In oktober 2015 wordt Recep Tayyip Erdogan uitgenodigd voor een diner in Brussel. Alle Europese leiders schuiven mee aan. Tijdens dat diner wordt de Turkse president niet op de vingers getikt, wel integendeel. De Europese Unie is geschrokken van de influx van vluchtelingen en dus verandert Erdogan in geen tijd van persona non grata in partner. Nog geen zes maanden later ziet 'de Turkijedeal' het licht, een schoolvoorbeeld van een akkoord dat niet is gebaseerd op wederzijdse liefde maar op wederzijds eigenbelang.
...

In oktober 2015 wordt Recep Tayyip Erdogan uitgenodigd voor een diner in Brussel. Alle Europese leiders schuiven mee aan. Tijdens dat diner wordt de Turkse president niet op de vingers getikt, wel integendeel. De Europese Unie is geschrokken van de influx van vluchtelingen en dus verandert Erdogan in geen tijd van persona non grata in partner. Nog geen zes maanden later ziet 'de Turkijedeal' het licht, een schoolvoorbeeld van een akkoord dat niet is gebaseerd op wederzijdse liefde maar op wederzijds eigenbelang. Vandaag lijkt dat meer en meer de kern van de relaties tussen de EU en Turkije. Terwijl van een huwelijk niet langer sprake is, kruipen beide wel op elkaars schoot. Althans, bij win-winsituaties, zonder grote engagementen op lange termijn. Toch even terug naar het begin. Ooit stonden de sterren gunstig voor een geslaagd huwelijk. Al in 1959 vroegen de Turken Europa de hand. In 1999 werd Turkije een kandidaat-lidstaat en in 2005 startten de onderhandelingen. Het leek het succesverhaal van de eeuw te worden. De eerste stappen binnen de 'Kopenhagencriteria' - de officiële toetredingscriteria - zagen er veelbelovend uit. Vooral op het vlak van mensenrechten. Het leek een kwestie van tijd voor Turkije een EU-land zou worden. Midden 2019 is dat volstrekt ondenkbaar. Sinds 2005 laveert de relatie van crisis naar crisis. Met als veelbesproken dieptepunten 2013 en 2016. Respectievelijk het brutale antwoord van de Turkse politie na de zogenaamde Geziprotesten in Istanbul en het hardhandig optreden van de Turkse overheid na de mislukte coup. En dan moesten de verkiezingen onder de noodtoestand, de aanpassingen aan de grondwet en de militaire operatie 'Olijftak' in Noord-Syrië nog komen. In maart dit jaar vroeg het Europees Parlement om de toetredingsonderhandelingen formeel op te schorten. 'Dit Turkije kan onmogelijk lid worden', zegt Nederlands Europarlementariër en Turkije-rapporteur Kati Piri in de bar van het Europees Parlement. 'De afgelopen drie jaar hebben we helemaal niets gezien dat getuigt van enige bereidwilligheid.' Die mening klinkt bijna unisono in de gangen van de Europese Commissie. 'Europa is het over alles oneens, behalve als het op Turkije aankomt', grapt een hooggeplaatste Europese ambtenaar die anoniem wil blijven. Zelfs Eurocommissaris voor Uitbreiding Johannes Hahn zegt dat het eerlijker is om de toetredingsonderhandelingen te beëindigen. Ook bij de Belgische lijsttrekkers voor de Europese verkiezingen van 26 mei (zie kaderstuk) klinkt het als uit één mond: 'Met het huidige Turkije? No way.' Guy Verhofstadt, voorzitter van de liberale fractie ALDE in het Europees Parlement, roept op te stoppen met de hypocriete komedie. 'We weten beide dat de toetreding er niet zal komen, maar we blijven wel doen alsof.' Manfred Weber, kandidaat van de christendemocraten (EVP) om Jean-Claude Juncker op te volgen als voorzitter van de Europese Commissie, maakt van Turkije een speerpunt in zijn campagne. 'Turkije kan geen lid worden omdat het geen Europees land is en het onze waarden niet deelt', zegt hij tegen Knack. Frans Timmermans is minder hard. Volgens de topkandidaat van de Europese socialisten (PES) zou het volledig stopzetten van de gesprekken een vergissing zijn. 