'Dit dreigt opnieuw een verloren jaar te worden', zucht Steven Van Hecke aan het einde van ons gesprek. 'Het zal nog een tijdje duren vooraleer er een Duitse regering is en er zijn volgend jaar Franse presidentsverkiezingen. Dat betekent dat we tot april 2022 geen grote doorbraken moeten verwachten. Alles hangt af van de vraag of Emmanuel Macron herverkozen wordt, en of hij toch zijn plaats in de geschiedenis wil verwerven.'
...

'Dit dreigt opnieuw een verloren jaar te worden', zucht Steven Van Hecke aan het einde van ons gesprek. 'Het zal nog een tijdje duren vooraleer er een Duitse regering is en er zijn volgend jaar Franse presidentsverkiezingen. Dat betekent dat we tot april 2022 geen grote doorbraken moeten verwachten. Alles hangt af van de vraag of Emmanuel Macron herverkozen wordt, en of hij toch zijn plaats in de geschiedenis wil verwerven.' Er zijn weinig academici die met dezelfde passie over Europese politiek spreken als Steven Van Hecke. Hij is gepokt en gemazeld in de christendemocratie, en schreef een doctoraat over de Europese Volkspartij, de partij die het gros van de christendemocratische partijen in het Europees Parlement verenigt. Hij was een van de weinige observatoren die de brexit voorspelden, en meteen ook de eerste om de meest ingrijpende Europese gebeurtenis van het afgelopen decennium te nuanceren: het was 'maar' het Verenigd Koninkrijk. Met Waarom Europa?, geschreven in samenwerking met Knack-journalist Kamiel Vermeylen, levert hij voor het eerst een boek af voor het brede publiek. 'Het is geen cursus', benadrukt Van Hecke, wanneer we hem spreken op de Kortrijkse Kulak-campus. Toch zal hij het boek ook warm aanraden aan zijn studenten. 'Eerstejaarsstudenten van vandaag weten niet meer wie Nicolas Sarkozy is. Dat is logisch, ze waren amper tien jaar toen hij aftrad als president. Dan kan ik moeilijk verwachten dat ze weten wie Robert Schuman of Paul-Henri Spaak was. Vandaar ook dit boek: elke generatie moet bijbenen met de kennis die eerdere generaties hebben vergaard.' Voor Van Hecke is de kern van de Europese samenwerking een vorm van collectief egoïsme: 'Door in de eerste plaats te kiezen voor de eigen voordelen van de samenwerking, gaat het geheel erop vooruit.' Vandaag klopt die stelling nog meer dan vroeger, vindt hij. 'Toen de Europese leiders onderhandelden over het Verdrag van Rome, zaten er alleen "euroromantici" aan tafel. Leiders waren ervan overtuigd dat Europese samenwerking per definitie de oplossing was. Die basisconsensus is verdwenen. We zitten in een soort logica van nutsmaximalisatie: wat zijn de kosten, en wat zijn de baten? Zolang de balans overhelt richting meer baten zijn lidstaten bereid om hun soevereniteit gedeeltelijk af te staan.' Die nutsmaximalisatie betekent ook dat het Verenigd Koninkrijk op een bepaald moment kan beslissen om uit de EU te stappen. Steven Van Hecke: Vanuit hun standpunt is dat een legitieme keuze. Als je niet tevreden bent met de kosten en je bent niet in staat - of hebt geen zin - om het systeem zelf te veranderen, stap je eruit. Interessant genoeg geldt het voor de andere 27 leden duidelijk niet. Is de brexit een paradigmaverandering? Van Hecke: Ja. Het idee dat Europese integratie onomkeerbaar was, bestaat niet meer. Op zich is dat heilzaam. Het is goed dat de EU een lidstaat toelaat de Unie te verlaten. Het Verenigd Koninkrijk was wel geen lid van de eurozone. Lidmaatschap van de euro lijkt mij onomkeerbaar. Zet de brexit de deur open voor andere lidstaten om eruit te stappen? Van Hecke: Het echte gevaar bestaat erin dat de Britten gelijk krijgen. Als het Verenigd Koninkrijk over enkele jaren een soort Singapore aan de Thames wordt, met meer welvaart en democratische vrijheid dan in de rest van de EU, zullen lidstaten als Zweden of Finland zich ook vragen stellen. Ik denk niet dat het de Britten zal lukken, maar als het hen lukt, moet Europa een antwoord hebben. Het brexitdebacle lijkt nog lang niet