Volgens de makelaarsvereniging blijft de woningmarkt in Nederland 'ongekend krap', waarbij er steeds minder woningen beschikbaar zijn. Zo is het aanbod van woningen in het eerste kwartaal met 42 procent gedaald vergeleken met een jaar eerder, tot ongeveer 17.500. Daarmee is sprake van het laagste aanbod sinds het begin van de metingen in 1995, zegt de NVM.

Gemiddeld wisselde een bestaande woning voor 385.000 euro van eigenaar. De prijs van een nieuwbouwwoning lag in doorsnee op 433.000 euro. Er werden in het eerste kwartaal krap 31.000 bestaande woningen verkocht. Daarnaast ging het om 9.700 nieuwbouwhuizen. Huizen die te koop staan worden vaak voor meer dan de vraagprijs verkocht en mensen die hun huis te koop zetten zijn dit na ongeveer een maand kwijt.

Het aantal verkochte bestaande woningen lag bijna 7 procent onder het niveau van een jaar eerder. Nieuwbouwwoningen werden 14 procent meer verkocht maar het aanbod daalde met ruim een vijfde. Een huizenkoper heeft gemiddeld gezien nog maar de keuze uit twee huizen, becijferde de NVM.

Grote regionale verschillen

Overigens zijn de regionale verschillen groot. Zo zijn met name in Noord-Nederland de huizenprijzen flink gestegen. In de gemeente Opsterland in Friesland en de regio Zuidwest Drenthe gaat het gemiddeld om plussen van meer dan 20 procent, wat volgens de NVM de stijgende belangstelling voor landelijk wonen weergeeft. De prijsstijging in Amsterdam bleef met 7 procent wat achter. De hoofdstad kent de laagste prijsstijging van Nederland.

NVM-voorzitter Onno Hoes noemt het ongekend wat er op de huizenmarkt in Nederland gebeurt, wijzend op de lage rente, het enorme woningtekort en de stabiele sociaal-economische vooruitzichten. Hij ziet een belangrijke taak weggelegd voor het volgende kabinet om de woningnood aan te pakken. Dan gaat het volgens hem niet alleen om het bouwen van meer woningen, maar ook om het versnellen van het bouwtraject. Verder wijst Hoes op het tekort aan vakmensen dat de capaciteit van de bouwsector beperkt.

Volgens de makelaarsvereniging blijft de woningmarkt in Nederland 'ongekend krap', waarbij er steeds minder woningen beschikbaar zijn. Zo is het aanbod van woningen in het eerste kwartaal met 42 procent gedaald vergeleken met een jaar eerder, tot ongeveer 17.500. Daarmee is sprake van het laagste aanbod sinds het begin van de metingen in 1995, zegt de NVM. Gemiddeld wisselde een bestaande woning voor 385.000 euro van eigenaar. De prijs van een nieuwbouwwoning lag in doorsnee op 433.000 euro. Er werden in het eerste kwartaal krap 31.000 bestaande woningen verkocht. Daarnaast ging het om 9.700 nieuwbouwhuizen. Huizen die te koop staan worden vaak voor meer dan de vraagprijs verkocht en mensen die hun huis te koop zetten zijn dit na ongeveer een maand kwijt.Het aantal verkochte bestaande woningen lag bijna 7 procent onder het niveau van een jaar eerder. Nieuwbouwwoningen werden 14 procent meer verkocht maar het aanbod daalde met ruim een vijfde. Een huizenkoper heeft gemiddeld gezien nog maar de keuze uit twee huizen, becijferde de NVM. Overigens zijn de regionale verschillen groot. Zo zijn met name in Noord-Nederland de huizenprijzen flink gestegen. In de gemeente Opsterland in Friesland en de regio Zuidwest Drenthe gaat het gemiddeld om plussen van meer dan 20 procent, wat volgens de NVM de stijgende belangstelling voor landelijk wonen weergeeft. De prijsstijging in Amsterdam bleef met 7 procent wat achter. De hoofdstad kent de laagste prijsstijging van Nederland. NVM-voorzitter Onno Hoes noemt het ongekend wat er op de huizenmarkt in Nederland gebeurt, wijzend op de lage rente, het enorme woningtekort en de stabiele sociaal-economische vooruitzichten. Hij ziet een belangrijke taak weggelegd voor het volgende kabinet om de woningnood aan te pakken. Dan gaat het volgens hem niet alleen om het bouwen van meer woningen, maar ook om het versnellen van het bouwtraject. Verder wijst Hoes op het tekort aan vakmensen dat de capaciteit van de bouwsector beperkt.