Oostenrijk moet op zoek naar een nieuwe bondskanselier nadat de sociaaldemocraten (SPÖ), de extreemrechtse Freiheitliche (FPÖ) en de kleine partij Jetzt in een motie van wantrouwen tegen bondskanselier Sebastian Kurz stemden.

De Oostenrijkse regering geraakte in opspraak nadat anderhalve week geleden compromitterend beeldmateriaal opdook over de FPÖ. Daarin was te zien hoe FPÖ-voorzitter en minister van Buitenlandse Zaken Heinz-Christian Strache niet ongevoelig bleek voor Russisch geld. Samen met fractievoorzitter Johan Gudenus (FPÖ) wilde hij in ruil voor positieve berichtgeving in een Oostenrijkse krant overheidsaanbestedingen aan de juiste personen toewijzen.

Strache en Gudenus hielden meteen de eer aan zichzelf. Kurz schreef nieuwe verkiezingen uit, maar eiste ook het ontslag van de balorige minister van Binnenlandse Zaken Herbert Kickl (FPÖ). Daarop stapten alle FPÖ-ministers op uit de regering.

De Oostenrijkse sociaaldemocraten vinden dat Kurz als partijvoorzitter een fundamentele fout heeft gemaakt door met de Freiheitliche in zee te gaan. Daarom dienden ze een motie van wantrouwen in tegen het Oostenrijkse leider. Uit wraak stemde ook de FPÖ tegen Kurz.

Het is de eerste keer in de naoorlogse geschiedenis van Oostenrijk dat een bondskanselier door een motie van wantrouwen moet opkrassen. De vorige 185 keer dat zo'n motie werd ingediend, mislukten altijd. De regering-Kurz is met 525 dagen de kortste regering sinds 1945.

Het initiatief ligt nu bij Bondspresident Alexander Van Der Bellen. Verwacht wordt dat hij vanavond nog een statement zal maken en Kurz uit zijn ambt ontheft. Vervolgens moet hij in principe zo snel mogelijk op zoek naar een vervanger. Vermoedelijk zal Kurz dinsdag nog wel optreden als bondskanselier op de Europese top in Brussel.

In september vinden nieuwe verkiezingen plaats in het Alpenland. Gisteren was de ÖVP nog de afgetekende winnaar bij de Europese Parlementsverkiezingen in zijn land. De partij van Kurz won in een klap acht procentpunten, al moest de FPÖ maar enkele procentpunten inboeten. De Freiheitliche won zelfs een zetel in vergelijking met 2014.

Oostenrijk moet op zoek naar een nieuwe bondskanselier nadat de sociaaldemocraten (SPÖ), de extreemrechtse Freiheitliche (FPÖ) en de kleine partij Jetzt in een motie van wantrouwen tegen bondskanselier Sebastian Kurz stemden. De Oostenrijkse regering geraakte in opspraak nadat anderhalve week geleden compromitterend beeldmateriaal opdook over de FPÖ. Daarin was te zien hoe FPÖ-voorzitter en minister van Buitenlandse Zaken Heinz-Christian Strache niet ongevoelig bleek voor Russisch geld. Samen met fractievoorzitter Johan Gudenus (FPÖ) wilde hij in ruil voor positieve berichtgeving in een Oostenrijkse krant overheidsaanbestedingen aan de juiste personen toewijzen. Strache en Gudenus hielden meteen de eer aan zichzelf. Kurz schreef nieuwe verkiezingen uit, maar eiste ook het ontslag van de balorige minister van Binnenlandse Zaken Herbert Kickl (FPÖ). Daarop stapten alle FPÖ-ministers op uit de regering. De Oostenrijkse sociaaldemocraten vinden dat Kurz als partijvoorzitter een fundamentele fout heeft gemaakt door met de Freiheitliche in zee te gaan. Daarom dienden ze een motie van wantrouwen in tegen het Oostenrijkse leider. Uit wraak stemde ook de FPÖ tegen Kurz. Het is de eerste keer in de naoorlogse geschiedenis van Oostenrijk dat een bondskanselier door een motie van wantrouwen moet opkrassen. De vorige 185 keer dat zo'n motie werd ingediend, mislukten altijd. De regering-Kurz is met 525 dagen de kortste regering sinds 1945. Het initiatief ligt nu bij Bondspresident Alexander Van Der Bellen. Verwacht wordt dat hij vanavond nog een statement zal maken en Kurz uit zijn ambt ontheft. Vervolgens moet hij in principe zo snel mogelijk op zoek naar een vervanger. Vermoedelijk zal Kurz dinsdag nog wel optreden als bondskanselier op de Europese top in Brussel. In september vinden nieuwe verkiezingen plaats in het Alpenland. Gisteren was de ÖVP nog de afgetekende winnaar bij de Europese Parlementsverkiezingen in zijn land. De partij van Kurz won in een klap acht procentpunten, al moest de FPÖ maar enkele procentpunten inboeten. De Freiheitliche won zelfs een zetel in vergelijking met 2014.