voorbij. Europa en het Verenigd Koninkrijk hebben nog altijd geen akkoord over de Ierse kwestie. Van Hecke: De huidige Britse regering zal nooit bereid zijn om toegevingen te doen. Boris Johnson dankt zijn politieke carrière aan de brexit. Het kernprobleem is sowieso onoplosbaar. Noord-Ierland kan niet tegelijk deel uitmaken van zowel de Europese als de Britse interne markt. De praktische oplossing was dat de grens in de Ierse Zee komt te liggen en er douanecontroles zouden komen in de Noord-Ierse havens. Maar als de Britse regering dat weigert uit te voeren, sta je machteloos. Tegelijk wil Europa de Ierse grens niet zomaar sluiten. Bent u verbaasd dat de overige lidstaten Ierland blijven steunen? Van Hecke:(knikt) Het is een absoluut meesterwerk van de Ierse diplomatie. De lidstaten hadden Ierland perfect in de steek kunnen laten, want wij hadden er nauwelijks schade onder geleden. Hoe verklaart u dat? Van Hecke: Als je een kleine lidstaat onder de bus gooit, heeft Europa eigenlijk geen zin meer. Europa is er vooral voor de kleintjes. Zelfs de Litouwers of de Maltezen blijven de Ieren steunen. Ze beseffen donders goed dat als ze toelaten dat Ierland in de steek wordt gelaten, zij een volgende keer aan de beurt kunnen zijn. Eigenlijk krijgt de Europese Unie weinig krediet voor die solidariteit. Van Hecke:(diepe zucht) Dat is een van mijn langlopende frustraties: Europese leiders investeren massaal in communicatie, en toch slagen ze er nooit om in te zeggen waar het echt om gaat. De Ierse kwestie gaat fundamenteel over de bescherming van kleine, kwetsbare lidstaten binnen de Europese Unie. (op dreef) Het gaat erom dat de welvaart, de vrijheid en de veiligheid van de Ieren niet mag afhangen van de vraag of Ierland een grote of een kleine lidstaat is. Het is niet omdat je als Europeaan 'maar' in Ierland woont, dat je minder recht hebt op individuele vrijheden. In de communicatie verwarren Europese leiders doel en middel. De interne markt is geen doel op zich: het is een middel om welvaart te genereren voor de Europese burgers. Ondertussen lijkt Polen de nieuwe lastpak te worden. Begin oktober besliste het Poolse Grondwettelijk Hof dat het Poolse recht voorgaat op het Europese recht, wat indruist tegen de Europese basisprincipes. Van Hecke: Zo'n vaart zal het niet lopen. Mateusz Morawiecki, de Poolse premier, benadrukt voortdurend dat Polen niet uit de EU wil. Dat is ook logisch: als hij dat zegt, verliest zijn partij de verkiezingen. In tegenstelling tot in het Verenigd Koninkrijk zijn de baten van het Poolse lidmaatschap zo evident, dat er nooit een meerderheid zal zijn die uit de EU wil. Bovendien heeft Polen geen alternatief. Wie anders zal hen beschermen tegen de Russen en de Wit-Russen? De Poolse regering zoekt vooral naar een manier om het democratische systeem te ondergraven en op semiautoritaire wijze te regeren. Het is logisch dat de Europese Unie daartegen ingaat. Mark Elchardus, de voormalige huisideoloog van de socialisten, vindt nochtans dat Polen groot gelijk heeft om zijn soevereiniteit te bewaren. Van Hecke: Ik ben het daar fundamenteel mee oneens. Je kunt het die 'wereldvreemde rechters' van het Europees Hof van Justitie niet verwijten dat ze recht spreken. Zowel op het nationale als het Europese niveau heeft de wetgevende macht het laatste woord. Als het Hof beslissingen neemt die Polen niet aanstaan, moet Polen de andere lidstaten maar overtuigen om het Verdrag van Lissabon aan te passen en de vleugels van het Hof van Justitie te knippen. Het grote probleem is natuurlijk dat net de wetgevende macht er vaak niet uitraakt, waardoor rechters die onduidelijkheden zelf moeten invullen. Maar dat kun je moeilijk aan de rechters verwijten. Elchardus vergist zich van tegenstander. Het idee dat rechters het laatste woord hebben is populistisch, en ronduit fout. In zijn verdediging haalde premier Morawiecki aan dat ook het Nederlandse, het Duitse en het Franse gerechtshof