'Ondanks het feit dat Turkije lichtjaren verwijderd is van de EU, is het niet in het belang van de Unie om de deur compleet op slot doen', verklaarde hij in een Duitse krant. In de strijd om het voorzitterschap maakt Weber zelfs beloftes. 'Als voorzitter van de Europese Commissie zal ik de verantwoordelijke diensten opdragen een einde te maken aan de toetredingsonderhandelingen met Turkije.' Al is dat makkelijker gezegd dan gedaan. 'Stel dat Weber de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie wordt,' zegt Piri, 'dan heeft hij die macht helemaal niet. Die beslissing ligt bij de Europese regeringsleiders. Volgens mij solliciteert hij voor de verkeerde job', voegt ze er fijntjes aan toe. Dat een mogelijke Turkse toetreding wordt gebruikt in een campagne is niet nieuw. Herinner u de Europese grondwet uit 2005. Nederland en Frankrijk stemden die bij referendum weg na een campagne die bijna uitsluitend focuste op Turkije. Recenter verkochten brexiteers een mogelijke Turkse toetreding als een horrorscenario aan hun kiezers. 'In de ogen van de EU zijn we steeds te groot, te arm en te moslim', verwoordt Faruk Kaymakci het in zijn kantoor met uitzicht op Ankara. Kaymakci is Turks viceminister van Buitenlandse Zaken en directeur Europese Zaken. 'Allemaal vooroordelen', meent hij. 'Onze omvang is een meerwaarde voor de EU en ons bbp is even groot als dat van sommige lidstaten.' Dat laatste klopt. Als Turkije vandaag lid wordt van de EU, zou het prompt de zevende economie zijn. 'En te moslim?' herhaalt Kaymakci retorisch. 'Een EU met Turkije als lid kan net de hand reiken aan de islamitische wereld.' De viceminister blijft rotsvast geloven in een toetreding. 'Ondanks de frustraties wil 80 procent van de Turken bij de EU.' Al zijn er ook peilingen waar dat percentage maar zo'n 50 procent bedraagt. Niemand kan evenwel om president Erdogan heen. Het ene moment is de EU voor hem de baarlijke duivel, het andere moment spreekt hij verzoenende taal. De laatste maanden lijkt hij weer volop de EU-kaart te trekken. 'Vergis je niet', zegt Jozef Janning van de denktank European Council on Foreign Relations in een Brusselse hotellobby. 'Dat is deel van het spel. Turkse politici weten heel goed dat de toetreding er niet komt. Bovendien is Erdogan niet echt geïnteresseerd in lidmaatschap. Net zoals de EU het toetredingsproces gebruikt om speldenprikken te geven aan Turkije, doet hij dat ook met de EU. Hij speelt handig in op de teleurstelling die leeft onder een deel van de Turken.' Eurofiele Turken vinden het ongehoord dat landen als Polen en Hongarije wel snel lid konden worden. 'Hypocrisie is de middle name van de Europese Unie als het aankomt op de relaties met Turkije', zegt Senem Aydin-Düzgit, geassocieerd professor aan de Sabanc? Universiteit in Istanbul. In de kantine van de campus steekt ze haar frustratie niet weg. 'Ik ben erg teleurgesteld. Wie weet wat er van Turkije was geworden als EU-land? ' Ook koele minnaars als voormalig Frans president Nicolas Sarkozy en bondskanselier Angela Merkel, die een 'geprivilegieerd partnerschap' beter gepast vonden, versterken bij de Turken het gevoel dat de EU nooit ernstig overwogen heeft in het huwelijksbootje te stappen. Een huwelijk lijkt er dus niet van te komen. Maar wil dat zeggen dat de twee geen contact meer met elkaar hebben? Wel integendeel. De activiteiten tussen Turkije en de EU zijn de laatste jaren exponentieel gestegen: van terrorismebestrijding en het beheersen van migratiestromen tot defensie en mobiliteit. Turkije ligt op het snijpunt tussen Europa en Azië en op een boogscheut van de Kaukasus, Zuidoost-Europa en het Midden-Oosten. Het is een gebied waar