Zo, het is er: het nieuwe bestuur van onze Europese Unie. Op dinsdag 2 juli ging het nieuwe Parlement van start in Straatsburg, met een reeks nieuwe verkozenen, en namen we ook afscheid van premier Charles Michel, die voortaan de hoogste der eurobureaucraten mag genoemd worden. Europa (of correcter: de Europese Unie, niet hetzelfde) is klaar voor vijf nieuwe jaren. Wat in die vijf jaren gedaan gaat worden, is een andere vraag - maar goed.

Groot schandaal wel - op die anders zo glorieuze dinsdag, waarop de Europese democratie na kort reces weer in werking trad: enkele Britse europarlementariërs hadden de rug gekeerd toen de Europese hymne klonk. Schandalig! Ze hadden gelukkig nog net niet de Europese vlag een vod genoemd in het bijzijn van de pers. Hopelijk zijn we er binnenkort toch vanaf. Dan hoeven we hun fratsen niet meer te zien daar in Straatsburg.

Maar eerlijk gezegd bekroop mij die dinsdag het gevoel dat het net de EU was die alweer de rug toekeerde naar de Europese burger. Want op die dag werden de postjes van de hoogste Europese echelons uitgedeeld, aan nieuwe technocraten die welgeteld nul stemmen hadden gehaald bij de Europese verkiezingen. 'Onze' nieuwe Europese president Charles Michel had namelijk niet eens aan die verkiezingen meegedaan. De voorgedragen kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen evenmin.

Van de hele uitvoerende macht van de EU is er niemand die echt kan claimen voor zijn of haar job verkozen te zijn.

Meer nog: van de hele uitvoerende macht van de Europese Unie - die trouwens ook nogal wat wetgevende bevoegdheid heeft - is er eigenlijk niemand die echt kan claimen voor zijn of haar job verkozen te zijn. De Europese Centrale Bank, het meest onderschatte machtsorgaan van Europa, kreeg bovendien ook een nieuwe kandidaat-voorzitter, Christine Lagarde. Zij zou, indien aangesteld, meteen de machtigste persoon op dit continent worden. Dat ook zonder zelf enige verantwoording aan de kiezer af te moeten leggen.

En het werd die dinsdag daar bij het parlement in Straatsburg eigenlijk nog cynischer: drie mensen die wél verkozen waren geraakt - met heel wat stemmen trouwens - mochten niet eens het parlement binnen waar ze legitiem hun kiezers zouden moeten gaan vertegenwoordigen. Drie Catalanen die nog steeds politiek vervolgd worden omdat ze burgers het recht wilden geven van naar de stembus te gaan en over hun toekomst te beslissen. Tienduizend mensen betoogden die dag buiten het parlementsgebouw in Straatsburg, om die drie democratisch verkozen volksvertegenwoordigers te steunen. Zij hadden misschien ook hun rug moeten keren naar dat gebouw dat de Europese democratie zou moeten vertegenwoordigen.

Terzijde: dat alles gebeurde dus in Straatsburg, één van de twee zetels van het Europees Parlement. Wie Straatsburg en Brussel op een kaart van de EU bekijkt zal zich wel al eens de vraag gesteld hebben waarom dat rondreizend circus eigenlijk nodig is, tussen twee plaatsen die relatief gezien op een boogscheut van elkaar liggen en dus geen echte geografische meerwaarde bieden voor Europa.

Kort samengevat kwam die dinsdag 2 juli in Straatsburg dus hierop neer: terwijl in het parlement verkozenen zitten die er eigenlijk niet willen zitten, en enkele verkozenen er niet in mogen zitten hoewel ze eigenlijk verkozen zijn, werden de echte bestuurspostjes verdeeld tussen feitelijk niet-verkozenen.

Hoeft het eigenlijk te verbazen dat steeds meer Europeanen de EU de rug toekeren?