Zondag trok Frankrijk naar de stembus om nieuwe regionaal- en departementsraden te kiezen. Het ging om de eerste ronde. Enkel wie in de eerste boven de tien procent uitkomt, mag zich opmaken voor de tweede ronde van zondag. In veel gevallen zit daar een kandidaat van Les Républicains tussen. De centrumrechtse en conservatieve partij is na het voorzitterschap van voormalig president Sarkozy terug van even weggeweest. Bij de laatste Europese verkiezingen haalde de partij slechts een schamele 8,5 procent van de stemmen - een absoluut dieptepunt. Ditmaal haalt de partij echter een kleine dertig procent van de stemmen.
...

Zondag trok Frankrijk naar de stembus om nieuwe regionaal- en departementsraden te kiezen. Het ging om de eerste ronde. Enkel wie in de eerste boven de tien procent uitkomt, mag zich opmaken voor de tweede ronde van zondag. In veel gevallen zit daar een kandidaat van Les Républicains tussen. De centrumrechtse en conservatieve partij is na het voorzitterschap van voormalig president Sarkozy terug van even weggeweest. Bij de laatste Europese verkiezingen haalde de partij slechts een schamele 8,5 procent van de stemmen - een absoluut dieptepunt. Ditmaal haalt de partij echter een kleine dertig procent van de stemmen. In verscheidene regio's is ze afgetekend de grootste en zal ze volgende week met de vingers in de neus enkele regiovoorzitters kunnen leveren. Zo behaalde uittredend regiovoorzitter Laurent Wauqieuz in Auvergne-Rhône-Alpes met een kleine 44 procent van de stemmen de hoogste score in heel het land. Onder meer door zijn duidelijke afschutting van radicaal-rechts steeg hij twaalf procent, ongeveer het aandeel dat het Rassemblement National van Marine Le Pen in het gebied verloor. Enkel Xavier Bertrand, voormalig lid van Les Républicains, komt met ruim 41 procent in Hauts-de-France in de buurt. Ook Valérie Pécresse lijkt met een kleine 36 procent zeker van haar stuk in Île-de-France. Door die goede resultaten leeft er bij de partij opnieuw de hoop om een rol van betekenis te kunnen spelen in de verwachte tweestrijd tussen Marine Le Pen en Emmanuel Macron bij de presidentsverkiezingen in 2022. De strijd om rechts lijkt opnieuw open te liggen. In die context is het vooral de vraag wie de partij volgend jaar zal aanvoeren. Met de uitstekende verkiezingsresultaten heeft de partij plots een luxeprobleem. Bertrand heeft zich kandidaat gesteld op voorwaarde dat er geen voorverkiezingen komen en hij rechtstreeks de voorman wordt. Maar ook van Wauqieuz, Pécresse en eventueel voormalig brexitonderhandelaar Michel Barnier wordt verwacht dat ze zich in de leiderschapsstrijd zullen mengen. Ook aan de linkerzijde van het politieke spectrum, dat erg versnipperd en verdeeld is, vielen de resultaten al bij al mee. De socialisten en de groenen werden vaak respectievelijk de derde en de vierde grootste partij. De Parti Socialiste heeft net zoals in 2015 vijf bastions kunnen consolideren terwijl de ecologisten zich na de succesvolle gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar steeds steviger weten te verankeren. NederlaagVoor Macron werd het een dag om niet gauw te vergeten. Tenminste als hij met het oog op de presidents- en parlementsverkiezingen van volgend jaar zijn vijfjarige ambtstermijn wil verlengen. Geheel in de lijn van de verwachtingen kon zijn partij La République En Marche (LREM) niet overtuigen. In geen enkele Franse regio, de overzeese gebieden buiten beschouwing gelaten, lieten de LREM-kandidaten begeesterende scores optekenen. Het bewijst nogmaals hoe weinig de partij lokaal verankerd en georganiseerd is en hoezeer ze afhangt van de persoonlijkheid van Macron. De tour die de Franse president voor de stembusgang door het land maakte - volgens critici respecteerde hij de neutraliteit van zijn ambt niet - mocht voor zijn partij niet baten. Macrons manoeuvre om een heleboel nationale ministers op de kieslijsten te plaatsen baarde eveneens een muis. Ook Le Pen blijft achter