politieke, economische, sociale, religieuze en militaire belangen samenkomen. Niet alleen is Turkije een belangrijke NAVO-bondgenoot, ook in het embryonale initiatief om de defensiesamenwerking tussen de lidstaten te verbeteren (PESCO), wordt het land genoemd als mogelijke partner. Eind februari tekende de EU haar grootste investering ooit in Turkije: 275 miljoen euro moet het land helpen om een spoorwegverbinding te bouwen tussen Istanbul en de Turks-Bulgaarse grens. Klein detail: dat geld komt uit het fonds dat Turkije moet voorbereiden op een eventueel lidmaatschap. En dan is er de douane-unie. 'Veel mensen weten niet dat de EU en Turkije al meer dan twintig jaar een nauw economisch samenwerkingsverband hebben', zegt Piri. De bilaterale handel is in die periode verzesvoudigd. De EU is de belangrijkste handelspartner voor Turkije en was in 2016 goed voor 64 procent van de buitenlandse investeringen. Van de andere kant is Turkije voor de EU de vierde grootste exportmarkt en de vijfde grootse importpartner. Turkse bedrijven zijn verstrengeld met het Europese productieproces en omgekeerd. 'Turkije is een onmisbare strategische partner', beaamt Verhofstadt. 'Vanwege de ligging, de relatief nauwe economische banden en het Turkse lidmaatschap van de NAVO. Maar Turkije is vooral cruciaal in de Europese migratie-uitdaging. Hoe komt het dat de migratiecrisis van 2015 onder controle is? Omdat Turkije een muur gebouwd heeft met Syrië en meer vluchtelingen opvangt dan alle Europese landen samen. Als Erdogan daar vandaag mee stopt, heeft Europa binnen vierentwintig uur opnieuw een knoert van een migratieprobleem.' Turkije is incontournable voor Europa. Verschillende Europese toppers zien de toetredingsonderhandelingen dan ook in de weg staan van een andere relatie met Turkije. Eurocommissaris Hahn verklaarde eind 2018 dat het vasthouden aan toetredingsgesprekken de weg blokkeerde voor 'een realistisch, strategisch partnerschap'. Ook de Franse president Emmanuel Macron is die mening toegedaan. Twee jaar geleden vroeg premier Charles Michel zich af of 'toetreding wel het juiste kader is voor de relaties met Turkije.' Verhofstadt roept nu op 'om aan iets nieuws te beginnen, eerlijk en transparant, met correcte verwachtingen van beide kanten.' Ook topkandidaat Weber windt er geen doekjes om. 'De toetredingsonderhandelingen staan een eerlijkere relatie compleet in de weg. We moeten op de resetknop drukken en ons aanpassen aan de realiteit van vandaag. We moeten samenwerken op het gebied van veiligheid om de regio te stabiliseren en de Europese grenzen te beschermen. En we moeten investeren in economische ontwikkeling.' Is een pragmatische, meer economisch georiënteerde relatie de toekomst? Zo ziet het ernaar uit, stellen experts. 'Velen waren kwaad toen de vluchtelingendeal werd gesloten', zegt Janning. 'Hoe kan de EU zaken doen met een dictator, klonk het. Maar in een relatie die meer transactioneel van aard is, is dat het punt niet. In zo'n relatie willen de partners elkaar niet veranderen. Ze werken samen omdat ze elkaar nodig hebben. Niet meer, niet minder.' 'Sommige lidstaten zouden niets liever willen dan dat het hele gedoe van het lidmaatschap er niet zou zijn', zegt het voormalige Nederlandse Europarlementslid Jan-Marinus Wiersma, die destijds op de eerste rij zat bij de start van de toetredingsgesprekken. 'Gewoon samenwerken en zakendoen, zonder die normatieve ballast', zegt hij vanuit zijn kantoor bij denktank Clingendael in Leiden. 'Het is een cynische situatie. De Europese Unie doet alsof ze op basis van normen en waarden samenwerkt met Turkije, maar in de realiteit is dat niet zo.' En Turkije zelf? Directeur Europese Zaken Kaymakci ziet de strategische relatie in geen geval een huwelijk vervangen. 