% tegenover 45,3%), in 2009 was hij lager dan in 2008 (45,0% tegenover 45,6%) en in 2018 was hij lager dan in 2014 (46,4% tegenover 47,6%).Knack maakt onderdeel uit van Roularta Media Group.