met een flinke kater. De peilingen schreven haar partij een aanzienlijke overwinning toe, maar Le Pen en co. konden die prognoses niet waarmaken. Het Rassemblement Nationale lijkt steeds minder in staat om ontevreden kiezers van concurrenten of gefrustreerde niet-stemmers te overtuigen. Volgens analisten heeft dat onder meer te maken met het feit dat Le Pen zich de afgelopen jaren minder radicaal is beginnen opstellen. Waar de partij in de eerste ronde in 2015 nog 28 procent van de kiezers kon overtuigen, valt dat aandeel na afgelopen zondag terug naar ongeveer twintig procent. Dat is een flinke tegenvaller. Bovendien doet de partij van Le Pen het voor de vierde keer op rij slechter bij de verkiezingen dan in de peilingen werd voorspeld - iets wat bij radicaal-rechts in Vlaanderen nauwelijks het geval is.Enkel in Provence-Alpes-Côte d'Azur (PACA) werd de partij in coalitie de grootste en maakt voormalig nationaal minister Thierry Mariani aanstaande zondag kans om de eerste regiopresident in de geschiedenis van de partij te worden. Het wordt een verkiezing om in de gaten te houden. Vorige maand kondigde Frans regeringsleider en Les Républicains-kopstuk Jean Castex aan dat zijn partij er in coalitie zou treden met LREM. De bedoeling: een burgerlijk-rechts blok dat een overwinning van Mariani en het Rassemblement Nationale moet voorkomen. Bij heel wat kiezers voelt dat echter aan als strategische spelletjes die niets met inhoud van doen hebben en voorafgaande te stembusgang eerder getuigen van een zekere arrogantie. OpkomstVolgens Le Pen hebben de tegenvallende resultaten voor haar partij voornamelijk te maken met de historisch lage opkomst. Want slechts een derde van de ongeveer 48 miljoen stemgerechtigde Fransen kwam zondag opdagen - ongeveer zeventien procent minder dan in 2015. Ter illustratie: in 1986 bedroeg het aantal afwezigen slechts 25 procent. Een aandeel dat op 2004 en 2015 na steeds is blijven stijgen. Vooral onder de jongeren lag het opkomstpercentage enorm laag. In de leeftijdscategorie van de 18 tot en met 24-jarigen bracht slechts 13 procent een stem uit. Enkel in Corsica en in het departement Lozere liep de opkomst nauwelijks terug. 'Vandaag mag eigenlijk niemand de champagne opentrekken', liet nationaal regeringswoordvoerder Gabriel Attal zondagavond optekenen. Vanwaar precies de lage opkomst? Eerst en vooral leeft het gevoel dat de regionale en departementale verkiezingen nauwelijks van belang zijn. Dat is echter een misvatting. Beide bestuurslagen zijn bevoegd voor een heleboel zaken die aanzienlijk ingrijpen in het dagelijkse leven zoals wegenbouw, financiële ondersteuning van ondernemingen, sociaal beleid voor kinderen, ouderen en mensen met een beperking ... Bovendien zijn er heel wat Fransen die het met de coronapandemie nog niet zagen zitten om naar de stembus te trekken. Kerstmis daargelaten was zondag de eerste keer in acht maanden tijd dat Fransen op elk moment van de dag zonder gegronde reden het huis mochten verlaten. Voor veel mensen stonden de verkiezingen daarom niet bovenaan de prioriteitenlijst. Het wordt de komende dagen vooral uitkijken naar de coalities die zullen worden gevormd met het oog op de tweede ronde. De partijen die de poulefase overleefd hebben, krijgen tot donderdag 18 uur de tijd om nieuwe samenwerkingsverbanden op de mat te leggen. Vooral aan de linkerzijde van het politieke spectrum worden er druk handen geschud. In onder meer Île-de-France, Centre-Val de Loire en Pays de la Loire hebben de drie linkse en/of radicaal-linkse partijen het reeds op een akkoordje gegooid. De Parijse socialistische burgemeester Anne Hidalgo heeft riep maandag bijvoorbeeld op om voor de groene kandidaat Julien Bayou te stemmen. Ook wordt het uitkijken of partijen zich bewust terugtrekken om derden de kaas van het brood te eten. Verwacht wordt dat er vooral tussen LREM en Les Républicains afspraken zullen worden gemaakt om het Rassemblement Nationale voor het blok te zetten.