'Natuurlijk hebben we een speciaal partnerschap, maar dat verandert niets aan het feit dat we een huwelijk willen.' Al hebben sommigen vragen bij de oprechtheid van die intentie. Volgens verschillende Turkse academici is Ankara voorstander van een relatie gebaseerd op eigenbelang, zonder toe te treden tot de Unie. 'Dat is veel gemakkelijker,' zegt Aydin-Düzgit, 'want dan hoeft het geen rekening te houden met de normatieve agenda van de EU.' Toch vinden velen dat een slecht idee. Barçin Yinanç, Turks opiniemaker, waarschuwt: 'Tijdens de top tussen de Arabische Liga en de Europese Unie (eind februari, in Sharm El-Sheik, nvdr) zagen we hoe de EU de ogen sloot voor het gebrek aan democratie, ten voordele van de samenwerking op het vlak van economie en migratie. Dat op Turkije toepassen, zou totaal verkeerd zijn.' Europarlementslid Piri valt haar bij. 'We sluiten een vluchtelingenakkoord met Turkije maar we houden onze mond over mensenrechten. En wat zien we? De afgelopen drie jaar komen Syriërs inderdaad niet meer via Turkije naar de EU, maar de asielaanvragen van Turkse burgers stijgen wel met vijfhonderd procent. Dat noem ik dweilen met de kraan open. Het is eerder kortetermijnpolitiek dan realpolitik.' Welke relatie wil de EU dan met zijn buren? De vraag komt op het moment dat de strijd om de Europese waarden openlijk lijkt te zijn ingezet. Tegenover het 'kamp-Orban', dat zich tegen solidariteit en de rechtsstaat keert, staan zij die net ijveren voor meer nadruk op de mensenrechten. 'Zoals de relatie met Turkije nu is vormgegeven, is het inderdaad tegenstrijdig', erkent Verhofstadt. 'Maar als je migratie uit onze moeilijke verhouding met Erdogan licht, wordt het een pak makkelijker om de economie als hefboom te gebruiken en tegen Turkije te zeggen: respecteer de rechtsstaat en herstel de democratie in uw land.' Wat wil Europa? Zakendoen en deals sluiten? Of een samenwerking die waarden promoot? Het lijkt een moeilijke keuze. 'Klopt niet', zeggen meer en meer academici. Zij zien een mogelijkheid voor een nieuwe relatie, waarbij we én de banden met Turkije onderhouden én de Europese waarden behouden. Nilgün Eralp is een van hen. In een vorig leven werkte ze als adviseur voor verschillende Turkse ministers. Vandaag is ze directeur van het EU-Instituut in Ankara. 'Vergeet de grote wederzijdse liefde', zegt de onderzoekster. 'We hebben behoefte aan verstandhouding en vertrouwen.' Met andere woorden: vergeet trouwen, ga samenwonen. Zo kan de EU haar belangen behartigen zonder haar DNA te verloochenen. 'Dat zou in Turkije wel eens meer effect kunnen hebben dan het oeverloos hameren op democratische waarden', besluit Eralp. Ook Piri ziet hier brood in. 'De douane-unie tussen Turkije en de EU is hét instrument om die nieuwe relatie vorm te geven. De EU is een economische reus voor Turkije, maar ze gebruikt die hefboom amper.' Zowel Turkse als Europese ondernemers zijn gewonnen voor een aanpassing van de 20 jaar oude douane-unie. Behalve industriële goederen zouden daar vandaag ook landbouwproducten, diensten en publieke aanbestedingen in opgenomen kunnen worden. De winst voor Turkije is duidelijk: meer toegang tot de stabiele Europese markt en een economische boost die het land goed kan gebruiken. Maar ook de EU zou er wel bij varen. Het initiatiefrecht van zo'n update ligt bij de Europese Commissie. Al besloot de Europese Raad eind juni 2018 dat de Commissie voorlopig geen onderhandelingsmandaat krijgt. Kandidaat-Commissievoorzitter Manfred Weber zegt alvast niet nee. 'Een modernisering van de douane-unie is absoluut een goed idee. Beide partijen zouden hier veel bij kunnen winnen. Al zal het grote hervormingen vragen van Turkije.'