Na meer dan tien jaar na haar uitbraak heeft Europa de financiële crisis van 2008 nog altijd niet verteerd. De Europese leiders reden zich vanaf het begin vast in een eindeloze discussie of ze nu met besparingen dan wel met investeringen de crisis te lijf moesten gaan. Uiteindelijk werd een zogenaamd Junckerfonds van 300 miljard euro uit de grond gestampt. Dat zette volgens het Europese Rekenhof weinig zoden aan de dijk omdat het grotendeels gestoeld was op investeringen die toch al gepland waren en dus sowieso hadden plaats gevonden.

Vandaag dreigt een zelfde scenario met de coronacrisis. In plaats van de koe bij de horens te vatten en een groot Europees herstelplan in de steigers te plaatsen, dreigt de Europese Commissie zich opnieuw te bezondigen aan een oefening financiële alchemie. Door middel van frontloading en repackaging (in beide gevallen komt dat neer op een vestzak-broekzakoperatie binnen de Europese meerjarenbegroting) en vooral door leveraging wil Ursula Von der Leyen een herstelprogramma van meerdere duizenden miljarden voor de Europese economie opstarten en dit zonder al te veel vers geld uit de lade te halen.

Daartoe rekent ze op een multiplicatoreffect van niet minder dan 45. Dat betekent dat elk miljard dat daartoe wordt vrijgemaakt in de Europese begroting zou moeten leiden tot 45 miljard private investeringen in de reële economie. Een krachttoer waartoe zelfs Jezus Christus niet in staat was tijdens zijn wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de vissen en de broden.

Ursula von der Leyen rekent op een krachttoer waartoe zelfs Jezus Christus niet in staat was.

Guy Verhofstadt, Europees Parlementslid (Open VLD / Renew)

In de Verenigde Staten, het zogenaamde mekka van het kapitalisme, volgt men daarentegen een andere, meer realistische strategie. Daar pompte de overheid bij het begin van de financiële crisis 900 miljard dollar extra publieke middelen in de economie. Een gigantische budgettaire operatie die president Donald Trump vandaag herhaalt: ditmaal gaat het om 2000 miljard dollar om de coronarecessie te lijf te gaan. Het klopt dat de overheid moet oppassen om roekeloze schulden op te stapelen, maar wanneer de reële economie diep in de penarie zit, hebben we een reëel reddingsfonds nodig en geen trukendoos.

In Europa is dit is des te meer het geval nu de rechters van het Duits grondwettelijk hof de vleugels van de Europese Centrale Bank willen knippen, waardoor het meer dan ooit van belang is dat de Europese Commissie zélf haar verantwoordelijkheid neemt en een écht herstelfonds op poten zet. Het Europees Parlement stemde deze week over hoe dergelijk fonds eruit moet zien.

Eerst en vooral moet het niet gericht zijn op het ondersteunen van de (verslechterende) publieke financiën van de lidstaten. Daartoe dient al het leningenpakket van 540 miljard euro dat ruim een maand geleden werd vrijgemaakt door de eurogroep. Het herstel- en vooral transformatiefonds moet gericht zijn op de reële economie: steun voor strategische sectoren zoals bijvoorbeeld medische apparatuur, geld voor de digitale revolutie op ons continent en de financiering van de Green Deal. Het geld moet dus rechtstreeks naar bedrijven, startende ondernemingen en risicovolle start-ups gaan.

In het voorstel van het Europees Parlement is dit financierbaar zonder beroep te doen op de nationale schatkisten. Er is geen nood aan mutualisering van nationale schulden, noch aan een verhoging van de nationale bijdragen aan de Unie. Meer nog: deze bijdragen kunnen op het huidige niveau bevroren worden. In ruil daarvoor moeten de lidstaten wel hun ideologische verzet tegen 'eigen inkomsten' voor de Unie laten varen.

Opgelet, die eigen inkomsten zijn geen nieuwe belastingen op Europese burgers maar heffingen op de Amerikaanse 'big tech'-bedrijven die gratis geld verdienen aan onze Europese data en onze Europese 'content'. Of een heffing op grote vervuilers buiten Europa die hun goederen vandaag zonder CO2-bijdrage op onze Europese markt dumpen.

In het voorstel van het Parlement zullen deze eigen inkomsten de uitgifte van Europese herstelobligaties financieren, waardoor er voor minstens 1 biljoen euro harde cash kan worden opgehaald om te investeren. Zonder goocheltrucs. Zonder magische vermenigvuldigingen.

Wel zou men om aanspraak te maken op dit Europees geld, drie tests moeten doorstaan: ten eerste, een rechtsstaattoets: geen geld voor autocraten en hun trawanten en geen geld voor techbedrijven die onze privacy met de voeten treden. Ten tweede, een klimaattest: m.a.w. geen geld voor projecten die niet in overeenstemming zijn met het Klimaatakkoord van Parijs en landen die geen echte inspanningen leveren op het gebied van klimaatneutraliteit. En tot slot een eerlijke-belasting-toets: geen geld voor diegenen die onbetrouwbare belastingpraktijken op poten zetten, gebruiken of aanmoedigen.

Never waste a good crisis, luidt het gezegde. Dat geldt zeker voor Europa dat eerder de kans op een fundamentele transformatie verkwanselde tijdens de jongste financiële crisis. Ursula Von der Leyen moet nu de moed, de visie en de ambitie opbrengen van haar voorganger, Jacques Delors, en deze pandemie aangrijpen om onze Unie klaar te stomen voor de toekomst.

