De sociaaldemocraten en linkse partijen doen het als vanouds goed in Scandinavië en de Noordse landen. In alle landen leveren ze momenteel de premier. Een overzicht.

De sociaaldemocratische oppositiepartij van voorzitter en lijsttrekker Jonas Gahr Store won maandagavond de parlementsverkiezingen in Noorwegen. Daarmee stoot Store na acht jaar de conservatieve regering van aftredend premier Erna Solberg van de troon. Store heeft te kennen gegeven dat hij samen met andere (centrum)linkse partijen een coalitie wil vormen. Onder meer de Groene Partij komt daarbij prominent in beeld. De weg naar het premierschap ligt voor Store alleszins helemaal open.

In Denemarken zwaait premier Mette Frederiksen sinds 2019 met de Socialdemokraterne de plak. Als enige regeringspartij heeft ze slechts 48 zetels van de 149 in het parlement. De partij - die bekend staat om haar erg rechts migratiebeleid - moet er dus rekenen op de gedoogsteun van onder meer sociaalliberale en sociaalecologische partijen. Ondanks de moeilijke regeringsconstellatie is Frederiksen in vergelijking met haar voorgangers erg populair.

In Finland - dat niet bij Scandinavië hoort - werd Sanna Marin in december 2019 even de jongste regeringsleider van de wereld tot Oostenrijks bondskanselier Sebastian Kurz in 2020 opnieuw aan de macht kwam. Marin stuurt een vijfpartijenregering aan met coalitiepartners die van het centrum tot aan de linkerkant van het economisch-politieke spectrum zitten. In een ware verkiezingsthriller behaalde de Finse sociaaldemocraten, toen nog onder leiding van voormalig premier Antti Rinne, slechts een zetel meer dan de radicaal-rechtse Ware Finnen. De liberaal-conservatieve Nationale Coalitiepartij behaalde ook maar twee zetels minder.

Tussen Noorwegen en Finland is Zweeds premier Stefan Löfven aan zijn laatste weken als premier bezig. De sociaaldemocraat kondigde eind augustus aan dat hij zou aftreden na een dispuut met coalitiepartners over stijgende vastgoed- en huurprijzen. Een motie van wantrouwen volgde en voor de eerste keer in de Zweedse geschiedenis werd die door de regeringspartij ook effectief verloren. Löfven zal begin november worden opgevolgd door een partijgenoot tot aan de nieuwe parlementsverkiezingen in september 2022. Ondanks kleine marges heeft Löfven enkel coalities gesmeed waarin de nationalistische Zweden Democraten geen directe invloed op kon uitoefenen.

In IJsland tot slot bekleedt Katrín Jakobsdóttir sinds 2017 het hoogste politieke trapje. Hoewel haar Links-Groene Beweging met zestien procent van de stemmen slechts de tweede grootste werd, schopte Jakobsdóttir het door de steun van de Progressieve Partij toch tot eerste minister van het land. Of ze daar nog lang zal zitten, is verre van zeker. Binnen twee weken staan er in het land opnieuw parlementsverkiezingen op het programma. Net zoals vier jaar geleden is de liberaal-conservatieve en eurosceptische Onafhankelijkheidspartij er veruit de grootste. De Links-Groene beweging staat daarentegen op enkele procentpunten verlies - net zoals de Progressieve Partij.

Europa in kleur naar politieke affiliatie staatshoofd of regeringsleider. Rood: sociaaldemocratisch. Geel: liberaal. Blauw: christendemocratisch/conservatief. Zwart: conservatief. Grijs: niet-gebonden/geen affiliatie. (Noorwegen is reeds rood gekleurd omdat de conservatieve regering heeft gezegd een stap opzij te zetten)., .
Europa in kleur naar politieke affiliatie staatshoofd of regeringsleider. Rood: sociaaldemocratisch. Geel: liberaal. Blauw: christendemocratisch/conservatief. Zwart: conservatief. Grijs: niet-gebonden/geen affiliatie. (Noorwegen is reeds rood gekleurd omdat de conservatieve regering heeft gezegd een stap opzij te zetten). © .
De sociaaldemocraten en linkse partijen doen het als vanouds goed in Scandinavië en de Noordse landen. In alle landen leveren ze momenteel de premier. Een overzicht. De sociaaldemocratische oppositiepartij van voorzitter en lijsttrekker Jonas Gahr Store won maandagavond de parlementsverkiezingen in Noorwegen. Daarmee stoot Store na acht jaar de conservatieve regering van aftredend premier Erna Solberg van de troon. Store heeft te kennen gegeven dat hij samen met andere (centrum)linkse partijen een coalitie wil vormen. Onder meer de Groene Partij komt daarbij prominent in beeld. De weg naar het premierschap ligt voor Store alleszins helemaal open. In Denemarken zwaait premier Mette Frederiksen sinds 2019 met de Socialdemokraterne de plak. Als enige regeringspartij heeft ze slechts 48 zetels van de 149 in het parlement. De partij - die bekend staat om haar erg rechts migratiebeleid - moet er dus rekenen op de gedoogsteun van onder meer sociaalliberale en sociaalecologische partijen. Ondanks de moeilijke regeringsconstellatie is Frederiksen in vergelijking met haar voorgangers erg populair. In Finland - dat niet bij Scandinavië hoort - werd Sanna Marin in december 2019 even de jongste regeringsleider van de wereld tot Oostenrijks bondskanselier Sebastian Kurz in 2020 opnieuw aan de macht kwam. Marin stuurt een vijfpartijenregering aan met coalitiepartners die van het centrum tot aan de linkerkant van het economisch-politieke spectrum zitten. In een ware verkiezingsthriller behaalde de Finse sociaaldemocraten, toen nog onder leiding van voormalig premier Antti Rinne, slechts een zetel meer dan de radicaal-rechtse Ware Finnen. De liberaal-conservatieve Nationale Coalitiepartij behaalde ook maar twee zetels minder. Tussen Noorwegen en Finland is Zweeds premier Stefan Löfven aan zijn laatste weken als premier bezig. De sociaaldemocraat kondigde eind augustus aan dat hij zou aftreden na een dispuut met coalitiepartners over stijgende vastgoed- en huurprijzen. Een motie van wantrouwen volgde en voor de eerste keer in de Zweedse geschiedenis werd die door de regeringspartij ook effectief verloren. Löfven zal begin november worden opgevolgd door een partijgenoot tot aan de nieuwe parlementsverkiezingen in september 2022. Ondanks kleine marges heeft Löfven enkel coalities gesmeed waarin de nationalistische Zweden Democraten geen directe invloed op kon uitoefenen. In IJsland tot slot bekleedt Katrín Jakobsdóttir sinds 2017 het hoogste politieke trapje. Hoewel haar Links-Groene Beweging met zestien procent van de stemmen slechts de tweede grootste werd, schopte Jakobsdóttir het door de steun van de Progressieve Partij toch tot eerste minister van het land. Of ze daar nog lang zal zitten, is verre van zeker. Binnen twee weken staan er in het land opnieuw parlementsverkiezingen op het programma. Net zoals vier jaar geleden is de liberaal-conservatieve en eurosceptische Onafhankelijkheidspartij er veruit de grootste. De Links-Groene beweging staat daarentegen op enkele procentpunten verlies - net zoals de Progressieve Partij.