Op 7 januari 2015 dringen de broers Chérif en Said Kouachi kort na 11 uur binnen op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs. Bij de schietpartij die ze aanrichten, komen op de redactie en in een vlakbij gelegen straat twaalf mensen om het leven. Onder meer de bekende tekenaars Stéphane Charbonnier (Charb), Jean Cabut (Cabu) en Georges Wolinski sterven bij de aanslag. Het blad was als doelwit uitgekozen wegens de publicatie van cartoons over de profeet Mohammed. 'We hebben de profeet Mohammed gewroken! We hebben Charlie Hebdo vermoord! ', roepen de daders dan ook op straat.

Een grote klopjacht naar de terroristen eindigt twee dagen later. De daders verschansen zich in een drukkerij in Dammartin-en-Goële, waar ze mensen gegijzeld houden. Maar bij een inval van de politie worden ze doodgeschoten. Zo goed als tegelijkertijd wordt ook Amedy Coulibaly, een vriend van de broers Kouachi, doodgeschoten. Hij had daags na de aanslag op Charlie Hebdo een politieagente doodgeschoten in Parijs en ook nog eens vier mensen gedood bij een gijzeling in een joodse supermarkt in de buurt van Porte de Vincennes.

In totaal komen dus zeventien slachtoffers en drie terroristen om het leven. Snel na de aanval komt er, tot ver buiten Frankrijk, een enorme golf van solidariteit op gang. De slogan 'Je suis Charlie', waarmee de steun aan de slachtoffers wordt uitgedrukt, beheerst al snel de sociaalnetwerksites. Er worden tal van, vaak symbolische, acties georganiseerd. En op 11 januari komen in Parijs ongeveer twee miljoen mensen op straat om zich uit te spreken voor vrije meningsuiting. Naast de toenmalige Franse president François Hollande nemen nog een vijftigtal andere staats- en regeringsleiders deel.

Hoewel Frankrijk al eerder met islamistisch terrorisme geconfronteerd werd, wordt de aanval op Charlie Hebdo gezien als het symbolisch begin van een periode waarin het land regelmatig door terrorisme wordt opgeschrikt. Zo volgen onder meer nog aanslagen in Parijs op 13 november 2015 (130 doden), in Nice in juli 2016 (86 doden), op de kerstmarkt van Straatsburg in december 2018 (5 doden) en in een politiekantoor in Parijs in oktober 2019 (4 doden).

De terroristische daden hebben nog altijd een merkbare invloed op het leven in Frankrijk. Zwaarbewapende agenten en soldaten patrouilleren op drukbezochte plaatsen, betonblokken dienen als bescherming voor grote evenementen en zelfs de Eiffeltoren in Parijs wordt afgesloten met een glazen muur. Ook was na de aanslagen van november 2015 bijna twee jaar lang de noodtoestand van kracht in het land. Kort voor de opheffing werden verschillende van die noodmaatregelen bovendien in de normale wetgeving opgenomen.

De gerechtelijke afwikkeling van de aanslag op Charlie Hebdo moet dit jaar plaats vinden. Van mei tot juli vindt in een bijzondere assisenrechtbank in Parijs een proces plaats tegen veertien mensen die ervan verdacht worden steun te hebben verleend aan de broers Kouachi en aan Amedy Coulibaly.

Op 7 januari 2015 dringen de broers Chérif en Said Kouachi kort na 11 uur binnen op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs. Bij de schietpartij die ze aanrichten, komen op de redactie en in een vlakbij gelegen straat twaalf mensen om het leven. Onder meer de bekende tekenaars Stéphane Charbonnier (Charb), Jean Cabut (Cabu) en Georges Wolinski sterven bij de aanslag. Het blad was als doelwit uitgekozen wegens de publicatie van cartoons over de profeet Mohammed. 'We hebben de profeet Mohammed gewroken! We hebben Charlie Hebdo vermoord! ', roepen de daders dan ook op straat. Een grote klopjacht naar de terroristen eindigt twee dagen later. De daders verschansen zich in een drukkerij in Dammartin-en-Goële, waar ze mensen gegijzeld houden. Maar bij een inval van de politie worden ze doodgeschoten. Zo goed als tegelijkertijd wordt ook Amedy Coulibaly, een vriend van de broers Kouachi, doodgeschoten. Hij had daags na de aanslag op Charlie Hebdo een politieagente doodgeschoten in Parijs en ook nog eens vier mensen gedood bij een gijzeling in een joodse supermarkt in de buurt van Porte de Vincennes. In totaal komen dus zeventien slachtoffers en drie terroristen om het leven. Snel na de aanval komt er, tot ver buiten Frankrijk, een enorme golf van solidariteit op gang. De slogan 'Je suis Charlie', waarmee de steun aan de slachtoffers wordt uitgedrukt, beheerst al snel de sociaalnetwerksites. Er worden tal van, vaak symbolische, acties georganiseerd. En op 11 januari komen in Parijs ongeveer twee miljoen mensen op straat om zich uit te spreken voor vrije meningsuiting. Naast de toenmalige Franse president François Hollande nemen nog een vijftigtal andere staats- en regeringsleiders deel. Hoewel Frankrijk al eerder met islamistisch terrorisme geconfronteerd werd, wordt de aanval op Charlie Hebdo gezien als het symbolisch begin van een periode waarin het land regelmatig door terrorisme wordt opgeschrikt. Zo volgen onder meer nog aanslagen in Parijs op 13 november 2015 (130 doden), in Nice in juli 2016 (86 doden), op de kerstmarkt van Straatsburg in december 2018 (5 doden) en in een politiekantoor in Parijs in oktober 2019 (4 doden). De terroristische daden hebben nog altijd een merkbare invloed op het leven in Frankrijk. Zwaarbewapende agenten en soldaten patrouilleren op drukbezochte plaatsen, betonblokken dienen als bescherming voor grote evenementen en zelfs de Eiffeltoren in Parijs wordt afgesloten met een glazen muur. Ook was na de aanslagen van november 2015 bijna twee jaar lang de noodtoestand van kracht in het land. Kort voor de opheffing werden verschillende van die noodmaatregelen bovendien in de normale wetgeving opgenomen. De gerechtelijke afwikkeling van de aanslag op Charlie Hebdo moet dit jaar plaats vinden. Van mei tot juli vindt in een bijzondere assisenrechtbank in Parijs een proces plaats tegen veertien mensen die ervan verdacht worden steun te hebben verleend aan de broers Kouachi en aan Amedy Coulibaly.