Na meer dan tien jaar na haar uitbraak heeft Europa de financiële crisis van 2008 nog altijd niet verteerd. De Europese leiders reden zich vanaf het begin vast in een eindeloze discussie of ze nu met besparingen dan wel met investeringen de crisis te lijf moesten gaan. Uiteindelijk werd een zogenaamd Junckerfonds van 300 miljard euro uit de grond gestampt. Dat zette volgens het Europese Rekenhof weinig zoden aan de dijk omdat het grotendeels gestoeld was op investeringen die toch al gepland waren en dus sowieso hadden plaats gevonden. Vandaag dreigt een zelfde scenario met de coronacrisis. In plaats van de koe bij de horens te vatten en een groot Europees herstelplan in de steigers te plaatsen, dreigt de Europese Commissie zich opnieuw te bezondigen aan een oefening financiële alchemie. Door middel van frontloading en repackaging (in beide gevallen komt dat neer op een vestzak-broekzakoperatie binnen de Europese meerjarenbegroting) en vooral door leveraging wil Ursula Von der Leyen een herstelprogramma van meerdere duizenden miljarden voor de Europese economie opstarten en dit zonder al te veel vers geld uit de lade te halen. Daartoe rekent ze op een multiplicatoreffect van niet minder dan 45. Dat betekent dat elk miljard dat daartoe wordt vrijgemaakt in de Europese begroting zou moeten leiden tot 45 miljard private investeringen in de reële economie. Een krachttoer waartoe zelfs Jezus Christus niet in staat was tijdens zijn wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de vissen en de broden.In de Verenigde Staten, het zogenaamde mekka van het kapitalisme, volgt men daarentegen een andere, meer realistische strategie. Daar pompte de overheid bij het begin van de financiële crisis 900 miljard dollar extra publieke middelen in de economie. Een gigantische budgettaire operatie die president Donald Trump vandaag herhaalt: ditmaal gaat het om 2000 miljard dollar om de coronarecessie te lijf te gaan. Het klopt dat de overheid moet oppassen om roekeloze schulden op te stapelen, maar wanneer de reële economie diep in de penarie zit, hebben we een reëel reddingsfonds nodig en geen trukendoos.In Europa is dit is des te meer het geval nu de rechters van het Duits grondwettelijk hof de vleugels van de Europese Centrale Bank willen knippen, waardoor het meer dan ooit van belang is dat de Europese Commissie zélf haar verantwoordelijkheid neemt en een écht herstelfonds op poten zet. Het Europees Parlement stemde deze week over hoe dergelijk fonds eruit moet zien. Eerst en vooral moet het niet gericht zijn op het ondersteunen van de (verslechterende) publieke financiën van de lidstaten. Daartoe dient al het leningenpakket van 540 miljard euro dat ruim een maand geleden werd vrijgemaakt door de eurogroep. Het herstel- en vooral transformatiefonds moet gericht zijn op de reële economie: steun voor strategische sectoren zoals bijvoorbeeld medische apparatuur, geld voor de digitale revolutie op ons continent en de financiering van de Green Deal. Het geld moet dus rechtstreeks naar bedrijven, startende ondernemingen en risicovolle start-ups gaan.In het voorstel van het Europees Parlement is dit financierbaar zonder beroep te doen op de nationale schatkisten. Er is geen nood aan mutualisering van nationale schulden, noch aan een verhoging van de nationale bijdragen aan de Unie. Meer nog: deze bijdragen kunnen op het huidige niveau bevroren worden. In ruil daarvoor moeten de lidstaten wel hun ideologische verzet tegen 'eigen inkomsten' voor de Unie laten varen. Opgelet, die eigen inkomsten zijn geen nieuwe belastingen op Europese burgers maar heffingen op de Amerikaanse 'big tech'-bedrijven die gratis geld verdienen aan onze Europese data en onze Europese 'content'. Of een heffing op grote vervuilers buiten Europa die hun goederen vandaag zonder CO2-bijdrage op onze Europese markt dumpen.In het voorstel van het Parlement zullen deze eigen inkomsten de uitgifte van Europese herstelobligaties financieren, waardoor er voor minstens 1 biljoen euro harde cash kan worden opgehaald om te investeren. Zonder goocheltrucs. Zonder magische vermenigvuldigingen. Wel zou men om aanspraak te maken op dit Europees geld, drie tests moeten doorstaan: ten eerste, een rechtsstaattoets: geen geld voor autocraten en hun trawanten en geen geld voor techbedrijven die onze privacy met de voeten treden. Ten tweede, een klimaattest: m.a.w. geen geld voor projecten die niet in overeenstemming zijn met het Klimaatakkoord van Parijs en landen die geen echte inspanningen leveren op het gebied van klimaatneutraliteit. En tot slot een eerlijke-belasting-toets: geen geld voor diegenen die onbetrouwbare belastingpraktijken op poten zetten, gebruiken of aanmoedigen.Never waste a good crisis, luidt het gezegde. Dat geldt zeker voor Europa dat eerder de kans op een fundamentele transformatie verkwanselde tijdens de jongste financiële crisis. Ursula Von der Leyen moet nu de moed, de visie en de ambitie opbrengen van haar voorganger, Jacques Delors, en deze pandemie aangrijpen om onze Unie klaar te stomen voor de toekomst.