Het is dus zover. Boris Johnson is eerste minister van het Verenigd Koninkrijk en staat voor de taak om orde te scheppen in dat wat niet eens meer een chaos kan worden genoemd. Columnisten en cartoonisten zijn zich al weken aan het voorbereiden op deze, vanaf het continent gezien, bevreemdende ontwikkeling. Want als de mensen van de rede en het verstand er niet uitkomen, is het dan echt logisch om een ongelikte beer het veld in te sturen?
...

Het is dus zover. Boris Johnson is eerste minister van het Verenigd Koninkrijk en staat voor de taak om orde te scheppen in dat wat niet eens meer een chaos kan worden genoemd. Columnisten en cartoonisten zijn zich al weken aan het voorbereiden op deze, vanaf het continent gezien, bevreemdende ontwikkeling. Want als de mensen van de rede en het verstand er niet uitkomen, is het dan echt logisch om een ongelikte beer het veld in te sturen? Enkele minuten voor het bekendmaken van het onvermijdelijke nieuws hield de net-niet-voorzitter van de Europese Commissie, Frans Timmermans, de internationale pers voor dat het hem toch niet zo'n geweldig goed idee leek: 'Kijk maar eens goed naar wat Johnson door de jaren heen heeft geschreven.' Bedoeld werden natuurlijk zijn standpunten aangaande de Europese Unie, maar wie de bibliografie van Alexander Boris de Pfeffel Johnson opslaat, komt toch voor verrassingen te staan. 'Boris' heeft een serieuze monografie over Winston Churchill op zijn naam. In 2016 werd zelfs een studie over Shakespeare aangekondigd, die evenwel voor onbepaalde tijd werd uitgesteld omdat hij minister werd. En dan is er nog een roman. Jawel... een roman. In Seventy-Two Virgins (2004) stelt Johnson zich een moslimextremistische aanslag voor in het hart van de Britse democratie, ten tijde van een Amerikaans staatsbezoek. Dat levert een politieke thriller op die niet meteen geschikt is als diplomatiek visitekaartje. De Amerikanen zijn allemaal blaaskaken, de Fransen chantabele schuinsmarcheerders, Arabieren amateuristische boeven, en zo passeren er nog wel wat etnische en seksistische stereotypen de revue. Ook de Britten ontkomen niet aan de spot. Johnson vermomt zichzelf in dit boek als Roger Barlow, een gemakzuchtige parlementariër, met een wild kapsel. De thriller zit best aardig in elkaar, maar de plot zegt veel over het wereldbeeld van de kersverse Britse premier. Net als zijn Nederlandse collega Thierry Baudet ervaart hij de westerse democratie het liefst in haar oervorm, als een echo van de klassieke oudheid. Het ooit zo machtige Britse imperium speelt daarin allang niet meer de hoofdrol. Het is een vazal geworden van Amerika (of de EU), het moderne Athene. Bovendien wordt die wereld belaagd door vreemdelingen van overzee die, in een kleine omkering van het klassieke verhaal, overal hun Trojaanse paarden binnenrijden. Dat Barlow uiteindelijk toch als soevereine held uit Troje terugkeert, heeft alles te maken met het feit dat de mensen om hem heen nog net iets incompetenter blijken dan hijzelf. Ook in dit geval imiteert het leven de kunst. Door incompetentie zag Boris kans premier te worden. Maar of hij in Brussel evenveel incompetentie tegen zal komen?