soortgelijke vonnissen hebben geveld. Van Hecke: Dat klopt, en soms heeft het Hof zelfs toegegeven dat het met een arrest te ver is gegaan. Het Hof is alleen bevoegd voor aangelegenheden waarvoor de EU bevoegd is. Het grote probleem is dat de rolverdeling niet altijd goed geregeld is. Neem nu asiel en migratie: het is niet duidelijk of het de lidstaten of de EU zijn die het hoogste woord voeren, en dus moet het Hof een oordeel vellen. Maar als we morgen beslissen dat asiel en migratie de volledige competentie is van de lidstaten, heeft het Hof niets in de melk te brokkelen. Zoals wel vaker lijkt Europa zich niet te haasten om Polen aan te pakken. Van Hecke: Ronduit hemeltergend is dat. Ze hebben duidelijk niets van de Hongaarse kwestie geleerd. Eurocommissaris Didier Reynders en Commissievoorzitster Ursula von der Leyen hebben nochtans beloofd dat ze actie zouden ondernemen, maar ze zijn teruggefloten. En opnieuw is de Commissie er niet in geslaagd om duidelijk te maken waar het echt over gaat. De ruzie met Polen gaat niet over de primauteit van het Europees recht. Het gaat over de bescherming van Poolse burgers tegen de willekeur van hun overheid. Die kun je beter garanderen via het Grondwettelijk Hof dan door het Hooggerechtshof in Warschau, waar de regeringspartij alle opperrechters benoemt. Maar ze hebben het alleen maar over 'de primauteit van de rechtsstaat'. De gemiddelde burger snapt uiteraard niet waarom dat nu per se belangrijk is. Tijdens de brexit toonden de lidstaten ongeziene eendracht. Waarom lukt het niet in de Poolse kwestie? Van Hecke: Omdat men in de Commissie niet durft door te duwen, en ook omdat voor de lidstaten het idee van een Hof van Justitie dat ingrijpt in interne aangelegenheden niet aanlokkelijk is. En er is onverschilligheid, net zoals er de voorbije tien jaar onverschilligheid bestond over Hongarije. Het is ontluisterend dat we opnieuw dezelfde fout maken. In de brexit speelde ook mee dat er een evidente vijand was. De lidstaten waren zo kwaad op de Britten dat ze koste wat het kost aan hetzelfde zeel zouden trekken. Ze zagen een duidelijk nut om onder de Europese vlag te onderhandelen. Blijkbaar hebben we dat niet als we met Rusland of China onderhandelen. U schrijft dat Europa sinds de Koude Oorlog 'lijkt te zijn vergeten wat strategisch denken precies inhoudt'. Hoe komt dat? Van Hecke: Omdat de lidstaten er niet van overtuigd zijn dat een gemeenschappelijk buitenlandbeleid een toegevoegde waarde biedt. Als puntje bij paaltje komt, wil elke staat zijn eigen accenten kunnen leggen. We vinden het allemaal een goed idee dat Duitsland zijn beleid ten opzichte van Rusland moet coördineren met de andere Europese landen. Maar zouden we aanvaarden dat België zijn politiek tegenover Congo en Rwanda laat bepalen door 26 andere lidstaten? Kan Europa een buitenlandbeleid ontwikkelen zolang er unanimiteit nodig is tussen de lidstaten? Van Hecke: Nee. Het unanimiteitsprincipe leidt tot belachelijke situaties. Toen de lidstaten sancties bespraken tegen Wit-Rusland, hield Cyprus die lange tijd tegen. Het vond dat er eerst sancties tegen Turkije moesten komen. Zo kom je natuurlijk nergens. Het unanimiteitsprincipe afschaffen betekent ook dat Frankrijk de facto zijn vetorecht in de VN-Veiligheidsraad zou moeten delen. Maar er is geen andere manier. Hoe moet het er dan uitzien? Van Hecke: De oplossing is simpel: bepaal het buitenlandbeleid via een gekwalificeerde meerderheid, zoals alle andere beleidsdomeinen nu al bepaald worden. Stel dat er een beslissing moet worden genomen over Rwanda, en België zit in het minderheidskamp. Dan word je gedwongen om te vergaderen en te overtuigen. De uitkomst is vaak een breed gedragen consensus. Het systeem van gekwalificeerde meerderheid dwingt lidstaten om zich te engageren, terwijl het unanimiteitsprincipe landen aanmoedigt om de boel te blokkeren. En zeggen dat u een grote voorstander bent van Europese uitbreiding. Van Hecke: Absoluut. De Commissie-Von der Leyen heeft zichzelf gepresenteerd als de geopolitieke Commissie, die ervoor zou zorgen dat Europa op wereldvlak meespeelt. Maar hoe wil je dat doen als je niet eens in staat bent om in je eigen achtertuin de hoofdrol te spelen? En dus vindt u dat de Westelijke Balkan bij de EU moet. Van Hecke: Wat is het alternatief? Vroeg of laat zullen die landen wel lid moeten worden van de Europese Unie. Willen we echt dat de Westelijke Balkan een soort zwart gat wordt? Willen we echt dat de Russen, de Chinezen, de Golfstaten en de Turken daar de dienst uitmaken? Heeft Europa bij de uitbreiding van 2004, toen er maar liefst tien nieuwe lidstaten bij kwamen, een trauma opgelopen? Van Hecke: Absoluut. Er is enlargement fatigue. Het helpt ook niet dat Polen en Hongarije de belhamels van de klas zijn. Of dat we weer horen over een Albanese maffiabende die wordt opgerold. Speelt het mee dat de meerderheid van de Albanese bevolking moslim is? Van Hecke: Nee. De meeste Europeanen weten dat niet eens. Voor het lidmaatschap van Turkije speelt dat wel een rol. Van Hecke: Voor Turkije speelt vooral dat het zo groot is. Turkije zou het grootste land van de EU worden. In Istanboel wonen meer mensen dan in de helft van de lidstaten van de EU. Dat zou het evenwicht grondig veranderen. Is de EU in staat om zo'n land te integreren? Voor de Westelijke Balkan is dat duidelijk geen probleem. Servië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Albanië, Kosovo en Noord-Macedonië tellen samen evenveel inwoners als Nederland. Hoe moet Europa die integratie aanpakken? Van Hecke: Geef die landen een timetable. Het is nu alsof je studenten laat leren voor een examen waarvoor ze geen examendatum hebben. Dat werkt niet. Hoe kun je van pro-Europese politici vragen dat ze pijnlijke hervormingen verdedigen als je niets concreets kunt aanbieden? Nu jaag je alle hoogopgeleide jongeren weg en geef je eurokritische politici de wind in de zeilen. Wat heeft Europa eraan om een autoritaire leider als de Servische president Aleksandar Vucic erbij te nemen? Van Hecke: Maar waarom is Vucic aan de macht gekomen? Net omdat we Servië niet de kans hebben gegeven om bij de EU te komen. Of omdat Servië een land is met een onverwerkt verleden waar veel oorlogsmisdadigers nog altijd helden zijn. Moeten we zo'n land er echt bij nemen? Van Hecke: Niet op hún voorwaarden. We moeten zeggen wat we van hen verwachten, en misschien ook eens duidelijk maken wat ze nu al van ons krijgen. We geven die landen al jaren honderden miljoenen aan Europese fondsen. Wij zijn met voorsprong hun grootste handelspartner, maar geen Serviër die het weet. Is het probleem niet dat de EU alleen invloed heeft op landen in de laatste jaren voor hun toetreding? Zodra ze EU-lid zijn, is de incentive om te hervormen weg. Van Hecke: (knikt) Dat is inderdaad een weeffout in de EU. Ook daarom is het belangrijk dat Polen en Hongarije strenger worden aangepakt. Welk voorbeeld geef je nu? Waarom zou Vucic ooit democratiseren, als hij ziet dat je perfect de rechtsstaat kunt uithollen als je in de EU zit? Gelukkig hebben we begin volgend jaar de Conferentie over de toekomst van Europa. Van Hecke: Ik vraag mij oprecht af waarvoor die dient. Eigenlijk ligt het al vast wat er de komende tien jaar in de EU gebeurt: we willen digitaliseren en klimaatneutraal zijn tegen 2050. Voor bepaalde domeinen - ik denk aan migratie - loopt het nog niet goed, maar daar kan een conferentie geen antwoord vinden, want het probleem ligt bij de lidstaten. Ik vind het toch opmerkelijk dat mensen als Frans Timmermans, Guy Verhofstadt of Emmanuel Macron kennelijk zitten te wachten op de ideeën van Europese burgers. (fijntjes) Hebben die dan zelf geen ideeën? Doorgaans hebben ze net te véél ideeën! Ik vind het zelfs gevaarlijk om een grote democratieshow op te voeren waarbij de acteurs niet weten in welk theater ze meespelen. Daar bewijs je niemand een dienst mee.